sfcdt

Tag: gent

gent : stad van tegenwerkers, helmakers

Hoe meer bureaucratie, hoe meer corruptie. Bureaucratie is een systeem waar niet de inhoud telt, maar wel de vorm, het doen alsof, de façade is belangrijker dan de taak, er is een formalisme dat de ethiek verdringt, bureaucratie is daarom steeds verdrukking en onderdrukking – verdrukking van het waardevolle, onderdrukking van de waarheid. In het Westen ligt de waarheid in het denken, de wetenschap, de feitelijkheid en de bewijsvoering.

De Stad Gent heeft beslist dat de wijkbibliotheek van Gentbrugge zal verhuizen naar het vroegere dienstencentrum dat nu verbouwd wordt en dat kadert in een beweging van meer centralisatie, dus meer controle, door de overheid die geen overheid is voor zichzelf. Die centralisering staat echter haaks op een andere beweging, de pseudo-democratisering, het pseudo-luisteren naar de bevolking, de pseudo-nabijheid, de pseudo-bloembakken – in die beweging transformeert de macht zich tot een sprekende slijmbal  – echter vals plastic. Enerzijds zegt men door te centraliseren te besparen, anderzijds gooit men het geld letterlijk buiten door steeds weer gebouwen te moeten aanpassen aan nieuwe functies die het geen 10 jaar uithouden. Ook dat is de inherente corruptie: het niet nadenken, geen doelstellingen hebben, de bevolking voorliegen én de kennis niet toepassen.

Het huidige gebouw in Gentbrugge is onderkomen, jarenlang verwaarloosd, een gehuurd gebouw bovendien, de meubels van hot en her aangesleept, niet bij elkaar passende rekken naast elkaar gezet, duister, geen smaak – dus geen cultuur. Het gebouw lag niet in het centrum van de deelgemeente, wel centraal, de Kerkstraat, uitlopend op het Kerkplein. De straat was vroeger een winkelstraat, de winkels zijn nu verdwenen, toch behield de straat een zeker percentage passage. De laatste jaren zijn er in de directe omgeving heel wat nieuwe gebouwen bijgekomen, zowel eengezinswoningen, als appartementsgebouwen, ook sociale woningen in zover men nog van woningen mag spreken als het om sociale woningbouw gaat, de laatste 10 jaar is de densiteit van de omgeving rond de bibliotheek sterk verhoogd en dat proces is nog niet ten einde. Een hedendaagse bibliotheek heeft niet alleen een passieve functie, wachten tot de leners binnenkomen, ook een actieve, men moet lezers maken. Er is een sociale functie bijgekomen: de kloof tussen cultuur en niet-cultuur, dus tussen menselijkheid en maatschappij, tussen kansen en kooi, is angstaanjagend verhoogd, een openbare bibliotheek heeft een directe functie: mensen uit de culturele achterlijkheid te halen, ook om hen economisch hoger te brengen. En niet alleen voor de, zoals men nu orwelliaans liegend zegt, de ‘nieuwe generatie stedelijke jongeren’ – de cultuurloosheid van de blanke middenklasse is al even angstaanjagend, niet enkel aangejaagd door de ‘sociale media’, zeer zeker ook door de klassieke televisie en radio, ten dienste van macht en geld. De huidige wijkbibliotheek is dus bijzonder goed gelegen om een volksbibliotheek te zijn, als men ten minste ook een actieve bibliotheekpolitiek zou voeren én als men de bevolking ernstig zou nemen en haar een gedegen dienst zou willen geven. En kunnen geven, maar vermits het beleid geen (bibliothecaire) ethiek kent, is ook dat onmogelijk geworden.

Het administratief gebouw waarnaar de wijkbibliotheek verhuist, wordt ‘de Felix’ genoemd, naar de architect Paul Felix, (‘Samen met de buurt, de toekomstige gebruikers van het gbeouw [sic] en het ontwerpteam werd “de Felix” gekozen.’, staat op de website van de Stad Gent te lezen – en u gelooft dat), het drama van Gent (en andere steden): men bezit veel onroerend goed maar weet niet wat ermee gedaan, (het neoliberale programma van ‘kerntaken’, in feite de vernietiging van  de overheidsgedachte, is daar debet aan), dan maar politiek en ideologisch geklungel, verwoord als ‘ontmoeting’. Officieel, dus gezouten, heet het: ‘Vanaf het najaar van 2023 wordt dit gebouw de nieuwe thuis van de Academie voor Muziek, Woord en Dans De Kunstbrug, publieke werkplekken en de Freinetschool ‘t Groen Drieske. Ook de loketten van Dienst Burgerzaken, de wijkbibliotheek met leescafé en het politiecommissariaat Gentbrugge komen er. Buurtorganisaties- en bewoners kunnen de gedeelde ruimtes in de Felix gebruiken voor hun activiteiten.’ – het gebouw heeft dus geen eigen functie meer, geen eigen gezicht, een allegaartje van allerlei diensten, waar men ook voor een deel geen zicht op heeft wat er gedaan zal worden. Ook dat een teken van de tijd: een overheidsgebouw heeft geen duidelijk functioneel gezicht meer zodat men vanuit het openbaar domein zou kunnen zien wat het is – het misbaksel De Krook werd door de architecten beschreven als een boek – dat werd geloofd door mensen die nog nooit een boek gezien hadden – Georges en Julia noemden het een e-book en werden daarom met de dood bedreigd. Een normale, verstandige politiek zorgt ervoor dat een bibliotheek ‘midden’ een werkveld staat, niet aan de rand ervan – de redenering is simpel: hoe meer bereik mogelijk, hoe beter de werking kan zijn.

Dit gebouw, ‘de Felix’, staat op een eiland, echter zonder veel water errond. Het staat geïsoleerd in een grasveld als een stenen blok, statig en overdonderend, aan de kop van een uitgestrekt natuurgebied, de Gentbrugse Meersen, en even verder is er een fysieke barrière, de zo gekende brokkelbrug van Gentbrugge, weliswaar op pylonen, maar toch een barrière, een kille, gure plaats, een afslag van/voor de autosnelweg, veel openbare terreur, pardon het openbaar vervoer van De Lijn zorgt voor de mensen, de dichtbije straten zijn bewoond door een niet zo jonge bevolking, blank, middenklasse, politiek voordelig. Op de website staat een foto ‘ter promotie’: u ziet dat de boeken op ooghoogte staan, dat ze gemakkelijk te bereiken zijn, gevaarloos voor ‘opa en zijn kleindochter’ – alleen al deze foto toont hoe gecorrumpeerd men is – corruptie is niet doen wat men geacht wordt te doen. U ziet geen personeel, het vak bibliothecaris is in Gent immers afgeschaft en vervangen door censor librorum, boekverbrander, moordenaars van de vrije gedachte en ideologisch gespuis: het fascisme een feit.

Ook opvallend is dat in de officiële verklaring staat dat de bibliotheek een leescafé zal hebben, een filiaal heeft weliswaar altijd een beperkt aantal openingsuren, de dorstigen moeten doseren, het leescafé zal dus een eigen werking moeten hebben, is géén bibliotheekbeleid, d.w.z. in de huidige ideologie: het café moet geld opbrengen. En enkele jaren geleden werd beslist om alle krantenabonnementen (van tijdschriften was dat al grotendeels gebeurd) voor de filialen op te zeggen, men wilde immers een ‘papierloze bibliotheek’ – de verantwoordelijken voor die onzin, maken nu carrière. Het gebouw wordt in de reclame voor zichzelf versierd met bloembakken

daarmee het brutalisme van Paul Felix ontkennend, (zoals men in een auto gordijntjes aanbrengt), daarmee ontkennend wat cultuur is en aantonend wat Karl Marx bedoelde met ‘rozen op de ketting’ – leugens renderen, denkt men. Men zegt een gebouw te respecteren, in werkelijkheid spuugt men op de cultuur.

Uit GIS-onderzoek weten we dat mensen een wijkbibliotheek bezoeken als ze in een straal van ongeveer 1,5 km wandelafstand (wat iets anders is dan vogelvlucht) wonen. Deze afstand is een internationale norm, en ik weet wel dat Gent boven alle normen staat, toch werd deze norm in een onderzoek specifiek voor Gent bevestigd – dit is het bijkomende drama van de huidige tijd: culturele instellingen worden niet geleid door bibliothecarissen, zij zijn dan ook vrijgesteld van het lezen en kennen van vakliteratuur, de politici, in dit geval de ex-liberale schepen, Sami Souguir, elke maand dikker, die in de voetsporen treedt van zijn nationalistisch-socialistische voorgangster-schepen Annelies Storms, met een kabinet van liberale knechten en meiden, willen scoren, in de belangstelling komen maar hebben geen benul van dat waarmee ze bezig zouden moeten zijn, men doet niet wat men geacht wordt te doen, men is bezig zichzelf ‘in the picture’ te zetten, de bibliotheek is een instrument ter verknechting, een leugen die als beleid wordt voorgesteld.

In het geval van ‘De Felix’ heeft men dat ideële bereik (een werkgebied waar de afstand tussen woning en bibliotheek  ongeveer 1,5 kilometer bedraagt) al met 5/6 verminderd (alles wat achter en naast het gebouw ligt is natuurgebied, wat ervoor ligt is een fysieke barrière, de directe omgeving is gras) en omdat de wijk die evenwijdig loopt met het gebouw, vooral bestaat uit ééngezinswoningen en villa’s waar een blanke middenklasse woont, wordt de potentiële lezersbevolking verder sterk uitgedund. Wat voorgesteld wordt als een positief gegeven, is een anti-bibliothecaire en anti-culturele actie, in geen geval gericht op een werkelijk bibliotheek- of boekbeleid, zelfs is er geen sprake van een financieel verstandig beleid. De impact van dit gebouw op de omgeving is dus quasi nihil (zo kan men ook in een nudistenkamp een kledingzaak openen), maar, zegt men, er zal veel ‘passage’ zijn, men spreekt van een opa die ’s morgens zijn kleindochter aan de schoolpoort afzet, wat paperassen in het dienstencentrum komt regelen (een wekelijkse bezigheid blijkbaar) en boeken gaat lezen in het leescafé – het vertellen toont de dwaling, de dwaasheid en de leugen aan. Architecten die geen urbanist zijn, zijn ook geen architect – het heeft geen zin een fontein te plaatsen als er geen water is.

Omdat Boek.be failliet is, werd het concept te koop aangeboden (het concept is : enkele personeelsleden die hun werk de voorbije jaren niet gedaan hebben voor het organiseren van de jaarlijkse Boekenbeurs). Er waren veel geïnteresseerden maar niemand hapte toe (uiteraard kwam de geheel uit subsidies opgetrokken pralinekenner Jos Geysels op de proppen). Uiteraard was ook Gent geïnteresseerd, altijd tuk op de restjes van anderen, maar bedacht zich en, zegt de zogezegde schepen van Cultuur, broedt wel nog altijd op een concept – als men niet weet wat boekcultuur is, moet men broeden (wie kennis zou hebben, zou weten wat er gedaan moet worden), maar het broeden, geheel in overeenstemming met de politieke censuur die men in de bibliotheek toepast (boeken worden vernietigd, de gelovige, islamistische en katholieke, moreel superieuren, maar niet de intelligenten, bepalen nu wat mensen mogen lezen, een beleid dat niet in overeenstemming is met het decreet van 1978 maar fascisten hebben geen wetten nodig, en geheel in overeenstemming wordt het bibliotheekpersoneel naar heropvoedingskampen gestuurd), gaat de al lang gekende richting uit, het verleden is de toekomst, “Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst” zei George Orwell :

open brief aan de fietsende heren der schepping

U, de koningen der schepping, de leeuwen van het heelal. Daar komt u mij tegemoet gereden, gebogen over het stuur, uw mond knijpend, uw ogen dicht geknepen, de knokkels van uw handen wit van spanning – u rijdt en u rijdt en u raast alsof de dood op uw hielen zit, u vecht, u is een ridder-held, de draak achtervolgt u, al denkt u het omgekeerde. U bent een gevaar. Als u toevallig kijkt, zie ik in uw ogen de schaamte gloren, die slaat u dood. U draagt een helm terecht om de weinige hersenen die u heeft, te beschermen. Ach, wielerterroristen, een abjecte soort.

Hoe u uzelf toetakelt! Ik weet niet wat u ziet in de spiegel, als u ’s morgens vertrekt, maar wat ik zie!

Vorige week kwam er zo’n beest op mij afgestormd, kop vooruit, armen breed, dikke billen, de schrik sloeg mij om het hart. Ik dacht in het Afrikaanse oerwoud verzeild geraakt te zijn, eeuwen geleden, een voorvader van mezelf. Toen u voorbijgeraasd was, besefte ik dat u op uw helm een Vlaamse leeuw had staan, wat lachte ik toen, het was een lammetje dat mij passeerde.

Sommigen onder u dragen een bandana. Heren, een bandana, dat doet denken aan ‘Eviva España’, gezongen door Samantha, ik weet dat roept bij u herinneringen op, maar smaakvol is anders en bovenop die bandana dragen sommigen dan nog een helm, in de nek, een sliert stof als was het een haarstreng, in velerlei kleuren die niet gepast zijn – heren, een keizer van de wereld draagt geen bandana. En die zonnebril waarmee u gluurt. Misschien ziet u uzelf als Jack Nicholson, u bent de enige.

Sommigen onder u zijn so cute, zo lief, zo schattig, dat u angstaanjagend bent. U draagt roze sokken, een roze t-shirt, sommigen een roze broek – u begrijpt dat u geen strijder meer bent, maar eerder een rijdend doopsuikerdoosje? Waarom dan nog een baard, waarom die stoppels, die waren er toch om u meer man te doen voelen? Waarom zo’n breed stuur, die ellebogen breed gezet? Zoveel plaats nodig? Dan moet u wel heel belangrijk zijn. Zo belangrijk dat u wegsnelt.

Het is zondag, na de tomatensoep, de kip met frieten, sla en mayonaise, de afwas gedaan, met moeder de vrouw nu op stap op de fiets. Uw vrouw is normaal gekleed, maar u, natuurlijk, niet. U heeft uw pakje aangetrokken, al dan niet bedrukt met benodigdheden voor moeder de vrouw, al dan niet op uw koersfiets. U ziet er uit als het zesjarig jongetje in Zorro-pak die met zijn moeder aan de hand even buiten mag, zich tonen kan, stoer is. U begrijpt waarom uw vrouw gegeneerd is?

En heren, de pakjes waarin u zich wringt, u lijkt wel een balletdanser te zijn, waren daar niet al die uitstulpingen. Uw mannelijkheid, uw enige trots, ligt daar vooraan, in rust, heren, let toch op uw zaak, die is niet onze zaak. Sommigen van u zijn in het zwart gekleed (als we van ‘zich kleden’ mogen spreken), zoals altijd, de beesten zijn in het zwart gekleed, hun zwart, de dracht der doden. Maar u moet begrijpen dat zwart niet zwart blijft, door het wassen, door de zon, door uw machtige dijen degradeert de stof, wordt het zwart grijs, komt het textiel open te staan en daar verschijnt uw gele, blauwe, roze, witte onderbroek, nee, heren, zo vertoont u zich niet.

Sommige heren, echte beren, torsen publiciteitscampagnes met zich mee, als waren ze sandwichmannen. Op uw billen, ‘Restaurant Zachte Billekens’, op uw armen ‘Loodgieterij Frans Timmerman’, op uw rugzijde ‘Verzekeringen Zilverling’, op uw brede borstkas ‘I.T. Opgeligt’ en aan uw onderzijde een bierton – nooit een boekhandel, een uitgeverij, een cultuurzaak. U bent snel en niet gecultiveerd (neemt u dan toch de auto als het snel moet gaan). Sommige wansmakelijken hebben een pakje in verschillende kleuren aan. Ongetwijfeld werd u dat verkocht als slankmakend, u heeft zich laten bedotten.

Anderen onder u hebben oortjes in, moeten jullie opgehitst worden om vooruit te geraken? Ach, de zweep waarnaar u verlangt. Het zweet, geen liefdeszweet. De laatste tijd, u bent immers snel en zoeft met uw tijd mee, dragen sommigen onder u een luidspreker met zich mee, net alsof u nog hitsiger moet worden. Heren, de vogels schrikken! U maakt lawaai, maar u bent snel voorbij, waarvoor alle dank.

Sommigen onder u kunnen niet zonder elkaar. Daar zoeven jullie op fietspaden door het Vlaamse land in rijen van vier of vijf, in groep voelt u zich sterk en de eenzame fietser moet maar uitwijken. U roept en tiert, u communiceert, u bent luidruchtig en zeer gewichtig, u bent een lid van de gemeenschap, nu bent u een hele man. Nu durft u te terroriseren, ruimte te veroveren. Zal ik zwijgen over die stoere mannen op rossen met dikke banden elektrisch aangedreven zich moeten haasten om op het werk het hondje te spelen, hoe denkt u over uzelf? U bent meelijwekkend in uw haast, uw stoerheid is slechts schijn, u bent een gedrevene.

De Fietsersbond schildert, als een echte vandalenbond, op de fietspaden ‘Fijn dat u fietst’ (maar waar haalt men die onderpastoorsmentaliteit vandaan om volwassen mensen te zeggen dat iets fijn is, zou iemand fietsen omdat de Bond hem of haar fijn vindt? – de bond is zo’n typisch middenklasse-groepje dat alle tegenstellingen wil verdoezelen. De fietsideologie zegt immers dat wie fietst een betere mens is, het fietsen is het allesoverheersende goed dat al het kwaad verbrijzelt. En toch twijfel ik: jullie die hard autorijden en overlast bezorgen, zijn dezelfden die hard fietsen en overlast bezorgen. Jullie die op dure koersfietsen rijden, als waren jullie nog een kind dat denkt Rik Van Looy te zijn, maar is een Tom Boonen-idioot, al fietsen jullie hard en duur, jullie zijn toch de minderwaardigen. Waar is de tijd dat zelfs coureurs een wielrennerspetje droegen, zoals de fietsers een werkmanspet? Ach, waar is die tijd gebleven dat wij fietsers geen voorhoede, geen morele club waren, maar enigszins achterlijke sukkels, de weigering met de auto te rijden onmaatschappelijk gedrag, te traag om snel te zijn, vrolijk fluitend of lustig neuriënd, vol goede smaak om zich geen rennerspakje te kopen, te slim en te braaf om zich te laten meeslepen met het gewoel en gejoel, een beetje simpel van aard en ambitie, zich graag lieten bedienen door autorijdende vrouwen.

Nee, heren, u bent niet aangenaam en het is niet fijn dat u fietst.

Beeld: Natalia Goncharova, De fietser, 1913

groezel

Weer sta ik hoofdschuddend aan het graf van Christine D’haen op het Campo Santo in Gent. De dichter wilde een eenvoudig graf – maar een eenvoudig graf, is niet zo eenvoudig en vraagt veel van de overlevenden, tenzij men de eenvoud van de natuur aanvaardt en de mens vergeet. Een al te vuile steen, een al te groot gat, hoe moet dit gevuld worden als een graf niet onderhouden wordt? Denkt men echt dat er in de natuur enkel gecultiveerde rozen op een graf zullen groeien, dat het gras zichzelf snijdt, het onkruid bij de buren terechtkomt? Dat plastic potten zichzelf opvreten? Zie dat woekeren, niet dat onkruid geen leven is – zie die armzalige rozen vechten tegen de ruimte die niet ingenomen kan worden, het is de leegte. Had men iets meer betaald, dan had men een volle steen kunnen kopen, men had zelfs de kostprijs kunnen laten inbeitelen, of woorden als ‘Het is niets’, maar nee, er moest een voortuintje zijn, waarom geen mini-bank en mini-kabouters? En nee, zelf onderhouden wil men niet. En ja, er bestaan firma’s die grafzerken voor verre familieleden onderhouden, maar ja, dat kost geld en al die moeite. Ach, dit land kent geen (graf)cultuur en is al te benepen in hoofd en portemonnee.

Christine D’haen is in de Nederlandse literatuur van de 20ste eeuw het grote voorbeeld van de literatuurpoëzie: onder de laag van het eigen leven en denken, liggen de culturele lagen van de beschaving. Bovendien was ze de laatste vertegenwoordiger van een internetloze generatie. Haar bibliotheek, en niet te vergeten die van haar man, was daarom van uiterst groot belang – ook al zegt een bibliotheek niet alles, toont ze niet alle bronnen, voor iemand als D’haen was ze toch een spiegel en een bron. Die bibliotheek is nu verkwanseld, is niet meer als een geheel te reconstrueren. Een deel werd in de eigen familie gehouden, een deel naar Antwerpen gebracht, een deel verkocht. In dat laatste deel ook driftig geannoteerde boeken.

Van Lucebert’s boeken werd een inventaris gemaakt, weliswaar door Lisa Kuitert en dus beneden intellectueel niveau, zijn bibliotheek was snipsnap, niet te vergelijken met die van D’haen. Van Samuel Beckett’s bibliotheek werd een inventaris gemaakt, zelfs van Hem Day is er een catalogus in boekvorm verschenen. Een deel van Gordon Matta-Clark’s bibliotheek is als een deelproject in boekvorm verschenen. De bibliotheken van schilders, van Vincent van Gogh, van Rembrandt, van Rubens zijn gereconstrueerd. De grote uitgever Laurens van Krevelen en zijn vrouw Frieda de Jong hebben hun surrealisme-bibliotheek geschonken aan het Museum Boijmans Van Beuningen, een publicatie is in de maak. Veilinghuis Beijers heeft in 1972 The Library of the late P.N. van Eyck, inderdaad een verkoopstentoonstelling, wie enigszins iets afweet van cultuur weet hoe belangrijk veilingcatalogi zijn. Maar zelfs dat is er niet van de bibliotheek van Christine D’haen.

In Vlaanderen verkoopt men liever de bibliotheek van de ouders, geld is geld – ook onbegrijpelijk hoe de bibliotheken van Freddy de Vree en Hugo Claus niet beschreven zijn – er zijn in België ‘boekhistorische en -wetenschappelijke verenigingen’ en toch gebeurt er niets, al te bekommerd is men om zichzelf en de carrière. Dat boeken een tweede of een derde leven krijgen, is niet het probleem of dat een belangrijke bibliotheek niet als dusdanig bewaard wordt, wel dat de bibliotheek niet als een verzameling beschreven is. Steeds weer die minderwaardige cultuur van minderwaardige kabouters. Er is geen grafcultuur, er is geen boekcultuur.

Tombeau

Vanavond zoek ik weer de roos
Die haar bloem als een vlam laat laaien,
Terwijl ik rond het graf blijf draaien
Dat zij tot laatste rustplaats koos,

Ik die als schim niet langer bloos,
Maar bleek mijn lijkwade zie waaien,
Wanneer ik nagekrast door kraaien
Bij haar bedauwde bed verpoos.

Zij schatte mijn gezelschap hoog,
Hoe bitter ik haar ook bedroog.
De Dood brak haar meedogenloos.

Ik werd veroordeeld tot de straf
Om ’s nachts te schreien op dit graf
Onder de schaduw van haar roos.

Paul Claes, Animula : twaalf zielgedichten voor Christine D’haen, Druksel, 2011

maart, algelijk

Ⴀ Hedendaagse clichés, 20a : ‘Het is voor iedereen moeilijk.’
20b. Mentale gezondheid
.
20c. ‘In ’t zonnetje is ’t goed hé.’

Ⴀ Gesteld dat ik op Klara de reeks (podcast) Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers had willen volgen, dan nog zou het onmogelijk geweest zijn – de dialectische taal van de schrijver is onbegrijpelijk. Werd er nog maar ‘geaffecteerd Nederlands’ gesproken.

Ⴀ De zogezegde bibliotheek De Krook in Gent en Adolf Hitler vormen samen één front: Hitler schreeuwde, in een toespraak, begin 1933: de literatuur moet een bijdrage leveren aan de » durchgreifende moralische Sanierung des Volkskörpers «.
Zoals Geert Mak het zei over de Nederlandse nieuwe fascisten: ‘En de wolf staat voor ons als een andere politieke partij, die ernaar streeft om als het even kan het land te zuiveren van een bepaalde bevolkingsgroep […]. En de wolf staat in duizendvoud voor ons op Facebook, Twitter en WhatsApp.’ – deze ‘bibliotheek’ was en is zo trots op het twitter-gedrag, het medium van de wolven, was en is zo trots met het ‘meegaan met de tijd’.
Het fascisme is een anti-intellectualistische beweging, daarom is de partij Groen ook een voortrekster.
Maar kijk, toch zal men geen stickers kleven op de boeken (Jude) die volgens de nieuwe fascisten onzuiver zijn, maar ‘slechts’ in de catalogus aanduiden dat het gaat om slechte boeken. Zo volgt men toch de nazi-politiek: eerst registreren om daarna te verwijderen. Men doet alsof men op de stappen is teruggekeerd, de tsjevenleugen, in werkelijkheid wordt het fascisme van een betonnen sokkel voorzien. Zij die verantwoordelijk zijn voor deze actie, zullen beloond worden: een promotie gloort. Zij die zwijgen, stemmen toe. Zoals na de oorlog de verantwoordelijken voor de oorlog zichzelf beloond hebben.

Ⴀ Binnenkort zal blijken dat Jeroen Piqueur en de Optima Bank helemaal niets verkeerds gedaan hebben en dat Daniël Termont een integer politicus is.

Ⴀ Vooruit, het voormalige cultuurhuis in Gent, is op zoek naar een nieuwe naam. Ik heb, als positief ingestelde burger, 2 voorstellen ingediend. Het eerste, ‘Conner Lonner Wonner’, en het tweede ‘Rousseau’ – beide voorstellen werden echter afgewezen. Tijdens de oorlog namen de nazi’s de socialistische krant Vooruit over, men sprak toen van een gestolen titel. Dat is wat Conner Rousseau in 2020-2021 eveneens gedaan heeft.

Ⴀ De heiligverklaring van Sus Verleyen is al een aantal jaar bezig en – om in dezelfde trant te blijven – zijn doodzonde, de alliantie met de Verhofstadt-bende, wordt dan met de mantel der liefde bedekt – nochtans heeft hij het mogelijk gemaakt dat de katholieke lafheid en leugen door de liberale leugen en lafheid vervangen werd.

Ⴀ Niet leven we in een spektakelcultuur, nu leven we in een kleinburgerlijk zeretenencultuur, vleesetende kasplantjes die het voor het zeggen hebben. De uiterste consequentie is dat enkel Amanda Gorman zichzelf mag vertalen. Ook er op gelet dat er steeds over ‘Amanda Gorman en haar team’ gesproken wordt ? – net alsof de dichter een maffiabaas is.

Ⴀ Peter Jacobs, DSL, 27/02/2021, over Oud papier van Leen Huet dat nu heruitgegeven wordt door de reactionaire, Vlaamsnationalistische en katholieke uitgeverij Davidsfonds, eerst verwerpt hij, zonder enige reden te geven, haar nieuwste boek, niet groter dan een alinea, Gouden appels en daarna schrijft hij: ‘Ik besnuffelde liever de heruitgave van ouder werk’ – de recensent als hond, een boek als stront.

Ⴀ Het opvallendste: het gedicht van Amanda Gorman is beneden elk niveau geschreven, het verschil tussen mond en schriftuur: wat gesproken wordt, lijkt soms nog iets, maar neergeschreven: een verzameling gevaarlijke clichés, priesterlijk vermaan, een achterhaald toekomstbeeld, misschien een goede wil, toch vooral een self-exposure en geen enkel verrassend beeld.
Marieke Lucas Rijneveld kwam in zicht om te vertalen.
Daarna schoof Janice Deul zich voor haar. En vertelde niets, hitste alleen maar op, in haar cursiefje stond geen enkel argument.
Daarna kwam Gershwin Bonevacia in beeld als vertaler van het kinderboek van Gorman, ook hij geen vertaler maar hij heeft de juiste papieren: ‘hij is zwart en hij rijmt’ – een ietwat moreel ingestelde mens had deze opdracht geweigerd, alleen al uit solidariteit met Rijneveld én met de literatuur én de vrijheid.
Rijneveld zegt een gedicht te moeten schrijven omwille van de commotie en publiceert dit, dat moet dan gelden als een openbare schuldbekentenis, haar gang naar Canossa, de Moskouse schijnprocessen – maar is dat wel voldoende? Alleen al de intentie dat ze het gedicht wilde vertalen is een zonde geweest, hoe kan men een intentie uitwissen? En wat is dan de waarachtigheid van het gedicht? Een openbare schuldbekentenis is toegeven aan de macht van de meute, dus onbetrouwbaar. Rijneveld is een volwassen vrouw en toch doet ze aan zelfbeschuldiging, zich al dan niet verschuilend achter poëzie. Het Kyrie eleison, Kyrie eleison vervangen door een opgedrongen Mea culpa.

Ⴀ Op Tzum (die om de zoveel tijd Henk van der Meijden doet herleven) las ik dat een zekere Harriet Duurvoort wel 5 boekenkasten heeft en geen enkel boek van Gerard Reve wil bezitten want die vieze man is godslasterlijk. Natuurlijk mag een individu beslissen wat hij in huis heeft maar Duurvoort wil iets anders zeggen: ‘ik ben goed en gij zijt kwaad.’ Binnenkort zal bewezen worden dat de politiek correcten witte broodjes schijten.

Ⴀ In De Tijd van zaterdag 27 februari, Rik Van Puymbroeck interviewt Helen Macdonald die we kennen van H is voor havik, een overroepen en toch goed boek, nu is in Nederlandse vertaling verschenen Schemervluchten. Daar zegt hij, ongetwijfeld op basis van Macdonald, zonder enige kritische noot: ‘Alleen al die schemervluchten – in het Engels mooier: ‘Vesper flights’ – die gierzwaluwen ’s avonds en ook ’s morgens maken, de hoogte in, was zo’n les. Die gierzwaluwen maken die vluchten niet om, zoals men vroeger dacht, te slapen maar om boven een bepaalde luchtlaag het weer te voorspellen en zo te navigeren. Ze doen dat niet allemaal, er zijn er die te druk bezig zijn met hun jongen, maar die laten zich dan leiden door gierzwaluwen die wel omhoog vliegen.
‘Toen ik dat op een conferentie in Cambridge hoorde, was ik omvergeblazen.
’ – deze laatste zin van Macdonald in het interview, dus van haar zelf, dat zal dan toch geen wetenschappelijke conferentie geweest zijn, mag ik hopen..
Wat hier staat is regelrechte, arrogante onzin en domheid, nog erger gemaakt door het denigrerende ‘zoals men vroeger dacht’. Wat hier neergeschreven staat, is een mythisch, pre-darwinistisch denken. Het wordt donker, de ene zwaluw zegt tegen de ander, het wordt donker, straks is er een nieuwsuitzending, de krantenredacties zullen sluiten, ik moet nog gauw het weer gaan voorspellen zodat ze op het KMI weten wat te zeggen en een andere zwaluw zegt, goed, ik blijf thuis ik let op de kinders.
Echt?
Zwaluwen vliegen in de lucht om vliegende insecten te eten, al naargelang de luchtdruk vliegen de insecten, en dus de vogels, hoger of lager (hoe kouder hoe lager). Door de vogels te volgen, kan de mens het weer voorspellen: vliegen de zwaluwen laag, het zal regenen. Mannetjes en vrouwtjes houden om beurten de eitjes in het nest warm, de ene vogel ‘voorspelt’ dus niet, terwijl de andere een zorgende taak heeft: de vogels wisselen elkaar af.

Natuurlijk ziet Macdonald een ‘metafoor’ in  wat de gierzwaluwen volgens haar doen – maar die metafoor is een leugen want gebaseerd op een niet-wetenschappelijk kijken en weten. De les die ze ons wil geven is achterlijk bedrog.
Van Macdonald wordt gezegd dat ze een wetenschapshistoricus is, Van Puymbroeck zal zich ongetwijfeld journalist noemen, beiden bezitten echter geen rationele, wetenschappelijke geest, ze behoren tot de esoterische sekte. En dat bewijst Macdonald nog eens met haar verzinsel over de Royal Society for the Protection of Birds, dit werd door vrouwen opgericht, in 1930 ‘overgenomen door mannen’ (via een staatsgreep?) – de vrouwen wilden, zegt Macdonald, beschermen en redden, maar de mannen waren wetenschappelijk en vonden gevoelens gevaarlijk en wilden dus niet beschermen en redden, maar observeren en kennen. Weer hetzelfde onzinnige cliché: de vrouwen hebben gevoelens, geen rede; de mannen hebben een rede, geen gevoelens; wetenschap is kil, vrouwelijkheid warm. De 21ste eeuw! Nee, er is geen redding mogelijk.

Ⴀ Ook het verschil gemerkt tussen de hitsigheid voor Amanda Gorman en Louise Glück, de Nobelprijswinnaar van 2020, nu al vergeten? – Ach, dus toch: jong vlees. – En vooral: een oorlogsmachinerie. – Nee, houden we het Joodse er toch maar buiten. – Toch, toch.

Ⴀ Zo zegt men het nu: ‘Hoe het debat over wokeness giftig werd’ – hoe wokeness het gif ís, zou beter gezegd zijn.

Ⴀ Er was eens een rector die zich in de media goed voordeed. Hij had in zijn huis vele dienstmaagden die hij zei graag te zien wij wilde immers zelf graag zien. Hij was voor de buitenwereld de voorkomendheid zelve, zo weldenkend als een Vlaamse nationalist zich kon voordoen, zo simpel godsdienstig als een ware Jezuïet, het evenwicht, de rustige pastoor, altijd zalvend zichzelf zegenend. De goedheid zelve, aan de welgevulde tafel. Toch moesten de dienstmaagden ook eten en dat was hem op den duur te veel – zoveel kosten, zoveel nutteloze monden. Hij gaf het beheer over hen aan een vriend die beloofde voor hen te zorgen en hen even veel te betalen, tenminste als ze meer uren werkten en tijdens de uren harder – dienstmaagden zijn immers geen rectoren, dienstmaagden zijn het best als ze veel werken. Zorg goed voor hen, zei de goede rector, dan kan ik het bespaarde geld aan mijn pr besteden. En zo gebeurde. De dienstmaagden werden minder betaald, rapper aan de deur gezet, nieuwe dienstmaagden werden van over de grenzen binnengehaald, een verantwoordelijke sprak gebarentaal, de mensentaal te min. De goede rector was tevreden, nu leefde hij geheel volgens zijn pr in de markt gezet. En zo ging de goede rector de geschiedenis in. (Toch heeft iemand, een ketter ongetwijfeld, Herman Van Goethem horen zeggen: ‘Op het werkvolk mag je spugen.’)

Ⴀ Dacht men dan dat het dom gepeupel niet meer bestond? Het is wakker geworden en huist nu in de weldenkende klasse van de zeretenengeneratie.

Ⴀ Treurnis. De blog, Inktspat, van Peter Bormans (de kenner van het werk van o.a. Jan Elburg) is verdwenen, moe gestreden – er stonden stukken op waar je je hoed voor moest afnemen – onherroepelijk weg – zij die de cultuur zogezegd beschermen en verdedigen, hadden al lang een plan moeten hebben om blogs te behouden, over te nemen, op een server te plaatsen. Nee, liever is men activistisch-fascistisch bezig. En dat is één blog, zo zijn er nog talloos andere, gekend en niet gekend, mensen die onopvallend belangrijk werk verrichten, vroeger kon je in obscure tijdschriften nog iets vinden, nog veel sneller dan men (Robert Darnton!) ooit gevreesd heeft, is de leegte aanwezig – en wat zullen die activisten-fascisten dan doen als er geen cultuur meer is? Zichzelf opvreten?

Ⴀ Om de zoveel tijd moet men het weer hebben over de dt-fouten waartegen zoveel ‘gezondigd’ worden, althans volgens de experten, net alsof er geen mensen, ja, zelfs kinderen zijn, die geen dt-fouten schrijven – waarom heeft men het nooit over de verwarring tussen jou en jouw? En hoe doen Engelse kinderen het dan? Oh, die zijn veel slimmer dan de Vlamingen. De komiek van dienst was in het weekend van 6 maart (DS) Dom Sandra, die zijn naam niet gestolen heeft. Hij is ‘hoogleraar Psycholinguïstiek en Algemene en Nederlandse Taalkunde’, natuurlijk aan de Universiteit Antwerpen, daar hebben ze geen ethiek nodig. Dat de professor zichzelf interessant wil maken, ok, hij doet wat zijn rector doet, maar dat hij dat doet met onwetenschappelijke en onjuiste argumenten maakt zijn hoogleraarschap meer dan verdacht.
Hij begint uiteraard met een zelfverdediging, haha. Dan doet hij ‘wetenschappelijk’ – ‘Die observaties (er zijn dt-fouten) roepen een wetenschappelijke vraag op’, schrijft hij – ha, de professor beroept zich op wetenschap. Zijn betoog steunt op een metafoor: de mens heeft een werkgeheugen en dat is klein, dan ook nog een langetermijngeheugen dat een stoorzender is en de dt-regels kunnen moeilijk geautomatiseerd worden – dus moeten we de dt-regels afschaffen. De argumentatie van de professor is esoterie.
De metafoor is verdacht, wat moet men in de jaren 50 van de vorige eeuw dan als argument gebruikt hebben? Bovendien lijkt de professor wetenschappelijk te zijn maar hij is dat niet – de metafoor neemt bij hem de werkelijkheid over. Hij schrijft dat het ‘werkgeheugen’ te klein is – maar hij weet blijkbaar niet, psycholinguïstiek niet kennende, dat een werkgeheugen uitgebreid kan worden, dat er wel degelijk geautomatiseerd kan worden en dat dit enige oefening vergt (algoritmen) – is het zo simpel? Het is zo simpel. Het hele betoog wordt pseudowetenschappelijk opgebouwd, de conclusie van de ‘professor’ gaat daar dan toch nog tegen in: ‘het gezond verstand’ zegt dat de dt-regels daarom afgeschaft moeten worden.
In het verkeer worden veel overtredingen tegen de opgelegde snelheid vastgesteld. Daarom moeten snelheidsbeperkingen afgeschaft worden.
Het geweld in gezinnen verhoogt  jaar na jaar. Het gezond verstand zegt dat we de gezinnen moeten afschaffen.
Antwerpse professoren halen het nieuws met nepnieuws en nepargumenten. De universiteit van Antwerpen kunnen we afschaffen.

Ⴀ Dat de nu gevangen gezette Tony Coonen,  van de partij Vooruit met het geld, de ex-man is van Hilde Claes en dus de ex-schoonzoon van Willy Claes heeft helemaal niets te betekenen. Dit is Limburg – en tel ze op, kijk waar ze zitten en weet wie ze in zetels gekregen hebben, weet waar het machtscentrum van De Lijn is, besef dat Limburg het Belgisch centrum van maffia en drugsmilieu is, en dat is louter toevallig en heeft niets met politiek te maken.

Ⴀ In MO* een interview met Meryame Kitir (van de partij Vooruit met de geit) met de haar welgezinde John Vandaele – verbijsterend is dit interview ‘inhoudelijk’, verbijsterend dat dit kan passeren. Een staatssecretaris die niets te vertellen heeft, 4 maanden heeft moeten studeren op haar domein (en dat betekent dus 4 maanden tijdverlies, een onderwerp dat ze dus niet kende en nog steeds niet weet waarover ze spreken moet, ongetwijfeld in haar onnozelheid bevestigt dat ze in ‘ontwikkelingslanden’ het repressief apparaat steunt (ze weet wel niet over welke landen het gaat) en een positieve boodschap wil brengen van zelfredzaamheid maar de voorbeelden die ze geeft tonen juist het omgekeerde aan. Waarom Kitir zulke posities in de sociaal-democratische partij heeft opgenomen/gekregen/toegewezen was voor sommigen een vraag. Het antwoord is: de Limburgse belangen verdedigen. ‘Daar wil ik echt wel bij stilstaan omdat het voor mij belangrijk is.’ – Kitir is hét voorbeeld van hoe de politiek zichzelf vernederd heef, afgegleden van het rationalisme naar een inhoudsloos en dus gevaarlijk sentimentalisme.

Ⴀ Het KMSKA, het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen is al meer dan een decennium dicht – dat betekent dat al meer dan één generatie schoolkinderen geen museumbezoek heeft kunnen en mogen afleggen – de onbekwaamheid en de regelrechte barbaarsheid van overheid en architecten hoeft niet verwoord te worden: de feiten zijn er. Nu wordt het museum wel geopend, en in de nieuwsbrief zingt de directie, pardon, het management, zichzelf de lof: wat een prestatie van ons helemaal onszelf. Ohla, het museum wordt geopend voor een catwalk, in dienst van commerciële mode, geldbelangen, investeerders – geen publiek is toegelaten. De stand van de cultuur, de cultuurdragers die de cultuur zouden moeten verdedigen. Ransel ze de tempel uit.

Ⴀ Alexander De Croo en Frank Vandenbroucke moesten zo nodig naar de kapper en dus gaan de corona-besmettingen de hoogte in – nu ze naar de kapper zijn gegaan, kan het land weer op slot.

Ⴀ Ook zo gelachen toen het federale niveau, de nepprofessor Vandenbroucke, einde van het kleine beetje Latijn was en de hete aardappel naar het gewestniveau doorschoof, te weten de onderwijsministers? Zo moedig is hij wel, de perfessor. En wat deed Weyts? Het onmogelijke, maar hij zei wel: geef ons vaccins, de rest is gezever, we hebben vaccins nodig, maar waar blijven die? (En nu we zover zijn: vijgen na pasen.) De pseudopoliticus, nu ook al vooruitgangster, vond de voorstellen van Weyts formidabel en hij zweeg over de vraag naar vaccins, want dat is zijn verantwoordelijkheid. De perfesser heeft geen kleren aan. In Knack van 24 maart stond een interview met Peter Knoope die het generatieconflict aanklaagt: jarenlang zegt men dat de ouderen een probleem zijn en dan is het niet te verwonderen dat ouderen als dood hout gezien én behandeld worden. De louter uit ideologie en zelfwaan bestaande Frank Vandenbroucke zet al decennialang de generaties tegen elkaar op – de ouderen zijn het probleem, het zijn profiteurs en die ouderen moeten letterlijk aan banden gelegd worden – een kettinghond verdraagt niet dat er straathonden rondlopen. Zoals elke Thatcheradept zet Vandenbroucke bevolkingsdelen tegen elkaar op – daarmee een klassenanalyse verhinderend – want een klassenanalyse zou blootleggen hoe neoliberaal deze valse politicus is.
Of de argwaan tegen vaccins? Toen de eerste resultaten verschenen, was het Vandenbroucke die zei dat je die farmabedrijven niet mag geloven, het is immers allemaal te doen om het geld (zoals hijzelf maar al te goed weet). Het is goed zich te herinneren dat hij behoort tot die partij die homeopathie op hetzelfde niveau als de geneeskunde stelt – het volk bedriegen is voor dat soort een normale handel. Nee, het lachen vergaat ons.

Ⴀ N.a.v. de bevestiging door het Vaticaan dat homoseksualiteit een zonde is, schaamt bisschop Johan Bonny zich. Maar waarom? Vrije seksualiteit is onverenigbaar met het katholicisme. Toch is deze godsdienst een theologische constructie, gericht op fokken voor God en Kerk, dat homoseksuelen kunnen huwen (de kleinburgerlijkheid troef) is voor het katholieke geloof onmogelijk: dan moet de hele sacramentenleer immers op de schop en dan bestaat het katholicisme niet meer. Als Bonny zegt zich te schamen, moet hij uit de Kerk treden – dan pas zou men hem mogen loven.

Ⴀ Gouwleider Milo Rau, Direktor Schauspielhaus NTGent, is eredoctor gemaakt aan de Universiteit Gent – het establishment sluit de rangen, Rau is dus in de loge opgenomen. De zogenaamde criticus ontmaskerd als vulgaire arrivist, op de kap van het leed zichzelf decorerend.

Ⴀ Multiple choice! Saint-Daniël Termont is, naast zijn vele andere pensioenbaantjes, tot ereconsul van Marokko benoemd. Dit is hem gelapt
1. omwille van zijn pianospel
2. omwille van zijn Gentse talenkennis
3. om het foefelen.

esthetiek ?

De Leopoldskazerne in Gent was/is een neogotisch gebouw, niet vervallen, stevig gebouwd, wel lelijk, zoals alle nep. Het leger moest besparen, de kazerne werd te groot, Druksel heeft daar nog in een turnzaal 2 keer de beurs georganiseerd. Het MSK is een korte tijd in één van  de torens gehuisvest geweest, er werden ateliers voor kunstenaars ingericht. Er was een rare samenwerking tussen Stad en leger. Plots, de wegen der duivels zijn duister, werd het pand door de provincie aangekocht – op dat moment wist men al dat de provincies zouden afgeschaft worden – en daarna weer verkocht – de provincie Oost-Vlaanderen en het vastgoed: daar is meer dan één misdaadroman over te schrijven. En dus werd de kazerne gedeeltelijk afgebroken, onderkelderd voor garages, de middenklasse moet bediend worden, een deel blijft cultureel, toch blijft de ligging problematisch, de ring (der moord) rond Gent ligt aan de voet van het gebouwencomplex en het project is natuurlijk op maat van het rijke gemeen, de morele en culturele onderklasse, ontworpen. Alhoewel de provincies in de feiten al afgeschaft zijn, komt er toch weer een nieuw Provinciehuis, er komt zelfs een hotel, niet zomaar een hotel, maar een hip hotel. Uiteraard is dit een ‘stadsbuurt’ en ‘toekomstgericht’ – ongetwijfeld zal men ook vinden dat de geschiedenis en het moderne naadloos in elkaar overvloeien, dat er een gelukkig huwelijk is tussen oud en nieuw, dat de geschiedenis eigenlijk al de toekomst is. (Ooit werd geopperd om de kazerne niet te verkopen maar als ‘reserveplaats’ te houden wanneer bij rampen veel mensen tegelijkertijd verzorgd moeten worden, zoals een bom tijdens de Gentse Feesten, een pandemie, een algemene vergiftiging van de bevolking, enz. dat werd allemaal weggelachen – een pandemie? We zijn de Middeleeuwen niet meer.)

En zie, je kijkt naar de website en alle clichés komen voorbij (de reclamesector is een creatieve sector, zegt hij zelf). De architecten zijn B2Ai, 360 architecten, Sergison Bates architects, uiteraard wereldberoemd en gekend om hun subtiele ingrepen. Op de website van de immobiliëngroep Ciril staat te lezen: ‘Een unieke locatie, op het kruispunt tussen oud en nieuw. De Leopoldskazerne krijgt een nieuwe start. Met respect voor de geschiedenis, maar met het oog op de toekomst. Een indrukwekkende architectuur en geschiedenis. Een samenspel van stijlen en invloeden, naadloos aangevuld en versterkt met moderne elementen. Het resultaat? Een unieke woonbeleving, vol karakter.’ – altijd dezelfde onzin, voor gelijk welk project, in gelijk welke stad. De internationale architectenzwendel.
Vraag: waarom protesteert de cultuursector nooit tegen deze verkrachting van de taal?
Antwoord: de cultuursector eet het brood dat hem toegeworpen wordt, d heeft zelf deze taal verzonnen en gebruikt die voor het eigen inkomen, de taal mishandeld is geen probleem – als er maar geld te rapen valt (letterlijk te lezen: als slangen over de grond kronkelend).

De foto toont de hypocrisie: men is nog te laf om een muur af te breken, liever zet men daar een nepgebouw achter. Naadloos gaat het een over in het ander, naadloos – zoals het hemd van Sint-Godelieve van Gistel. Als een tang op een varken – pseudo-architectuur.

2. In het Muinkpark van Gent, Michiel Hendryckx noemt deze buurt, waar hij woont, bekakt, hij kan het weten, staan ongeveer de prachtigste bomen van de stad, het park zelf een combinatie van onderhoud en op zichzelf staande natuurkracht, een mooi beeldhouwwerk in het midden ervan, een herinnering aan de tijd toen er daar een dierenpark mocht zijn. Aan een majestueuze boom hangt een blad met een QR-code – zodat men niet naar de boom moet kijken en de boom zelf geattaqueerd wordt. ‘Scan for a surprise’ – een spek voor kinderen – de oorlog der belevingen in alle geledingen doorgedrongen. Wie doet beleven, steekt de ogen uit. Mag men niet meer naar een boom kijken? Nee, ga naar de cloud.

3. Niet zal ik spreken over de zogezegde muurschilderingen die overal in de steden verschijnen, zelfs op gebouwen die waardevol zijn en geen lelijk beeld verdragen – opvallend is dat die schilderingen ouderwets figuratief zijn en een werkelijke doorn in het oog – ik ken mensen die daar elke dag moeten op kijken. De politici stimuleren deze aanslagen op oog en gemoed, ze denken dat dit de stad verfraait, dat het volk graag zichzelf ziet, ze denken met graffiti een verbinding te maken met de jeugd, en het is de wansmaak die regeert, de domheid van het beeld die triomfeert. Net alsof er nooit een Georges Braque geweest is, een Malevitch, een Gerhard Richter, een Louise Bourgeois, een Bart van der Leck. Dit werk is een voorbeeld van reactionaire kunst, ik weet wel dat vandaag kunst en cultuur heilig zijn, en dat het sociale daarbij komt, drieheiligheid, dat het rationele onderdrukt wordt, zwijg daarover, er mag geen kritiek gegeven worden op het heilige, maar deze ‘kunst’ is een voorbeeld van regressieve kunst: men gaat achteruit zonder de verworvenheden van de voorgaanden te kennen, laat staan op te nemen, dit is bovendien ideologische kunst, het sociale viert hoogtij en is daarom niet langer sociaal maar agressief in domheid, lelijkheid, achterlijkheid – de politiek gebruikt dit als een soort suskunst. Het beeld op de foto is van de ‘graffiti-kunstenaar’ SMOK, die heeft nog andere wansmakelijke afschuwschilderingen in de stad gemaakt – nog een reden om de gewapende revolutie te starten.

4. Het Poëziecentrum geeft een boek uit, van Elvis Peeters, De wanbidder, een bundel als hommage aan en à la Hugo Claus, maar veel is door de auteur niet begrepen, al te oppervlakkig Claus gespeeld, Vlaamse pathos en retoriek, weinig grond, te luidruchtig bovendien. Op het omslag prijkt een foto, ‘cop. Christie’s Images / Bridgeman Images’ – een organisatie die bestaat van belastinggeld, het Poëziecentrum, betaalt liever een kapitalistische beeldbank (de gemakzucht van het geld) dan een foto te gebruiken van de ‘echte ramskop’, nl. die van Roel D’Haese, het zou ook kunnen zijn dat de verantwoordelijken van het zogezegde Poëziecentrum niet weten dat dit beeld bestaat. Opvallend is ook dat niet de fotograaf benoemd wordt of dat er uitleg over het beeld gegeven wordt, nee, enkel wie betaald wordt, is belangrijk.

De vormgeving van deze bundel is van Dooreman, zelden zag ik een belachelijker vormgeving. De titels van de gedichten in bold gezet, gecentreerd en onderstreept, zoals een dertienjarig meisje haar opstel Opstel noemt. Het formaat is verkeerd, de bindwijze al kapot nog vooraleer het boek gelezen is, zelfs banaal kunnen we dit alles niet meer noemen, dit is in de stunteligheid (bijna vertederend) onnozel-dom, zo slecht dat het nog de charme van prutswerk uitstraalt. De reekstitel ‘Ook ik’ (à la ‘Nu nog’) wordt voorafgegaan door een #, modern!, uitdagend!, jeugdig!

Maar misschien spreek ik over de verkeerde uitgeverij: de rug van het boek vermeldt immers Poeëziecentrum, waarlijk Maud Vanhauwaert-achtig Van Ostayen-achterna, geheel authentiek, de zorg om de cultuur en de boekcultuur gehuldigd, als het geld maar binnenstroomt, het Poëziecentrum als offerblok en offerblok.

over bloembakken en tikfouten

Een weinig flatterende foto, de leugen al direct aanwezig. Voor het ‘Wijkbudget Gent’ wordt een folder verspreid, op een lage tennisstoel, dus geen stoel en geen tennis, het zal wel een ‘sociaal-artistiek project’ zijn, steeds in dienst van de macht, het Vrije Westen gesteund door de kunstenaars-lijfeigenen, kijkt een vrouw uit over de weidse velden rond Gent, of beter, ze kijkt naar massa’s volk die zich doorheen het verkeer moeten wriemelen, de Dampoort is zowat het zwartste punt in Gent en Vlaanderen, ook letterlijk, duurde die fotoshoot een half uur dan was het kostuum van mevrouw grijs van het roet, duurde de sessie een uur had ze een zwart kostuum aan.

Deze folder is het resultaat van een ‘bevraging’ van de wijkbewoners. De Stad Gent deelt geld uit aan wijken om iets leuks te doen. (In andere steden en dorpen worden gelijkaardige zaken ‘opgestart’ – politici zijn aapjes die onzin naäpen). En wat is het resultaat? De blanke middenklasse doet iets leuks voor zichzelf. Zoals?
– een verpoosplek op een brug tevens ‘warme toegangspoort’ (waarop het verkeer raast, het openbaar vervoer voetgangers en fietsers bedreigt),
– een lichtfeest voor een groep sociale woningen
– een ‘co-maak-plek en maak-feest’
– een ‘buurtbar’
– een ‘buurtkoffiekar’
– ‘buurtfietskarren’
– ‘draaiboek circulaire straat’
– ‘meer tuin in de Damoortwijk’ [sic: Dampoortwijk]
– ‘kinderacties’
– een ‘Holle Bolle’ (om zwerfvuil te verzamelen)
– groen in straat X

Let wel, deze voorstellen zijn een politiek correcte selectie, want geselecteerd door de kabinetten, niet alle ‘voorstellen’ worden aan de bevolking voorgelegd, alleen de politiek welgevallige zijn welkom – politieke voorstellen kunnen dus ook niet, want democratie kan niet betaald worden, tenzij men denkt dat een ereconsulaat van Marokko een democratisch verkregen baantje vindt.

Voor de hele stad Gent gaat het om 6,25 miljoen euro, te verdelen over 25 wijken – alles gaat echter al goed in Gent, die 6,25 miljoen dient enkel om de ‘wijken (nog) beter te maken’ – zo klinkt het in de overheidspropaganda. De verantwoordelijke schepen is Astrid De Bruycker, ‘schepen van gelijke kansen, welzijn, participatie, buurtwerk en openbaar groen’, lid van het fascistisch stadsbestuur in Gent, een oplichtingsbende, het zachte fascisme, maar toch fascisme, lucht en zichzelfdoenerij, deze partij noemt zich Socialistische Partij Anders, dus toch niet socialistisch.

Men stelt wat geld ter beschikking en doet alsof dit gaat om participatie, ja zelfs basisdemocratie is, de mensen een stem geven. In werkelijkheid geeft men wat geld om een nep‘gevel’ à la Potemkin, te versieren, zijn de projecten het allerdomste wat men kan bedenken, fundamenteel blijven alle problemen bestaan, de rozen van Karl Marx, gedrapeerd rond de kettingen, doet men aan zelfbediening en door mee te spelen werkt men mee (collaboreert men) aan een maatschappij waar niet de democratie en de civilisatie centraal staan, maar de zelfvoldane zelfgenoegdoening. Er kunnen geen structurele maatregelen genomen worden, het geld is immers zondagsgeld (al is het veel te veel), aan de fundamenteel ongezonde levenssituaties in Gent wordt niet geraakt, integendeel het geld dient om een status quo in stand te houden, om de middenklasse te lokken en in de stad te houden. De achterkamerpolitiek, het maffiose samengaan van politiek, economie, voetbal, bouwbedrijven en energie wordt door dit soort acties weggemoffeld. Als men één keer per jaar een straatbuffet kan houden, denkt de Vlaam dat hij gehoord wordt en dat de democratie stevig werkt.

Dat alles zou nog te verdragen zijn als de ellende niet zo groot was. In Gent leven minstens 400 kinderen op straat – Gent noemt zich dan ook terecht een kindvriendelijke stad –, en meer dan 1500 volwassenen, men mag er van uitgaan dat dit een onderschatting is. Ik spreek dan nog niet over kinderen die verwaarloosd worden, al dan niet door de blanke middenklasse, kinderen die nauwelijks gezond voedsel krijgen, kinderen die door taalachterstand in de armoede en de domheid geduwd worden. Ik spreek dan nog niet van al die mensen die niet in sociale woningen kunnen wonen omdat de sociale woningen bezet worden door Mercedes-bezitters. Ik zwijg over die tweede en derde generatie vreemdelingen die aan hun lot overgelaten werden, over de samenzwering tussen politiek en godsdienst, de dessertpolitici die de stad als een koekendoos presenteren. Ik zwijg over de bibliotheekpolitiek die wegtrekt van die groepen die het meest cultuur van node hebben en over de bibliotheek die zich gaat nestelen in een omgeving zonder toekomst en perspectief. Ik zwijg over de belachelijk hoge huurprijzen, aangejaagd door een kapotte huurmarkt, en daar zijn de sociaal-fascisten de eerste verantwoordelijken van.

Maar ik zeg dat de middenklasse schuldig is aan de collaboratie met de leugen, de macht en het geld, dat ze onderdrukking mogelijk maakt en steunt, dat ze slechts solidair is met diegenen die geen armoede kennen, blind als ze is voor de structurele problemen, milieubewust is ze als ze zichzelf hip kan vinden.

Het reclamebureau Das Mag, dat ook boeken uitgeeft, zet een publiciteitscampagne op rond het tweede boek van Lize Spit, Ik ben er niet. Of dit een geslaagd boek is of niet, is niet van belang, het gaat erom dat het boek in de pers hier en daar wat kritisch bejegend werd, men is wel vriendelijk gebleven, men heeft het niet afgekraakt. Met deze reclamecampagne maakt het bureau duidelijk dat het een tweespalt tussen de kritiek en ‘het volk’ wil creëren. Niet worden lovende woorden van cultuurpausen of -kenners of ernstige lezers opgenomen, wel allerlei anonieme nepberichten, al dan niet gelardeerd met rode harten, Lize Spit, de Lady Diana van de Lage Landen, de prinses van het Volk, opgejaagd door de ware lezers, een Volksschrijfster moet en zal ze zijn, huilen als het nodig is (Gerard Reve komt woedend uit zijn kist gestormd).

Wat lezen we? Inhoud? Gefundeerde meningen? Argumentaties? Literaire waarmerken?

– Hallo Lize […] Enorm bedankt voor deze ervaring
– Dankje lieve Lize […] ik wil ff in niks anders beginnen
– […] ik ben zelfden [sic] zo ondergedompeld geweest in het boek
– Dit boek is van ongezien niveau. […] Nu rest enkel spijt omdat het wachten is op je volgend meesterwerk!

U ziet het, het reclamebureau heeft zich ‘ingeleefd’, daarvoor in een recreatiepark op retraite geweest. Onderaan de reclame staat ‘Wat vind jij van Ik ben er niet? – daarmee ‘lezers’ aansporend zich te voegen bij de ‘massa’ – kritische afstand is een kenmerk van democratie en cultuur. Het beeld is zo opgebouwd dat het lijkt alsof er heel veel reacties gekomen zijn, het gekwetter oorverdovend. Men doet alsof dit authentiek is, er worden wat tikfouten gezet, wat krakkemikkige zinnen, maar er is vooral sentimenteel gekwijl te lezen dat niets betekent. Men doet zelfs niet de moeite om te zeggen wat het onderwerp van het boek is, zelfs de auteur is van geen belang, ook de uitgever niet: centraal staat een product dat door de kreten van ‘het volk’ verkocht moet raken.  ‘Het volk spreekt’ is de boodschap, de kenners zijn tégen het volk en zijn prinses – koop het boek dat wij uitgegeven hebben en koop het boek dat wij uitgegeven hebben. Het volk spreekt rechtstreeks tot het volk, net zoals er rechtstreekse democratie is met bloembakken op straat te laten zetten: het is één van ons die het gevraagd heeft, het is dus goed en echt authentiek helegans democratisch gelogen. Dat hebben bloembakken en taalfouten met elkaar gemeen: de triomf, niet van het volk, wel van de domheid, de anti-democratie, de collaboratie met de politieke en economische macht, het anti-intellectualisme – de dood van de analytische kritiek. Het nepleven van nepmensen als morele norm. Glorie zij de leegte.

februari, morrend

א Hedendaagse clichés, 19a: ‘Een hele uitdaging.’ 
19b. ‘Breed’. ‘Super’. ‘Divers’. > ‘Brede superdiversiteit. Wij.’

א Stella Nyanchama in Knack, 16/12/2021 : ‘[…] holle begrippen zoals ‘interculturalisme’ of ‘diversiteit’.

א Le Monde, 25-01-2021: « Le Centre Pompidou va fermer pour travaux pendant trois ans, entre 2023 et 2027 ». DS, 25-01-2021 : ‘Centre Pompidou gaat vier jaar dicht’. Hyperallergic, 26.01.2021 : ‘Paris’s Centre Pompidou Will Close for Nearly Four Years During Restoration’.

א Aardgas is volgens Europa ‘aflopend’, daarin moet en mag niet meer geïnvesteerd worden. Fossiele grondstoffen moeten bewaard worden of toch minstens niet meer zo kwistig verbruikt worden. Maar: Fluxys is voor het grootste deel in handen van de gemeenten en verdeelt aardgas – de reden van bestaan van dit bedrijf – en de gemeenten verdienen er zeer goed aan – hun cadeaupolitiek steunt op diefstal, via Fluxys betalen de burgers te veel voor hun aardgas. Om die corrupte politiek te kunnen voortzetten, investeert Fluxys nu in Brazilië (TBG, gasdistributie): daar is er nog veel winst te halen met aardgas (er zijn daar ook veel Brazilianen) – verbruik van fossiele grondstoffen dus, maar wel uit het gezicht van Belgen en Europa. In Brazilië geldt de Green deal van Europa immers niet, of, de hypocrisie van de Belgische overheid.

א De wolf wordt verwelkomd met het argument dat hij hier eeuwenlang geweest is. De vossenjacht is verboden, nochtans was die er ook eeuwenlang.

א Verwonderd dat rechts de meningsvrijheid verdedigt, de vrijheid van spreken en schrijven, zich verzet tegen de pensée unique (net alsof rechts meerduidig is) en het moraliseren van zwartrokken, opkomt voor gepluimden, zegt op te komen voor het vrije denken? Het is de oude verdediging en angst: de oude fascisten vrezen dat hun positie door de nieuwe activisten-fascisten (de terminologie is historisch en hedendaags correct) wordt overgenomen, deze laatsten zijn immers niet meer bezig aan hun opmars, ze hebben al de bovenbouw, de culturele instellingen, de media, het onderwijs, in handen.

א Weet iedere keer dat Cathy Berx naar buiten komt dit is om de Reuzegommers uit de wind te zetten, maar vooral het netwerk van de ouders te fatsoeneren – zo zal op het proces blijken dat het de ouders zijn die hun kinderen aangezet hebben om bij Reuzegom te gaan: het web van katholieke, vlaamsnationalistische, reactionaire establishmentleden, die elkaar later zullen steunen en toedekken.

א Kristof Calvo, de Dries Van Langenhove van Groen, gaat werken voor de ‘denktank’ van Groen-links in Nederland.
Deze ultraliberaal ?
Ideeën en moraal hebben voor machtspolitici geen enkele waarde: alles is inwisselbaar.
Er zijn in België contacten om een nieuwe liberale partij op te richten, Calvo is daar 1 van de ‘voorlopig-bedenkers’ van – volgens Calvo is het de taak van de politiek de taal te corrumperen.
Hij is ook één van de initiatiefnemers om de vrijheid van pers aan banden te leggen – men spreekt van hate speech, in de feiten wil men een alleenrecht op communicatie (en op de feiten – Trump als blijvend voorbeeld) . Zo groenlinks is de man dus wel.
Anderzijds is hij natuurlijk ook het zoveelste slachtoffer van de toxische vrouwelijkheid.

א Dirk Verhofstadt, de grote denker, de krachtige filosoof, de machtige vrijmetselaar, de koene strijder voor de Verlichting, zwijgt in alle talen over het fascisme in De Krook, de bibliotheek van Gent wil boeken vernietigen, wat niet past in het eigen geloof wordt gemerktekend – alsof boeken en mensen beesten zijn, het nieuwe fascisme volgt trouw het oude fascisme – en het fascistisch stadsbestuur in Gent, nochtans geleid door de zogezegde liberalen, wil verbieden, vernietigen, verbranden wat niet volgens het zwart boekje is, het bestuur is adem- en gedachtenloos, holt een sekte na.
Niet ‘daar komen ze de zwarthemden’, maar wel: ‘daar zijn ze’. Op Twitter beschuldigt de Verhofstadt-brother de oude fascisten – om het eigen fascisme te verbergen.

א Het radionieuws, ’s morgens, 3/02/2021: ‘De experts geven minister Vandenbroucke gelijk.’ – meervoudsvorm. Daarna blijkt het te gaan om de mening van 1 persoon – zelfs niet gebaseerd op feitelijke gegevens.

א De Nethys-saga, never ending, niemand kan ons wijsmaken dat niemand dit wist – de tentakels gingen van Luik naar Gent en terug – het was Louis Tobback die niet begreep waarom Tom Balthazar als schepen van Gent en betaald door Publifin ontslag moest nemen : dat niet-begrijpen is de essentie van de neergang van het socialisme: in naam van het volk, van de portefeuille een brandkast maken, de buik vullen en de democratie uitspuwen. Die kwalijke combinatie van politiek, sport, bouwbedrijven, staatssubsidies en staatsruiven – de stallen zijn nog lang niet uitgemest. Nooit is de Agusta-affaire tot op de bodem uitgezocht, waarom dan nu?

א De minister van Hysterie, Frank Vandenbroucke, vergeet in december een handtekening te zetten waardoor vaccins laattijdig geleverd worden, en beweert later dat er geen probleem is. Hij kan geen statistieken lezen, noch een barometer, en beweert dat hij de beste van de klas is – wie zei ook weer dat de morele houding en wetenschappelijke expertise van FVDB een luchtbel is? Een zoveelste flater en leugen kan er altijd bij – wat is Conner Lonner Wonner Rousseau toch trots op zijn ‘oude hoer’. Zoals Trump de toekomst was, zo is Rousseau de toekomst van de afgrond, de demagogie en het ultraliberalisme.

א Op dereactor.org staat onderaan een recensie te lezen: ‘Deze recensie door Anne Sluijs over Oogst door Sien Volders werd mede mogelijk gemaakt door het ANV.’ – een boek lezen en er iets over schrijven, daarvoor is nodig het Algemeen-Nederlands Verbond (‘Het ANV brengt Nederlanders en Vlamingen samen om elkaar beter te leren kennen, de belangstelling voor elkaar te vergroten en de samenwerking te verbeteren.’) – als de culturelen hun instellingen eens naar behoren zouden gebruiken?

א Bij Bozar is Paul Dujardin eindelijk aan de kant gezet en aan de kant mag hij verder doen.

א De Green deal: de toekomst, het geluk, proper en intelligent! En waar gaat het Europees geld in België naartoe? De Belgische spoorwegen – een project uit de 19de eeuw. Een vernietiging van het landschap en een belasting op mens en milieu. Als de maatschappij gedecentraliseerd wordt, is meer dan de helft van de huidige treinen niet nodig. Hetzelfde geldt voor de nu bestaande beweging om overal circulatieplannen in de steden en dorpen op te leggen, de CO2 terugdringen. Binnen ‘10 jaar’ is dat probleem opgelost: elektrische auto’s – de huidige politiek doet nu wat ze dertig jaar geleden had moeten doen en doet nu het overbodige. Wat men wel kan doen is de straten anders inrichten, om de agressieve snelheid van e-bikes en auto’s te vertragen – maar dat kan niet want De Lijn wil overal vrije doorvoer hebben.

א O wat is Vlaanderen trots. De grootsheid van Vlaanderen weer bevestigd. Groot nieuws. Uitzonderlijk positief voor de tijd van  het jaar. ‘Vier Vlamingen op longlist Libris Literatuur Prijs 2021’ – op achttien genomineerden.
De opgang, Stefan Bousset, priester-dichter – een zoveelste boek over de collaboratie en zichzelf
De onbevlekte van Erwin Mortier, de tarantula van de oudere schrijvers – een zoveelste boek over de collaboratie en zichzelf
Ik ben er niet, Lize Spit, krakkemikkig simplisme
en Sien Volders met Oogst (Hollands Diep), simpel simplisme.

א De komiek van de Vlaamse regering, Bart Somers die toch de winter is, start een campagne om ‘gelovigen te overtuigen van vaccin’ (Knack website, 7.2.2021) – eerst het islamisme subsidiëren, de identiteit van vreemdelingen beperken tot een achterlijke godsdienst, het geloof boven de rede stellen en dan geld steken in het overtuigen van de waarheid tegen hun dwaasheid, hoe liberaal zou dit zijn, ware het niet de wereld op de kop – of is liberalisme simpelweg hinderlijke domheid? Zoals Ibsen het schreef in Een vijand van het volk: ‘dat de liberalen de gemeenste vijanden zijn van de vrije mannen’.

א Als een trein raast Joe Biden (‘en zijn team’) (nu wordt meer en meer gezegd ‘zijn team’ – zo leugenachtig is de berichtgeving, een regering is geen team) over de Amerikaanse politiek, een lawine van nieuwe maatregelen en een herziening van het Trump-era. Als men sommigen mag geloven is Biden een Lenin. Hij en zijn regering strooien met grote woorden en grote principes, ze zijn weer vriend met iedereen en ooit, ooit, zullen ze weer normaal doen, maar eerst toch afwachten, een handtekening zetten is goedkoop, van beloven leven de zotten.
De Democraten hebben vrij spel, in Kamer en Senaat hebben ze een meerderheid, de Republikeinen hangen in de touwen, alle redelijke voorstellen kunnen ze met gemak laten stemmen. Maar de Democraten zijn anders redelijk, al konden ze doorzetten, ze hebben in hun goedheid toch 1 punt aan de Republikeinen toegegeven: het minimumloon van 15 dollar wordt geschrapt. Wat zouden de arbeiders immers doen met al dat geld? Alleen maar verbrassen, alcohol en chips kopen. (De Democraten hebben elk hun eigen rekening gemaakt: geef aan Caesar wat Caesar toekomt.)

א Rokus Hofstede vertaalde Les années van Annie Ernaux, zei in dat druiperig interview met Guinevere Claeys, DSL, 19/12/2020: ‘Of zo schrijft Ernaux ergens over les beaufs, de term die zelfvoldane linkse mensen gebruikten, eind jaren 60, voor het “gewone volk” in hun campings aan zee. Een denigrerende term, ik heb me kapot gezocht naar een goeie vertaling. “Proleten” of “aso’s”: niet ideaal. Uiteindelijk ben ik beland bij het woord dat de provo’s in die tijd gebruikten voor kleinburgerlijke mensen: “klootjesvolk”. Het werkt niet helemaal goed, vind ik nog altijd. Soms moet je tevreden kunnen zijn met iets wat in de buurt komt. Al lukt me dat moeilijk.’
Nemen we een woordenboek: ‘klootjesvolk’ wordt in Van Dale naar het Engels vertaald als ‘the bourgeois’. Connards of conasse, stomme kloot of stomme trut.
De Nederlandse Van Dale geeft als definitie vaan ‘klootjesvolk’ achterbuurtvolk, mensen zonder sociaal-culturele belangstelling. Maar zoals Hofstede het zelf zegt: de figuren bij Ernaux zijn géén provo’s, de term is dan ook verkeerd gekozen. Beaufs komt in de buurt van bâtards, bastaarden, onecht, geen echte mensen.
Beaufs vertalen met klootjesvolk is achterhaald en onjuist, een te moeilijk woord voor progressieven en een woord dat het hele bouwwerk van Hofstede in elkaar doet stuiken, soms heeft een vertaler maar één woord nodig om zichzelf te ontmaskeren. ‘Buffels’, ‘koebeesten’ of ‘beesten’ – dat had het werk van een vertaler kunnen zijn. (Waarbij hier eerst in een verkeerde lezing ‘boeufs’ voor ‘beaufs’ stond, maar die door Rob Leurentop, zie reactie, gecorrigeerd is.)

א Gent, de stad van het fascisme. Tine Heyse, die we nog kennen van o.a. de China-affaire bij Eandis, daar was ze beheerder maar wat die overname door China betekende, dat snapte ze niet – en ze bleef zitten waar ze zat, de mond open, het graaien dierbaar. In een vorig schepenmandaat, Reiniging, was haar eerste besluit de GFT-ophalingen niet meer wekelijks maar tweewekelijks te organiseren, men is ecologisch of niet – het mensen moeilijk maken is de eerste opdracht van dommeriken. Voor de rest is het onduidelijk wat ze doet, verwezenlijkt heeft of welke verdiensten ze heeft.
Maar heeft ze dan niets?
Toch wel, ze heeft gebreide kousen.
In Gent is ze nog altijd schepen voor Groen, maar nu het volledige stadsbestuur het fascisme omarmd heeft, is de partij van geen tel en kunnen we duidelijk zijn, ze is lid van het fascistisch bestuur. En uiteraard moet elk lid van de inquisitie haar werk doen. Ze is dus volledig akkoord, haar ervaring met de brandovens van Ivago komt van pas, met verminking en vernietiging van cultuur en mensen door de bibliotheek die niet langer een openbare bibliotheek is, dat ze daarmee het Bibliotheekdecreet, dus de wet, overtreedt, is, typisch voor de fascisten, geen zorg. Op haar facebookpagina meldt ze dat, in tegenstelling tot eerdere berichten, onze Tine is altijd al een flapuit geweest, het wel degelijk de bedoeling is boeken die niet naar de zin van de nieuwe fascisten zijn, te vernietigen en dat bibliothecarissen in werkkampen heropgevoed zullen worden. Weer gaat het over ‘de ziel van het kind’ – de aloude leugen van de religieuzen.

De meest racistische werken in de kinder-en jeugdbibliotheek worden uit het aanbod verwijderd. Voor jonge kinderen is het nog belangrijker om boeken met stereotiepe beelden te vermijden, omdat zij hun beeld van de wereld beginnen vormen, en al op jonge leeftijd beginnende vooroordelen kunnen ontwikkelen.

-Er wordt een boekenclub opgericht rond dekolonisering, waarbij boeken in bredere groep worden besproken. Verschillende organisaties hebben ervaring met een boekenclub en/of beschikken over boekenlijsten, o.a. Kifkif en Hand in Hand tegen racisme.
-Bibliothecarissen krijgen vorming rond dekolonisering, de impact van beeldvorming en antiracisme.

Al staat het op de ‘officiële’ Groen-website onder haar naam wel anders: Stad Gent krijgt 30 aanbevelingen rond dekolonisering – Tine Heyse

‘Uitleenmateriaal van de Gentse bibliotheken dat vraagt om extra context krijgt een label ter verduidelijking, bijvoorbeeld om de tijdsgeest waarin een boek geschreven werd te duiden. Het verwijderen van boeken blijft volgens standaardcriteria (te oud, versleten, geen vraag naar) verlopen. Bij de aankoop van nieuw materiaal krijgt diversiteit extra aandacht.’

Farizeeërs. En onvermijdelijk krijg je het beeld van seniele, kwijlende, oude vrouwtjes die in een kelder de voor hen vuile, vieze boekjes lezen en verontwaardigd met vette vingers, waaraan scherpgevijlde nagels krom groeien, driftig de boeken doorbladeren en met een zwarte stift de gewraakte passages aanduiden – de zwartepietheksen.
Toch is het mogelijk zich te verzetten – men is gewoon zich te interesseren voor de collaboratie tijdens de oorlogen, maar de voorbereidingstijd is minstens even belangrijk: zij die meegeheuld hebben: de jaren dertig als voorbeeld. Het is mogelijk dat de culturele wereld de bibliotheek van Gent ‘kalt stelt’, d.w.z. isoleert: een geestelijke pestlijder wordt niet langer ondersteund door de culturele wereld, cultuurdragers kunnen weigeren zich te laten gebruiken door het nieuwe fascisme – men kan altijd handelen en spreken.


א Manfred Sellink, een man van oude en lege praatjes, wordt de nieuwe directeur van het MSK in Gent. De man is eerder gebuisd in Brugge, Rotterdam en Antwerpen, men noemt dat een internationale carrière. Hij heeft ‘tal van bestuursfuncties bekleed’. Welk beleid is dit? Cultuur in Gent.

א De zaak Firma Sihame El-Kaouakibi is toch de zaak Bart Somers? Hij was het, deze komiek van de Vlaamse regering, deze zogezegde liberaal die nog steeds een soldaat voor het oude nationalisme is, die samen met zijn vriendin Gwendolyn Rutten, alle losse en vaste tapijten, met partijgeld aangekocht, voor de veelbelovende nieuwkomer heeft uitgespreid – en nu ziet vliegen, de toverlamp van Aladdin. Hier zien we wat de zogezegde Bart Somers-politiek in werkelijkheid is : fake beleid. Dat Caroline Pauwels dat met haar Jan Mustribunaal maar eens blootlegt.
Men zegt geruststellend dat 50.000 euro niet zo veel is voor een parlementslid (ondertussen is het gekende bedrag al verdubbeld) en dat dit wel meer gebeurt en dat partijen nu eenmaal geld hebben, zoals de N-VA die een immobiliëngroep geworden is, de Universiteit van Leuven een beleggingsclub, wat moet het volk morren, een leefloon bedraagt vandaag 958,91 euro maar dat mag niet als vergelijking gebruikt worden, een worm is toch geen giraffe?  – zoals steeds begrijpt het volk die arme, arme rijken niet, meer nog, zo is de wereld nu eenmaal en vermits die zo is, komt het er op aan erbij te horen.
Dat weten en handelen althans onderscheidt Sihame El-Kaouakibi van de bevolking. En wordt de echte kloof blootgelegd: niet gaat het over afkomst, wel over misbruik en gewoon gebruik. Als Alexander De Croo zegt dat alle politici die publiek geld misbruikt hebben, daarvoor verantwoording moeten afleggen, dat hij dan eens de Gentse Open VLD-afdeling opkuist: de grote staatsman die zijn huis met subsidies heeft gerenoveerd en opgeknapt, de grote staatsman die met de gemeenteraadsverkiezingen de bevolking misleid heeft (zich laten verkiezen maar niets doen), de grote staatsman die er niet voor schroomt allerlei geld van privé-bedrijven in ontvangst te nemen om een politiek netwerk in gang te zetten, en dan gaat het nog maar om deze nepos. En laten we dan eens nagaan hoe de subsidies (toch bedoeld om de mensen die het moeilijk hebben iets verder te helpen) verworden zijn tot inkomens voor politici – dat men van elke politicus eens nagaat welke wegen er begaan zijn (het komt er op aan de wegen te kennen) om het eigen en andermans huis met subsidies te bouwen, te verbouwen, te renoveren, te tooien. Hier het zweet van de bevolking.

א

Gwendolyn Rutten in Knack, 16/12/2020: ‘Dit land is gewoon nog niet klaar voor vrouwen die omgaan met macht.’ – in welk land leeft Rutten? We noemen: Gwendolyn Rutten, Sophie Wilmès, Sophie Dutordoir, Michèle Sioen, Laurette Onkelinx, Dominique Leroy, Valerie Van Peel, Sihame El-Kaouakibi, Fientje Moerman, Annemie Turtelboom. En zou het gezag van Merkel en Von der Leyen in dit land niet erkend worden, of dat van Christine Lagarde? Kijkt men hier met minachting naar Jacinda Ardern? Loopt men weg van Mia Doornaert? Worden Conny Vandendriessche en Rika Coppens dan uitgelachen? Luistert men niet naar Marleen Finoulst? Is Catherine, Cathy, de Zegher geen rolmodel?  Als ideologie de wereld vertekent, is de wereld een leugen.

א De pandemiewet is weliswaar niet nodig maar is nodig om Frank Vandenbroucke uit de wind te zetten: hij heeft immers het beschikbare legale kader niet gebruikt om een industrie op te zetten of de industrie te ondersteunen bij de vaccinproductie. Hij schuift de verantwoordelijkheid, alweer, door naar anderen. Toch is het zijn beleid dat geleid heeft tot de stilstand – zoals hij jarenlang het onderwijs, en nu nog, nu nog, gegijzeld heeft én de pensioendiscussie én de bevolking verraden heeft, deze Thatcher-baby, de conservatief die terecht door Bart De Wever geprezen wordt. De stilstand als standje.

א

Peter Jacobs  in DSL, 30/01/2021: ‘Liefhebbers van Willem Elsschot en zijn werk worden verwend. Binnenkort verschijnt er weer een herdruk van het verzameld werk en volgen de elf delen ook nog eens afzonderlijk in pocketformaat.’  – wat is hier de logica? Liefhebbers hébben dit werk toch al of moeten liefhebbers alle edities aankopen en hoe worden ze dan verwend? Of is dit een elschottiaanse zwendel, een betaald verkooppraatje?

א

De Standaard Weekblad en (nogmaals) Ignaas Devisch nu met een voorpublicatie uit zijn boek Vuur : een vergeten vraagstuk – de titel is een leugen. Devisch, die professor is, schrijft: ‘De laatmiddeleeuwse mens ontwikkelde langzaam maar zeker de technische middelen om het vuur te temmen, om het vanaf de renaissance stilaan te beheersen en het vervolgens massaal te exploiteren vanaf de industriële revolutie.’
Het bronstijdperk situeert zich van 3000 tot 800 jaar vόόr C.

א

Van de vele raadsels van Nethys en de Waalse traditie, is er nog één frappant.  De rechterhand van Fornieri, de man di  e met geld goochelen kan, is Birol Cokgezen, de voormalige chauffeur van Michel Daerden, die we kennen van zijn zatternijen. Dus 1 der rijkste en machtigste mannen, na Elio Di Rupo, heeft als rechterhand een chauffeur, (die chauffeur is tevens burgemeester en PS-politicus) : is het begrip chauffeur geëvolueerd? Dat ander raadsel wordt echter ook verklaarbaar: vandaar dat Di Rupo zich altijd verzet heeft tegen snelheidsbeperkingen – men moet chauffeurs de vrije baan laten.

א

Een ex-politicus Philippe De Backer getuigt (Knack, 14/10/2020): ‘De Nationale Veiligheidsraad is geen plek voor politieke spelletjes, geen ministerraad.’ – dat de bevolking het establishment als ondeugende kinderen minacht is een complottheorie.

א

De VRT heeft een nieuwe baas, CEO, dus uitvoerder van domme politieke beslissingen. Frederik Delaplace heeft al zijn hoofd gebogen voor de nationalistische onzin: ‘Als je de grootste Vlaamse culturele instelling bent, spreekt het toch voor zich dat je een rol te spelen hebt in de gemeenschapsvorming? Dat je de Vlamingen inspireert en verbindt?’ (Knack 6/01/2021) : geografie met essentialisme verbinden is een denkfout, zeker voor iemand die het hoofd wil zijn. En natuurlijk is er geen gemeenschapsvorming nodig, wel individuele ontplooiing  – en ik hoor reclame voor een nieuw VRT-programma, Albatros, dat dikke mensen stigmatiseert en uitlacht – zo verbindend is men.

Diezelfde Delaplace zegt in hetzelfde interview dat er een datasysteem opgezet is om ‘ons publiek beter volgens zijn mediabehoeften te kunnen bedienen’. Daarna geeft hij een voorbeeld:
‘Als ik vandaag uit de parking rijd, kan mijn autoradio kiezen tussen Radio 1, Radio 2, Klara, Studio Brussel, MNM … De VRT weet niet welk specifiek nieuws en welke muziek Frederik Delaplace persoonlijk interesseren. Als ik hier over tien jaar dezelfde parking verlaat in mijn zelfrijdende wagen, moet de VRT mij informatie en muziek kunnen aanbieden die op mijn maat is gesneden. Daarom verzamelen we die data.’ Daarom? Voor een CEO die niet zelf weet welke muziek hij wil horen? Is CEO dan niet voor hem te hoog gegrepen? En is dit geen regelrechte leugen? De VRT verzamelt gegevens, niet voor de luisteraar, wel voor de politiek en de commercie. Data verzamelen is geen misdrijf zolang het om inhoud gaat – en daar gaat het over: de inhoud moet gemanipuleerd worden.

א

Stella Nyanchama en Dyab Abou Jahjah worden in Knack, 16/12/202, de oud-strijders van de antiracisme-beweging genoemd – toch zijn ze daarvoor te jong. Ook wat de standbeelden betreft zijn blanken hen voorgegaan: De stoeten Ostendenoare heeft al enkele decennia her het koloniaal bewind aan de kaak gesteld en navenante acties gepleegd. Men klopt graag zichzelf op de borst, maar de feiten hebben rechten.
Dat interview in het laatste nummer van 2020, leerzaam en beangstigend – angst is niet alleen een goede leerschool, hij is inzichtelijk en kan levens redden – men moet waakzaam zijn en de rede bewaren tégen het irrationalisme en de heersende domheid.
Stella Nyanchama zegt in dit interview dat haar een person of color noemen degoutant is, ze is voorzitter van het ‘European network for people of African descent’ – de afkomst is dus wel belangrijk – ‘mensen’ (of ‘personen’) is een nieuwe, ideologische benaming waarbij allerlei toevoegingen komen die stigmatiserend en collectiviserend zijn – als men niet het individu wil zien, dan moet men consequent zijn en groepsbenamingen aanvaarden. Steeds weer is de taal zogezegd in beweging, maar de taal beweegt niet: het is de ideologische rimram die de taal vernietigt.
Om haar filosofische kennis te demonstreren: ‘Je zou kunnen zeggen dat de koloniale gedachte begon met ‘ik denk dus ik ben’ van René Descartes.’ – je zou ook iets anders kunnen zeggen, het doet er ook niet toe, als je maar iets zegt, ook als je niets zegt.

א

Mustafa Kör in Knack, 3/2/2021. Over corona: ‘De natuur heeft ons een signaal gegeven : we moeten met zijn allen nadenken over hoe we de maatschappij voortaan willen vormgeven, zonder onszelf zot of ziek te maken.’ En:
‘Daarom ook dat de natuur af en toe een goede bosbrand genereert, als zuiveringsproces, waaruit nieuwe kiemen kunnen ontspringen.’
Als er in de 21ste eeuw nog zo gedacht wordt, wordt er in de 21ste eeuw niet gedacht. De natuur zegt ons niets, de natuur is geen schooljuffrouw.

א

Hetzelfde bij Martin Hermy, De juiste boom voor elke tuin, eveneens in Knack, 27 januari 2021: ‘Voor mij zijn alle levende wezens op een bepaalde manier intelligent. Ook planten.’ – zouden we de woorden niet de woorden laten en wat meer op onze woorden letten?
Eenzelfde doelbewuste verwarring bij het begrip democratie. ‘Men’ zegt dan dat democratie niet geschikt is om een pandemie of een calamiteit te beheersen. Maar men verwart een ideaal met procedures, politieke spelletjes. Een democratie is er juist om een crisis op een rationele, weloverwogen wijze aan te pakken – onbekwaamheid, zelfpromotie, touwtrekkerij, onverantwoordelijkheid, corruptie – dat zijn menselijke en sociologische kwalen, geen democratische. Men zou kunnen zeggen dat de ervaring nu leert dat heel wat procedures er alleen maar zijn omwille van het procedurele, of zoals in het geval van FVDB: zichzelf uit de wind zetten, en men zou verstandiger, efficiënter én democratischer procedures kunnen uitwerken, dat doet men niet. Overigens is het parlement niet gelijk aan de demos, noch er de spreekbuis van.

א

Bestelbon 4321501844, Bibliotheek De Krook.
Antwoord van Druksel, e-mail 15/02/2021:
‘Bestelbon 4321501844 geannuleerd.
Geachte heer,

de bestelling van bestelbon 4321501844 is geannuleerd. Er wordt niet geleverd aan instellingen met een fascistisch beleid.’

zie, daar de fascisten

Een bericht, tussen de ongevallen, een nieuwe webshop, een afgesloten straat, over de Gentse stadsbibliotheek, de Waalse Krook, dat eens te meer blijkt geen bibliotheek te zijn, wel het gebouw van de leugen en de onvrijheid, de dood van de cultuur:

“Wie het populaire kinderboek Pippi Langkous uitleent in de bib van Gent, botst binnenkort waarschijnlijk op een waarschuwing voor racisme. Dat is een van de stappen uit een ‘dekoloniseringstraject’ waar Gent al een tijd aan werkt. Welke boeken een waarschuwing zullen krijgen, moet nog bekeken worden. “De klepel slaat door”, reageert oppositiepartij N-VA.
Wie het verhaal wil lezen over het wonderlijke meisje met de vlechtjes van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren, botst binnenkort misschien wel op een waarschuwing bij het begin van het boek. Tenminste als het om een boek uit de stadsbibliotheken van Gent gaat.
Een aantal boeken in de collecties van de Stad Gent krijgt binnenkort een label dat waarschuwt voor racistische passages en opvattingen. Dat is het gevolg van een adviesrapport over ‘dekolonisering’ van Gent, dat deze week is afgeleverd. Zo gaat Gent ook de Leopold II-laan hernoemen.
Een ander advies uit het rapport, over boeken met racistische passages, wordt ook gevolgd. Dat bevestigt de woordvoerder van Open VLD-schepen Sami Souguir, bevoegd voor de Gentse bibliotheken. De formele beslissing over welk boek een label zal krijgen, is nog niet genomen. Maar principieel is Gent wel akkoord.
“Negerkoning”
Pippi Langkous ligt al langer internationaal onder vuur voor racistische passages. Zo wordt Pippi’s neiging om te liegen gelinkt aan een verblijf in Afrika. Enkele fratsen en kuren van Pippi zijn dan weer het gevolg van contacten met “negertjes”. De vader van Pippi wordt ook trots een “negerkoning” genoemd in het boek.
In Zweden werden jaren geleden al omstreden fragmenten weggelaten of aangepast in het verhaal van Pippi Langkous. Zo werd de vader van Pippi gewoon een “koning”. In sommige nieuwe edities van het boek is ‘negerkoning’ ook al vervangen door ‘koning van de Stille Zuidzee’
Gent volgt na het adviesrapport nu ook dat pad, met een waarschuwing. ‘Dekoloniseer de bibliotheek’, klinkt het in het rapport. Het werd geschreven door Gentenaars met Afrikaanse roots, adviesraden, middenveldorganisaties en mensen van de Gentse hogescholen en de UGent.
“Veel boeken hebben historische of literaire waarde, maar bevatten racistische elementen (bijvoorbeeld Pippi Langkous). Het is belangrijk om de context te tonen en deze elementen te benoemen, hierover met mensen het gesprek aan te gaan en hen hierover te laten nadenken.”
Geen censuur
Het rapport vraagt ook “de meest racistische werken in de kinder- en jeugdbibliotheek uit het aanbod te verwijderen”. “Voor jonge kinderen is het nog belangrijker om boeken met stereotiepe beelden te vermijden, omdat zij hun beeld van de wereld beginnen vormen, en al op jonge leeftijd beginnende vooroordelen kunnen ontwikkelen.”
Maar zo ver gaat Gent niet. “We gaan geen boeken censureren of uit de collectie halen”, klinkt het bij Souguir. “Maar het is wel de bedoeling om duiding te geven via een label. Welke boeken en wat voor label, dat is nog niet beslist. Dat is een proces dat nu in gang gezet wordt.”
Herman Brusselmans
De beslissing krijgt meteen forse kritiek van oppositiepartij N-VA. “De klepel slaat volledig door”, zegt Anneleen Van Bossuyt, fractieleider in de Gentse gemeenteraad. “Als er nu één meisje is dat staat voor emancipatie en doen wat je zelf wil, dan is het toch wel Pippi Langkous?
“Een bibliotheek dient om mensen te informeren over allerlei opvattingen en meningen en daarna al dan niet uw eigen mening te vormen. Maar dit is gewoon een stadsbestuur dat bepaalt wat mensen nog mogen lezen en hoe ze over iets moeten oordelen.”
“Wie gaat er oordelen over wat racistisch is in een boek? Gaan de boeken van Sinterklaas dan ook een label krijgen in Gent? En wat met de romans van Herman Brusselmans? Daar staat toch ook wel wat in waar niet iedereen akkoord mee is?”


* ‘De klepel slaat natuurlijk niet door’, – maar het is beschamend dat rechts voor vrijheid en kunst opkomt, dat links eens te meer zwijgt.

* Waar is het Humanistisch Verbond nu? De voorzitter-vrijmetselaar luistert naar zijn geliefde Wagner. Waar is de Liga van de Mensenrechten nu? Zij kijkt weg over de grenzen.
Waarvoor dient PEN? Men vertoeft nog in Oost-Europa. Waar blijft de auteursbond (voorzitter Maria Vlaar) of de luidruchtige Matthijs de Ridder, voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging (VAV)? Zij kijken naar de toppen van hun schoenen. Over Cul & Con zal ik het niet hebben, maar waar is de VVBAD, die de belangen verdedigt van de bibliotheeksector?

* Wat vandaag verdacht gemaakt wordt, wordt morgen gecensureerd en overmorgen verboden en wees maar gerust, er zijn geen rationele gronden, dus mag iedereen ongerust zijn – alles en iedereen het slachtoffer – de terreur in de geest gaat de terreur van de dood vooraf.

* Het bericht verscheen in Het Nieuwsblad op 22 januari 2021 – de bibliotheek schoot in paniek: het bericht verscheen in de pers zonder voorafgaandelijke manipulatie van de directie zelf. Direct werd een korporaal, ze is zelfs geen amateurschilder, opgetrommeld om het personeel te berichten wat het moet zeggen tegen de lezers die verontwaardigd reageren. Niets is beslist, sust ze orwelliaans, ‘maar de bibliotheek zal acties van Dekoloniseer de stad verder uitwerken in de verschillende teams ihkv van ons breder beleid rond diversiteit in de breedst mogelijke zin. Bibliotheek De Krook blijft trouw aan haar missie: de bibliotheek helpt mensen de wereld beter te begrijpen. En daarom wil de bibliotheek een aanbod (collectie en activiteiten) presenteren als spiegel en als venster op de wereld, als bijdrage aan een superdiverse en inclusieve samenleving. 
Bibliotheek De Krook wil in geen geval neigen naar censuur, maar engageert zich wel tot meerstemmigheid en het plaatsen van verschillende meningen naast elkaar.’
Deze wollige én laffe taal zegt alleen maar dat de bibliotheek géén bibliotheek is, maar een propagandacentrum van de rechtse ideologie, de terreur en de onvrijheid. ‘Breed’ is men gewoon te grijpen. De ‘rechtvaardiging’ is clichétaal – steeds het kenmerk van het bedrog en de leugen, de onkennis die bekwaam is in manipulatie. Een bibliotheek zou de woordcultuur moeten verdedigen – hier worden de woorden van kennis ontdaan.

* De jarenlange terreur op het personeel heeft dan toch iets opgebracht: wie overblijft wordt in uniform gestoken, moet daarbij zwijgen en als men spreekt moet men het woord van de leugen gebruiken. Het is niet opvallend dat de directeur, Krist Biebauw, geen bibliothecaris, niet opkomt voor personeel en collectie, niet voor de vrijheid van meningsuiting, niet voor de auteurs die vrij moeten kunnen schrijven en publiceren, niet voor de beschaving. De instelling zélf is al lang geleden verkocht.

* De huidige zogezegd liberale schepen van Cultuur, Sami Souguir, voert het nationalistisch-socialistisch beleid van zijn voor-gangster, Annelies Storms uit – het fascisme trekt zich niets van ideologieën of partijen aan.

* De creatieve geesten, dus de schrijvers, beeldende kunstenaars, componisten, (van welk niveau dan ook) staan altijd boven de klerken en zeker boven de politici, deze minne mensensoort.

* De Waalse Krook ‘nodigt’ schrijvers en kunstenaars uit om zich zo ‘in het veld’ onmisbaar te maken – opgelegde dwang, dit is een bewuste politiek. Alle culturele actoren die zich door De Krook laten uitnodigen en op die plaats aanwezig zijn, zijn (waren dat eigenlijk al, gezien de voorgeschiedenis) medeplichtig aan deze censuur, dit hedendaags fascisme.

* O, zegt men, we verbieden niets, alleen maar een stickertje. Ook de Joden moesten eerst ‘een stickertje’ dragen, daarna werden ze toch vernietigd. Een ‘stickertje’ is niet onschuldig, het is het merkteken van de misdadiger.

* Daarentegen zijn er scholen die de boeken van Astrid Lindgren met graagte laten lezen – deze scholen worden door de fascisten nu als racistisch bestempeld – de fascisten zijn volgens de fascisten de goeden.

* De openbare bibliotheek werd opgericht opdat de mensen vrij zouden kunnen lezen, dat de onderpastoor niet langer bepaalde wat goed voor hen was. In Gent hebben de zwartrokken, met de zwarthemden, de bibliotheek heroverd en hun ‘actie’ is gericht tégen de idee van vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van drukpers, de vrije maatschappij, de vrijheid van denken.
Niet de staat moet bepalen wat wij lezen, hoe wij lezen en waartoe wij lezen.
De hoeksteen van de vrije maatschappij is dat de staat zich niet met inhoud bemoeit – dit is ook de grondslag van de openbare bibliotheek, deze democratische grondslag wordt door de directie van De Krook vernietigd en dus wordt de grondslag van de maatschappij aangevallen en in de plaats kan hun fascisme komen. Deze praktijk gaat in tégen het bibliotheekdecreet en is dus illegaal: de overheid boycot de vrijheid die ze zegt te verdedigen, de verantwoordelijke ambtenaren verkrachten hun eigen reden van bestaan.

* En wat is het vervolg? Shakespeare, Ovidius, Goethe, de familie Mann, Claus, Boon, Gide, McCullers? Allemaal op de brandstapel, de directie van De Krook zal de dodendans leiden.

* O, maar er zijn ‘wetenschappers’ aan het werk gezet! Oh ja, ook de nazi’s hadden wetenschappers en filosofen in dienst. De domheid van de universiteit, lees Schopenhauer, weet wat Heidegger gedaan heeft, zie ook wat het personeelsbeleid aan de Ugentheeft aangericht – waar zijn de vrijdenkers nu?

* Maar men kent geen geschiedenis omdat men geen moraal kent.

* O, gaat het om het woord neger? Weet men dan niet dat niet alle zwarten het negerwoord als negatief ervaren, dat dit een ideologische fractie is? Nee, dat weet men niet – want men leest niet, men denkt niet, men is ‘te leeg van binnen’, men conformeert zich – en hun leegte wordt door hun fascisme met hun beer gevuld.

* O, zegt men, Trump dat is ver weg, niet hier, hier zijn de instellingen democratisch en sterk. Maar de jarenlange terreur werpt vruchten af, de instellingen zijn niet meer bevolkt met mensen die kennis van zaken hebben, die een deontologie bezitten, die affiniteit met hun zaak hebben, wie weten wat cultuur en beschaving is: de nieuwe ambtenaar is een klerk die buigt en likt en op zijn buik kruipt. Verraad kent hij niet, want verraad is zijn wezen.

* Nee, wij willen niet leven als slaven, wij eisen het recht op burger te zijn. Bevoogding is immers verknechting.

* Op het doodsprentje van de pas overleden Jeanine De Landtsheer staat bovenaan In libris libertas – de stad Gent, de politieke macht, deze universiteit, deze nonbibliotheek, deze cultuursector hebben zich tegen de boekcultuur gericht en zullen elke vrijdenker buiten hun Gemeinschaft stoten. Elke vrijdenker? Nee. Elk kind, elke mens. De beesten verdragen geen mens.

over wat was, het nu en het latere

Op het graf van de in 2010 gestorven Erik De Volder, de theaterschrijver en -regisseur, hij, die nu zo misbruikt wordt door de Gentse politici en hun vazallen van het NTGent, hij die jarenlang op de zolder van Johan Claus huisde en daar zijn theater bracht, marginaal, scherp en poëtisch, nee, met de machthebbers wilde hij niets te maken hebben, en nee, zijn figuren waren, hoe karikaturaal ook, geen karikaturen waarmee men de zot moet houden, staat te lezen: ‘de maan komt op het waait / het waait al nachten / en niemand weet waarom het waait / waarom het waait? / er is niemand die weet waarom het waait / de zon komt op het waait / het waait al dagen en niemand weet waarom / het waait waarom het waait? / de mens komt op / hij gaat hij gààt weet niet waaròm hij gaat / laat staan waarom het waait’,

een tekst van De Volder zelf die veelzeggend is, de herhaling van de woorden en de klanken, de traditie van Paul Van Ostayen, het absurdisme van Ionesco, het humanisme en de humor van De Volder zelf, een merkwaardige mengeling – toen ik zijn stukken zag (en de politiek nergens te zien was – ook niet als die politici nog ‘jong waren en veel tijd hadden’) was ik altijd ontroerd door de poëzie van de teksten, het spel van zijn acteurs leidde soms te veel af, soms werd het te gemakkelijk ‘volks’. Zijn graf is in de lente en de zomer mooier, winter en zomer ligt hij er eenzaam.

Mooi is dat hij op  hetzelfde kerkhof begraven ligt als Arie van den Heuvel, de Nederlander die het Vlaamse toneel vernieuwd heeft, minder vormelijk, levensechter – hij speelde een rol in het leven van Alice Nahon. De Volder maakte het theater weer vormelijker, een adept van de toenmalige nieuwe Vlaamse school, Jan Decorte werd beroemder, maar die Vlaamse golf was veel ruimer en bij elke regisseur weer anders – het theater van vandaag is patronaatstheater geworden, inderdaad onder het patronaat van de kerk.

Leon Sarteel (1882-1942) was een plaatselijke beeldhouwer, hij stond sterk onder invloed van George Minne, braaf en ingetogen past dit werk goed op een kerkhof, te midden van het leven is dit minder het geval. Ooit stond een beeld van hem in het gebouw van de Gentse stadsbibliotheek, een sociaal geval heeft het beeld omver geworpen, niet beschadigd, de toenmalige directeur, een sociaal assistentje zogezegd, wilde de man de keel toeknijpen, daarna werd het beeld verwijderd en staat het ergens – bij wie of waar dan ook. Een katholiek idealiseren van vrouw, gezin, vader en kind dat uitmondt in een fascistoïde leugen.

Uit het grafmonument van de schilder Lieven De Winne werd het borstbeeld weggenomen – waarom, waartoe, waarheen? In zijn tijd een groot schilder, vandaag kan men zich geen beeld voor ogen toveren. Sic transit gloria mundi.

Hetzelfde kan gezegd worden van Charles Van Loo, schilder maar vooral fotograaf, een portret van hem, gemaakt door Jules Van Biesbroeck jr., siert het graf. Het vergeten is niet altijd terecht, de levenden zijn zij die vergeten – uit pretentie veeleer.

Al is het grafmonument voor Edmond Van Beveren, een Gentse socialistische leider die een van de stichters van de BWP was, uit verhouding gevallen, het beeld van Jules-Pierre Van Biesbroeck is interessant: een vrouw, de personificatie van de waarheid, houdt in haar schoot de gestorven man (het gezicht is gelijkend, hier geen symboliek), nu mag hij rusten, hij heeft wel gedaan – de man heeft zichtbaar geleden.

Vooraan staat te lezen: ‘Onze helden sterven niet / zij rusten zacht / in ’t rein idee zoo vol van / levenskracht’. Ook de achterzijde van het graf bevat een tekst – hier wordt wel zeer duidelijk gedemonstreerd dat een graf een monument is – ‘Hij was ons aller vriend en raad / hij streed naast ons met woord en daad / hij wees ons steeds de rechte wegen / en waar verlossing was gelegen / zijn naam zijn beeld zijn werk bestaan / die kan geen dood ooit doen vergaan’: een slecht staaltje proletarische poëzie, maar waarin ook de autoritaire tendens vastligt: de leider is hij die het volk, als Mozes, geleiden moet, de leider is aller voorbeeld (en wie afwijkt zal vervolgd worden: de Gentse methode is al oud), het volk gedraagt zich als een klein kind. Ook de laatste regels getuigen van overmoed: samen met Anseele was hij de stichter van de krant Vooruit – die niet meer bestaat. Het volkshuis Vooruit is in handen van de klerikalen gevallen, de BWP is al lang geen partij meer en het socialisme is door de eigen leiders kapot gemaakt – alles waarvoor Van Beveren gestreden heeft, is verwoest, veelal door de kinderen van de partij zelf.

Ook het graf van Jan Samijn, een socialistisch voorvechter, de vlasindustrie, moet als een monument begrepen worden. Een vrouw met vlag, een Marianne, een vechter, een gehurkte vrouw trekt ze omhoog en mee. Daaronder een bronzen plaat met de gekende afbeelding ‘Vijf ure slaat de klok, half slapend gaan zij naar ’t fabriek’ – later werd dit ook het graf van Alfred De Smedt, de secretaris van het ‘Socialistisch Vlasbewerkers syndicaat’. De achterzijde van het monument bevat ook een tekst, de bedoeling was dat het volk rondom het graf zou kunnen gaan, dat wordt natuurlijk niet meer gedaan. De tekst is formeel: ‘[…] / Aan Jan Samijn / Gewezen voorzitter […]. De beeldhouwer was Achiel De Maertelaere, die zich Bentos noemde en zo tekende, en het graf dateert uit de jaren dertig, met de gekende art-deco-letters, die moeilijk te lezen zijn.

Bijna choquerend is het beeld als je het graf langs achteren nadert: een naakte vrouw, geprononceerd op het achterwerk, een beeld van Olivier Piette. Op diens eigen graf staat een ingetogen figuur, een beeld van eigen hand.

Er is geen later.

waar de levenden dwalen

De Westerbegraafplaats is het geuzenkerkhof van Gent, indrukwekkender dan het Campo Santo dat te klein en te benepen is (zo de geest, zo het werk), te veel op een hoop gegooid en te braaf, zelfs de doden wordt geen adem gegund.

Onder een rij bomen, een toegangspoort, de Westerbegraafplaats opent met een plein, twee armen omarmen de bezoeker die toch maar één weg kan gaan. Er is een erepark, waar toch vooral de vrijmetselaars liggen, einde 19de -begin 20ste eeuw. De oude man met vleugels, zandloper en zeis wacht de levenden op, de afgebroken kapiteel het symbool van het leven dat geëindigd is, een werk van de beeldhouwer Benoit Wante bij het graf van Benoit Van Outrive – beiden zijn ‘onbekend’, het werk klassiek, maar nog steeds sprekend. Alle graven lijden onder het oprukkend mos, soms zie je iemand met een scherp voorwerp een graf afschrapen, soms hoor je in je hoofd het geluid van een zweepslag.

Minder imponerend is het kerkhof voor de gewone mensen, maar toch vinden we ook daar persoonlijkheden, mensen die wat meer waren dan een schaap. Nabestaanden die een niet-anonieme eer betoonden en daardoor een funeraire cultuur in stand hielden en bevorderden – zoals een land een boekcultuur moet hebben, zo ook een grafcultuur – beide altijd te weinig aanwezig, beide nochtans gebaseerd op afstandelijkheid, een bedwongen betrokkenheid. Het graf van een foorreiziger, door dat ene detail op het graf, weten we: de trots van een leven.

Op het graf van de wiskunde-professor Frans Wuytack (1916-1979) staat een beeld van Frans Wuytack (1934-), de beeldhouwer, dichter, pacifist.

Wat is een graf? De mens en het graf teruggeven aan de natuur, of onderhouden als was het een voortuintje, voor sommigen een salon? Kunstgras is een verwijt aan de natuur:

Teksten op een graf zijn delicaat, ‘Nooit vergeten’ lees je soms, nauwelijks leesbaar. Maurice De Clerck kreeg wel een mooi gedicht:

En dat geldt ook voor Rembert De Smet, de zanger van ‘2 Belgen’, niet het sentiment mag in de woorden gelegd worden, wel het gevoel dat weet:

Het graf van Stefan Puissant is een hele constructie, een italianisering, maar zonder zon.

Het wordt winter en dan wordt er ingepakt, grafornamenten als exotische bomen:

Zelden zie je op een kerkhof een politiek standpunt – er zijn natuurlijk de voorvechters van rechts en links die gehuldigd worden – maar de meeste graven dragen een kruis, al is ook dat politiek, uitgesproken is men zelden. Dan toch het graf van een anarchist, Maurice Martens, we mogen hopen dat de uitspraak niet op Antoinette Vandeputte, het kroakemandelwijveke van Gent, van toepassing is, voor een anarchist is opvoeding immers belangrijk. Onder het huidige bestuur werd een pad naar haar vernoemd, men heeft in Gent een tekort aan intelligente en verantwoordelijke vrouwen, de huidige ideologie zegt dat straatnamen vrouwelijk moeten zijn, dus een vrouw zal het zijn.

De Westerbegraafplaats vertoont vele lege plekken, de concessies worden maar voor een beperkte tijd toegekend, graven worden niet onderhouden en vervangen – een beleid is er nauwelijks. Het erepark wordt beschermd, maar ook daar ‘verlopen concessies’ – een absurde situatie: de graven zijn overgegaan naar de Stad Gent, die dan toch 50 jaar later de graven weer in concessie wil geven om ze dan weer in bezit te nemen.

Elke tijd heeft een bepaald grafbeeld gegeven. Zo zijn er de graven van de jaren 70, bezet met mozaïeksteentjes waardoor er een keukensfeer ontstaat, de dood als gemoedelijke partner en toch streng door het zwart. Deze graven dreigen allemaal te verdwijnen (weg met gewone mensen) maar dat is ten onrechte – er bestaat geen funeraire cultuur – zoals we huizen en stijlen willen bewaren als ‘erfgoed’, zo moet dat ook voor graven.

Elk kinderkerkhof grijpt naar de keel, de overdaad aan kitsch als onmacht en opstand.

Zonder tekst, slechts een naam als een schreeuw, of ornament is het meest aangrijpende graf de eenvoud, het verdriet dat stilstaat en zichzelf is. Verlorenheid.