een vrolijk maar ernstig je-m’en-foutisme : henk visch

door johan velter

20-08-2019_rein dufait_henk visch_de dagen_2004 zeefdruk 1

De dingen anders gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn, het ene genre met het andere verwisselen (met ijzerdraad beelden maken die tekeningen zijn), de mens centraal zetten, de wereld als een aangename grap zien, de gemaakte beelden letterlijk met woorden maken (een gestrekte nek hebben, zijn nek uitsteken en uitrekken – het beeld dat Henk Visch voor de Jardin des Tuileries in Parijs gemaakt heeft),

20-08-2019_rein dufait_henk visch_paris

de lenigheid van mens en vorm tot het uiterste drijven, de dingen die mislukken aanvaarden en terug opnieuw beginnen, de band met de wereld die nooit verbroken wordt, zo, dat is zowat het oeuvre van Henk Visch, een figuur die op zichzelf staat, zijn oeuvre direct herkenbaar en voor iemand als Johan Tahon de mosterdpot. De overheersende indruk die blijft als je je het werk herinnert, is vallend, langzaam vallend water, druipend langs de stenen, de beelden, de vormen.

Over Henk Visch schreef Christophe Van Gerrewey: ‘Perfect bespeelt hij het evenwicht tussen vrijblijvendheid en precisie, tussen de intenties van de kunstenaar en de interpretaties van de toeschouwer.’ (Exactly how I remembered it, Henk Visch, Posture, 2014).

Beelden maken, kunst in het algemeen, is toevoegen, van niets tot iets komen, zelfs in het minimale is er altijd toevoeging, door iets te isoleren voegt men toe. Henk Visch tracht met minimale middelen een figuur te tekenen (vormen) waarbij enkel de contouren (lijnen) de vorm aangeven, soms voegt hij elementen toe, maar die zijn dan vormelijk anders dan die die bij het beeld behoren. Zijn de figuren van Visch dikwijls grappig, ze zijn toch ook nadenkend en in zichzelf gekeerd, een stilte die we niet echt met Hollanders associëren, al kunnen de beelden groot zijn, ze zijn niet heroïsch, een loflied op het gewone is dan terecht wel weer zeer Hollands. Bij de menselijke figuur ‘kloppen de verhoudingen niet’, soms zijn de hoofden klein (zoals bij Picasso, Moore), de voet dan te groot, de hoofden zijn glad, de lichamen ook – er is een vereenvoudiging die niet tragisch is, dat niet-tragische maakt het werk juist zeer aangenaam, dát heeft Tahon in zijn katholicisme dan weer niet begrepen. Soms zijn de lichamen uitgerekt, zoals sommige surrealisten van de tweede generatie de lichamen deformeerden. Er is echter geen onmogelijkheid om te zien wat gezien moet worden.

Er is een aantal werken van Henk Visch dat ‘niets’ is, een staaf op een driepikkel, die staaf wordt dan bekleed en dat ‘niets’ wordt dan plots een barokke overdaad, een exuberantie van vormen en kleuren die je ergens op een tropisch eiland zou verwachten. Soms doet het werk denken aan René Daniëls, een je-m’en-foutisme die in ernst gedrenkt is. De vereenvoudiging blijkt dan noodzakelijk te zijn om een gedachte uit te drukken.

De dagen was in 2004 een Isthmus-editie, gemaakt door het Grafisch Atelier in Eindhoven, oorspronkelijk bedoeld als een cassette met 5 bibliofiele boeken, zijn er uiteindelijk maar 2 edities verschenen, de ambitie was misschien te hoog, de belangstelling was in ieder geval te minimaal om door te gaan, dwaas was dan ook om in de boeken zelf (wat wijst op het ontberen van een boekcultuur) aan te kondigen wat het programma was, een boek mag toch ook een zelfstandige eenheid zijn, de administratieve gegevens mogen een werk niet bezwaren, enfin, De dagen was een gedichtenbundel van Kreek Daey Ouwens en een prentenverzameling van Henk Visch, zeefdrukken.

De gedichten van Ouwens hebben een kern van eenzaamheid, onbegrip, isolement, ze ontstaan door de herinnering aan wat geweest is (het geheugen verbindt deze poëzie met het werk van Visch), een eenvoudig leven van eenvoudige mensen. Net zoals de prenten van Visch vertellen ze een verhaal, het is niet omdat ze in woorden verteld worden, dat we ze beter dan de beelden van Visch begrijpen. De eenvoud van de woorden en het vertellen blijven een enigma – ze verhalen van particuliere gebeurtenissen. Als in een hemelgat verschijnt soms een aanraking en wordt het vreemde vertrouwd. ‘In de wind was het , en het was een dikke bijna vloeibare wind die je soms naar adem deed snakken en alle kleine geluiden rond het huis vervormde.’

Er is de verwondering van het kind (de volwassene) over hoe de wereld in elkaar zit, hoe de mensen zijn en hoe dit alles te begrijpen is, te verdragen is, een ongemak dat het leven is. Een reiken naar een vreugdevoller leven: ‘En wat zou ik graag van plaats willen ruilen met die kleine merel die zich het hart uit zijn lijf zingt!’. De prenten van Henk Visch staan naast deze woorden maar vullen toch aan, net zoals de woorden de beelden aanraken zonder dat ze elkaar staan te verdringen. Bij beiden gaat het om eenzaamheid en verbondenheid, bij Ouwens wordt de tragiek duidelijk uitgesproken, bij Visch is de drang naar de ander veel minder dramatisch, daarom is ze nog niet niet noodzakelijk.

Een gedicht van Kreek Daey Ouwens luidt aldus: ‘Ik wil vandaag een heel mooi verhaal schrijven, en ik begin met te laat op te staan, een uitgebreid ontbijt te nuttigen, en vervolgens zit ik tot laat in de middag voor de televisie.’ En Henk Visch maakt op de volgende bladzijde een tekening:

20-08-2019_rein dufait_henk visch_de dagen_2004 zeefdruk 2

een man en een vrouw vormen een koppel, de man neemt met zijn arm de vrouw teder vast, beiden hebben geloken ogen, het gezicht gebogen, de armen zijn languissant getekend – we zien Jean Cocteau, de mime van Jean-Louis Barrault, spaarzaam is er rood aangebracht, de voeten zijn getekend en staan, wel en niet in elkaar gestrengeld, stevig op de grond, de kleine borsten van de vrouw minuscuul getekend, er is geen agressie, geen geweld, het geluk bestaat en kan getekend worden.

Henk Visch toont in het weekend van 24 en 25 augustus in het atelier van Rein Dufait nieuwe werken, o.a. ‘War and peace’, een groot kleurrijk beeld, een steen gelijk, verdeeld in vele verschillende kleuren; een grote tekening ‘Killed on the beach’; ‘I know your ace but forgot your name’, een wandelaar met een boomtak als wandelstok, zwemvliezen aan, een zonnehoed op het hoofd, klaar om het Oostendse strand op te gaan, de figuur is groot, je wordt bijna overdonderd maar dan zie je hoe er een mens in het kleed verborgen zit, zoals een kangoeroe haar jong draagt – de mens is zorgzaam.

Rein Dufait houdt in het weekend van 24 en 25 augustus een open atelier gekoppeld aan een tentoonstelling met werk van Henk Visch, Philippe Van Snick, Leen Van Tichelen, Sine Van Menxel en Rein Dufait zelf, Schelp, zink, ruimte, wolk en overlap (Biekorfstraat, loods G18, 8400 Oostende).

De dagen, gedichten van Kreek Daey Ouwens en prenten van Henk Visch, 77 exemplaren genummerd en gesigneerd, Isthmus-editie 1, 2004