sfcdt

Tag: de neergang

gent : stad van tegenwerkers, helmakers

Hoe meer bureaucratie, hoe meer corruptie. Bureaucratie is een systeem waar niet de inhoud telt, maar wel de vorm, het doen alsof, de façade is belangrijker dan de taak, er is een formalisme dat de ethiek verdringt, bureaucratie is daarom steeds verdrukking en onderdrukking – verdrukking van het waardevolle, onderdrukking van de waarheid. In het Westen ligt de waarheid in het denken, de wetenschap, de feitelijkheid en de bewijsvoering.

De Stad Gent heeft beslist dat de wijkbibliotheek van Gentbrugge zal verhuizen naar het vroegere dienstencentrum dat nu verbouwd wordt en dat kadert in een beweging van meer centralisatie, dus meer controle, door de overheid die geen overheid is voor zichzelf. Die centralisering staat echter haaks op een andere beweging, de pseudo-democratisering, het pseudo-luisteren naar de bevolking, de pseudo-nabijheid, de pseudo-bloembakken – in die beweging transformeert de macht zich tot een sprekende slijmbal  – echter vals plastic. Enerzijds zegt men door te centraliseren te besparen, anderzijds gooit men het geld letterlijk buiten door steeds weer gebouwen te moeten aanpassen aan nieuwe functies die het geen 10 jaar uithouden. Ook dat is de inherente corruptie: het niet nadenken, geen doelstellingen hebben, de bevolking voorliegen én de kennis niet toepassen.

Het huidige gebouw in Gentbrugge is onderkomen, jarenlang verwaarloosd, een gehuurd gebouw bovendien, de meubels van hot en her aangesleept, niet bij elkaar passende rekken naast elkaar gezet, duister, geen smaak – dus geen cultuur. Het gebouw lag niet in het centrum van de deelgemeente, wel centraal, de Kerkstraat, uitlopend op het Kerkplein. De straat was vroeger een winkelstraat, de winkels zijn nu verdwenen, toch behield de straat een zeker percentage passage. De laatste jaren zijn er in de directe omgeving heel wat nieuwe gebouwen bijgekomen, zowel eengezinswoningen, als appartementsgebouwen, ook sociale woningen in zover men nog van woningen mag spreken als het om sociale woningbouw gaat, de laatste 10 jaar is de densiteit van de omgeving rond de bibliotheek sterk verhoogd en dat proces is nog niet ten einde. Een hedendaagse bibliotheek heeft niet alleen een passieve functie, wachten tot de leners binnenkomen, ook een actieve, men moet lezers maken. Er is een sociale functie bijgekomen: de kloof tussen cultuur en niet-cultuur, dus tussen menselijkheid en maatschappij, tussen kansen en kooi, is angstaanjagend verhoogd, een openbare bibliotheek heeft een directe functie: mensen uit de culturele achterlijkheid te halen, ook om hen economisch hoger te brengen. En niet alleen voor de, zoals men nu orwelliaans liegend zegt, de ‘nieuwe generatie stedelijke jongeren’ – de cultuurloosheid van de blanke middenklasse is al even angstaanjagend, niet enkel aangejaagd door de ‘sociale media’, zeer zeker ook door de klassieke televisie en radio, ten dienste van macht en geld. De huidige wijkbibliotheek is dus bijzonder goed gelegen om een volksbibliotheek te zijn, als men ten minste ook een actieve bibliotheekpolitiek zou voeren én als men de bevolking ernstig zou nemen en haar een gedegen dienst zou willen geven. En kunnen geven, maar vermits het beleid geen (bibliothecaire) ethiek kent, is ook dat onmogelijk geworden.

Het administratief gebouw waarnaar de wijkbibliotheek verhuist, wordt ‘de Felix’ genoemd, naar de architect Paul Felix, (‘Samen met de buurt, de toekomstige gebruikers van het gbeouw [sic] en het ontwerpteam werd “de Felix” gekozen.’, staat op de website van de Stad Gent te lezen – en u gelooft dat), het drama van Gent (en andere steden): men bezit veel onroerend goed maar weet niet wat ermee gedaan, (het neoliberale programma van ‘kerntaken’, in feite de vernietiging van  de overheidsgedachte, is daar debet aan), dan maar politiek en ideologisch geklungel, verwoord als ‘ontmoeting’. Officieel, dus gezouten, heet het: ‘Vanaf het najaar van 2023 wordt dit gebouw de nieuwe thuis van de Academie voor Muziek, Woord en Dans De Kunstbrug, publieke werkplekken en de Freinetschool ‘t Groen Drieske. Ook de loketten van Dienst Burgerzaken, de wijkbibliotheek met leescafé en het politiecommissariaat Gentbrugge komen er. Buurtorganisaties- en bewoners kunnen de gedeelde ruimtes in de Felix gebruiken voor hun activiteiten.’ – het gebouw heeft dus geen eigen functie meer, geen eigen gezicht, een allegaartje van allerlei diensten, waar men ook voor een deel geen zicht op heeft wat er gedaan zal worden. Ook dat een teken van de tijd: een overheidsgebouw heeft geen duidelijk functioneel gezicht meer zodat men vanuit het openbaar domein zou kunnen zien wat het is – het misbaksel De Krook werd door de architecten beschreven als een boek – dat werd geloofd door mensen die nog nooit een boek gezien hadden – Georges en Julia noemden het een e-book en werden daarom met de dood bedreigd. Een normale, verstandige politiek zorgt ervoor dat een bibliotheek ‘midden’ een werkveld staat, niet aan de rand ervan – de redenering is simpel: hoe meer bereik mogelijk, hoe beter de werking kan zijn.

Dit gebouw, ‘de Felix’, staat op een eiland, echter zonder veel water errond. Het staat geïsoleerd in een grasveld als een stenen blok, statig en overdonderend, aan de kop van een uitgestrekt natuurgebied, de Gentbrugse Meersen, en even verder is er een fysieke barrière, de zo gekende brokkelbrug van Gentbrugge, weliswaar op pylonen, maar toch een barrière, een kille, gure plaats, een afslag van/voor de autosnelweg, veel openbare terreur, pardon het openbaar vervoer van De Lijn zorgt voor de mensen, de dichtbije straten zijn bewoond door een niet zo jonge bevolking, blank, middenklasse, politiek voordelig. Op de website staat een foto ‘ter promotie’: u ziet dat de boeken op ooghoogte staan, dat ze gemakkelijk te bereiken zijn, gevaarloos voor ‘opa en zijn kleindochter’ – alleen al deze foto toont hoe gecorrumpeerd men is – corruptie is niet doen wat men geacht wordt te doen. U ziet geen personeel, het vak bibliothecaris is in Gent immers afgeschaft en vervangen door censor librorum, boekverbrander, moordenaars van de vrije gedachte en ideologisch gespuis: het fascisme een feit.

Ook opvallend is dat in de officiële verklaring staat dat de bibliotheek een leescafé zal hebben, een filiaal heeft weliswaar altijd een beperkt aantal openingsuren, de dorstigen moeten doseren, het leescafé zal dus een eigen werking moeten hebben, is géén bibliotheekbeleid, d.w.z. in de huidige ideologie: het café moet geld opbrengen. En enkele jaren geleden werd beslist om alle krantenabonnementen (van tijdschriften was dat al grotendeels gebeurd) voor de filialen op te zeggen, men wilde immers een ‘papierloze bibliotheek’ – de verantwoordelijken voor die onzin, maken nu carrière. Het gebouw wordt in de reclame voor zichzelf versierd met bloembakken

daarmee het brutalisme van Paul Felix ontkennend, (zoals men in een auto gordijntjes aanbrengt), daarmee ontkennend wat cultuur is en aantonend wat Karl Marx bedoelde met ‘rozen op de ketting’ – leugens renderen, denkt men. Men zegt een gebouw te respecteren, in werkelijkheid spuugt men op de cultuur.

Uit GIS-onderzoek weten we dat mensen een wijkbibliotheek bezoeken als ze in een straal van ongeveer 1,5 km wandelafstand (wat iets anders is dan vogelvlucht) wonen. Deze afstand is een internationale norm, en ik weet wel dat Gent boven alle normen staat, toch werd deze norm in een onderzoek specifiek voor Gent bevestigd – dit is het bijkomende drama van de huidige tijd: culturele instellingen worden niet geleid door bibliothecarissen, zij zijn dan ook vrijgesteld van het lezen en kennen van vakliteratuur, de politici, in dit geval de ex-liberale schepen, Sami Souguir, elke maand dikker, die in de voetsporen treedt van zijn nationalistisch-socialistische voorgangster-schepen Annelies Storms, met een kabinet van liberale knechten en meiden, willen scoren, in de belangstelling komen maar hebben geen benul van dat waarmee ze bezig zouden moeten zijn, men doet niet wat men geacht wordt te doen, men is bezig zichzelf ‘in the picture’ te zetten, de bibliotheek is een instrument ter verknechting, een leugen die als beleid wordt voorgesteld.

In het geval van ‘De Felix’ heeft men dat ideële bereik (een werkgebied waar de afstand tussen woning en bibliotheek  ongeveer 1,5 kilometer bedraagt) al met 5/6 verminderd (alles wat achter en naast het gebouw ligt is natuurgebied, wat ervoor ligt is een fysieke barrière, de directe omgeving is gras) en omdat de wijk die evenwijdig loopt met het gebouw, vooral bestaat uit ééngezinswoningen en villa’s waar een blanke middenklasse woont, wordt de potentiële lezersbevolking verder sterk uitgedund. Wat voorgesteld wordt als een positief gegeven, is een anti-bibliothecaire en anti-culturele actie, in geen geval gericht op een werkelijk bibliotheek- of boekbeleid, zelfs is er geen sprake van een financieel verstandig beleid. De impact van dit gebouw op de omgeving is dus quasi nihil (zo kan men ook in een nudistenkamp een kledingzaak openen), maar, zegt men, er zal veel ‘passage’ zijn, men spreekt van een opa die ’s morgens zijn kleindochter aan de schoolpoort afzet, wat paperassen in het dienstencentrum komt regelen (een wekelijkse bezigheid blijkbaar) en boeken gaat lezen in het leescafé – het vertellen toont de dwaling, de dwaasheid en de leugen aan. Architecten die geen urbanist zijn, zijn ook geen architect – het heeft geen zin een fontein te plaatsen als er geen water is.

Omdat Boek.be failliet is, werd het concept te koop aangeboden (het concept is : enkele personeelsleden die hun werk de voorbije jaren niet gedaan hebben voor het organiseren van de jaarlijkse Boekenbeurs). Er waren veel geïnteresseerden maar niemand hapte toe (uiteraard kwam de geheel uit subsidies opgetrokken pralinekenner Jos Geysels op de proppen). Uiteraard was ook Gent geïnteresseerd, altijd tuk op de restjes van anderen, maar bedacht zich en, zegt de zogezegde schepen van Cultuur, broedt wel nog altijd op een concept – als men niet weet wat boekcultuur is, moet men broeden (wie kennis zou hebben, zou weten wat er gedaan moet worden), maar het broeden, geheel in overeenstemming met de politieke censuur die men in de bibliotheek toepast (boeken worden vernietigd, de gelovige, islamistische en katholieke, moreel superieuren, maar niet de intelligenten, bepalen nu wat mensen mogen lezen, een beleid dat niet in overeenstemming is met het decreet van 1978 maar fascisten hebben geen wetten nodig, en geheel in overeenstemming wordt het bibliotheekpersoneel naar heropvoedingskampen gestuurd), gaat de al lang gekende richting uit, het verleden is de toekomst, “Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst” zei George Orwell :

open brief aan de fietsende heren der schepping

U, de koningen der schepping, de leeuwen van het heelal. Daar komt u mij tegemoet gereden, gebogen over het stuur, uw mond knijpend, uw ogen dicht geknepen, de knokkels van uw handen wit van spanning – u rijdt en u rijdt en u raast alsof de dood op uw hielen zit, u vecht, u is een ridder-held, de draak achtervolgt u, al denkt u het omgekeerde. U bent een gevaar. Als u toevallig kijkt, zie ik in uw ogen de schaamte gloren, die slaat u dood. U draagt een helm terecht om de weinige hersenen die u heeft, te beschermen. Ach, wielerterroristen, een abjecte soort.

Hoe u uzelf toetakelt! Ik weet niet wat u ziet in de spiegel, als u ’s morgens vertrekt, maar wat ik zie!

Vorige week kwam er zo’n beest op mij afgestormd, kop vooruit, armen breed, dikke billen, de schrik sloeg mij om het hart. Ik dacht in het Afrikaanse oerwoud verzeild geraakt te zijn, eeuwen geleden, een voorvader van mezelf. Toen u voorbijgeraasd was, besefte ik dat u op uw helm een Vlaamse leeuw had staan, wat lachte ik toen, het was een lammetje dat mij passeerde.

Sommigen onder u dragen een bandana. Heren, een bandana, dat doet denken aan ‘Eviva España’, gezongen door Samantha, ik weet dat roept bij u herinneringen op, maar smaakvol is anders en bovenop die bandana dragen sommigen dan nog een helm, in de nek, een sliert stof als was het een haarstreng, in velerlei kleuren die niet gepast zijn – heren, een keizer van de wereld draagt geen bandana. En die zonnebril waarmee u gluurt. Misschien ziet u uzelf als Jack Nicholson, u bent de enige.

Sommigen onder u zijn so cute, zo lief, zo schattig, dat u angstaanjagend bent. U draagt roze sokken, een roze t-shirt, sommigen een roze broek – u begrijpt dat u geen strijder meer bent, maar eerder een rijdend doopsuikerdoosje? Waarom dan nog een baard, waarom die stoppels, die waren er toch om u meer man te doen voelen? Waarom zo’n breed stuur, die ellebogen breed gezet? Zoveel plaats nodig? Dan moet u wel heel belangrijk zijn. Zo belangrijk dat u wegsnelt.

Het is zondag, na de tomatensoep, de kip met frieten, sla en mayonaise, de afwas gedaan, met moeder de vrouw nu op stap op de fiets. Uw vrouw is normaal gekleed, maar u, natuurlijk, niet. U heeft uw pakje aangetrokken, al dan niet bedrukt met benodigdheden voor moeder de vrouw, al dan niet op uw koersfiets. U ziet er uit als het zesjarig jongetje in Zorro-pak die met zijn moeder aan de hand even buiten mag, zich tonen kan, stoer is. U begrijpt waarom uw vrouw gegeneerd is?

En heren, de pakjes waarin u zich wringt, u lijkt wel een balletdanser te zijn, waren daar niet al die uitstulpingen. Uw mannelijkheid, uw enige trots, ligt daar vooraan, in rust, heren, let toch op uw zaak, die is niet onze zaak. Sommigen van u zijn in het zwart gekleed (als we van ‘zich kleden’ mogen spreken), zoals altijd, de beesten zijn in het zwart gekleed, hun zwart, de dracht der doden. Maar u moet begrijpen dat zwart niet zwart blijft, door het wassen, door de zon, door uw machtige dijen degradeert de stof, wordt het zwart grijs, komt het textiel open te staan en daar verschijnt uw gele, blauwe, roze, witte onderbroek, nee, heren, zo vertoont u zich niet.

Sommige heren, echte beren, torsen publiciteitscampagnes met zich mee, als waren ze sandwichmannen. Op uw billen, ‘Restaurant Zachte Billekens’, op uw armen ‘Loodgieterij Frans Timmerman’, op uw rugzijde ‘Verzekeringen Zilverling’, op uw brede borstkas ‘I.T. Opgeligt’ en aan uw onderzijde een bierton – nooit een boekhandel, een uitgeverij, een cultuurzaak. U bent snel en niet gecultiveerd (neemt u dan toch de auto als het snel moet gaan). Sommige wansmakelijken hebben een pakje in verschillende kleuren aan. Ongetwijfeld werd u dat verkocht als slankmakend, u heeft zich laten bedotten.

Anderen onder u hebben oortjes in, moeten jullie opgehitst worden om vooruit te geraken? Ach, de zweep waarnaar u verlangt. Het zweet, geen liefdeszweet. De laatste tijd, u bent immers snel en zoeft met uw tijd mee, dragen sommigen onder u een luidspreker met zich mee, net alsof u nog hitsiger moet worden. Heren, de vogels schrikken! U maakt lawaai, maar u bent snel voorbij, waarvoor alle dank.

Sommigen onder u kunnen niet zonder elkaar. Daar zoeven jullie op fietspaden door het Vlaamse land in rijen van vier of vijf, in groep voelt u zich sterk en de eenzame fietser moet maar uitwijken. U roept en tiert, u communiceert, u bent luidruchtig en zeer gewichtig, u bent een lid van de gemeenschap, nu bent u een hele man. Nu durft u te terroriseren, ruimte te veroveren. Zal ik zwijgen over die stoere mannen op rossen met dikke banden elektrisch aangedreven zich moeten haasten om op het werk het hondje te spelen, hoe denkt u over uzelf? U bent meelijwekkend in uw haast, uw stoerheid is slechts schijn, u bent een gedrevene.

De Fietsersbond schildert, als een echte vandalenbond, op de fietspaden ‘Fijn dat u fietst’ (maar waar haalt men die onderpastoorsmentaliteit vandaan om volwassen mensen te zeggen dat iets fijn is, zou iemand fietsen omdat de Bond hem of haar fijn vindt? – de bond is zo’n typisch middenklasse-groepje dat alle tegenstellingen wil verdoezelen. De fietsideologie zegt immers dat wie fietst een betere mens is, het fietsen is het allesoverheersende goed dat al het kwaad verbrijzelt. En toch twijfel ik: jullie die hard autorijden en overlast bezorgen, zijn dezelfden die hard fietsen en overlast bezorgen. Jullie die op dure koersfietsen rijden, als waren jullie nog een kind dat denkt Rik Van Looy te zijn, maar is een Tom Boonen-idioot, al fietsen jullie hard en duur, jullie zijn toch de minderwaardigen. Waar is de tijd dat zelfs coureurs een wielrennerspetje droegen, zoals de fietsers een werkmanspet? Ach, waar is die tijd gebleven dat wij fietsers geen voorhoede, geen morele club waren, maar enigszins achterlijke sukkels, de weigering met de auto te rijden onmaatschappelijk gedrag, te traag om snel te zijn, vrolijk fluitend of lustig neuriënd, vol goede smaak om zich geen rennerspakje te kopen, te slim en te braaf om zich te laten meeslepen met het gewoel en gejoel, een beetje simpel van aard en ambitie, zich graag lieten bedienen door autorijdende vrouwen.

Nee, heren, u bent niet aangenaam en het is niet fijn dat u fietst.

Beeld: Natalia Goncharova, De fietser, 1913

banden (75)

Standbeeld Leopold II door Ontroerend Goed gedoekt en door NTGEnt gestolen als eigen propagandabeeld

Diana Spencer

Banksy

Millicent Fawcett door Gillian Wearing (foto Leon Neal)

Hond van, voor Turkmeense president, Gurbanguly Berdymukhamedov, onbekende kunstenaar

Mary Wollstonecraft door Maggi Hambling  (foto Justin Tallis)

Allison Lapper door Marc Quinn

Virginia Woolf door Laury Dizengremel

Ruth Bader Ginsburg door Gillie and Marc

hilde van canneyt schrijven

Hilde Van Canneyt (HVC) is wereldberoemd omwille van haar interviews met kunstenaars. Ze gaat op atelierbezoek en stelt vragen, nadien wordt dat gepubliceerd.

(HVC): Hoi  hoi, ik ben Hilde en ik stel enigste vraagjes.
De kunstenaar (DK): Ga uw gang.
HVC: Bart, ik zeg Bart tegen jou, want ik zeg tegen alle kunstenaars hun voornaam, dat is gezellig en intiem, zo komen we dicht bij elkaar, het is gelijk dat we getrouwd zijn. En al die boeken hier, is dat om te lezen? Het schijnt dat boek goed zijn als isolatie. Het is hier schoon en ook wel gezellig interessant, je hebt daar veel werk aan gehad zeker?
DK: Dat gaat.
HVC: Bij mij thuis is het ook schoon, als ik gekuist heb, haha.
DK: Gaat u verder.
HVC: Je werk triggert mij een beetje, is intrigeert en electriceert, penetreert en sulfeert tegelijkertijd, dat allemaal, dat voel ik zo helegans in mijn buik.
DK: Waar het om gaat …
HVC: De laatste keer dat ik dat gevoeld had was als ik een kort broekje droeg, maar een kort broekske hé, geel, met rode bollen, zo petitpetit dat je niet zag dat er bollen waren, de bollen petitpetit, subtiel hé. Petit op petit, het is gelijk ik. Dat is ook kunst, hé, je ziet het niet en toch is het er.
DK: Waar gaat dit
HVC: Dat is gelijk bij jou, al jouw werk begint ’s morgens vroeg met het voelen na het opstaan en na dat voelen, is het een ontbijt hé, transpiratie en expiratie, genasatie en gevelsatie. Dat allemaal samen dat maakt je werk zo sterk en ook gezond, ferme spierballen heb jij, zeg, is dat van veel boterhammen te eten? Mag ik een keer voelen? (Ik voel) Amai zeg.
DK: Ik ga hier moeten
HVC: En als je dan werk maakt heb je je sandalen aan of pantoffels of echte schoenen met schoenzolen en schoenlinten en in het geval van dat laatste, strik je die zelf of laat je dat doen of laat je gewoon die dingen los hangen?
DK: Ik ga het hier
HVC: Toitoi, boeiend was het met Bart in mijn hart. Volgende keer weer, zo veel van mij, en ik, altijd interessant. Mijn motto : kunst is tof. Supertof.

Hilde Van Canneyt heeft een nieuw pak papier uit, 4321 vragen aan 123 kunstenaars.

geschiedenis, of het geloof in de vooruitgang

Juffrouw Femke is met haar klas op stap. Aanschouwelijk onderwijs – zo passeert de tijd.
– Kindjes, kindjes, mondjes dicht en luisteren nu. Ja, jij ook Gilleske. Kijk eens allemaal naar dat huis. Ja, jij ook Marieke en Amandake. Ga eens wat uit de weg dat de oude mijnheer kan voorbijstappen.
– De oude heer: Zie, mevrouw, dat doet deugd aan mijn oud hart. Zie die twee kinderen eens, zwart en blank, elkaar een hand geven, daarvoor hebben we veel gestreden, de verbroedering der volkeren, dat ik dat nog mag meemaken.
– Juffrouw Femke: Oh, mijnheer, dat zijn voorbeeldige kinderen, Amanda en Marieke doen alles samen, zonder enige jaloezie of concurrentie, ja, mochten alle mensen maar zo zijn. (Amanda en Marieke zwaaien de oude heer weg, terwijl Amanda geniepig in de arm van Marieke knijpt en sist wacht maar tot ik een team heb.)
Juffrouw Femke wendt zich naar de kinderen. Zien jullie dat daarboven, boven dat raam? Wat zijn dat ?
(De kinderen hebben het moeilijk, ze fronsen de wenkbrauwen, de gezichten staan ernstig, de lippen vooruitgestoken, daar verschuilt de een zich al achter de ander. Allen heten haas.)
– Juffrouw Femke: Komkom, kindjes, dat weten jullie wel. Het zijn precies … ?
– Jeroomke: Letters?
– Juffrouw Femke: Zeer goed, Jeroomke, zeer goed gezien, het zijn inderdaad letters van het … ?
– Mathildeke: Het alfabet?
– Juffrouw Femke: Ja, natuurlijk, zeer goed. Gilleske, blijf eens uit dat broekske. En waarvoor dienen die letters denken jullie?
(De kinderen zuchten, ze hadden gedacht aan een uitstap, het is toch weer werken geblazen.)
– Juffrouw Femke: Jij, Marcelleke, jij weet dat toch?
(Marcelleke met het brilleke schudt zijn hoofd.)
– Juffrouw Femke: Ik zal het zelf zeggen, ik word immers betaald om les te geven. Wel kindjes, lang geleden, heel, heel lang geleden, nog veel langer dan opa en oma, zetten de mensen de letters van hun namen op de gevel, de beginletter van elke naam van elke bewoner van dat huis staat daar op die gevel, en die beginletters noemen we met een moeilijk woord (juffrouw Femke zei weliswaar ‘heten we met een moeilijk woord),  een initiaal …
– Roosje duwt haar vriendin Koosje, fluisterend zodat iedereen het hoort: Een liniaal, wist jij dat?
– Juffrouw Femke : Nee, nee, geen initiaal maar een liniaal, oh nee, een initiaal geen liniaal. En wat zien we? Wel, van links naar rechts lezen we de M van Maria, daarna de C van Clotilde, weer een M nu van Marcus, dan een X van Xavier I, een X van Xavier II, een X van Xavier III en een I van Isidoor. En waarom denken jullie dat de mensen dat deden?
– Marcelleke het slimmeke met het brilleke: Zodat de kindjes weten waar ze wonen en als ze verdwaald zijn kunnen ze dan zien waar ze door de deur naar binnen moeten.
– Juffrouw Femke: Hmm, niet helemaal juist maar wel bijna. Ik zal het zeggen, vroeger waren er ook mensen die slim waren hé. Zo kon de postbode vroeger weten in welk huis welke mensen woonden en kon hij de pakketten van bol.com in de brievenbus droppen. Slim hé. Op naar het volgende fenomeen met juffrouw Femke.

maart, algelijk

Ⴀ Hedendaagse clichés, 20a : ‘Het is voor iedereen moeilijk.’
20b. Mentale gezondheid
.
20c. ‘In ’t zonnetje is ’t goed hé.’

Ⴀ Gesteld dat ik op Klara de reeks (podcast) Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers had willen volgen, dan nog zou het onmogelijk geweest zijn – de dialectische taal van de schrijver is onbegrijpelijk. Werd er nog maar ‘geaffecteerd Nederlands’ gesproken.

Ⴀ De zogezegde bibliotheek De Krook in Gent en Adolf Hitler vormen samen één front: Hitler schreeuwde, in een toespraak, begin 1933: de literatuur moet een bijdrage leveren aan de » durchgreifende moralische Sanierung des Volkskörpers «.
Zoals Geert Mak het zei over de Nederlandse nieuwe fascisten: ‘En de wolf staat voor ons als een andere politieke partij, die ernaar streeft om als het even kan het land te zuiveren van een bepaalde bevolkingsgroep […]. En de wolf staat in duizendvoud voor ons op Facebook, Twitter en WhatsApp.’ – deze ‘bibliotheek’ was en is zo trots op het twitter-gedrag, het medium van de wolven, was en is zo trots met het ‘meegaan met de tijd’.
Het fascisme is een anti-intellectualistische beweging, daarom is de partij Groen ook een voortrekster.
Maar kijk, toch zal men geen stickers kleven op de boeken (Jude) die volgens de nieuwe fascisten onzuiver zijn, maar ‘slechts’ in de catalogus aanduiden dat het gaat om slechte boeken. Zo volgt men toch de nazi-politiek: eerst registreren om daarna te verwijderen. Men doet alsof men op de stappen is teruggekeerd, de tsjevenleugen, in werkelijkheid wordt het fascisme van een betonnen sokkel voorzien. Zij die verantwoordelijk zijn voor deze actie, zullen beloond worden: een promotie gloort. Zij die zwijgen, stemmen toe. Zoals na de oorlog de verantwoordelijken voor de oorlog zichzelf beloond hebben.

Ⴀ Binnenkort zal blijken dat Jeroen Piqueur en de Optima Bank helemaal niets verkeerds gedaan hebben en dat Daniël Termont een integer politicus is.

Ⴀ Vooruit, het voormalige cultuurhuis in Gent, is op zoek naar een nieuwe naam. Ik heb, als positief ingestelde burger, 2 voorstellen ingediend. Het eerste, ‘Conner Lonner Wonner’, en het tweede ‘Rousseau’ – beide voorstellen werden echter afgewezen. Tijdens de oorlog namen de nazi’s de socialistische krant Vooruit over, men sprak toen van een gestolen titel. Dat is wat Conner Rousseau in 2020-2021 eveneens gedaan heeft.

Ⴀ De heiligverklaring van Sus Verleyen is al een aantal jaar bezig en – om in dezelfde trant te blijven – zijn doodzonde, de alliantie met de Verhofstadt-bende, wordt dan met de mantel der liefde bedekt – nochtans heeft hij het mogelijk gemaakt dat de katholieke lafheid en leugen door de liberale leugen en lafheid vervangen werd.

Ⴀ Niet leven we in een spektakelcultuur, nu leven we in een kleinburgerlijk zeretenencultuur, vleesetende kasplantjes die het voor het zeggen hebben. De uiterste consequentie is dat enkel Amanda Gorman zichzelf mag vertalen. Ook er op gelet dat er steeds over ‘Amanda Gorman en haar team’ gesproken wordt ? – net alsof de dichter een maffiabaas is.

Ⴀ Peter Jacobs, DSL, 27/02/2021, over Oud papier van Leen Huet dat nu heruitgegeven wordt door de reactionaire, Vlaamsnationalistische en katholieke uitgeverij Davidsfonds, eerst verwerpt hij, zonder enige reden te geven, haar nieuwste boek, niet groter dan een alinea, Gouden appels en daarna schrijft hij: ‘Ik besnuffelde liever de heruitgave van ouder werk’ – de recensent als hond, een boek als stront.

Ⴀ Het opvallendste: het gedicht van Amanda Gorman is beneden elk niveau geschreven, het verschil tussen mond en schriftuur: wat gesproken wordt, lijkt soms nog iets, maar neergeschreven: een verzameling gevaarlijke clichés, priesterlijk vermaan, een achterhaald toekomstbeeld, misschien een goede wil, toch vooral een self-exposure en geen enkel verrassend beeld.
Marieke Lucas Rijneveld kwam in zicht om te vertalen.
Daarna schoof Janice Deul zich voor haar. En vertelde niets, hitste alleen maar op, in haar cursiefje stond geen enkel argument.
Daarna kwam Gershwin Bonevacia in beeld als vertaler van het kinderboek van Gorman, ook hij geen vertaler maar hij heeft de juiste papieren: ‘hij is zwart en hij rijmt’ – een ietwat moreel ingestelde mens had deze opdracht geweigerd, alleen al uit solidariteit met Rijneveld én met de literatuur én de vrijheid.
Rijneveld zegt een gedicht te moeten schrijven omwille van de commotie en publiceert dit, dat moet dan gelden als een openbare schuldbekentenis, haar gang naar Canossa, de Moskouse schijnprocessen – maar is dat wel voldoende? Alleen al de intentie dat ze het gedicht wilde vertalen is een zonde geweest, hoe kan men een intentie uitwissen? En wat is dan de waarachtigheid van het gedicht? Een openbare schuldbekentenis is toegeven aan de macht van de meute, dus onbetrouwbaar. Rijneveld is een volwassen vrouw en toch doet ze aan zelfbeschuldiging, zich al dan niet verschuilend achter poëzie. Het Kyrie eleison, Kyrie eleison vervangen door een opgedrongen Mea culpa.

Ⴀ Op Tzum (die om de zoveel tijd Henk van der Meijden doet herleven) las ik dat een zekere Harriet Duurvoort wel 5 boekenkasten heeft en geen enkel boek van Gerard Reve wil bezitten want die vieze man is godslasterlijk. Natuurlijk mag een individu beslissen wat hij in huis heeft maar Duurvoort wil iets anders zeggen: ‘ik ben goed en gij zijt kwaad.’ Binnenkort zal bewezen worden dat de politiek correcten witte broodjes schijten.

Ⴀ In De Tijd van zaterdag 27 februari, Rik Van Puymbroeck interviewt Helen Macdonald die we kennen van H is voor havik, een overroepen en toch goed boek, nu is in Nederlandse vertaling verschenen Schemervluchten. Daar zegt hij, ongetwijfeld op basis van Macdonald, zonder enige kritische noot: ‘Alleen al die schemervluchten – in het Engels mooier: ‘Vesper flights’ – die gierzwaluwen ’s avonds en ook ’s morgens maken, de hoogte in, was zo’n les. Die gierzwaluwen maken die vluchten niet om, zoals men vroeger dacht, te slapen maar om boven een bepaalde luchtlaag het weer te voorspellen en zo te navigeren. Ze doen dat niet allemaal, er zijn er die te druk bezig zijn met hun jongen, maar die laten zich dan leiden door gierzwaluwen die wel omhoog vliegen.
‘Toen ik dat op een conferentie in Cambridge hoorde, was ik omvergeblazen.
’ – deze laatste zin van Macdonald in het interview, dus van haar zelf, dat zal dan toch geen wetenschappelijke conferentie geweest zijn, mag ik hopen..
Wat hier staat is regelrechte, arrogante onzin en domheid, nog erger gemaakt door het denigrerende ‘zoals men vroeger dacht’. Wat hier neergeschreven staat, is een mythisch, pre-darwinistisch denken. Het wordt donker, de ene zwaluw zegt tegen de ander, het wordt donker, straks is er een nieuwsuitzending, de krantenredacties zullen sluiten, ik moet nog gauw het weer gaan voorspellen zodat ze op het KMI weten wat te zeggen en een andere zwaluw zegt, goed, ik blijf thuis ik let op de kinders.
Echt?
Zwaluwen vliegen in de lucht om vliegende insecten te eten, al naargelang de luchtdruk vliegen de insecten, en dus de vogels, hoger of lager (hoe kouder hoe lager). Door de vogels te volgen, kan de mens het weer voorspellen: vliegen de zwaluwen laag, het zal regenen. Mannetjes en vrouwtjes houden om beurten de eitjes in het nest warm, de ene vogel ‘voorspelt’ dus niet, terwijl de andere een zorgende taak heeft: de vogels wisselen elkaar af.

Natuurlijk ziet Macdonald een ‘metafoor’ in  wat de gierzwaluwen volgens haar doen – maar die metafoor is een leugen want gebaseerd op een niet-wetenschappelijk kijken en weten. De les die ze ons wil geven is achterlijk bedrog.
Van Macdonald wordt gezegd dat ze een wetenschapshistoricus is, Van Puymbroeck zal zich ongetwijfeld journalist noemen, beiden bezitten echter geen rationele, wetenschappelijke geest, ze behoren tot de esoterische sekte. En dat bewijst Macdonald nog eens met haar verzinsel over de Royal Society for the Protection of Birds, dit werd door vrouwen opgericht, in 1930 ‘overgenomen door mannen’ (via een staatsgreep?) – de vrouwen wilden, zegt Macdonald, beschermen en redden, maar de mannen waren wetenschappelijk en vonden gevoelens gevaarlijk en wilden dus niet beschermen en redden, maar observeren en kennen. Weer hetzelfde onzinnige cliché: de vrouwen hebben gevoelens, geen rede; de mannen hebben een rede, geen gevoelens; wetenschap is kil, vrouwelijkheid warm. De 21ste eeuw! Nee, er is geen redding mogelijk.

Ⴀ Ook het verschil gemerkt tussen de hitsigheid voor Amanda Gorman en Louise Glück, de Nobelprijswinnaar van 2020, nu al vergeten? – Ach, dus toch: jong vlees. – En vooral: een oorlogsmachinerie. – Nee, houden we het Joodse er toch maar buiten. – Toch, toch.

Ⴀ Zo zegt men het nu: ‘Hoe het debat over wokeness giftig werd’ – hoe wokeness het gif ís, zou beter gezegd zijn.

Ⴀ Er was eens een rector die zich in de media goed voordeed. Hij had in zijn huis vele dienstmaagden die hij zei graag te zien wij wilde immers zelf graag zien. Hij was voor de buitenwereld de voorkomendheid zelve, zo weldenkend als een Vlaamse nationalist zich kon voordoen, zo simpel godsdienstig als een ware Jezuïet, het evenwicht, de rustige pastoor, altijd zalvend zichzelf zegenend. De goedheid zelve, aan de welgevulde tafel. Toch moesten de dienstmaagden ook eten en dat was hem op den duur te veel – zoveel kosten, zoveel nutteloze monden. Hij gaf het beheer over hen aan een vriend die beloofde voor hen te zorgen en hen even veel te betalen, tenminste als ze meer uren werkten en tijdens de uren harder – dienstmaagden zijn immers geen rectoren, dienstmaagden zijn het best als ze veel werken. Zorg goed voor hen, zei de goede rector, dan kan ik het bespaarde geld aan mijn pr besteden. En zo gebeurde. De dienstmaagden werden minder betaald, rapper aan de deur gezet, nieuwe dienstmaagden werden van over de grenzen binnengehaald, een verantwoordelijke sprak gebarentaal, de mensentaal te min. De goede rector was tevreden, nu leefde hij geheel volgens zijn pr in de markt gezet. En zo ging de goede rector de geschiedenis in. (Toch heeft iemand, een ketter ongetwijfeld, Herman Van Goethem horen zeggen: ‘Op het werkvolk mag je spugen.’)

Ⴀ Dacht men dan dat het dom gepeupel niet meer bestond? Het is wakker geworden en huist nu in de weldenkende klasse van de zeretenengeneratie.

Ⴀ Treurnis. De blog, Inktspat, van Peter Bormans (de kenner van het werk van o.a. Jan Elburg) is verdwenen, moe gestreden – er stonden stukken op waar je je hoed voor moest afnemen – onherroepelijk weg – zij die de cultuur zogezegd beschermen en verdedigen, hadden al lang een plan moeten hebben om blogs te behouden, over te nemen, op een server te plaatsen. Nee, liever is men activistisch-fascistisch bezig. En dat is één blog, zo zijn er nog talloos andere, gekend en niet gekend, mensen die onopvallend belangrijk werk verrichten, vroeger kon je in obscure tijdschriften nog iets vinden, nog veel sneller dan men (Robert Darnton!) ooit gevreesd heeft, is de leegte aanwezig – en wat zullen die activisten-fascisten dan doen als er geen cultuur meer is? Zichzelf opvreten?

Ⴀ Om de zoveel tijd moet men het weer hebben over de dt-fouten waartegen zoveel ‘gezondigd’ worden, althans volgens de experten, net alsof er geen mensen, ja, zelfs kinderen zijn, die geen dt-fouten schrijven – waarom heeft men het nooit over de verwarring tussen jou en jouw? En hoe doen Engelse kinderen het dan? Oh, die zijn veel slimmer dan de Vlamingen. De komiek van dienst was in het weekend van 6 maart (DS) Dom Sandra, die zijn naam niet gestolen heeft. Hij is ‘hoogleraar Psycholinguïstiek en Algemene en Nederlandse Taalkunde’, natuurlijk aan de Universiteit Antwerpen, daar hebben ze geen ethiek nodig. Dat de professor zichzelf interessant wil maken, ok, hij doet wat zijn rector doet, maar dat hij dat doet met onwetenschappelijke en onjuiste argumenten maakt zijn hoogleraarschap meer dan verdacht.
Hij begint uiteraard met een zelfverdediging, haha. Dan doet hij ‘wetenschappelijk’ – ‘Die observaties (er zijn dt-fouten) roepen een wetenschappelijke vraag op’, schrijft hij – ha, de professor beroept zich op wetenschap. Zijn betoog steunt op een metafoor: de mens heeft een werkgeheugen en dat is klein, dan ook nog een langetermijngeheugen dat een stoorzender is en de dt-regels kunnen moeilijk geautomatiseerd worden – dus moeten we de dt-regels afschaffen. De argumentatie van de professor is esoterie.
De metafoor is verdacht, wat moet men in de jaren 50 van de vorige eeuw dan als argument gebruikt hebben? Bovendien lijkt de professor wetenschappelijk te zijn maar hij is dat niet – de metafoor neemt bij hem de werkelijkheid over. Hij schrijft dat het ‘werkgeheugen’ te klein is – maar hij weet blijkbaar niet, psycholinguïstiek niet kennende, dat een werkgeheugen uitgebreid kan worden, dat er wel degelijk geautomatiseerd kan worden en dat dit enige oefening vergt (algoritmen) – is het zo simpel? Het is zo simpel. Het hele betoog wordt pseudowetenschappelijk opgebouwd, de conclusie van de ‘professor’ gaat daar dan toch nog tegen in: ‘het gezond verstand’ zegt dat de dt-regels daarom afgeschaft moeten worden.
In het verkeer worden veel overtredingen tegen de opgelegde snelheid vastgesteld. Daarom moeten snelheidsbeperkingen afgeschaft worden.
Het geweld in gezinnen verhoogt  jaar na jaar. Het gezond verstand zegt dat we de gezinnen moeten afschaffen.
Antwerpse professoren halen het nieuws met nepnieuws en nepargumenten. De universiteit van Antwerpen kunnen we afschaffen.

Ⴀ Dat de nu gevangen gezette Tony Coonen,  van de partij Vooruit met het geld, de ex-man is van Hilde Claes en dus de ex-schoonzoon van Willy Claes heeft helemaal niets te betekenen. Dit is Limburg – en tel ze op, kijk waar ze zitten en weet wie ze in zetels gekregen hebben, weet waar het machtscentrum van De Lijn is, besef dat Limburg het Belgisch centrum van maffia en drugsmilieu is, en dat is louter toevallig en heeft niets met politiek te maken.

Ⴀ In MO* een interview met Meryame Kitir (van de partij Vooruit met de geit) met de haar welgezinde John Vandaele – verbijsterend is dit interview ‘inhoudelijk’, verbijsterend dat dit kan passeren. Een staatssecretaris die niets te vertellen heeft, 4 maanden heeft moeten studeren op haar domein (en dat betekent dus 4 maanden tijdverlies, een onderwerp dat ze dus niet kende en nog steeds niet weet waarover ze spreken moet, ongetwijfeld in haar onnozelheid bevestigt dat ze in ‘ontwikkelingslanden’ het repressief apparaat steunt (ze weet wel niet over welke landen het gaat) en een positieve boodschap wil brengen van zelfredzaamheid maar de voorbeelden die ze geeft tonen juist het omgekeerde aan. Waarom Kitir zulke posities in de sociaal-democratische partij heeft opgenomen/gekregen/toegewezen was voor sommigen een vraag. Het antwoord is: de Limburgse belangen verdedigen. ‘Daar wil ik echt wel bij stilstaan omdat het voor mij belangrijk is.’ – Kitir is hét voorbeeld van hoe de politiek zichzelf vernederd heef, afgegleden van het rationalisme naar een inhoudsloos en dus gevaarlijk sentimentalisme.

Ⴀ Het KMSKA, het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen is al meer dan een decennium dicht – dat betekent dat al meer dan één generatie schoolkinderen geen museumbezoek heeft kunnen en mogen afleggen – de onbekwaamheid en de regelrechte barbaarsheid van overheid en architecten hoeft niet verwoord te worden: de feiten zijn er. Nu wordt het museum wel geopend, en in de nieuwsbrief zingt de directie, pardon, het management, zichzelf de lof: wat een prestatie van ons helemaal onszelf. Ohla, het museum wordt geopend voor een catwalk, in dienst van commerciële mode, geldbelangen, investeerders – geen publiek is toegelaten. De stand van de cultuur, de cultuurdragers die de cultuur zouden moeten verdedigen. Ransel ze de tempel uit.

Ⴀ Alexander De Croo en Frank Vandenbroucke moesten zo nodig naar de kapper en dus gaan de corona-besmettingen de hoogte in – nu ze naar de kapper zijn gegaan, kan het land weer op slot.

Ⴀ Ook zo gelachen toen het federale niveau, de nepprofessor Vandenbroucke, einde van het kleine beetje Latijn was en de hete aardappel naar het gewestniveau doorschoof, te weten de onderwijsministers? Zo moedig is hij wel, de perfessor. En wat deed Weyts? Het onmogelijke, maar hij zei wel: geef ons vaccins, de rest is gezever, we hebben vaccins nodig, maar waar blijven die? (En nu we zover zijn: vijgen na pasen.) De pseudopoliticus, nu ook al vooruitgangster, vond de voorstellen van Weyts formidabel en hij zweeg over de vraag naar vaccins, want dat is zijn verantwoordelijkheid. De perfesser heeft geen kleren aan. In Knack van 24 maart stond een interview met Peter Knoope die het generatieconflict aanklaagt: jarenlang zegt men dat de ouderen een probleem zijn en dan is het niet te verwonderen dat ouderen als dood hout gezien én behandeld worden. De louter uit ideologie en zelfwaan bestaande Frank Vandenbroucke zet al decennialang de generaties tegen elkaar op – de ouderen zijn het probleem, het zijn profiteurs en die ouderen moeten letterlijk aan banden gelegd worden – een kettinghond verdraagt niet dat er straathonden rondlopen. Zoals elke Thatcheradept zet Vandenbroucke bevolkingsdelen tegen elkaar op – daarmee een klassenanalyse verhinderend – want een klassenanalyse zou blootleggen hoe neoliberaal deze valse politicus is.
Of de argwaan tegen vaccins? Toen de eerste resultaten verschenen, was het Vandenbroucke die zei dat je die farmabedrijven niet mag geloven, het is immers allemaal te doen om het geld (zoals hijzelf maar al te goed weet). Het is goed zich te herinneren dat hij behoort tot die partij die homeopathie op hetzelfde niveau als de geneeskunde stelt – het volk bedriegen is voor dat soort een normale handel. Nee, het lachen vergaat ons.

Ⴀ N.a.v. de bevestiging door het Vaticaan dat homoseksualiteit een zonde is, schaamt bisschop Johan Bonny zich. Maar waarom? Vrije seksualiteit is onverenigbaar met het katholicisme. Toch is deze godsdienst een theologische constructie, gericht op fokken voor God en Kerk, dat homoseksuelen kunnen huwen (de kleinburgerlijkheid troef) is voor het katholieke geloof onmogelijk: dan moet de hele sacramentenleer immers op de schop en dan bestaat het katholicisme niet meer. Als Bonny zegt zich te schamen, moet hij uit de Kerk treden – dan pas zou men hem mogen loven.

Ⴀ Gouwleider Milo Rau, Direktor Schauspielhaus NTGent, is eredoctor gemaakt aan de Universiteit Gent – het establishment sluit de rangen, Rau is dus in de loge opgenomen. De zogenaamde criticus ontmaskerd als vulgaire arrivist, op de kap van het leed zichzelf decorerend.

Ⴀ Multiple choice! Saint-Daniël Termont is, naast zijn vele andere pensioenbaantjes, tot ereconsul van Marokko benoemd. Dit is hem gelapt
1. omwille van zijn pianospel
2. omwille van zijn Gentse talenkennis
3. om het foefelen.

die ellendige wereld

Veel kan ik verdragen. Middelmatige politici, hun lafheden en leugens. Uitgevers met een slavenmentaliteit. Het slechte weer. Dwaze zinnen. Soms sta ik versteld van mezelf, hoe onaangedaan ik ben, standvastig als Seneca. Maar iets, iets kan ik niet verdragen. Hardnekkige etiketten op boeken. Nee, dat niet. Dan heb ik, o, terechte heimwee naar het potlood.

Je komt thuis, je neemt de boeken die je gekocht hebt, vast en wilt de prijsetiketten verwijderen. Soms gaat het makkelijk, tenminste als het boek niet lang in de winkel gestaan heeft, de lijm heeft zich dan hardnekkig, als gedroogd beton, in het boek vastgezet. Je trekt het etiket weg en daar verschijnt een schaduw van het etiket, een langwerpige, horizontale rechthoek, heel dikwijls verkleurd. Als het een boek uit de rekken is, kan het zijn dat de inkt verpulvert, maar de lijm blijkt extra lijmvast te zitten. De lijm vreet papier en inkt aan, voor altijd staat die kooi in het boek. Een bekende boekhandel, de Slegte, gebruikt etiketten met een agressieve lijm. Bij oude, niet-geplastificeerde boeken, blijft niet alleen de ‘schaduw’, de afdruk, als men het etiket weggetrokken heeft, zichtbaar, ook een deel papier is meegekomen. Het winkelmanagement, slim als het is en dus niet wetend dat een boek uit papier bestaat en dat papier kwetsbaar is, heeft een oplossing gevonden: het etiket wordt niet op de omslag maar op de laatste pagina van het boek gekleefd. Dan blijft niet alleen het etiket als men het weggetrokken heeft, zichtbaar op het papier, ook een deel papier is meegekomen – voor altijd beschadigd. Dat is dan nog het beste geval : heel veel trek je het papier gewoon kapot. Lijm, alhoewel onbeweeglijk, blijft werken en vreten.

Sommige boekwinkels gebruiken etiketten die oorspronkelijk waarschijnlijk voor wijnflessen of grasmachines bedoeld waren, maar die nu voor boeken gebruikt worden, wijn en literatuur en vocht gaan toch samen? De kleefkracht is navenant. Je komt dus thuis en je wilt, terwijl je fluitend naar de merel kijkt hoe hij zich in het waterbakje onder de eik wast, de boeketiketten verwijderen. Bij goede etiketten hoef je geen nagels als van een heks te hebben, even wrijven met de duimvingertop en het etiket komt los. Maar bij andere etiketten lukt dat niet – de agressieve lijm doet wat agressieve lijm doet: lijmen.

Dan begint het prutsen. Met een vingernagel tracht je onder het papier te geraken, dat kan niet of nauwelijks. Plots krijg je wel een stukje papier los, maar dan blijkt dat je maar een laagje papier hebt losgetrokken, aan je vinger kleeft het papier en het etiket op het boek kleeft nog steeds : het blijkt om twee etiketten te gaan, allebei even hardnekkig, domheid op dwaasheid. Je nagel is onbruikbaar geworden, want gescheurd en kleverig, niet efficiënt genoeg meer. Je neemt een mes, niet zomaar een mes, een scherp mes. En je probeert weer onder het papier van het etiket te komen maar boven het papier van de omslag te blijven. Dat lukt niet. Een kerf in de omslag, als de omslag gekleurd is, is er nu een witte kwetsuur. Je kijkt rond en als je niemand ziet, vloek je. Je probeert opnieuw en waarachtig nu komt een groter stuk etiket mee, maar, helaas, ook een stuk van de omslag. Het etiket mag dan helemaal of gedeeltelijk verwijderd zijn, het etiket is voor eeuwig zichtbaar.

Eens was je het beu en je wilde van de boekhandelaarster een ander exemplaar – in dat geval was het etiket op de voorzijde van de omslag gekleefd en zeer hardnekkig als het leed van de wereld. Je gaat naar de winkel, je haalt het ruilexemplaar op, er is geen etiket op het boek gekleefd, je bent (min of meer) gelukkig, toch gerustgesteld. Nu je daar toch bent, neem je nog een ander boek mee. Je komt thuis, je wilt het etiket van dat boek verwijderen – wéér van hetzelfde: een etiket dat niet verwijderd kan worden zonder het boek zelf te beschadigen.

Soms heb je een methode gevonden, en denk je, zo moet het en nu voor altijd dit onthouden : met de top van het mes, horizontaal blijvend, steeds verder gaand zoals een bergboor, die een tunnel graaft, traag en voorzichtig. Dat lukt soms een beetje, je wordt bijna euforisch en je borst zwelt van trots (denkend aan Kant) – maar lukt nooit tot het einde. De methode mag je vergeten.

Heb je de moed verloren, al dat prutsen, al die vuiligheid, de ergernis om boekhandelaars die boekvijandig zijn, wil je het laten zoals het is, dan is het ook geen gezicht: een half afgetrokken etiket is nog erger dan een heel etiket.

En soms heb je toch het hele etiket verwijderd, dat dacht je dan, maar dan blijft een slagveld over. Als je van ver kijkt, lijkt er niets aan de hand te zijn, een fenomeen dat  wel meer voorkomt. Dichterbij gekeken, ai ai wat een ellendige wereld. De omslag is hoe dan ook beschadigd: de omtrek van het etiket blijft zichtbaar, de sporen van nagel of mes eveneens, de omslag vertoont builen en blutsen, geplastificeerd of niet, de kleur van de boekomslag aangetast. Is het etiketpapier volledig verwijderd, ligt er nog lijm op de omslag, na twee keer het boek vastpakken bestaat de onzichtbare maar lijmende lijm, nu uit zwarte brokstukjes. Lijmsnot.

Nee, ik kan er niet tegen, de wereld van ellende.

gekwetst ben ik

Ghequetst ben ic van binnen

Ghequetst ben ic van binnen,
Doorwont mijn hert so seer,
Van uwer ganscher minnen
Ghequetst so lanc so meer.
Waer ic mi wend, waer ik mi keer,
Ic en can gherusten dach noch nachte;
Waer ic mi wend, waer ic mi keer,
Ghi sijt alleen in mijn ghedachte.

Anoniem (14de eeuw)

Maar ik ook! Ook ik ben gekwetst! En nu voor altijd!

Welke generatie heeft nu de wapens opgenomen? De gekwetste. Als er al geen geboortetrauma is (als iedereen geboren wordt uit een baarmoeder, is er natuurlijk geen trauma), dan is er wel iets ergs gebeurd, met een kinderfiets gevallen, een al te luide lach op de speelplaats en natuurlijk is men gediscrimineerd. Zo herinner ik me de PMS-adviezen. De een was te dom voor de universiteit (hij is professor geworden, weliswaar in de psychologie, maar toch professor), de ander had geen wetenschappelijke aanleg (hij doceert architectuur), een ander moest priester spelen (hij was en is atheïst) – enz., allemaal blanke jonge mannen. Getekend voor het leven! En Pijn!

Dus moet men in de maatschappij watten brengen voor de wattengeneratie: opgelet want er zou iemand gekwetst kunnen worden, oei, de koude tenen, Kees van Kooten en Wim de Bie spraken tenminste nog van pikken, nu is omzichtigheid geboden. Wat eventueel zou kunnen kwetsen, men weet het niet maar men veronderstelt, gauwgauw weggemoffeld en verzwegen. We zijn immers afstammelingen van blanke zieltjes. Zo doen we ons toch voor – zoals vandaag was het verleden: blank en rein, schuldeloos.

En dus vervalst men, en dus liegt men, en dus speelt men de hypocriete non. En zo is het fascisme binnengeslopen. Wat onwelgevallig is, zal men verwijderen. Het zuiveringsproces gebeurt stil en soms verraadt men zichzelf. Zo dacht Lies Lavrijsen veel punten te kunnen Lies Lavrijsen ophalen. Dus verklapte ze dat ze Mohammed uit haar bewerking van de Hel van Dante geschrapt heeft. De trots over haar epuratiewerk, elke moordenaar is trots op haar bebloede handen, kon ze smakelijk onthullen.

Ze kreeg (dan toch) enige tegenwind en ook wind langs achteren. De uitgeverij Blossom Books stond pal achter haar vertaalster-zuiveraarster-ijveraarster en zegt dat er niet onnodig gekwetst moet worden – terwijl het juist nodig is nodig te kwetsen, onnodige kwetsuren, hoe zou dat zijn? Maar wat hierop volgt in het verweer van de uitgeverij, uiteraard gepubliceerd op twitter, het medium van de meute en het fascisme, is interessant (we kruipen nu immers in het hoofd van een hellemonster): ‘[…] dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving. Het feit dat de passage niet nodig is voor begrip van de literaire tekst is doorslaggevend geweest.’

Wie is die ‘een lezersgroep’ – de schoolgaande jeugd? De jong-volwassenen? De moeder-aan-de-haard? De vader-met-de-pijp? De lezers? De culturele doelgroep? Nee, met ‘een lezersgroep’ bedoelt de uitgeverij de islamisten die een groot onderdeel uitmaken en de rest is voor deze uitgeverij onbelangrijk, ze is dus met haar vertaalster een Erdoganlikker. Het pijnlijke is dat de vreemdelingen (dat we nog steeds van vreemdelingen moeten spreken nu we al de vierde generatie islamisten meemaken, zegt toch ook wel iets – maar wat zegt dit dan?) geen Dante lezen – kijk naar de uitleencijfers in de bibliotheken, kijk rond je in de boekhandel, kijk naar literaire manifestaties – er is een zichtbare schare schrijvers, maar waar zijn de lezers gebleven? Het is wél zo dat een voorhoede, de vijfde colonne, welbewust op zoek is naar provocaties, aan-de-muur-hameren, om dan de buit binnen te halen. De triomf van Erdogan een feit. Waarom mogen de niet-islamisten, de hedendaagse maatschappij dus, wel ‘gekwetst worden’? Op wiens instigatie gebeurt dit? Doelbewust ‘kwetst’ men de groep der lezers (en niet alleen kwetst men, men misleidt) : een uitgeverij die het eigen doelpubliek wil vernietigen, zo werkt het fascisme. Wie zegt gekwetst te zijn, stopt doelbewust elke rationele discussie – over emoties kan niet gediscussieerd worden: ze zijn er, of ze worden ingezet, of ze zijn er niet, of ze worden overstegen. Wie zich beroept op emoties als een epistemologisch argument, vernietigt de rationaliteit. De sentimentalisten zetten zichzelf buiten de rationele maatschappij, maar daar is het guur. Daarom wil men de maatschappij overnemen. De sentimentalisten willen de terreur van de sterkste, de luidste, de agressiefste. De terreur van de kampen, de zwijgplicht, de censuur, de leugen en het bedrog. De zwarte hypocrisie.

De weldenkenden verwijderden ‘niet-essentiële passages’ uit het ‘Convivium’ van Erasmus – de Inquisitie, het fascisme van toen, het activisme van nu

Volgens het fascistische Blossom Books staat het een uitgeverij vrij om passages te verwijderen die het begrip voor de literaire tekst niet in de weg staan – durft deze uitgeverij te zeggen dat zij dat kan? Hoeveel passages kunnen dan blijven staan? Der Zauberberg lezend zou deze inquisiteur-censor heel wat werk hebben, het resultaat minder dan een wikipedia-pagina.

Men heeft deze uitgeverij en haar handlangster Lies Lavrijsen beschuldigd van lafheid – dat is onjuist: fascisten zijn niet laf, dat zijn collaborateurs, fascisten zijn agressief, wraakzuchtig, gewelddadig, vernietigend. Het zuiverende vuur is hun embleem (kijk naar de vormgeving van deze uitgeverij: dit is het fascisme voor de jeugd). Het is dus niet ongepast het fonds van deze uitgeverij en de vertaalde werken van Lavrijsen op fascistische propaganda na te gaan. Wie censuur pleegt, doodt mensen. Wie boeken verminkt, stuurt mensen naar concentratiekampen. Wij kennen de geschiedenis, we weten wat men met de boeken van Erasmus gedaan heeft en welke zwarte terreur gevolgd is. In de 20ste eeuw weten we wat het fascisme en het stalinisme uitgespookt hebben – en nu zou dat niet het geval zijn? ook nu gelden nog de sociologische en culturele wetten. We weten dus tot wat Lavrijsen en Blossom Books in staat zijn. De nuttige idioten van Erdogan. Misschien zijn ze wel te laf om de wapens op te nemen, maar anderen zullen het voor hen wel doen. Voorbereidings- en propagandawerk. En het bewijs geleverd dat men niet weet wat cultuur en beschaving is.

Ongetwijfeld heeft de directie van de ex-bibliotheek De Krook uit Gent, onder curatele gesteld van de groene gouwleidster Tine Heys, al warme contacten gelegd met deze uitgeverij, diepe banden gesmeed – de Dietse ideologie volgend. Een verenigd Islamistisch Rijk (I.S.) de droom. Dante in de hel. En wij met hem.

esthetiek ?

De Leopoldskazerne in Gent was/is een neogotisch gebouw, niet vervallen, stevig gebouwd, wel lelijk, zoals alle nep. Het leger moest besparen, de kazerne werd te groot, Druksel heeft daar nog in een turnzaal 2 keer de beurs georganiseerd. Het MSK is een korte tijd in één van  de torens gehuisvest geweest, er werden ateliers voor kunstenaars ingericht. Er was een rare samenwerking tussen Stad en leger. Plots, de wegen der duivels zijn duister, werd het pand door de provincie aangekocht – op dat moment wist men al dat de provincies zouden afgeschaft worden – en daarna weer verkocht – de provincie Oost-Vlaanderen en het vastgoed: daar is meer dan één misdaadroman over te schrijven. En dus werd de kazerne gedeeltelijk afgebroken, onderkelderd voor garages, de middenklasse moet bediend worden, een deel blijft cultureel, toch blijft de ligging problematisch, de ring (der moord) rond Gent ligt aan de voet van het gebouwencomplex en het project is natuurlijk op maat van het rijke gemeen, de morele en culturele onderklasse, ontworpen. Alhoewel de provincies in de feiten al afgeschaft zijn, komt er toch weer een nieuw Provinciehuis, er komt zelfs een hotel, niet zomaar een hotel, maar een hip hotel. Uiteraard is dit een ‘stadsbuurt’ en ‘toekomstgericht’ – ongetwijfeld zal men ook vinden dat de geschiedenis en het moderne naadloos in elkaar overvloeien, dat er een gelukkig huwelijk is tussen oud en nieuw, dat de geschiedenis eigenlijk al de toekomst is. (Ooit werd geopperd om de kazerne niet te verkopen maar als ‘reserveplaats’ te houden wanneer bij rampen veel mensen tegelijkertijd verzorgd moeten worden, zoals een bom tijdens de Gentse Feesten, een pandemie, een algemene vergiftiging van de bevolking, enz. dat werd allemaal weggelachen – een pandemie? We zijn de Middeleeuwen niet meer.)

En zie, je kijkt naar de website en alle clichés komen voorbij (de reclamesector is een creatieve sector, zegt hij zelf). De architecten zijn B2Ai, 360 architecten, Sergison Bates architects, uiteraard wereldberoemd en gekend om hun subtiele ingrepen. Op de website van de immobiliëngroep Ciril staat te lezen: ‘Een unieke locatie, op het kruispunt tussen oud en nieuw. De Leopoldskazerne krijgt een nieuwe start. Met respect voor de geschiedenis, maar met het oog op de toekomst. Een indrukwekkende architectuur en geschiedenis. Een samenspel van stijlen en invloeden, naadloos aangevuld en versterkt met moderne elementen. Het resultaat? Een unieke woonbeleving, vol karakter.’ – altijd dezelfde onzin, voor gelijk welk project, in gelijk welke stad. De internationale architectenzwendel.
Vraag: waarom protesteert de cultuursector nooit tegen deze verkrachting van de taal?
Antwoord: de cultuursector eet het brood dat hem toegeworpen wordt, d heeft zelf deze taal verzonnen en gebruikt die voor het eigen inkomen, de taal mishandeld is geen probleem – als er maar geld te rapen valt (letterlijk te lezen: als slangen over de grond kronkelend).

De foto toont de hypocrisie: men is nog te laf om een muur af te breken, liever zet men daar een nepgebouw achter. Naadloos gaat het een over in het ander, naadloos – zoals het hemd van Sint-Godelieve van Gistel. Als een tang op een varken – pseudo-architectuur.

2. In het Muinkpark van Gent, Michiel Hendryckx noemt deze buurt, waar hij woont, bekakt, hij kan het weten, staan ongeveer de prachtigste bomen van de stad, het park zelf een combinatie van onderhoud en op zichzelf staande natuurkracht, een mooi beeldhouwwerk in het midden ervan, een herinnering aan de tijd toen er daar een dierenpark mocht zijn. Aan een majestueuze boom hangt een blad met een QR-code – zodat men niet naar de boom moet kijken en de boom zelf geattaqueerd wordt. ‘Scan for a surprise’ – een spek voor kinderen – de oorlog der belevingen in alle geledingen doorgedrongen. Wie doet beleven, steekt de ogen uit. Mag men niet meer naar een boom kijken? Nee, ga naar de cloud.

3. Niet zal ik spreken over de zogezegde muurschilderingen die overal in de steden verschijnen, zelfs op gebouwen die waardevol zijn en geen lelijk beeld verdragen – opvallend is dat die schilderingen ouderwets figuratief zijn en een werkelijke doorn in het oog – ik ken mensen die daar elke dag moeten op kijken. De politici stimuleren deze aanslagen op oog en gemoed, ze denken dat dit de stad verfraait, dat het volk graag zichzelf ziet, ze denken met graffiti een verbinding te maken met de jeugd, en het is de wansmaak die regeert, de domheid van het beeld die triomfeert. Net alsof er nooit een Georges Braque geweest is, een Malevitch, een Gerhard Richter, een Louise Bourgeois, een Bart van der Leck. Dit werk is een voorbeeld van reactionaire kunst, ik weet wel dat vandaag kunst en cultuur heilig zijn, en dat het sociale daarbij komt, drieheiligheid, dat het rationele onderdrukt wordt, zwijg daarover, er mag geen kritiek gegeven worden op het heilige, maar deze ‘kunst’ is een voorbeeld van regressieve kunst: men gaat achteruit zonder de verworvenheden van de voorgaanden te kennen, laat staan op te nemen, dit is bovendien ideologische kunst, het sociale viert hoogtij en is daarom niet langer sociaal maar agressief in domheid, lelijkheid, achterlijkheid – de politiek gebruikt dit als een soort suskunst. Het beeld op de foto is van de ‘graffiti-kunstenaar’ SMOK, die heeft nog andere wansmakelijke afschuwschilderingen in de stad gemaakt – nog een reden om de gewapende revolutie te starten.

4. Het Poëziecentrum geeft een boek uit, van Elvis Peeters, De wanbidder, een bundel als hommage aan en à la Hugo Claus, maar veel is door de auteur niet begrepen, al te oppervlakkig Claus gespeeld, Vlaamse pathos en retoriek, weinig grond, te luidruchtig bovendien. Op het omslag prijkt een foto, ‘cop. Christie’s Images / Bridgeman Images’ – een organisatie die bestaat van belastinggeld, het Poëziecentrum, betaalt liever een kapitalistische beeldbank (de gemakzucht van het geld) dan een foto te gebruiken van de ‘echte ramskop’, nl. die van Roel D’Haese, het zou ook kunnen zijn dat de verantwoordelijken van het zogezegde Poëziecentrum niet weten dat dit beeld bestaat. Opvallend is ook dat niet de fotograaf benoemd wordt of dat er uitleg over het beeld gegeven wordt, nee, enkel wie betaald wordt, is belangrijk.

De vormgeving van deze bundel is van Dooreman, zelden zag ik een belachelijker vormgeving. De titels van de gedichten in bold gezet, gecentreerd en onderstreept, zoals een dertienjarig meisje haar opstel Opstel noemt. Het formaat is verkeerd, de bindwijze al kapot nog vooraleer het boek gelezen is, zelfs banaal kunnen we dit alles niet meer noemen, dit is in de stunteligheid (bijna vertederend) onnozel-dom, zo slecht dat het nog de charme van prutswerk uitstraalt. De reekstitel ‘Ook ik’ (à la ‘Nu nog’) wordt voorafgegaan door een #, modern!, uitdagend!, jeugdig!

Maar misschien spreek ik over de verkeerde uitgeverij: de rug van het boek vermeldt immers Poeëziecentrum, waarlijk Maud Vanhauwaert-achtig Van Ostayen-achterna, geheel authentiek, de zorg om de cultuur en de boekcultuur gehuldigd, als het geld maar binnenstroomt, het Poëziecentrum als offerblok en offerblok.

over bloembakken en tikfouten

Een weinig flatterende foto, de leugen al direct aanwezig. Voor het ‘Wijkbudget Gent’ wordt een folder verspreid, op een lage tennisstoel, dus geen stoel en geen tennis, het zal wel een ‘sociaal-artistiek project’ zijn, steeds in dienst van de macht, het Vrije Westen gesteund door de kunstenaars-lijfeigenen, kijkt een vrouw uit over de weidse velden rond Gent, of beter, ze kijkt naar massa’s volk die zich doorheen het verkeer moeten wriemelen, de Dampoort is zowat het zwartste punt in Gent en Vlaanderen, ook letterlijk, duurde die fotoshoot een half uur dan was het kostuum van mevrouw grijs van het roet, duurde de sessie een uur had ze een zwart kostuum aan.

Deze folder is het resultaat van een ‘bevraging’ van de wijkbewoners. De Stad Gent deelt geld uit aan wijken om iets leuks te doen. (In andere steden en dorpen worden gelijkaardige zaken ‘opgestart’ – politici zijn aapjes die onzin naäpen). En wat is het resultaat? De blanke middenklasse doet iets leuks voor zichzelf. Zoals?
– een verpoosplek op een brug tevens ‘warme toegangspoort’ (waarop het verkeer raast, het openbaar vervoer voetgangers en fietsers bedreigt),
– een lichtfeest voor een groep sociale woningen
– een ‘co-maak-plek en maak-feest’
– een ‘buurtbar’
– een ‘buurtkoffiekar’
– ‘buurtfietskarren’
– ‘draaiboek circulaire straat’
– ‘meer tuin in de Damoortwijk’ [sic: Dampoortwijk]
– ‘kinderacties’
– een ‘Holle Bolle’ (om zwerfvuil te verzamelen)
– groen in straat X

Let wel, deze voorstellen zijn een politiek correcte selectie, want geselecteerd door de kabinetten, niet alle ‘voorstellen’ worden aan de bevolking voorgelegd, alleen de politiek welgevallige zijn welkom – politieke voorstellen kunnen dus ook niet, want democratie kan niet betaald worden, tenzij men denkt dat een ereconsulaat van Marokko een democratisch verkregen baantje vindt.

Voor de hele stad Gent gaat het om 6,25 miljoen euro, te verdelen over 25 wijken – alles gaat echter al goed in Gent, die 6,25 miljoen dient enkel om de ‘wijken (nog) beter te maken’ – zo klinkt het in de overheidspropaganda. De verantwoordelijke schepen is Astrid De Bruycker, ‘schepen van gelijke kansen, welzijn, participatie, buurtwerk en openbaar groen’, lid van het fascistisch stadsbestuur in Gent, een oplichtingsbende, het zachte fascisme, maar toch fascisme, lucht en zichzelfdoenerij, deze partij noemt zich Socialistische Partij Anders, dus toch niet socialistisch.

Men stelt wat geld ter beschikking en doet alsof dit gaat om participatie, ja zelfs basisdemocratie is, de mensen een stem geven. In werkelijkheid geeft men wat geld om een nep‘gevel’ à la Potemkin, te versieren, zijn de projecten het allerdomste wat men kan bedenken, fundamenteel blijven alle problemen bestaan, de rozen van Karl Marx, gedrapeerd rond de kettingen, doet men aan zelfbediening en door mee te spelen werkt men mee (collaboreert men) aan een maatschappij waar niet de democratie en de civilisatie centraal staan, maar de zelfvoldane zelfgenoegdoening. Er kunnen geen structurele maatregelen genomen worden, het geld is immers zondagsgeld (al is het veel te veel), aan de fundamenteel ongezonde levenssituaties in Gent wordt niet geraakt, integendeel het geld dient om een status quo in stand te houden, om de middenklasse te lokken en in de stad te houden. De achterkamerpolitiek, het maffiose samengaan van politiek, economie, voetbal, bouwbedrijven en energie wordt door dit soort acties weggemoffeld. Als men één keer per jaar een straatbuffet kan houden, denkt de Vlaam dat hij gehoord wordt en dat de democratie stevig werkt.

Dat alles zou nog te verdragen zijn als de ellende niet zo groot was. In Gent leven minstens 400 kinderen op straat – Gent noemt zich dan ook terecht een kindvriendelijke stad –, en meer dan 1500 volwassenen, men mag er van uitgaan dat dit een onderschatting is. Ik spreek dan nog niet over kinderen die verwaarloosd worden, al dan niet door de blanke middenklasse, kinderen die nauwelijks gezond voedsel krijgen, kinderen die door taalachterstand in de armoede en de domheid geduwd worden. Ik spreek dan nog niet van al die mensen die niet in sociale woningen kunnen wonen omdat de sociale woningen bezet worden door Mercedes-bezitters. Ik zwijg over die tweede en derde generatie vreemdelingen die aan hun lot overgelaten werden, over de samenzwering tussen politiek en godsdienst, de dessertpolitici die de stad als een koekendoos presenteren. Ik zwijg over de bibliotheekpolitiek die wegtrekt van die groepen die het meest cultuur van node hebben en over de bibliotheek die zich gaat nestelen in een omgeving zonder toekomst en perspectief. Ik zwijg over de belachelijk hoge huurprijzen, aangejaagd door een kapotte huurmarkt, en daar zijn de sociaal-fascisten de eerste verantwoordelijken van.

Maar ik zeg dat de middenklasse schuldig is aan de collaboratie met de leugen, de macht en het geld, dat ze onderdrukking mogelijk maakt en steunt, dat ze slechts solidair is met diegenen die geen armoede kennen, blind als ze is voor de structurele problemen, milieubewust is ze als ze zichzelf hip kan vinden.

Het reclamebureau Das Mag, dat ook boeken uitgeeft, zet een publiciteitscampagne op rond het tweede boek van Lize Spit, Ik ben er niet. Of dit een geslaagd boek is of niet, is niet van belang, het gaat erom dat het boek in de pers hier en daar wat kritisch bejegend werd, men is wel vriendelijk gebleven, men heeft het niet afgekraakt. Met deze reclamecampagne maakt het bureau duidelijk dat het een tweespalt tussen de kritiek en ‘het volk’ wil creëren. Niet worden lovende woorden van cultuurpausen of -kenners of ernstige lezers opgenomen, wel allerlei anonieme nepberichten, al dan niet gelardeerd met rode harten, Lize Spit, de Lady Diana van de Lage Landen, de prinses van het Volk, opgejaagd door de ware lezers, een Volksschrijfster moet en zal ze zijn, huilen als het nodig is (Gerard Reve komt woedend uit zijn kist gestormd).

Wat lezen we? Inhoud? Gefundeerde meningen? Argumentaties? Literaire waarmerken?

– Hallo Lize […] Enorm bedankt voor deze ervaring
– Dankje lieve Lize […] ik wil ff in niks anders beginnen
– […] ik ben zelfden [sic] zo ondergedompeld geweest in het boek
– Dit boek is van ongezien niveau. […] Nu rest enkel spijt omdat het wachten is op je volgend meesterwerk!

U ziet het, het reclamebureau heeft zich ‘ingeleefd’, daarvoor in een recreatiepark op retraite geweest. Onderaan de reclame staat ‘Wat vind jij van Ik ben er niet? – daarmee ‘lezers’ aansporend zich te voegen bij de ‘massa’ – kritische afstand is een kenmerk van democratie en cultuur. Het beeld is zo opgebouwd dat het lijkt alsof er heel veel reacties gekomen zijn, het gekwetter oorverdovend. Men doet alsof dit authentiek is, er worden wat tikfouten gezet, wat krakkemikkige zinnen, maar er is vooral sentimenteel gekwijl te lezen dat niets betekent. Men doet zelfs niet de moeite om te zeggen wat het onderwerp van het boek is, zelfs de auteur is van geen belang, ook de uitgever niet: centraal staat een product dat door de kreten van ‘het volk’ verkocht moet raken.  ‘Het volk spreekt’ is de boodschap, de kenners zijn tégen het volk en zijn prinses – koop het boek dat wij uitgegeven hebben en koop het boek dat wij uitgegeven hebben. Het volk spreekt rechtstreeks tot het volk, net zoals er rechtstreekse democratie is met bloembakken op straat te laten zetten: het is één van ons die het gevraagd heeft, het is dus goed en echt authentiek helegans democratisch gelogen. Dat hebben bloembakken en taalfouten met elkaar gemeen: de triomf, niet van het volk, wel van de domheid, de anti-democratie, de collaboratie met de politieke en economische macht, het anti-intellectualisme – de dood van de analytische kritiek. Het nepleven van nepmensen als morele norm. Glorie zij de leegte.