rein dufait – de genade van het materiaal

door johan velter

21-08-2019_atelier rein dufait_08-2019_vooraan stroom

Een atelier van een kunstenaar betreden is als het heimelijk openen van een brief, het lezen van verboden dagboekbladen. Daar staan probeersels, half afgewerkte producten, verstoten werken maar waarvan de fout een vertrekpunt kan zijn, foutieve werken die aanvaard worden om een sentimentele reden en later afgekeurd worden. De bezoeker, toch een gast, moet veel schroom hebben, trekt liever pantoffels dan laarzen aan, is op zijn hoede om iets omver te werpen, schraapt laag na laag van de vloer.

De vraag is: hoe bouw je een sculptuur op? Er is de oude manier: je neemt een brok steen en je kapt eruit ‘wat er al in zit’ – geloof dat laatste niet, dat is een metafysische manier van denken, een achterhaald essentialisme. Er is de werkwijze van Rodin: je kneedt tot je een vorm hebt. Er is een structuuropbouw, zoals een woning gezet wordt, pas later worden de ruimtes ingedeeld en aangekleed. Rein Dufait paste het jaar sinds zijn vorig open atelier, de skeletbouw toe, staven gaan verticaal de hoogte in, steunen horizontaal, en stoppen ergens, zonder schijnbare zin of doelstelling – de skeletten zijn niet ‘onaf’ of ‘verloren geraakt’, zijn niet ‘verlaten’ maar zijn wat ze zijn, getuigen van een denkwijze. Dufait werkt graag met ruwe, harde materialen, het beton, staal, vroeger gebruiksvoorwerpen, zelfs het isomo dat hij gebruikt, is een ‘hard’ materiaal geworden, de densiteit is dik, de bolletjes zijn tot een materiaalsoort aan elkaar gehecht. Het merkwaardige met die structuurwerken van Dufait (bijvoorbeeld Stroom, zie beeld boven) is dat er een onopvallende combinatie is van sterk en breekbaar materiaal. Waar twee stukken met elkaar verbonden zijn, wat het zwakste element van elke constructie is, heeft hij schelpen (‘messen’) gebruikt: het is het breekbare dat de constructie bij elkaar houdt en dus het sterke is. Je zou hier allerlei uitweidingen over kunnen schrijven die plots al te sentimenteel zouden worden – dit is niet de bedoeling: er is tegelijkertijd een statement (dat meer kan en wil zeggen) én een stopzetting van dit statement (het is wat het is). Er is ook geen jeugdsentiment mee verbonden (schelpen als betaalmiddel op het strand), de schelpen worden als materiaal gebruikt, zijn bouwstenen. Toch is de keuze ervoor een bepalend element.

De combinatie van lichtheid en zwaarte was al eerder in dit oeuvre te zien, nu zijn er beschilderde schelpen in een doos, op een houten ondergrond – de schelpen krijgen een lichte toets kleur mee, daardoor lichten ze op, krijgen ze een poëtische ‘klank’ zonder sentimenteel te worden, er is ook geen sprake van ‘ecologie’, terwijl natuurlijk de band cultuur-natuur centraal staat, ik bedoel dat er geen ideologie is, dat de kunstenaar niet zegt ‘en nu opletten’, maar dat de schelpen (die toch voornamelijk uit kalk bestaan en daardoor is de band met cement, beton niet zo ver weg, de schelp van het schelpdier is een skelet) zichzelf zijn, als schelp en als niet-schelp: ze behouden hun zijn, het gebruik wordt veranderd en de functie staat buiten de en hun natuur.

21-08-2019_rein dufait_kadomi

Een bijzonder werk is Kadomi, een variant op het spel mikado. Een grote kist met daarin stokken van verschillende materialen, al dan niet gekruld en al dan niet stevig, hier wordt de lichtheid van het spel, de finesse die men moet hebben om het spel uit te spelen gecontrasteerd met de materiaalkeuze: het spel is onmogelijk gemaakt en toch is er het spel – men zou kunnen denken dat er een band is met Claes Oldenburg, die is er slechts schijnbaar, het verschil tussen de materiaaluitwerking van beide kunstenaars is immers te groot maar ook het concept is anders: bij Dufait gaat het werkelijk om materiaalstudie, om mogelijkheden te zien, het idee van het onbruikbaar maken van gebruiksgemak is bij hem niet aanwezig, het gaat niet om gebruiksvoorwerpen te gebruiken of te integreren maar ze als dingen te zien – want er is de verandering, de veelheid, het speelse van het werk, de referentie naar de kindertijd (en aldoor het verliezen). Ook kan men aan een koker met pijlen denken, dat is tevens nog een verschil met Oldenburg: de dingen veranderen naar gelang het materiaal wijzigt. Niet langer blijft men in de natuur (schelpen) of in de mensenwereld van de dingen (mikado), het object treedt in het domein van de kunst.

21-08-2019_rein dufait_doortocht

Dit jaar is Rein Dufait een reeks kunstenaarsboeken gestart, een abonnementsysteem waar (ongeveer) elke maand een nieuw werk verschijnt, de overkoepelende titel is Van de bomen, de vormen en de kleuren, het eerste verwijst naar het papier, het tweede naar de verschillende mogelijkheden en het derde naar wat de kleur hier soms is: materie zelf. Telkens gaat het om, en dit is géén boekkunst, dat vermaledijde kitschding, de vorm van het boek, hoe een boek technisch werkt, het ‘innerlijke systeem’ als het ware. Ik neem als voorbeeld het tweede boek Doortocht, dik karton, geplooid, het binnenwerk is de binnenzijde van de omslag (weer hebben we te maken met ‘de ruimte van’ het boek, het oeuvre). Er zijn vormen uitgesneden en terug in het boek aangebracht. Het karton roept de wereld van het kinderboek op, maar dit is slechts bijkomstig. De binnenzijde gaat verder op de weg van Joseph Kosuth, specifiek het werk Chairs, waar men de stoel zelf ziet, een afbeelding en de definitie. In één van de uitgesneden vormen bij Rein Dufait kan men een vogelkop met nek zien. In het binnenwerk is een echte veer opgenomen, die is in verf gedopt en op op het karton gedrukt, een drukprocedé dus, een positieve vorm; en als derde afbeelding is het negatief van de veer aangebracht, met de veer wordt de ruimte rond de veer aangebracht – de oplettende lezer bemerkt dat ik in de omgekeerde volgorde schrijf.

Voor het open atelier dat Dufait in het weekend van 24 en 25 augustus houdt, werden kaarten gedrukt:

21-08-2019_rein dufait_drukwerk

Sommige kaarten werden in de open ruimte op de achterzijde aangevuld met een pentekening op zodanige wijze dat men denkt dat het gedrukt is. Ook dit is de verandering : van het werken (het werkproces: tekenen of drukken) en van het kijken (het is gedrukt) en het weten (het is getekend).

Rein Dufait houdt in het weekend van 24 en 25 augustus een open atelier gekoppeld aan een tentoonstelling met werk van Henk Visch, Philippe Van Snick, Leen Van Tichelen, Sine Van Menxel en Rein Dufait zelf, Schelp, zink, ruimte, wolk en overlap (Biekorfstraat, loods G18, 8400 Oostende).

21-08-2019_atelier rein dufait__leen_van_tichelen_mdm_gent_febr_2019_trachtend

Van Leen Van Tichelen hoop ik dat ze het bijzondere werk trachtend (2019) zal tonen (indien niet, dan toont dit toch hoe uitzonderlijk sterk dit werk is). Ogenschijnlijk is dit een gesloten werk. Het wordt geplaatst op een papieren ondergrond die met tape is vastgemaakt aan de vloer zelf, waardoor er als het ware een sokkel gecreëerd wordt, het papier is licht, verschilt van de vloer zelf en vormt op die manier een eigen ruimte, het negatief ervan, toch een lichte kleur. Het ijzeren werk bestaat uit twee delen, als men het werk nadert, waar men eerst enkel tegen een wand leek aan te kijken, wordt een tweeëenheid: twee los van elkaar staande elementen: de geslotenheid wordt een openheid; de eenheid blijkt een tweeheid te zijn – maar niet als een dualisme, een tegenstelling opgevat. Tussen deze twee los van elkaar staande werken, is er ruimte, de ruimte van het ademen. Niet alleen is dit een zorgzaam werk, het is ook streng op een menselijke manier, een strengheid die orde en rust is, een streven naar een idealiteit. Er zijn geen tierlantijnen, een essentie wordt neergezet, een zwijgende trots.

Advertentie