sfcdt

Tag: de bibliotheek van de 21ste eeuw

februari, morrend

א Hedendaagse clichés, 19a: ‘Een hele uitdaging.’ 
19b. ‘Breed’. ‘Super’. ‘Divers’. > ‘Brede superdiversiteit. Wij.’

א Stella Nyanchama in Knack, 16/12/2021 : ‘[…] holle begrippen zoals ‘interculturalisme’ of ‘diversiteit’.

א Le Monde, 25-01-2021: « Le Centre Pompidou va fermer pour travaux pendant trois ans, entre 2023 et 2027 ». DS, 25-01-2021 : ‘Centre Pompidou gaat vier jaar dicht’. Hyperallergic, 26.01.2021 : ‘Paris’s Centre Pompidou Will Close for Nearly Four Years During Restoration’.

א Aardgas is volgens Europa ‘aflopend’, daarin moet en mag niet meer geïnvesteerd worden. Fossiele grondstoffen moeten bewaard worden of toch minstens niet meer zo kwistig verbruikt worden. Maar: Fluxys is voor het grootste deel in handen van de gemeenten en verdeelt aardgas – de reden van bestaan van dit bedrijf – en de gemeenten verdienen er zeer goed aan – hun cadeaupolitiek steunt op diefstal, via Fluxys betalen de burgers te veel voor hun aardgas. Om die corrupte politiek te kunnen voortzetten, investeert Fluxys nu in Brazilië (TBG, gasdistributie): daar is er nog veel winst te halen met aardgas (er zijn daar ook veel Brazilianen) – verbruik van fossiele grondstoffen dus, maar wel uit het gezicht van Belgen en Europa. In Brazilië geldt de Green deal van Europa immers niet, of, de hypocrisie van de Belgische overheid.

א De wolf wordt verwelkomd met het argument dat hij hier eeuwenlang geweest is. De vossenjacht is verboden, nochtans was die er ook eeuwenlang.

א Verwonderd dat rechts de meningsvrijheid verdedigt, de vrijheid van spreken en schrijven, zich verzet tegen de pensée unique (net alsof rechts meerduidig is) en het moraliseren van zwartrokken, opkomt voor gepluimden, zegt op te komen voor het vrije denken? Het is de oude verdediging en angst: de oude fascisten vrezen dat hun positie door de nieuwe activisten-fascisten (de terminologie is historisch en hedendaags correct) wordt overgenomen, deze laatsten zijn immers niet meer bezig aan hun opmars, ze hebben al de bovenbouw, de culturele instellingen, de media, het onderwijs, in handen.

א Weet iedere keer dat Cathy Berx naar buiten komt dit is om de Reuzegommers uit de wind te zetten, maar vooral het netwerk van de ouders te fatsoeneren – zo zal op het proces blijken dat het de ouders zijn die hun kinderen aangezet hebben om bij Reuzegom te gaan: het web van katholieke, vlaamsnationalistische, reactionaire establishmentleden, die elkaar later zullen steunen en toedekken.

א Kristof Calvo, de Dries Van Langenhove van Groen, gaat werken voor de ‘denktank’ van Groen-links in Nederland.
Deze ultraliberaal ?
Ideeën en moraal hebben voor machtspolitici geen enkele waarde: alles is inwisselbaar.
Er zijn in België contacten om een nieuwe liberale partij op te richten, Calvo is daar 1 van de ‘voorlopig-bedenkers’ van – volgens Calvo is het de taak van de politiek de taal te corrumperen.
Hij is ook één van de initiatiefnemers om de vrijheid van pers aan banden te leggen – men spreekt van hate speech, in de feiten wil men een alleenrecht op communicatie (en op de feiten – Trump als blijvend voorbeeld) . Zo groenlinks is de man dus wel.
Anderzijds is hij natuurlijk ook het zoveelste slachtoffer van de toxische vrouwelijkheid.

א Dirk Verhofstadt, de grote denker, de krachtige filosoof, de machtige vrijmetselaar, de koene strijder voor de Verlichting, zwijgt in alle talen over het fascisme in De Krook, de bibliotheek van Gent wil boeken vernietigen, wat niet past in het eigen geloof wordt gemerktekend – alsof boeken en mensen beesten zijn, het nieuwe fascisme volgt trouw het oude fascisme – en het fascistisch stadsbestuur in Gent, nochtans geleid door de zogezegde liberalen, wil verbieden, vernietigen, verbranden wat niet volgens het zwart boekje is, het bestuur is adem- en gedachtenloos, holt een sekte na.
Niet ‘daar komen ze de zwarthemden’, maar wel: ‘daar zijn ze’. Op Twitter beschuldigt de Verhofstadt-brother de oude fascisten – om het eigen fascisme te verbergen.

א Het radionieuws, ’s morgens, 3/02/2021: ‘De experts geven minister Vandenbroucke gelijk.’ – meervoudsvorm. Daarna blijkt het te gaan om de mening van 1 persoon – zelfs niet gebaseerd op feitelijke gegevens.

א De Nethys-saga, never ending, niemand kan ons wijsmaken dat niemand dit wist – de tentakels gingen van Luik naar Gent en terug – het was Louis Tobback die niet begreep waarom Tom Balthazar als schepen van Gent en betaald door Publifin ontslag moest nemen : dat niet-begrijpen is de essentie van de neergang van het socialisme: in naam van het volk, van de portefeuille een brandkast maken, de buik vullen en de democratie uitspuwen. Die kwalijke combinatie van politiek, sport, bouwbedrijven, staatssubsidies en staatsruiven – de stallen zijn nog lang niet uitgemest. Nooit is de Agusta-affaire tot op de bodem uitgezocht, waarom dan nu?

א De minister van Hysterie, Frank Vandenbroucke, vergeet in december een handtekening te zetten waardoor vaccins laattijdig geleverd worden, en beweert later dat er geen probleem is. Hij kan geen statistieken lezen, noch een barometer, en beweert dat hij de beste van de klas is – wie zei ook weer dat de morele houding en wetenschappelijke expertise van FVDB een luchtbel is? Een zoveelste flater en leugen kan er altijd bij – wat is Conner Lonner Wonner Rousseau toch trots op zijn ‘oude hoer’. Zoals Trump de toekomst was, zo is Rousseau de toekomst van de afgrond, de demagogie en het ultraliberalisme.

א Op dereactor.org staat onderaan een recensie te lezen: ‘Deze recensie door Anne Sluijs over Oogst door Sien Volders werd mede mogelijk gemaakt door het ANV.’ – een boek lezen en er iets over schrijven, daarvoor is nodig het Algemeen-Nederlands Verbond (‘Het ANV brengt Nederlanders en Vlamingen samen om elkaar beter te leren kennen, de belangstelling voor elkaar te vergroten en de samenwerking te verbeteren.’) – als de culturelen hun instellingen eens naar behoren zouden gebruiken?

א Bij Bozar is Paul Dujardin eindelijk aan de kant gezet en aan de kant mag hij verder doen.

א De Green deal: de toekomst, het geluk, proper en intelligent! En waar gaat het Europees geld in België naartoe? De Belgische spoorwegen – een project uit de 19de eeuw. Een vernietiging van het landschap en een belasting op mens en milieu. Als de maatschappij gedecentraliseerd wordt, is meer dan de helft van de huidige treinen niet nodig. Hetzelfde geldt voor de nu bestaande beweging om overal circulatieplannen in de steden en dorpen op te leggen, de CO2 terugdringen. Binnen ‘10 jaar’ is dat probleem opgelost: elektrische auto’s – de huidige politiek doet nu wat ze dertig jaar geleden had moeten doen en doet nu het overbodige. Wat men wel kan doen is de straten anders inrichten, om de agressieve snelheid van e-bikes en auto’s te vertragen – maar dat kan niet want De Lijn wil overal vrije doorvoer hebben.

א O wat is Vlaanderen trots. De grootsheid van Vlaanderen weer bevestigd. Groot nieuws. Uitzonderlijk positief voor de tijd van  het jaar. ‘Vier Vlamingen op longlist Libris Literatuur Prijs 2021’ – op achttien genomineerden.
De opgang, Stefan Bousset, priester-dichter – een zoveelste boek over de collaboratie en zichzelf
De onbevlekte van Erwin Mortier, de tarantula van de oudere schrijvers – een zoveelste boek over de collaboratie en zichzelf
Ik ben er niet, Lize Spit, krakkemikkig simplisme
en Sien Volders met Oogst (Hollands Diep), simpel simplisme.

א De komiek van de Vlaamse regering, Bart Somers die toch de winter is, start een campagne om ‘gelovigen te overtuigen van vaccin’ (Knack website, 7.2.2021) – eerst het islamisme subsidiëren, de identiteit van vreemdelingen beperken tot een achterlijke godsdienst, het geloof boven de rede stellen en dan geld steken in het overtuigen van de waarheid tegen hun dwaasheid, hoe liberaal zou dit zijn, ware het niet de wereld op de kop – of is liberalisme simpelweg hinderlijke domheid? Zoals Ibsen het schreef in Een vijand van het volk: ‘dat de liberalen de gemeenste vijanden zijn van de vrije mannen’.

א Als een trein raast Joe Biden (‘en zijn team’) (nu wordt meer en meer gezegd ‘zijn team’ – zo leugenachtig is de berichtgeving, een regering is geen team) over de Amerikaanse politiek, een lawine van nieuwe maatregelen en een herziening van het Trump-era. Als men sommigen mag geloven is Biden een Lenin. Hij en zijn regering strooien met grote woorden en grote principes, ze zijn weer vriend met iedereen en ooit, ooit, zullen ze weer normaal doen, maar eerst toch afwachten, een handtekening zetten is goedkoop, van beloven leven de zotten.
De Democraten hebben vrij spel, in Kamer en Senaat hebben ze een meerderheid, de Republikeinen hangen in de touwen, alle redelijke voorstellen kunnen ze met gemak laten stemmen. Maar de Democraten zijn anders redelijk, al konden ze doorzetten, ze hebben in hun goedheid toch 1 punt aan de Republikeinen toegegeven: het minimumloon van 15 dollar wordt geschrapt. Wat zouden de arbeiders immers doen met al dat geld? Alleen maar verbrassen, alcohol en chips kopen. (De Democraten hebben elk hun eigen rekening gemaakt: geef aan Caesar wat Caesar toekomt.)

א Rokus Hofstede vertaalde Les années van Annie Ernaux, zei in dat druiperig interview met Guinevere Claeys, DSL, 19/12/2020: ‘Of zo schrijft Ernaux ergens over les beaufs, de term die zelfvoldane linkse mensen gebruikten, eind jaren 60, voor het “gewone volk” in hun campings aan zee. Een denigrerende term, ik heb me kapot gezocht naar een goeie vertaling. “Proleten” of “aso’s”: niet ideaal. Uiteindelijk ben ik beland bij het woord dat de provo’s in die tijd gebruikten voor kleinburgerlijke mensen: “klootjesvolk”. Het werkt niet helemaal goed, vind ik nog altijd. Soms moet je tevreden kunnen zijn met iets wat in de buurt komt. Al lukt me dat moeilijk.’
Nemen we een woordenboek: ‘klootjesvolk’ wordt in Van Dale naar het Engels vertaald als ‘the bourgeois’. Connards of conasse, stomme kloot of stomme trut.
De Nederlandse Van Dale geeft als definitie vaan ‘klootjesvolk’ achterbuurtvolk, mensen zonder sociaal-culturele belangstelling. Maar zoals Hofstede het zelf zegt: de figuren bij Ernaux zijn géén provo’s, de term is dan ook verkeerd gekozen. Beaufs komt in de buurt van bâtards, bastaarden, onecht, geen echte mensen.
Beaufs vertalen met klootjesvolk is achterhaald en onjuist, een te moeilijk woord voor progressieven en een woord dat het hele bouwwerk van Hofstede in elkaar doet stuiken, soms heeft een vertaler maar één woord nodig om zichzelf te ontmaskeren. ‘Buffels’, ‘koebeesten’ of ‘beesten’ – dat had het werk van een vertaler kunnen zijn. (Waarbij hier eerst in een verkeerde lezing ‘boeufs’ voor ‘beaufs’ stond, maar die door Rob Leurentop, zie reactie, gecorrigeerd is.)

א Gent, de stad van het fascisme. Tine Heyse, die we nog kennen van o.a. de China-affaire bij Eandis, daar was ze beheerder maar wat die overname door China betekende, dat snapte ze niet – en ze bleef zitten waar ze zat, de mond open, het graaien dierbaar. In een vorig schepenmandaat, Reiniging, was haar eerste besluit de GFT-ophalingen niet meer wekelijks maar tweewekelijks te organiseren, men is ecologisch of niet – het mensen moeilijk maken is de eerste opdracht van dommeriken. Voor de rest is het onduidelijk wat ze doet, verwezenlijkt heeft of welke verdiensten ze heeft.
Maar heeft ze dan niets?
Toch wel, ze heeft gebreide kousen.
In Gent is ze nog altijd schepen voor Groen, maar nu het volledige stadsbestuur het fascisme omarmd heeft, is de partij van geen tel en kunnen we duidelijk zijn, ze is lid van het fascistisch bestuur. En uiteraard moet elk lid van de inquisitie haar werk doen. Ze is dus volledig akkoord, haar ervaring met de brandovens van Ivago komt van pas, met verminking en vernietiging van cultuur en mensen door de bibliotheek die niet langer een openbare bibliotheek is, dat ze daarmee het Bibliotheekdecreet, dus de wet, overtreedt, is, typisch voor de fascisten, geen zorg. Op haar facebookpagina meldt ze dat, in tegenstelling tot eerdere berichten, onze Tine is altijd al een flapuit geweest, het wel degelijk de bedoeling is boeken die niet naar de zin van de nieuwe fascisten zijn, te vernietigen en dat bibliothecarissen in werkkampen heropgevoed zullen worden. Weer gaat het over ‘de ziel van het kind’ – de aloude leugen van de religieuzen.

De meest racistische werken in de kinder-en jeugdbibliotheek worden uit het aanbod verwijderd. Voor jonge kinderen is het nog belangrijker om boeken met stereotiepe beelden te vermijden, omdat zij hun beeld van de wereld beginnen vormen, en al op jonge leeftijd beginnende vooroordelen kunnen ontwikkelen.

-Er wordt een boekenclub opgericht rond dekolonisering, waarbij boeken in bredere groep worden besproken. Verschillende organisaties hebben ervaring met een boekenclub en/of beschikken over boekenlijsten, o.a. Kifkif en Hand in Hand tegen racisme.
-Bibliothecarissen krijgen vorming rond dekolonisering, de impact van beeldvorming en antiracisme.

Al staat het op de ‘officiële’ Groen-website onder haar naam wel anders: Stad Gent krijgt 30 aanbevelingen rond dekolonisering – Tine Heyse

‘Uitleenmateriaal van de Gentse bibliotheken dat vraagt om extra context krijgt een label ter verduidelijking, bijvoorbeeld om de tijdsgeest waarin een boek geschreven werd te duiden. Het verwijderen van boeken blijft volgens standaardcriteria (te oud, versleten, geen vraag naar) verlopen. Bij de aankoop van nieuw materiaal krijgt diversiteit extra aandacht.’

Farizeeërs. En onvermijdelijk krijg je het beeld van seniele, kwijlende, oude vrouwtjes die in een kelder de voor hen vuile, vieze boekjes lezen en verontwaardigd met vette vingers, waaraan scherpgevijlde nagels krom groeien, driftig de boeken doorbladeren en met een zwarte stift de gewraakte passages aanduiden – de zwartepietheksen.
Toch is het mogelijk zich te verzetten – men is gewoon zich te interesseren voor de collaboratie tijdens de oorlogen, maar de voorbereidingstijd is minstens even belangrijk: zij die meegeheuld hebben: de jaren dertig als voorbeeld. Het is mogelijk dat de culturele wereld de bibliotheek van Gent ‘kalt stelt’, d.w.z. isoleert: een geestelijke pestlijder wordt niet langer ondersteund door de culturele wereld, cultuurdragers kunnen weigeren zich te laten gebruiken door het nieuwe fascisme – men kan altijd handelen en spreken.


א Manfred Sellink, een man van oude en lege praatjes, wordt de nieuwe directeur van het MSK in Gent. De man is eerder gebuisd in Brugge, Rotterdam en Antwerpen, men noemt dat een internationale carrière. Hij heeft ‘tal van bestuursfuncties bekleed’. Welk beleid is dit? Cultuur in Gent.

א De zaak Firma Sihame El-Kaouakibi is toch de zaak Bart Somers? Hij was het, deze komiek van de Vlaamse regering, deze zogezegde liberaal die nog steeds een soldaat voor het oude nationalisme is, die samen met zijn vriendin Gwendolyn Rutten, alle losse en vaste tapijten, met partijgeld aangekocht, voor de veelbelovende nieuwkomer heeft uitgespreid – en nu ziet vliegen, de toverlamp van Aladdin. Hier zien we wat de zogezegde Bart Somers-politiek in werkelijkheid is : fake beleid. Dat Caroline Pauwels dat met haar Jan Mustribunaal maar eens blootlegt.
Men zegt geruststellend dat 50.000 euro niet zo veel is voor een parlementslid (ondertussen is het gekende bedrag al verdubbeld) en dat dit wel meer gebeurt en dat partijen nu eenmaal geld hebben, zoals de N-VA die een immobiliëngroep geworden is, de Universiteit van Leuven een beleggingsclub, wat moet het volk morren, een leefloon bedraagt vandaag 958,91 euro maar dat mag niet als vergelijking gebruikt worden, een worm is toch geen giraffe?  – zoals steeds begrijpt het volk die arme, arme rijken niet, meer nog, zo is de wereld nu eenmaal en vermits die zo is, komt het er op aan erbij te horen.
Dat weten en handelen althans onderscheidt Sihame El-Kaouakibi van de bevolking. En wordt de echte kloof blootgelegd: niet gaat het over afkomst, wel over misbruik en gewoon gebruik. Als Alexander De Croo zegt dat alle politici die publiek geld misbruikt hebben, daarvoor verantwoording moeten afleggen, dat hij dan eens de Gentse Open VLD-afdeling opkuist: de grote staatsman die zijn huis met subsidies heeft gerenoveerd en opgeknapt, de grote staatsman die met de gemeenteraadsverkiezingen de bevolking misleid heeft (zich laten verkiezen maar niets doen), de grote staatsman die er niet voor schroomt allerlei geld van privé-bedrijven in ontvangst te nemen om een politiek netwerk in gang te zetten, en dan gaat het nog maar om deze nepos. En laten we dan eens nagaan hoe de subsidies (toch bedoeld om de mensen die het moeilijk hebben iets verder te helpen) verworden zijn tot inkomens voor politici – dat men van elke politicus eens nagaat welke wegen er begaan zijn (het komt er op aan de wegen te kennen) om het eigen en andermans huis met subsidies te bouwen, te verbouwen, te renoveren, te tooien. Hier het zweet van de bevolking.

א

Gwendolyn Rutten in Knack, 16/12/2020: ‘Dit land is gewoon nog niet klaar voor vrouwen die omgaan met macht.’ – in welk land leeft Rutten? We noemen: Gwendolyn Rutten, Sophie Wilmès, Sophie Dutordoir, Michèle Sioen, Laurette Onkelinx, Dominique Leroy, Valerie Van Peel, Sihame El-Kaouakibi, Fientje Moerman, Annemie Turtelboom. En zou het gezag van Merkel en Von der Leyen in dit land niet erkend worden, of dat van Christine Lagarde? Kijkt men hier met minachting naar Jacinda Ardern? Loopt men weg van Mia Doornaert? Worden Conny Vandendriessche en Rika Coppens dan uitgelachen? Luistert men niet naar Marleen Finoulst? Is Catherine, Cathy, de Zegher geen rolmodel?  Als ideologie de wereld vertekent, is de wereld een leugen.

א De pandemiewet is weliswaar niet nodig maar is nodig om Frank Vandenbroucke uit de wind te zetten: hij heeft immers het beschikbare legale kader niet gebruikt om een industrie op te zetten of de industrie te ondersteunen bij de vaccinproductie. Hij schuift de verantwoordelijkheid, alweer, door naar anderen. Toch is het zijn beleid dat geleid heeft tot de stilstand – zoals hij jarenlang het onderwijs, en nu nog, nu nog, gegijzeld heeft én de pensioendiscussie én de bevolking verraden heeft, deze Thatcher-baby, de conservatief die terecht door Bart De Wever geprezen wordt. De stilstand als standje.

א

Peter Jacobs  in DSL, 30/01/2021: ‘Liefhebbers van Willem Elsschot en zijn werk worden verwend. Binnenkort verschijnt er weer een herdruk van het verzameld werk en volgen de elf delen ook nog eens afzonderlijk in pocketformaat.’  – wat is hier de logica? Liefhebbers hébben dit werk toch al of moeten liefhebbers alle edities aankopen en hoe worden ze dan verwend? Of is dit een elschottiaanse zwendel, een betaald verkooppraatje?

א

De Standaard Weekblad en (nogmaals) Ignaas Devisch nu met een voorpublicatie uit zijn boek Vuur : een vergeten vraagstuk – de titel is een leugen. Devisch, die professor is, schrijft: ‘De laatmiddeleeuwse mens ontwikkelde langzaam maar zeker de technische middelen om het vuur te temmen, om het vanaf de renaissance stilaan te beheersen en het vervolgens massaal te exploiteren vanaf de industriële revolutie.’
Het bronstijdperk situeert zich van 3000 tot 800 jaar vόόr C.

א

Van de vele raadsels van Nethys en de Waalse traditie, is er nog één frappant.  De rechterhand van Fornieri, de man di  e met geld goochelen kan, is Birol Cokgezen, de voormalige chauffeur van Michel Daerden, die we kennen van zijn zatternijen. Dus 1 der rijkste en machtigste mannen, na Elio Di Rupo, heeft als rechterhand een chauffeur, (die chauffeur is tevens burgemeester en PS-politicus) : is het begrip chauffeur geëvolueerd? Dat ander raadsel wordt echter ook verklaarbaar: vandaar dat Di Rupo zich altijd verzet heeft tegen snelheidsbeperkingen – men moet chauffeurs de vrije baan laten.

א

Een ex-politicus Philippe De Backer getuigt (Knack, 14/10/2020): ‘De Nationale Veiligheidsraad is geen plek voor politieke spelletjes, geen ministerraad.’ – dat de bevolking het establishment als ondeugende kinderen minacht is een complottheorie.

א

De VRT heeft een nieuwe baas, CEO, dus uitvoerder van domme politieke beslissingen. Frederik Delaplace heeft al zijn hoofd gebogen voor de nationalistische onzin: ‘Als je de grootste Vlaamse culturele instelling bent, spreekt het toch voor zich dat je een rol te spelen hebt in de gemeenschapsvorming? Dat je de Vlamingen inspireert en verbindt?’ (Knack 6/01/2021) : geografie met essentialisme verbinden is een denkfout, zeker voor iemand die het hoofd wil zijn. En natuurlijk is er geen gemeenschapsvorming nodig, wel individuele ontplooiing  – en ik hoor reclame voor een nieuw VRT-programma, Albatros, dat dikke mensen stigmatiseert en uitlacht – zo verbindend is men.

Diezelfde Delaplace zegt in hetzelfde interview dat er een datasysteem opgezet is om ‘ons publiek beter volgens zijn mediabehoeften te kunnen bedienen’. Daarna geeft hij een voorbeeld:
‘Als ik vandaag uit de parking rijd, kan mijn autoradio kiezen tussen Radio 1, Radio 2, Klara, Studio Brussel, MNM … De VRT weet niet welk specifiek nieuws en welke muziek Frederik Delaplace persoonlijk interesseren. Als ik hier over tien jaar dezelfde parking verlaat in mijn zelfrijdende wagen, moet de VRT mij informatie en muziek kunnen aanbieden die op mijn maat is gesneden. Daarom verzamelen we die data.’ Daarom? Voor een CEO die niet zelf weet welke muziek hij wil horen? Is CEO dan niet voor hem te hoog gegrepen? En is dit geen regelrechte leugen? De VRT verzamelt gegevens, niet voor de luisteraar, wel voor de politiek en de commercie. Data verzamelen is geen misdrijf zolang het om inhoud gaat – en daar gaat het over: de inhoud moet gemanipuleerd worden.

א

Stella Nyanchama en Dyab Abou Jahjah worden in Knack, 16/12/202, de oud-strijders van de antiracisme-beweging genoemd – toch zijn ze daarvoor te jong. Ook wat de standbeelden betreft zijn blanken hen voorgegaan: De stoeten Ostendenoare heeft al enkele decennia her het koloniaal bewind aan de kaak gesteld en navenante acties gepleegd. Men klopt graag zichzelf op de borst, maar de feiten hebben rechten.
Dat interview in het laatste nummer van 2020, leerzaam en beangstigend – angst is niet alleen een goede leerschool, hij is inzichtelijk en kan levens redden – men moet waakzaam zijn en de rede bewaren tégen het irrationalisme en de heersende domheid.
Stella Nyanchama zegt in dit interview dat haar een person of color noemen degoutant is, ze is voorzitter van het ‘European network for people of African descent’ – de afkomst is dus wel belangrijk – ‘mensen’ (of ‘personen’) is een nieuwe, ideologische benaming waarbij allerlei toevoegingen komen die stigmatiserend en collectiviserend zijn – als men niet het individu wil zien, dan moet men consequent zijn en groepsbenamingen aanvaarden. Steeds weer is de taal zogezegd in beweging, maar de taal beweegt niet: het is de ideologische rimram die de taal vernietigt.
Om haar filosofische kennis te demonstreren: ‘Je zou kunnen zeggen dat de koloniale gedachte begon met ‘ik denk dus ik ben’ van René Descartes.’ – je zou ook iets anders kunnen zeggen, het doet er ook niet toe, als je maar iets zegt, ook als je niets zegt.

א

Mustafa Kör in Knack, 3/2/2021. Over corona: ‘De natuur heeft ons een signaal gegeven : we moeten met zijn allen nadenken over hoe we de maatschappij voortaan willen vormgeven, zonder onszelf zot of ziek te maken.’ En:
‘Daarom ook dat de natuur af en toe een goede bosbrand genereert, als zuiveringsproces, waaruit nieuwe kiemen kunnen ontspringen.’
Als er in de 21ste eeuw nog zo gedacht wordt, wordt er in de 21ste eeuw niet gedacht. De natuur zegt ons niets, de natuur is geen schooljuffrouw.

א

Hetzelfde bij Martin Hermy, De juiste boom voor elke tuin, eveneens in Knack, 27 januari 2021: ‘Voor mij zijn alle levende wezens op een bepaalde manier intelligent. Ook planten.’ – zouden we de woorden niet de woorden laten en wat meer op onze woorden letten?
Eenzelfde doelbewuste verwarring bij het begrip democratie. ‘Men’ zegt dan dat democratie niet geschikt is om een pandemie of een calamiteit te beheersen. Maar men verwart een ideaal met procedures, politieke spelletjes. Een democratie is er juist om een crisis op een rationele, weloverwogen wijze aan te pakken – onbekwaamheid, zelfpromotie, touwtrekkerij, onverantwoordelijkheid, corruptie – dat zijn menselijke en sociologische kwalen, geen democratische. Men zou kunnen zeggen dat de ervaring nu leert dat heel wat procedures er alleen maar zijn omwille van het procedurele, of zoals in het geval van FVDB: zichzelf uit de wind zetten, en men zou verstandiger, efficiënter én democratischer procedures kunnen uitwerken, dat doet men niet. Overigens is het parlement niet gelijk aan de demos, noch er de spreekbuis van.

א

Bestelbon 4321501844, Bibliotheek De Krook.
Antwoord van Druksel, e-mail 15/02/2021:
‘Bestelbon 4321501844 geannuleerd.
Geachte heer,

de bestelling van bestelbon 4321501844 is geannuleerd. Er wordt niet geleverd aan instellingen met een fascistisch beleid.’

otto marseus, rené descartes, albertus seba, vladimir nabokov en morgen hugo claus

Otto Marseus van Schrieck, Landschap met hagedis, vlinders en slak, 1657

Het perspectief, de plaats waar de schilder staat, is bij Otto Marseus uitzonderlijk. Hij schildert het leven op de grond, hij moet op de grond liggen om de dieren te kunnen observeren en dat is ook het gezichtspunt waaruit geschilderd wordt: niet als mens die boven de aarde torent, wel plat op de buik zoals de slangen, de reptielen en de padden. Om deze dieren te kunnen schilderen, en dus begrijpen, moet Marseus dier onder dieren zijn, een vroege vorm van participerende observatie die later in de antropologische studiën beoefend zal worden. Dat is uiteraard een onjuiste observatie, al observeerde Marseus, hij deed toch wat tegen de realiteit inging. Een tulp midden in het bos, zoals op het schilderij ‘Stilleven met insecten, amfibieën en reptielen’ (1662)?

Nee, dat is onmogelijk. (Overigens ook opvallend dat men in de kunstgeschiedenis hier over ‘stillevens’ spreekt, terwijl de werken van Marseus alleen maar over het leven gaan, en dus een wetenschappelijke houding uitstralen.) Of zou Marseus hier de tulpenmanie (1634-1637) op de korrel genomen hebben? En waarom zou hij dat gedaan hebben, elk moralisme daarover was in 1662 voorbijgestreefd, onnodig – een blijvend aandenken aan de waanzin van de geldzucht? Of heeft Marseus een heterogeen element willen opnemen om de vreemdheid te beklemtonen? Of is dit ‘gewoon’ een schilderkunstig element, de schilder die een picturaal element wil opnemen omdat het schilderij dit ‘vraagt’?

De verwarring wordt door Marseus vergroot omdat hij de indruk geeft dat hij een ‘echt’ natuurtafereel schildert, iets dat nog woest is, geen tuin, geen geometrie, geen bewerkte akker, daar waar gods hand nog zichtbaar is – een bloemenstilleven is artificieel, we weten (en men wist) dat dit ‘opgezet spel’ is: al die bloemen bloeiden niet op hetzelfde moment, die vlieg of zelfs die slak bleven daar niet zitten, het geheel was een kunststuk. Omdat Marseus een bostafereel (sottobosco) schilderde, leek het werkelijkheidsgehalte verzekerd. We mogen echter niet vergeten dat er ook ‘gewoon plezier’ in het schilderen was, iets doen wat anderen niet gedaan hadden, niet als ‘poeha-pretentie’, wel als een durf en een zien: wat anderen niet zien (willen zien/ideologisch-religieuze blindheid), zal nu wel gezien worden. Dat ‘de nederige dieren’ geschilderd werden, was ‘des tijds’: met Joris Hoefnagel en Jacques de Gheyn II behoorde Marseus tot een avant-garde die een ander wereldbeeld had dan de oudere generaties schilder – toch in die traditie stond. Die ‘verwarring’ is ook te zien bij de geleerden, zo bijvoorbeeld Johannes Hudde, hij gebruikte de microscoop en vertaalde toch de werken van René Descartes, zette zich voor hem in. Hetzelfde geldt voor de kring rond vader Huygens, bekend met het werk van Descartes, de rationalist en in zekere zin tegengesteld aan de wetenschappelijke experimenten – de duidelijkheid over de verschillende standpunten heeft zich pas later kunnen uitkristalliseren.

Een bijkomende ‘paradox’ was dat men de boeken niet langer ‘geloofde’, zelf op onderzoek ging, en het resultaat in boeken vastlegde – niet alleen toonde Frederik Ruysch zijn preparaten in zijn huis, iedereen kon op bezoek komen, Ruysch rekende dan een consultatie aan, maar die ook in prent liet vastleggen. Gesprekken, ontmoetingen, bezoeken bleven belangrijk, het boek kon echter zelfstandig bestaan, wanneer het resultaten toonde (de voorafgaande twijfel, ‘het experiment’ werd niet vastgelegd). Die wetenschappelijke attitude was nog verbonden met een artistieke: zo werden de ‘wonderkamers’ op een esthetische manier opgesteld, stenen werden gerangschikt naar kleur en vorm, nieuwe, abstracte figuren werden gemaakt en zo getoond, nooit was de ‘naakte natuur’ alleen zichtbaar, steeds weer toonde men de vreugde van de mens (die in de artistieke creatie zichtbaar gemaakt wordt, misschien moet ik nu zeggen ‘werd’): de schoonheid, het onverwachte, het buitengewone waren telkens weer aanleiding tot verrukking en bewondering.

Dat geldt zeker ook voor Albertus Seba (1665-1736), iemand die nog dichter bij de Renaissance dan bij de Verlichting stond. Ook hij heeft preparaten opgesteld, leverde Peter de Grote medicijnen en ook zijn verzameling werd door Peter de Grote aangekocht en naar Rusland vervoerd. En ook hij beschreef zijn collectie én zijn bevindingen in boeken, boeken die toch bestendiger gebleken zijn dan de collecties zelf en weer aanleiding konden geven tot verder onderzoek én levenskracht. De classificatie werd in de 17de en de 18de eeuw steeds belangrijker – een classificatie toont een mentaliteit, een denken aan – niet toevallig begint de Encyclopédie van Diderot, d’Alembert en de Jaucourt met een ‘kennisboom’: het denken wordt verdeeld in verschillende domeinen, van elkaar afhankelijk gemaakt – de theologie staat niet meer bovenaan. Nog vandaag zijn de classificatiesystemen in het bibliotheekwezen achterhaald – maar ‘experten’ van Cul & Con houden zich daar niet mee bezig, veel liever hanteren ze de methoden van de maffia – ook daarom is het bibliotheekwezen niet meer relevant: de spiegel is geen spiegel meer.

Seba classificeerde veel meer naar vormen dan naar (hedendaags) wetenschappelijke inzichten. Zo is zijn blad 111 uit de Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio (deel 1, 1734) raar samengesteld (net zoals bij Ruysch zijn de preparaten in de glazen ‘opgehangen’ waardoor ze langs alle zijden volledig te bekijken blijven). Centraal een dode foetus van een olifant, zie hoe mooi de dood is, links embryo’s van schapen, daarnaast 2 ratten en een zwijntje, een klein beestje dat geen verklaring krijgt, en daarnaast een foetus van een Afrikaans meisje (Curaçao). Zoals de boektitel aangeeft zijn de teksten bij de platen in het Latijn gesteld, dus niet voor de massa bestemd, we zijn al in de 18de eeuw!, toch met een Franse vertaling. Seba schrijft dat de menselijke foetus zes maanden oud is, een vriend van hem heeft hem die geschonken, het meisje geboren uit een misgeboorte. Alhoewel Seba niet de bedoeling had, schrijft hij in de verklaring, om mensen op te nemen, heeft hij dit hier wel gedaan omwille van de analogie. Maar welke analogie zag hij? De kleur, het pigment? En dan? De vorm van het lichaam? De in elkaar gedokenheid? Dat de mens, als de olifant, een natuurwezen is? – Seba beschouwt het meisje niet als een dier, wel als een mens, zo schrijft hij het ook – we zien iets en we begrijpen het niet.

Acht jaar was Vladimir Nabokov en hij ontdekt zichzelf, zijn leven. In een bergruimte van het buitenhuis op het Russische platteland ontdekt hij een paar prachtige boeken die ooit van zijn moeder als jonge vrouw geweest waren. ‘Sommige van die boeken waren louter curiosa, zoals de vier kolossale bruine folianten van het werk van Albertus Seba (Locupletissimi Rerum Naturalium Thesauri Accurata Descriptio …), gedrukt in Amsterdam omstreeks 1750. Op hun grofvezelige bladzijden vond ik houtsneden van slangen en vlinders en embryo’s. Een Ethiopische meisjesfoetus die aan de hals in een glazen pot hing, gaf me telkens als ik die tegenkwam een akelige schok; evenmin had ik veel op met de opgezette hydra op plaat CII, met haar zeven schildpadkoppen met leeuwentanden op zeven slangenhalzen, en haar vreemde, op gezwollen lijf dat aan de zijkanten uitwassen als knopen had en uitliep in een knobbelige staart.’ (Vladimir Nabokov, Spreek, geheugen : een autobiografie herzien, vertaald door Rien Verhoef, 2001, p. 124-125).

Afgezien van de ‘houtsneden’ een redelijk accurate beschrijving van plaat CXI. Nabokov beschrijft zichzelf in het jaar 1907 en een kleine veertig jaar later doet Louis Seynaeve, eveneens een hoofdpersonage in een andere autobiografische roman, Het verdriet van België van Hugo Claus, een gelijkaardige ontdekking : de boeken die een leven geven en een mens zichzelf doen ontdekken.

Bij Nabokov lezen we die bijzondere manier van leven die uit de zeventiende eeuw stamt en daarom zo modern aandoet: niet enkel denken, maar wel degelijk wetenschap als discipline als een pool, een levenshouding, een standpunt, een karakter: ‘Ik ontdekte in de natuur de onnutte verrukkingen die ik zocht in de kunst.’ (p. 128) – een nog steeds revisionistische visie op de natuur die op wetenschap (kijken, observeren, analyseren, onderbrengen) gesteund is, revisionistisch omdat deze visie zich hooghartig afwendt (terecht) van de teleologische visie, die nog steeds gedrenkt is in de stinkende poel van de metafysica – zie de praatjes van Dirk Draulans in ‘Knack’, zie de wetenschapsjournalistiek in het algemeen: allen oude pastoors.

‘Er is naar het schijnt op de afmetingsschaal van de wereld een soort subtiele ontmoetingsplaats tussen verbeelding en kennis, een punt dat wordt bereikt door grote dingen te verkleinen en kleine te vergroten, en dat in de kern artistiek is.’ (Vladimir Nabokov, Spreek, geheugen : een autobiografie herzien, vertaald door Rien Verhoef, 2001, p. 175-176).

Maar zou de hydra van plaat CII werkelijk gezien zijn door Seba?

van fiasco naar fiasco

Met veel tralala en tralali (excusez les mots) wordt op de website van de Minard-schouwburg in Gent aangekondigd dat de Vooruit-leenman Rik Vandecaveye met pensioen gaat en dat hij opgevolgd wordt door Nathalie De Neve, de nieuwe directeur vanaf 1 januari 2021. Uiteraard was de concurrentie bijzonder moedig en deskundig en politiek afhankelijk maar er kan maar één iemand gekozen worden en dat gebeurt dan ook op ernstige gronden. Men kan zich afvragen of een ambtenaar een civil servant is, een beleidmaker, een uitvoerder, een carrièrist voor eigen gewin, een pion in een netwerk, een waterdrager voor andermans belangen. De ervaring heeft uitgewezen dat sommige ambtenaren zelfs niet weten in wiens dienst ze staan, dat ze uitvoeren en zelfs levens bedreigen, dit alles omdat Befehl ist Befehl is. Het is, zoals Tomas Baum, de directeur van de Dossinkazerne het verwoordt (Knack, 4/11/2020): ‘Mensen die in een publieke functie bedenkelijke dingen doen.’

Op de website van de Minard-schouwburg (de geschiedenis van dit gebouw als culturele instelling kan als prototype dienen voor de neergang van de cultuur in Gent, het gebouw en de feestjes altijd belangrijker geweest dan wat er gebeurde, Romain Deconinck, die nu op de trappen van het gebouw op een lelijke manier vereeuwigd is, en bij Hugo Claus optreedt als ‘nonkel Miele’, had meer dan één vaudeville over de tribulaties kunnen schrijven) staat voor iedereen te lezen, een tekst die aangeleverd werd door de nieuwe directeur en goedgekeurd werd door de beheerraad van de Minard en de politieke desoverheid:

“Nathalie De Neve is momenteel de coördinator Marketing, Communicatie en Dienstverlening van de stadsbibliotheek De Krook.”

Ook de Minard verdient dus een directeur die van wanten en manden weet, die inhoudelijk een sterk programma heeft, een beleid kan vormgeven. En weet dat cultuur niet gelijk is aan een winkelvitrine.

“Ze gaat vanaf 2021 de schouwburg leiden. Ze volgt de pensioengerechtigde Rik Vandecaveye op die de afgelopen tien jaar de Minard-schouwburg uitbouwde tot een plek van betekenis voor de Gentse kunst- en cultuurliefhebber.”


De jaren vόόr Vandecaveye waren blijkbaar niet van betekenis, nochtans was de Minard in de afgelopen 10 jaar slechts een bijhuis geworden van de Vooruit, de Vooruit die streeft naar een monopoliepositie om de cultuur politiek correct te maken en te houden. ‘Gentse’ is in deze context een reactionair woord.

“Het bestuur koos voor een prille veertiger die met veel enthousiasme dit levende monument relevant wil houden in een steeds veranderend cultureel klimaat. Het was geen sinecure een kandidaat te vinden die het succesvolle parcours van directeur Rik Vandecaveye kan continueren en uitdiepen.”


Een veertiger is natuurlijk niet meer pril en enthousiasme is geen waarborg voor intelligentie, laat staan dat enthousiasme een culturele waarde zou zijn: een vorm is géén inhoud – de tekst spreekt van ‘een monument’, een freudiaanse verspreking: men moet doen alsof er aan cultuur gedaan wordt, veel belangrijker is de geldstromen te onderhouden. Veel nieuws moet er niet gebeuren: het werk van Vandecaveye moet gewoon voortgezet en uitgediept worden – men zal inderdaad diep moeten graven, maar of dat een directeursfunctie vraagt, is een andere zaak. Het cliché van het ‘steeds veranderend cultureel klimaat’ zou ik wel eens concreet willen zien: wat bedoelt men en hoe is de cultuur de laatste 2 jaar veranderd? Men gebruikt woorden maar geen woorden.

“Uit een handvol uitstekende kandidaten bleek uiteindelijk Nathalie De Neve over extra troeven te beschikken. De grote kwaliteit van de vele ingediende kandidaturen maakte de keuze niet gemakkelijk.
Met Nathalie De Neve gaat Minard voor een people manager die sterk verankerd is met het culturele leven van de stad.”


Er waren dan toch niet veel kandidaten, een handvol, is minder dan vijf, zo zwaar was de concurrentie dus niet, zo gegeerd ook niet de plaats. Een ‘people manager’, ja, daar zou Romain Deconinck veel deugd aan beleefd hebben. De bibliotheek De Waalse Krook is leeggebloed en leeggelopen, er is nauwelijks nog van een bibliotheekwerking sprake en nu lopen de verantwoordelijken ook al weg. ‘Verankerd’ heeft een specifieke betekenis, de bodemtheorie, en ze kent veel mensen.

“Zo tekende ze als publiekscoördinator voor de warme actie van de ‘verhuisketting’ naar aanleiding van de opening van Bibliotheek De Krook in januari 2017.”


Van 2017 tot 2020 is er dus geen warme actie meer geweest. Nu hoor ik toch tot hier een andere politiek benoemde kermen, krijsen en zich over de grond spartelen: ‘Het was mijn idee, het was mijn idee’. In werkelijkheid was de actie helemaal niet ‘warm’, het was een koude dag. En die dag voelden mensen zich terecht bedrogen. De bibliotheek van Gent verhuisde van de ene kant van het plein naar de andere kant. Er werd een actie opgezet: ‘help de bibliotheek verhuizen’, met een doorgeefketting zou de klus geklaard moeten worden. Sommige mensen die ervaring hadden met het cultuurbeleid van Gent, dachten dat er geen geld beschikbaar was voor de verhuis van de boeken (toen de openbare bibliotheek van de Kouter naar het Zuid verhuisde, werd dit door het leger gedaan – er was immers geen geld en het leger had toen de ambitie een maatschappelijke functie te hebben) en dat de bevolking het dus zelf moest doen. Maar er was zo weinig respons op die oproep dat men kinderen moest optrommelen, zonder de klassen zou men die armzalige 400 meter afstand niet hebben kunnen overbruggen. Veel enthousiasme kon en kan de Waalse Krook bij de bevolking niet teweegbrengen: de conclusie is dat de bevolking van Gent slimmer dan ‘Gent’ is, oei dit is een doordenker. (Ik zwijg nu nog over de sacochenoorlog tussen schepen en bibliotheek over welke boeken mochten doorgegeven worden.) Veel pers werd opgetrommeld, grote paniek was er die dag, er stonden taxi’s op het plein, die moesten weg nu, nu, nu, nu, stampvoetend en briesend, het schuim uit de neusgaten, nu, nu. Er werd een mensenketting gevormd, die kinderen hadden geen handschoenen aan, de tranen stonden in hun ogen, hun voeten hadden koud (men moest stilstaan en een boek doorgeven, voor de kinderen was het werkelijk zeer boeiend). De volwassenen die opgedaagd waren, voelden zich bedrogen, ze zagen dat dit enkel een publiciteitsstunt was voor het management, geen werkelijkheid, ongewilde acteurs in een scenario voor een parochiecentrum. De actie, die overigens verre van origineel was, veel bibliotheken hadden dit al opgezet, kwam in kranten, zelfs in buitenlandse (zie, die Belgen, ze hebben zelfs nog geen verhuisdozen, laat staan verhuiswagens) – de actie was dus publicitair geslaagd – ware het niet dat er alleen maar lucht was. Heeft deze actie de leescultuur bevorderd? Eén jongere tot lezer gemaakt? De boekcultuur verdedigd? Getuigde dit van een gedegen culturele visie? Hielp dit de achtergebleven bevolkingsdelen vooruit? En welke gevolgen heeft dit gehad voor de leescultuur, want het beleid is er toch niet voor het beleid? Werd klassieke muziek daardoor meer gewaardeerd en werd daardoor hiphop en jazz op hun juiste waarde geschat? Indien dit alles tot niets geleid heeft, dan is dit nepbeleid. Is zo’n geplagieerde actie dan voldoende voor een directeurschap van een theaterzaal? Blijkbaar – als cultuur er niet meer toe doet, als kennis niet belangrijk is, als moraal van geen tel is.

“Als communcitie [sic]-expert en een echte doener zijnde, staat ze garant voor een nieuw hoofdstuk Minard. Onder andere een synergie met De Krook en het nieuwe Wintercircus ligt voor de hand.”

Natuurlijk, synergie is nodig als er geen inhoud is – samen niets is echter ook nog niets. En hoe een ‘expert’ in communicatie garant kan staan voor een inhoudelijk beleid (dat dan voor de Minard nog vooral een receptief beleid is), is ons een raadsel. ‘Synergie’ is hier echter veeleer te begrijpen als een incestueus beleid – men schuift met de stoelen, men steekt een ring door de neus en alles blijft onder elkaar. We dekken elkaar, toe. Een ‘doener’ is uiteraard een cliché, de schoonmaakploeg wordt sowieso onderbetaald – onderaanneming. Toch is dit vooral een waarschuwing: men moet geen idee of visie verwachten, er zal alleen maar gedaan worden, (een Gentse invulling van het directeurschap), wat, doet er niet toe, en als er een idee (of iets als een idee) nodig zal zijn: onderaanneming.

“Haar opdracht zal erin bestaan om met de ‘klassieke’ schouwburg significant deel uit te maken van een nieuwe wervende site en hierbij het voortouw te nemen op vlak van hedendaagse cultuurbeleving en participatie.”

Dit betekent dus dat het gebouw als theater verder afgebroken zal worden en dat er ‘publieksevenementen’ georganiseerd zullen worden, de politieke overheid en zichzelf verheerlijkend.

« “Het model Minard is uniek en op en top Gents. Ik kijk er ontzettend naar uit om verder te schrijven aan dit verhaal en ramen en deuren nog wijder open te gooien voor alle Gentenaars.” Aldus Nathalie De Neve in een eerste reactie.»


Wie in een schoolopstel over verhalen, ramen en deuren schrijft, krijgt een nul, noncreatief plagiaat. Ook het ‘op en top Gents’ is een uiting van het reactionaire citisme, een essentialisme dat zich onderwerpt aan een metafysisch hersenspinsel, een spook dat dient om de bevolking te verknechten, niet vrij te maken. Met spanning wachten wij op haar tweede reactie.

Cultuur is niet iets dat daar in de lucht hangt en dat omzichtig behandeld moet worden – vanuit het beleid wordt wel gedaan alsof dit zo is. Zo’n visie maakt het immers mogelijk dat wat rond cultuur hangt kritiekloos aanvaard moet worden: het is cultuur, dus is het goed. De kleinburgerlijke intermediairen, als onderdanen van de politieke macht, hebben echter de cultuur gekaapt om een zelfgenoegzame cultuur van moreel brave en onderdanige en politiek correcte creaturen te bedienen. Niet gaat het nog om inhoud, noch worden culturele doeleinden gesteld of naar gestreefd, wel worden carrières opgebouwd en nevenorganisaties bediend.

Dat alles zou nog mogen zijn, ware het niet dat de valse fanfare in de plaats van de inhoud komt te staan. Je kunt het zo goor niet bedenken of het wordt werkelijkheid. Niet streeft men ernaar om, bijvoorbeeld in de bibliotheek, iedereen aan het lezen te krijgen (en dat niet enkel via de scholen) maar men wil zichtbaar zijn (dat een buitenlandse krant over de koude ketting schrijft, is geen verdienste, een bibliotheek heeft een lokale functie en een verdienste zou zijn dat minstens de helft van de bevolking lid van de bibliotheek is) en zo wil men ook dat het personeel in een uniform rondloopt, een kindertekening op de rug, een herkenbaarheid die zinloos is – bibliotheekbezoekers zien sowieso wel wie werkt en wie niet werkt. Dus enkel een zeer zinnige tijdpassering voor het ‘management’, het winkeltje spelen als beleid. Het grappige is dan ook, van een doordacht, hedendaags beleid gesproken, een beleid dat kennis heeft van het internet, dat men de voorstellen tot uniformisering zomaar op het internet plaatst, waar het mij toegevlogen kwam, net alsof er geen intranet is, de vormgeving van het document is bijzonder elegant, communicatief en inventief, deze parade staat duidelijk ten dienste van de leesbevordering en is duurzaam tot het seizoen van 1995 – de smaak is die van het discodansen. Het personeel van de Minard weet waaraan het zich kan verwachten, het zal immers ook herkenbaar moeten zijn: ‘Iedereen een moustache gelijk Romain, het is Gents en het is mosterd.’ – Ook de vrouwen? – Gender!

Onthullend is hoe over ‘Onze Bibliotheek’ (inderdaad twee maal met hoofdletter, net alsof we in de les godsdienst verzeild geraakt zijn) gesproken wordt, zeker als degene die zo spreekt de bibliotheek ontvlucht. Hoe ver gaat de dwaasheid die non-beleid als beleid voorstelt – hoe lang moet dit alles nog getolereerd worden? Men spreekt van een burgermaatschappij – moeten de culturele burgers zich niet eens verenigen om tegen het acultureel wanbeleid op te staan? Cultuur is een zaak van de maatschappij, niet de leugen, het bedrog en de politieke verknechting mogen de boventoon voeren. Niet de façade, maar de inhoud telt.
Fout! Enkel de façade telt.

Niet roze maar zwart

https://docs.google.com/presentation/d/1MkHxkLFOblrIOfZyUYoEsdC2BvTnhYbc2xAVIAuHa3c/edit#slide=id.p

de negatie – de decentie

Het bestaan van trash, kitsch (door ‘intellectuelen’ soms aanbeden) is het gif voor de massa, noodzakelijk om die kalm te houden – dat is de zin van de spektakelmaatschappij, het consumeren van de massa-productie – de massa wordt gevoed met al dan niet Chinese rommel, terwijl alle rommel universeel is, mondialistisch ten dienste staat van het establishment. Maar er is, sinds de Frankfurter Schule dit opschreef, een verschuiving gebeurd: de trash behoort nu tot de cultuur van het establishment, er is geen onderscheid meer tussen cultuur en nep – de cultuurwachters, zelfs de conservatieve cultuurwakers, zijn daarom de revolutionairen geworden, niet de gewelddadigen ) die behoren tot de macht of de machtstrevers – revolutionair is hij en zij die zich verzetten tegen de macht. Het establishment behoort tot de in slaap gewiegden die zichzelf in slaap gewiegd hebben. Het warenfetisjisme heeft zich uitgebreid: de hedendaagse kunstmarkt is daarvan een voorbeeld: men shopt. Hetzelfde geldt voor personen: Michèle Obama is een product geworden, in elke levensfase kan ze zichzelf te kijk zetten en verkopen – welke romanschrijver is in staat de tragische neergang van het Obama-koppel neer te schrijven?, de Griekse waarheid in gedachten houdend: het einde werpt een schaduw over het leven, zelfs over de goede momenten. De onmiddellijkheid van de wereld wordt gevierd, de rationele afstand die het centrum van elke cultuur is, werd verlaten – de marge krijgt daardoor een andere betekenis.

Afstand is negatie; nabijheid is empathie (dat onnozel begrip) – het verwijt dat een zwarte een blanke niet kan begrijpen, is naast de kwestie: een rijke socialist kan veel socialistischer zijn dan een partijvoorzitter als Conner Lonner Wonner Rousseau, een clownsfiguur in te grote schoenen, die het zogenaamde socialisme gebruikt als persoonlijk machtsvehikel. De negatie is onmachtig – daarom is de nood aan negatie niet minder belangrijk – in de Nederlandse literatuur is wat Saskia de Jong doet (bijvoorbeeld in haar laatste bundel Het jaagpad op en af) daarvan het grootste voorbeeld, ‘negatieve poëzie’ als krachtig levenswapen voor de mens: de achterkant als omkering, de Grote Negatie als levensbron: een afwijzing van de wereld die een aanval is en dus een bevestiging, niet van het bestaande, maar van het andere. De literatuur die onmogelijk en toch lichtgevend is. En zelfs zijn die kenmerken (deugden of ondeugden) onbelangrijk: literatuur is omdat ze is. De Negative Dialektik van Adorno ‘vertaald’ in Nederlandse poëzie.

Rolmodellen, van dit woord, alweer een toverwoord, hangt het af of iemand iets wordt of niet: islamistische kinderen moeten islamistische leerkrachten hebben om hun les te leren; vrouwen moeten vrouwen aan de top zien om vrouw te zijn. Het simplisme van de reductie: men is wat men is. Stuart Jeffries (Grand Hotel Abyss : the lives of the Frankfurt School, 2017) laat ook een andere kant zien: men kan een rolmodel hebben, die niet tot de persoon zelf behoort: men maakt het verlangen los van de specifieke mens en ziet de taak als los van het toevallige, het anekdotische: ‘Angela Davis took a different message from Marcuse. ‘Herbert Marcuse taught me that it was possible to be an academic, an activist, a scholar, and a revolutionary.’ (p. 321) – Adorno betreurde haar keuze echter: iemand die zo intelligent is, mag zich niet verlagen.

Het negatieve kan zich volgens Adorno slechts in kunst realiseren en dan ook nog alleen denkbeeldig – meer niet. Als de intellectueel dat niet kan aanvaarden, moet hij maar bomen gaan snoeien. Het geheel is het valse, zegt Adorno – en deze gedachte wordt nog steeds niet begrepen: men denkt ‘iedereen’ in de maatschappij te moeten betrekken, de maatschappij is echter al lang geen geheel meer (‘het volk is één’), en dan gaat het zelfs niet over autochtonen en vreemdelingen, maar wel over bevolkingsgroepen die andere levensdoelen geformuleerd hebben – een extreem miserabel en dom voorbeeld van ‘het een’ is de Waalse Krook, de zogezegde openbare bibliotheek in Gent waar men nog steeds droomt (en dus liegt) over een ‘eenheidscultuur’, dit uiteraard ook in het gebouw zichtbaar heeft willen maken en daardoor was dat gebouw op het moment van oplevering ook al 25 jaar achterhaald, een eenheid die niet bestaat en er is ook geen behoefte meer aan: de wereld functioneert zonder die eenheidscultuur, de Leitkultur die men oplegt (een beetje wereldmuziek, een beetje jazz, een beetje vrouwelijkheid, een beetje sentimentaliteit) is zelfs niet meer dé Westerse cultuur maar een leugenachtige afgeleide van wat ooit een kracht bezat. Het fragmentarische denken én handelen zijn het waarachtige omdat het geheel ons ontsnapt (en dat ook niet betracht moet worden). De metafysische droom is voorbij.

Het fragmentaire verhindert echter niet het contextuele denken: ‘Constellational thinking rejects the identity thinking that understands an object by subsuming it under a concept.’ (p. 327) – dit is het historisch materialisme, maar ook de correspondances van Charles Baudelaire. Er is dus geen uiteindelijke kennis als geheel, (wel begrijpen we zaken beter), zoals er ook geen uiteindelijke rechtvaardiging van het bestaan is – de ideologische zekerheden, zelfs als die kritisch zijn, zijn regressieve denkvalsheden. Het kritische denken stopt niet bij de toevallige strategie, ontmaskert die immers en tracht het humane te redden – het humane dat geen heldendom vereist, een teruggetrokken leven mogelijk maakt. De sterke structuren moeten niet enthousiast onthaald worden, maar moeten op de achtergrond werken, zichzelf niet opdringen: een rationeel functioneren dat onopvallend en terughoudend, daarom aangenaam is.

Adorno schreef Günter Grass hoe ‘links’ afgleed naar een abominabel irrationalisme en daardoor de progressiviteit verraden heeft – ook vandaag wordt rationaliteit weer als onderdrukking gezien – het irrationalisme van het fascisme (de macht) in de plaats stellend. Het rationalisme is het verweer tegen de willekeur. De generatie die zich tegen de technocratie gesteld heeft, heeft die technocratie in alle geledingen van de maatschappij geïntroduceerd en vastgezet – de vraag is dan legitiem welke waarde dat ‘denken en handelen’ had – het is de paradox van de natuurbeweging die beweert voor de natuur op te komen en de mens uit de natuur drijft – het beeld van Eva en Adam uit het Verloren Paradijs.

Voor Habermas was de publieke ruimte de plaats waar men ongedwongen, ‘als in een 18de-eeuws koffiehuis’, zich kon uitspreken, waar men niet veroordeeld en bedreigd werd voor de gedachten, hoe los die ook kunnen zijn. Dit concept, het democratische denken, is vandaag niet meer realiseerbaar, er is het islamisme, het activisme, het nationalisme, de gemeenschappelijke noemer is het bekrompen kleinburgerlijke antirationalisme. Binnen de publieke ruimte moeten ideeën niet alleen vrij geuit kunnen worden, vandaag moet daaraan toegevoegd worden: op een amorele wijze, er moet ook een rationele argumentatie opgezet kunnen worden, de sentimentele en oppervlakkige veroordeling op basis van geslacht, ras, godsdienst of wereldopvatting staat daar ver van af. De rationele communicatie, die los van het individu staat, kan leiden tot een consensus, die geen waarheid hoeft te zijn, maar wel werkbaar. Habermas wilde democratische organisaties in het leven roepen (en houden) om zo de corrosie, door het kapitalisme veroorzaakt, te verhinderen – het doel was en is een vrij leven zonder mythen – maar de corrosie wordt niet alleen door het kapitalistisch systeem veroorzaakt, maar ook door de verzwakking van de structuren zelf: men moet werkelijk erbij staan om te zien hoe bijvoorbeeld het bibliotheekwezen (en dat geldt ook voor andere domeinen: de ouderen- en jeugdzorg; de OCMW’s, de kunstwereld, de sociale organisaties, de media, … ) kapot gemaakt is door onbekwaamheid en misdadige domheid – door figuren die door politici zijn aangesteld met de uitdrukkelijke opdracht die wereld te vernietigen: de corrosie zit niet alleen in het kapitalistische systeem als economie, ook in het zogezegd democratische, de machtsstructuur, de democratisering van de corruptie o.l.v. het establishment dat zelf de rationaliteit verraden heeft, een denk- en leefwijze gebaseerd op kitsch. De andere herhaling van de Weimarrepubliek – de republiek die gebouwd is op de lijken van socialistische denkers.

Wat rest? Het raam te sluiten. Een decent leven te leiden.

Beeld: Philip Guston voor The world, ed. Anne Waldman, 1974

juni-juk (1)

03-06-2020_juni-juk_hugo claus centrum

₾ Geert Buelens stelt in Knack van 20 mei een ‘culturele New Deal’ voor. In wat verschilt dit van de ‘gemeenschapsdienst’ van Jan Jambon, het Nieuw-VArkisme en de politieke correctheid van de andere partijen samen? De kunstenaar, zegt Buelens, moet nu eindelijk eens zinvol werk gaan doen en dat geploeter met zichzelf en de kunsten achter zich laten: adem de lucht van de dictatuur in, onvrijheid is immers creatie.

Die afhankelijkheid van de politiek (niet van de maatschappij) is nu al een feit: men houdt zijn hand op om subsidies te ontvangen, men bekladt de muren in de publieke ruimte al met minderwaardig werk, de ‘sociaal-artistieke’ valstrik wordt de kunstenaars opgezet (het bondgenootschap van curatoren en politici) en de leugen de ‘diversiteit’ te ‘bevorderen’ (beter is: op te leggen) is als in het voormalige Oostblok waar wetenschappers en kunstenaars eerst hun aanhankelijkheid aan het marxisme-leninisme bevestigden om daarna werk te kunnen maken.
Zelf geeft Buelens het voorbeeld. Zijn artikel eindigt met het obligate geitengeblaat: ‘En ze zouden door hun educatieve bijdrage het potentiële publiek voor de kunsten groter en eindelijk ook meer divers [d.i. diverser] maken.’ De obligate cirkelredenering: wat niet is, zal zijn ook al is het niet en zal het niet zijn.

De broers Dalton-Van Rompuy hebben ooit hetzelfde argument tegen Tom Lanoye en Hugo Claus gebruikt: ‘ze schrijven niet voor ons schoon volk dat een goede, kinderlijke, devote en ongeschonden ziel’ heeft, ‘het zijn nestbevuilers’.
Geert Buelens is professor Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Stellenbosch.

₾ Het ‘multiculturalisme’ is de ideologie van het neokapitalisme. Een culturele houding is zich te verdiepen in een gekend onderwerp, het multiculturalisme wil echter confronteren, er moet een gevecht aangegaan worden, zelfs is dit doorgesijpeld in ‘lifestyle’, ‘je moet je comfortzone verlaten’ – net alsof er iets beters in de plaats zal komen. Het vele, het onuitputtelijke, de keuze moet overweldigend zijn en toch beheersbaar (d.i. verkoopbaar), zoals de verschillende soorten erwten in het warenhuis. De oppervlakkigheid is hier troef: veel is goed, nog meer is beter – of men iets kent of weet, heeft geen belang. Vandaar dat de cultuursector de evenementensector geworden is: de propaganda voor het kapitalisme gaat onverdroten verder.

Onder het mom van een vrede (‘allen tegader’, de leugen van het sociale)) woedt de ideologie van het conflict en de oorlog (daarom is het vulgair neodarwinisme ook een variante in die culturele neokapitalistische ideologie) – niet het zelf moet bevorderd worden, het andere (alleen al de loutere aanwezigheid) is een bedreiging voor het zelf.
Komt daarbij de ideologie van de mobiliteit (daarom houdt de SP.A De Lijn in een wurggreep) – men moet zich verplaatsen, men moet de indruk geven het andere te kunnen zien en absorberen (omgekeerd hoeft dan weer niet): het toerisme bevorderen om de eigen bevolking verslaafd te houden.

₾ In de rubriek ‘Diep gezonken en ontmaskerd’.

1. Michel Onfray, voormalige filosoof, materialist, atheïst en anarchist, heeft met het blad Front populaire een nieuw podium opgericht voor nieuw-rechts dat oud-rechts is. Natuurlijk zegt hij dat hij niet verantwoordelijk is voor de bijval van de rechtsen voor zijn ideeën, toch is het idee van de souverainistes een rechts idee: het is wij tegenover zij, en heeft conceptueel (en ik gebruik dit hier in de juiste betekenis van het woord, niet in de betekenis die de winkelintellectuelen daaraan geven) niets meer te maken met het autarkisme, onafhankelijkheid, maar alles met het communatarisme, de denkrichting die zich fatsoenlijk wil presenteren maar onder de jas schuilt het aloude nationalisme en de Gemeinschaftsideologie. Beide richtingen baseren zich op de natie en het natiegevoel, ontkennen het bevrijdende van het individualisme. Onder het mom van kapitalismekritiek gaat een nostalgie schuil naar iets dat nooit bestaan heeft.

Onfray is niet de eerste anarchist die van links naar rechts gaat. Zit die denkfout in het anarchisme zelf verweven? Links is natuurlijk altijd tegen het establishment, tegen het systeem, de anarchisten al iets meer dan de marxisten, de sociaal-democraten zijn in hun ogen sociaal-fascisten en de hedendaagse sociaal-democratie doet zelfs geen moeite meer om dit te verbergen. Het marxisme is een product van de industrialisatie, wil de maatschappij technologisch verder brengen, is stedelijk. Het anarchisme, met het oude ideaal van autarkisme, is meer gericht op de directe behoeften, is daardoor landelijker en kleinschaliger – die lokroep van het verleden deelt het schijnbaar met rechts, een nostalgie naar de kerktoren en de mesthoop. Hedendaags anarchisme kan zich echter ook in de stad nestelen, de stadstuinen zijn een verre echo van dat ideaal, meer algemeen is het concept van de burgermaatschappij met directe democratie (dat nu door de sociaal-democraten schaamteloos gemanipuleerd wordt) een vorm van anarchisme.

Links heeft zich altijd geassocieerd met het rationalisme (tegen de willekeur van de goden en het economische systeem), stond een formalisme voor (het concept van de mensenrechten is daarop gebaseerd: wit of zwart, rijk of arm, man of vrouw: iedereen heeft gelijke rechten: een maatschappij moet gebaseerd zijn op abstracte begrippen: men moet de mens ontdoen van zijn individuele kenmerken om zijn individualiteit te waarborgen), een strenge logica en een wetenschappelijk denken. Het anarchisme heeft het daar dikwijls moeilijk mee gehad: de mens moest weer concreet gemaakt worden, tegen de abstracte mens, de modelarbeider, de pion in een onderdrukkend systeem – niet de maatschappij, de mens is het belangrijkste.

De domheid van Onfray is dat hij niet inziet dat de kritiek op het systeem (en op de sociaal-democratie) bondgenoten ‘van over de grens’ met zich meebrengt, intelligentie is maatschappijkritiek te hebben in de tijd, niet met de kritiek van vroeger, het rationalistisch denken is daarbij noodzakelijk: opstand binnen denkgrenzen – niet omdat er kritiek op het economistisch denken is te geven, moet men esoterie bedrijven. Een anarchist verwerpt het anarchisme.
Didier Raoult is één van de steunpilaren van het nieuwe tijdschrift, Raoult is de dokter die aanvankelijk door Macron gesteund werd als ‘uitvinder’ van het antivirusvaccin hydroxychloroquine en ook door Marc Van Ranst als ‘serieuze kanshebber’ gezien werd, extreem rechts heeft in extreem links een bondgenoot, het rechts of links populisme is een masker: populisme is een aparte eenheid – het is echter nog steeds onduidelijk of Raoult nu wetenschappelijke studies heeft gepubliceerd of gemanipuleerde.

De situatie waarin Onfray zich bevindt, is een ongemakkelijke. Hij verweert zich door te stellen dat alles gezegd mag worden en dat het juist het zwijgen van links en fatsoenlijk rechts de opgang van het islamisme en de aanval op de Verlichting heeft mogelijk gemaakt. Dit is een correcte analyse, maar het bondgenootschap met rechts is natuurlijk nog een andere zaak, niet is dit een zaak van strategie, wel zit het foute denken bij Onfray zelf: zijn conceptueel gereedschap is retrograde, zijn begrippen zijn niet langer abstract en zuiver maar vervuild door zijn eigen geschiedenis en strijd. Een vernauwing van het denken.

Onfray heeft het woordgebruik en het conceptueel denksysteem van rechts overgenomen: ‘het volk’ van Marine Le Pen en Marion Maréchal is niet le peuple van de Franse Revolutie.

2. Jan Goossens, eminent lid van de eminente Goossens-clan (is het u ook al opgevallen hoe in en vanuit de journalistiek er families bestaan, naar analogie met de maffia en de politiek, die niet alleen de media maar ook de macht in handen hebben?) zag zijn toekomst in Afrika, niet alleen zijn toekomst maar die van het Westen, helegans. Hij begon alvast in de KVS waar hij als theaterdirecteur niet aan politiek deed, niet aan cultuur, ook niet aan ‘hedendaags theater’ maar aan ideologieverspreiding. Hij staat nu aan het hoofd van Festival de Marseille, België was hem te klein en vooral te kritisch, hijzelf (en zijn bende) doen dit laatste af als rechtse kritiek (zie supra, Onfray) – hoe deerlijk is een ideoloog: net zoals zoveel andere cultuurexperten gebruikt hij de cultuur om zichzelf te verrijken, om de vernietigende ideologie van het antihumanisme te verspreiden. Natuurlijk is het festival in Marseille niet genoeg, hij cureert ook Dream City, een tweejaarlijks kunstenfestival in Tunis, het doel daarvan is om ‘concrete utopieën voor de toekomst’ [sic] te creëren – wantrouw die utopisten. De hypocrisie is o.a. dit: in plaats van te ijveren voor een volwaardig en vrij onderwijs, houdt men kinderen bezig in sociaal-artistieke projecten, als het festival afgelopen is, kunnen de kinderen zich met de Sint-Vitusdans vermaken en zijn de ‘curatoren’ naar betere oorden verhuisd: spelen met kinderen is wat zij onder vakantie verstaan – rechts is: alles bij het oude laten, de oorzaken niet aanpakken, rozen op de ketens leggen.

Ligt de toekomst van de mensheid in Afrika volgens Goossens, dan telt dat toch niet voor zijn eigen kind. Een man en een vrouw ontmoeten elkaar, worden verliefd, er komt een kind. Zo is dit een banaal verhaal. De namen nu. Jan Goossens, Rokia Traoré en een dochter. Het banale vervolgt. Man en vrouw scheiden, het kind is het slachtoffer. Goossens gebruikte zijn vrouw als getuigschrift van zijn politieke correctheid, zij, gebruikt, doorziet. Trekt terug naar Afrika en neemt haar dochter mee. Goossens eist zijn dochter op, het argument is dat ze in Brussel opgevoed werd en daar een ‘sociale kring’ had – Goossens, de vader zelf, werkt en woont weliswaar in Marseille. Traoré, niet de eerste de beste,

beschuldigt Goossens van seksueel misbruik, daarvoor heeft ze het ‘getuigenis’ van haar kind op video opgenomen, een al te doorzichtig toneelstukje en een al te gemakkelijke verdachtmaking. De essentie is echter dit: de carrière van Goossens en het gebruik van de ander. Nu komen er vijandschappen tegenover elkaar te staan: Europa tegenover Afrika; de blanke man tegenover de zwarte vrouw ; de kolonisator tegenover de gekoloniseerde. De particuliere ideologie van Jan Goossens wordt uiteraard danig op de proef gesteld.

Traoré verzamelt rond zich Afrikaanse kunstenaars (daar gaat de geloofwaardigheid van Goossens en zijn ideologie).
Goossens verzamelt rond zich gelijkgestemde belanghebbenden, Jonathan Littell, Bernard Foccroulle en David Van Reybroeck, deze laatste in Le magazine du Monde (23-05-2020): « Je ne nie pas que la justice belge puisse se montrer raciste et sexiste, c’est une réalité contre laquelle il faut lutter. Mais de là à dire que c’est toujours le cas, c’est aller, bien sûr, trop loin. » d.w.z. de door ons vertelde waarheid is alleen maar waarheid als ze niet op ons van toepassing is – het zijn altijd de anderen.
Is dit alles een ‘particuliere zaak’? Goossens wil zijn verhaal publiceren onder de snotterige titel Lettre d’un père qui perd sa fille, eerst wordt het woord père vermeld, fille is het laatste woord, niet aan zijn dochter is de brief gericht, ook niet aan de moeder, aan die wereld die de carrière van Jan Goossens moet verzekeren.
Dat het om ideologie gaat, is duidelijk: het Belgische gerecht heeft Goossens gelijk gegeven (de tentakels van de loge gaan zeer ver), met als gevolg dat als Traoré het Europees grondgebied betreedt ze voor vijf jaar in het cachot opgesloten wordt. De extreme zachtheid van Jan Goossens.

₾ Het Hugo Clauscentrum heeft, na een bericht hier op 14 april 2020 14 april 2020, uit schaamte (maar kennen schaamtelozen schaamte?) de facebookpagina aangepast, inhoudelijk is er echter niets veranderd, nog steeds wordt een tijdschriftnummer van 2016 aangekondigd, er is ook niets toegevoegd – het hugo Clauscentrum is een façade van wetenschappelijke nietswaardigheid, op deontologisch vlak een aanfluiting van de academische ethiek. Het ‘team’ had twee maal dezelfde foto geplaatst, uit hovaardigheid over zichzelf en platvloers narcisme, het heeft natuurlijk 1 foto laten staan, nog steeds weten we niet welke verdienste men had en heeft, in ieder geval verdient dit ‘team’ wel een prijs om zichzelf te promoten. Het bericht van 19 september 2019 luidt als:

Hugo Clauscentrum
19 september 2019 ·
Hoera, ons team (Kevin Absillis, Gwennie Debergh en Wendy de Zee-Lemmens) van het Hugo Clauscentrum is onderscheiden met de Jaarprijs Wetenschapscommunicatie van de KVAB – Koninklijke Vlaamse Academie van België voor onze activiteiten in het kader van het Hugo Clausjaar 2018! De jury kent de prijs toe voor de wijze waarop we het werk van Claus bij een breder en divers publiek wisten te brengen, langs klassieke én meer innovatieve kanalen.
Daarnaast dingen we mee voor de EOS Publieksprijs. Stemmen kan hier: https://www.eoswetenschap.eu/publieksfavoriet2019
Alvast hartelijk dank voor het stemmen!

En het meest recente bericht (over Roderick Six) dateert van 16 oktober 2019. Vandaag is het woensdag 3 juni 2020. Men verwart de vrijheid van de universiteit met regelrecht bedrog. Van enige intellectuele activiteit is geen sprake.

03-06-2020_juni-juk_hugo claus centrum_laatste bericht 16 oktober 2019

₾ In de Sint-Jacobuskerk in Gent stelt Honoré d’O tentoon, een lokaal kunstenaar die zogezegd het fragiele toont en koestert, maar fietsers zijn hem niet fragiel, de lokale kunstenaar is de lokale snelheidsduivel. De kerk is natuurlijk een katholieke plek, wie daar tentoonstelt, toont de eigen ideologie – en zoals de fietser en de voetganger Honoré d’O in de weg lopen, zo is de mens voor het zogezegd progressief bestuur van de kerk een verachtelijk wezen, de coronacrisis is géén moment van bezinning maar een hernieuwde poging tot ethisch reveil: ‘Deze tijd bevindt zich in een post-historie: de (adem)ruimtelijke vernietiging van onze aarde voltrekt zich niet stil, maar zeker, snel, radicaal en luid omdat we de balans tussen materie en immaterialiteit, tussen object en geest nooit in orde hebben willen brengen. Sinds de Renaissance staat de ontdekking en het belang van de mens centraal en dat heeft tot een overschatting geleid. Covid 19 is een signaal dat we niet naast ons neer kunnen leggen.’ – zo staat het te lezen in hun e-mailpropaganda. En verder: ‘Het bezoek aan de tentoonstelling leidt ook tot die verstilling. Honoré noemt de kerk dan ook de Coronakerk… Dus willen we u vragen om de handen te ontsmetten bij het betreden van de kerk en een mondmasker op zak te hebben, dit kan als een ritueel opgevat worden, een soort van begroeting, een kruisteken bij het betreden van de kerk, om de tentoonstelling te bezoeken.’ – zo vraagt men om een beeldenstorm.

₾ En al diegenen die zeiden tot inkeer gekomen te zijn. Zie hoe ze razen en tekeer gaan, met hun hoofd een gleuf in het zand trekkend.

₾ Een vooroordeel blijkt al te veel een na-oordeel te zijn en dus juist, een oordeel gebaseerd op feiten.

₾ Wat voorzichtigheid is, en een deugd is, wordt door de macht nu angst genoemd. Het bespelen van emoties zodat ze sentimenten worden en daardoor nog beter te manipuleren zijn, enerzijds de verheerlijking van gevoelens, anderzijds het neerhalen ervan.

₾ De experten, een blijvend zeer. Men vond in het begin van de coronatijd hun stem waardevol, rationeel, wetenschappelijk ondersteund en geen irrationeel, ideologisch gezwam waar het kind van Antwerpen en het nieuwe kind van Sint-Niklaas in excelleren. Daarna kwam er toch weer kritiek op het expertendom: wie is expert en waarom wordt de ene expert meer geloofd (sic) dan de andere? De democratie mag dus niet aan experten overgelaten worden, de politici moeten de zaak weer in de hand nemen.

Terwijl de culturele sector al enkele decennia in de vernietigende handen van ‘experten’ doodgeknepen wordt – zie het Fonds voor de Letteren, zie Cul & Con, zie de Theatercommissie, zie de musea, zie de dansexperten.

Ernstiger zou de opmerking zijn dat de kritiek op experten een kritiek op het rationele denken wordt. Zo werd in het verleden de mond gesnoerd van iedereen die kritiek had op het beleid: pas op, of het wordt erger – in naam van de democratie de democratie vermoorden. Nu zou men willen dat er ook op de experten geen kritiek gegeven mag worden.

Maar zijn het niet de zogenaamde experten zelf die door de mand vallen? In Knack van 20 mei 2020, weer over corona en de vraag wat er na de ‘eerste uitbraak’ zal komen, een artikel van Peter Casteels en Jeroen De Preter. Ze laten ‘klinisch psychologe’ Elke Van Hoof aan het woord, zij is lid van de ‘subwerkgroep Mental Health’ – experten die zich nestelen in werkgroepen: virusgedrag –, en zij wil mensen ‘perspectief bieden’: ‘We moeten nog veel meer nadenken over creatieve out-of-the-boxoplossingen die hun leven [dat van mensen die het zwaar hebben], al was het maar één keer per week, even kunnen verlichten. Ik denk, bijvoorbeeld, aan een wekelijks speelprogramma op een groot terrein. […] : vanaf 15 juni mogen de kinderen uit de even nummers van het appartementsgebouw zich wekelijks een namiddag komen uitleven op dit terrein, en de volgende dag mogen de oneven nummers komen.’

Dat dit letterlijk ‘out-of-the-box’ is, tot daaraan toe, maar wat dit met een expertenvisie te maken heeft, is mij een raadsel, hoe dit wetenschappelijk onderbouwd zou kunnen zijn, evenzeer en hoe dit rationeel of pragmatisch beschouwd kan worden, nog meer. Dit is platte domheid, kinderen reduceren tot nummers, geen enkel besef hebben hoe mensen leven, net alsof ‘een groot terrein’ wacht om even of oneven kinderen te verwelkomen, net alsof mensen even en oneven vrienden hebben, net alsof één namiddag de ellende van de sociale woningen kan reduceren, net alsof ‘één namiddag zich uitleven’ een menswaardige oplossing is.

Het expertendom, zoals het nu opgevoerd wordt, is het tegendeel van het wetenschappelijke bedrijf: het autoritarisme, de mening die in de plaats treedt van het idee. Wetenschappers doen onderzoek en dat wordt door andere wetenschappers beoordeeld, er zijn binnen de wetenschap verschillende lagen: onderzoekers die detailonderzoek doen, wetenschappers die de grotere verbanden leggen, wetenschapsfilosofen die de methoden en de onderliggende structuren (denkpatronen) bestuderen. Een wetenschapper, en dat is de essentie van het wetenschappelijke bedrijf, stelt zijn werk open voor de wetenschappelijke gemeenschap (het politieke bedrijf daarentegen is per definitie duister en belanghebbend), die inzichten worden door wetenschappers aan het grote publiek kenbaar gemaakt. Openheid en discussie zijn dus essentieel.
Experten worden nu echter opgevoerd als zijn ze god-de-vader, maar omdat ze geen experten zijn is dit een olympische klucht.

₾ Roger Kesteloot verlaat voortijdig De Lijn. Schepen vergaan, ratten gaan.

₾ Nog meer Kesteloot: van hem wordt beweerd dat hij de ‘sociale dimensie’ van het openbaar vervoer verdedigde (in de praktijk was dit nutteloos rondrijden met vervuilende, luidruchtige tanks die niet onderhouden werden, nooit gereinigd), en dat sociale heeft ook betrekking op hem: maandenlang heeft hij met de minister onderhandeld over zijn afscheidspremie – een afscheidspremie? Voor iemand die vrijwillig wegvlucht, die zijn taak niet aankon, die een financiële en organisatorische warboel achterlaat (ook bij hem was er een IT-project (ReTiBo) dat in 2011 opgestart is maar nooit afraakte en zowat 150 miljoen gekost heeft)? Roger Kesteloot behoort tot de ‘sociaal-democratische familie’ – wat dus een pleonasme geworden is.

₾ De ideologie van de Waalse Krook. Oh, de bibliotheek van Gent zou een landmark zijn, van over de hele wereld zou men komen kijken, niet alleen naar het gebouw van buiten, maar ook binnen was dit wereldvermaard nog voor de wereld iets wist, de intelligentie zou van de muren druipen (in werkelijkheid van het vocht en de leugen: het beton imiteert hout – en daar zijn de architecten trots op), de inrichting van de bibliotheek als bibliotheek oh zo slim – er werd zelfs speciaal een ‘binnenhuisarchitect’ ingehuurd – die zei hoe groot een bureau moest zijn, hoe diep een stoel en waar de kasten moesten staan – met als resultaat dat op de dag van de opening in allerijl stoelen moesten weggenomen worden, het bleek namelijk dat tafels én stoelen de doorgang versperden, dit als een voorafschaduwing van de ‘intelligentie van het concept’, zijnde de leegte en de terreur.

Een intelligent gebouw is niet alleen intelligent op het moment van oplevering, maar ook later, het woord flexibel is hierbij verkeerd, flexibel is namelijk moeten aanpassen, een intelligent gebouw (en dat geldt ook voor de ideeën) is bruikbaar in verschillende situaties, zelfs als die niet voorzien zijn, intelligentie strekt zich namelijk uit over de toekomst (omdat ze door het verleden gevoed is) en is verrassend, steeds weer – domheid verveelt echter – daarom heeft domheid terreur nodig.

Nog dit jaar verantwoordden de bibliotheken zich (bij gebrek aan cultuur en intelligentie) als ‘sociale ontmoetingsplekken’, ze degradeerden zichzelf tot vismarkten, met de corona-crisis is deze verantwoording weggevallen en blijft er van het ideeënkader niets meer over en is de bibliotheek van de 21ste eeuw een dode mus.

In het geval van de Gentse Krook is dit in verhevigde mate het geval. Men heeft zwaar ingezet op studiezalen, het gemeenschappelijk misbruik van openbare middelen – en in tijden van crisis heeft men dit alles afgesloten en onmogelijk gemaakt, daarmee toch ook die studenten in de zak gezet die thuis in een moeilijke situatie leven. Het sociale komt maar van pas als het van pas komt.
Een volledige verdieping van dit gebouw, dat geen gebouw maar lucht is, werd op een onnozele manier verdeeld tussen publiek en personeel: het personeel werd samengepropt in glazen kooien of in landschapsbureaus vastgebonden, landschap in de betekenis van The waste land. Nu men anderhalve meter afstand in acht moet nemen, kan geen enkel bureau nog gebruikt worden en moet het personeel uitwijken naar de publieksruimte. Het is dus fysiek onmogelijk dat studenten nog kunnen komen studeren – weer is bewezen dat domheid asociaal is.
Maar ook die publieksruimte stelt problemen: deze verdieping is slechts te bereiken (ook voor het publiek) door één smalle trap en door één lift, bovendien een veel te kleine lift – zelfs als de coronamaatregelen opgeheven worden, maar het sociale afstandhouden behouden blijft, is de Krook net langer bruikbaar. Het gebouw is nog geen 5 jaar oud en mag nu al afgebroken worden, of misschien kan het behouden blijven als een lieu de mémoire, de plaats van de leugen en het bedrog. Zij die verantwoordelijk zijn voor dit misbaksel en de leugen in stand houden, dansen de vreugdedans, hun zakken vol Judaszilver.

uit de reeks verbeelde spreekwoorden

neus: vooruitstekend deel […]; een wassen neus, iets dat alleen voor de vorm bestaat, dat weinig voorstelt, misleiding, bedrog, (ook) iets wat niet of nauwelijks van belang is, waar je je niet druk over hoeft te maken, […]; iem. een wassen neus aandraaien of aanzetten, hem om de tuin leiden, […], iem. bij de neus hebben, nemen of leiden, hem bedotten, foppen, bedriegen, […]

Oh, het leven in de digitale 21ste eeuw, de tijd waar de leugen van de vorm koningin is, en de geenstijl gemeengoed, de creativiteit zegeviert en het resultaat noemenswaardig is.

over het platvloerse en de kracht van de troost

 

 

‘platvloers’ (bn), laag-bij-de-gronds, triviaal.’ (van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal, 1992)

Het slaat in je gezicht. Je buigt je, je gelooft je ogen niet. Je hersenen bevestigen. Dit zijn slechte fotokopies van slechte foto’s van schrijvers op tegels geplakt. Ja, loop er maar op, ja vertrappel maar die foto’s, veeg er uw voeten aan af, leg er het stof van de straat op, besmeur ze maar met de uitwerpselen van beesten, de resten van spuugsel. We zijn vandaag in een bibliotheek. O digitale wereld.
Oh maar men bedoelt het gracieus, sierlijk, eerbiedig en achtenswaardig. (“
And Brutus is an honourable man”). Immers, de creativiteit! de originaliteit! De goedkope kopies zijn een lokaal origineel (!) eigen zelfuitvinding equivalent van de koperen filmsterren in Cannes. Men volgt de papieren en men stoot op een kastje. Ha, dan toch reclame voor zichzelf. Als een instelling en een instituut alleen nog met zichzelf bezig zijn, is het einde nabij. Er is een kunstwerk, nee, er was wat iemand een kunstwerk genoemd heeft. Een cultuurinstelling.

bibliotheek_merel_0

bibliotheek_merel_1

Maar er is de troost. ’s Morgens rij je met je fiets langs een afhangende struik, je hoorde al een tijd een levendigheid. Vader en moeder die een nest maken. Daarna moeder-merel die zacht piepend bang van het lawaai was, de man-merel, dapper als hij is, vanop een afstand toekijkend. Maar de vreugde van de nabijheid is voldoende, er is geen gevaar. En dan plots ’s morgens vroeg, een verschrikte meisjesmerel die zich geen weg weet. Ze vliegt tegen de deur, ze klampt zich vast aan het raam, zoekt de reling op – maar wat van de mensen is, is te koud, te hard, te meedogenloos. Toch is er de zekerheid dat, als de bruutzak blind is en dat is hij, de natuur wel haar plan zal trekken. Och, mochten de merels maar de duiven en de duivels kunnen verjagen.

 

merel_4e

En dan kom je boven, zet het raam open, ververst het water, ademt diep. Weer een dag wachten op wat gebeuren zal. Je maakt een kansberekening en een speltheoretisch concept: als dit dan dat, misschien is er toch een overlevingskans. En daar is hij. Hij verfrist zich, hij bekijkt het ontwakende leven, begroet de zon, koestert zich in de warmte van de natuur. Hij negeert terecht: het komt hem toe.

Het plaatje is idyllischer dan de werkelijkheid (u ruikt niet de benzine- en dieseldampen van de ondergrondse parking, u hoort niet het razen van de kettinghonden, u hoort niet het bulderen van de Joris Van Severen-adepten, u hoort niet het gekletter van de messen).

george en julia zitten op een bank voor het stadhuis van gent (7)

waalse krook hamburger

George: Kom, Juliake, laat mij jouw Romeootje zijn. Pak mijn arm en we zetten ons hier op de bank voor het stadhuis van Gent.
Julia: O, gij ondeugende vlegel. Het is hier voor het stadhuis altijd het warmste plekje van Gent, hé.
George: Ja, met al die bussen van De Lijn, dat kan niet missen. Al die uitlaatgassen, al die motoren. Kijk, de muren van het stadhuis zijn alweer zwart van al die vuiligheid.
Julia: ’t Is waar, en het wordt altijd maar erger en het gaat nog erger worden. De schepen van De Lijn en andermans stilstand heeft gezegd dat er geen auto’s meer mogen rijden, dat iedereen met de bus moet gaan en dat daardoor de auto’s beter doorgang zullen hebben.
George: Dus de enen moeten met de bus opdat de anderen met de auto zouden kunnen rijden. Die heeft ook logica bij Fernand Vandamme gevolgd zeker?
Julia: Zwijg, George. Het is hier ook zo warm omdat Termont vandaag een keer op het stadhuis is, hij straalt zo fel, hij geeft zo veel gloed af en het is allemaal echte, diep-menselijke warmte. En die energie die hij uitstraalt en al die actie: dat geeft warmte af hé en Gent verdient dat.
George: Wat ik niet versta. Op alle foto’s zit Saint-Daniël, ofwel op een stoel, in een zetel of op een fiets. Soms staat hij ook recht maar op geen enkele foto heb ik hem al in een auto gezien. En nochtans heeft hij van het schepencollege de meeste kilometers met de auto afgelegd.
Julia: Maar versta jij dat niet? Termont die gaat met alle groten van de wereld gaan klappen hé, uitleg geven en hij zegt hen hoe dat zij dat moeten doen. Hij wordt gegeerd hé, iedereen is jaloers op Gent. Het gaat slecht en toch gaat het goed.
George: Ja, ze hebben een goede communicatie: wat krom is, wordt recht getrokken. Maar Kant zei dat dat niet waar is.
Julia: Maar kijk, Georges, daar. D’er loopt daar zo’n schone gast met zo’n schone baard in krulletjes. Dat is toch een grote verbetering hé, een echte vooruitgang: mannen met baarden in een permanent. Maar (ik mijmer even), zo’n echte moustache gelijk Emile Verhaeren, dat bestaat niet meer. Tenandere, dichters gelijk Verhaeren, dat vindt ge ook niet meer. En zo’n goeie vent voor zijn vrouw.
George: Maar een Martha gelijk hij had, vind je ook niet meer, hé Julia.
(George voelt een vervaarlijke wind opsteken, legt zijn hand op Julia’s arm.)
George: Eens Juliet, altijd Julia, Julia.
Julia: Ik wrijf over mijn hart. Maar kijk, oei, hij valt, hij is over iets gestruikeld.
George: Ai, het zal dat nieuw beeld van Michaël Borremans zijn zeker dat iets boven de kasseien uitsteekt.
Julia: Maar Georges, wat zeg je nu. Het is een beeldhouwwerk dat groter zal zijn dan de postzegel die hij op dat grijs beton geschilderd heeft. Zeg, dat was een lol hé. Die mens die die vuile vegen van Borremans heeft afgekuist. Die moet hij er als straf nu zelf weer op schilderen, die van Ivago geef ik volgend jaar 10 euro in plaats van 5. Ze zeggen dat het wel 3 meter hoog zal zijn, dat beeldhouwwerk. 3 meter! Weet je wat dat is? Dat is twee keer Saint-Daniël, dat zal nog al een uitstraling geven!
George: En ook zo veel warmte?
Julia, kortaf: George, ik wil wel Martha spelen, maar je moet ook meewerken hé.
George: Ik weet niet, Julia. 3 meter tussen al die grote gebouwen, het wit van de apothekeres en het zwart van het crematorium, op een plein waar de alcoholisten bivakkeren en de fietsers crossen. Zal dat niet in het niet verzinken?
Julia: Maar heb toch eens vertrouwen in de mensen die ons besturen, George. À propos, weet je dat de nationalistisch-socialistische schepen nu een propagandacampagne voor haar begonnen is en dat heet ‘Kunst op straat’.
George: Niet moeilijk, ’t is street art. Ik zou dat ook niet binnen willen hebben.
Julia: Gij verstaat dat niet, George, gij leest veel te veel boeken. Dat zijn allemaal grote geesten hé, die ons besturen, die zich opofferen en alles voor ons doen. Weet je niet meer wat Saint-Daniël in De Standaard Weekblad vorige maand gezegd heeft? ‘Ik heb mijn hele leven alles voor Gent en zijn burgers gegeven, maar niet voor wie me echt nabij is.’
George: Maar Julia, dat is gelijk Cyriel Verschaeve, AVV, VVK.
Julia: Ja, de paus heeft dat ook gelezen – allé, in vertaling hé. Maar dat kan niet missen, ze vragen overal het gedacht van Termont. En het schijnt, het schijnt hé, dat de paus direct alle zalig- en heiligverklaringen heeft stopgezet. Dat valt allemaal in het niet, bij iemand gelijk Saint-Daniël. Ja, ze gaan hem heilig verklaren, eerst zalig, dan heilig en als toppunt: al bij zijn leven hé. Niemand heeft hem dat voorgedaan. Ge ziet, da’s Gent. En Gent verdient dat.
George: Maar moeten er dan geen wonderen zijn?
Julia: Mirakels! Maar George, in Gent! bij de vleet! Er rijdt iemand tegen een auto, belandt in de gracht en hij komt eruit en er staan twee nieuwe auto’s. Is dat geen mirakel?
George: Dat zijn de verzekeringen, Julia. Een mirakel is gelijk Lazarus die uit zijn graf op staat en weer levend wordt.
Julia: Maar Geoke, dat is niet meer van deze tijd. Daarvoor hebben we de ziekenkas. Jezus heeft dat ook niet belangeloos gedaan hé. Hij ging elke week bij Lazarus gaan eten, en nu dat hij dood was, kon hij nergens meer gaan om bij diens zusters de pezewever te gaan spelen. Lazarus moest dat maar kunnen verdragen – en dan nog niet dood mogen blijven ook.
Georges: Ja, ’t is waar. ’t Is toch beter een zegelke van de Bond Moyson te plakken. Maar ik heb nu nog geen wonder voor Saint-Daniël.
Julia: De domheden van gisteren die vandaag een wijsheid zijn. Is dat geen mirakel?
Georges: Jaaa! Julia! Dat is gelijk water dat in wijn veranderd is. Voilà, Franciscus kan aan zijn overuren beginnen.
Julia: Je sprak daar van dat crematorium. Ik stond daar te kijken in de Leie, of is het de Schelde?, naar de dode vissen en er passeerden toeristen. C’est quoi ça?, vroegen ze mij. En ik zei hen dat dat een bibliothèque was. Quoi, ça? zeiden ze. Mais oui, zei ik, zien jullie dat niet? Het heeft de vorm van een boek, un livre. Quoi, ça? zeiden ze. Avec un clep? Dat is geen boek, dat is een klak, zeiden ze. Mais non, zei ik, mais oui, zei ik, c’est un e-book, un e-livre!

George en Julia gooien van het lachen hun benen in de lucht, vallen achterover, hun mond wijdopen happend naar lucht, komen terug met hun voeten op de grond.

Julia: Als we al niet een keer zouden mogen lachen, hé. Zeg George, heb je je boek dan gevonden in de bibliotheek?
George: Och, zwijg Julia.
Julia: Zo zijn we niet getrouwd hé, George.
George: Wij zijn niet getrouwd, Julia.
Julia: Gelijk, Geotje, gelijk dat ’t echt is. Allé vertel.
George: Ik ging naar de boekerij met het gedacht de tentoonstelling te bekijken van de Waalse Krook.
Julia: George! Pas op! De Waalse Krook bestaat niet meer, het is nu ‘De Krook’ geworden, een multidiscipelekapitaleinternationalemediavideoplek.
George: Ah ja? Wel, ik kom daar binnen, ik zie daar allemaal grote, grijze foto’s hangen van de nieuwe bibliotheek. Enfin, allemaal grijze muren, met mensen ervoor die boeken lezen. Enfin, doen alsof, ’t is Gent hé, want die kunnen niet gemakkelijk lezen. Ofwel zitten ze op de grond, ofwel leunen ze tegen een muur maar allemaal in een ongemakkelijke houding. Het is gelijk bij iemand thuis die het gezellig wil maken maar zijn gasten geen stoel geeft. ’t Is allemaal sfeer. Grijze sfeer. Bewolkt en mistig, met kans op neerslag in het centrum van het land.
Julia: Ja, maar zou jij op de zetels van de bibliotheek willen zitten?
George: Maar er staat niks, Julia: geen stoel, geen zetel, geen rek. Niets aan de muren, niets op de grond, alleen maar grijze lucht.
Julia: Maar dat komt, George, dat komt. En zal de bibliotheek groot zijn?
George: Maar dat weet ik niet! Er waren enkel foto’s van de muren te zien, net alsof er geen architectuurfotografen in Gent bestaan. Ze hadden er ene gehuurd die gewoon is van taartjes, lolly’s en paraplu’s te fotograferen. Van de bibliotheek zag je niets. En op 1 van die foto’s stond er een vrouwmens en een kind, en alle twee toonden ze hun achterste aan het publiek. Zijn dat nu manieren? Kijk, ik heb een foto getrokken van de brochure die ze gemaakt hebben.

de waalse krookmuur

Julia: Ja, ’t is uitnodigend. Misschien doen ze gelijk de Vlaamse schilders en willen ze een spreekwoord illustreren? Met je kop tegen de muur lopen? De muren oplopen? Of ze hebben voor de goedkoopte misschien de Berlijnse muur laten overkomen. De toeristen gaan komen kijken, de Waalse Krookmuur is een nieuwe wereldwijde unieke performante attractie voor Gent, een landmark. Maar je hebt dan toch de maquette kunnen zien?
George: Maar Julia, Julia toch. Er was geen maquette. Ik vroeg er naar. Maar ze was besteld maar niet gekomen.
Julia: Maar je hebt dan toch je boek gevonden?
George; Maar Julia, Julia toch, welnee. Ik kijk in die catalogus, veertien dagen na Pasen zeggen ze nog dat ze op Paasmaandag gesloten zijn.
Julia: Maar dat is al voor volgend jaar, George, dat ze het niet vergeten. En het is een unieke (lees)ervaring.
George: Ga je lachen, ja Julia? Wel, ik zoek in die catalogus of ze de biografie van Peter Schat nu al besteld hebben of al hebben. Ik vind daar veel: Peter en de wolf, Schatteneiland, maar Julia, mijn schat niet.
Julia: Ik zit hier, George.
George: Ik zoek dan op Bas Van Putten de biograaf maar ook daar vind ik veel putten maar geen gevulde. Ik ga naar de balie. En vriendelijk dat die meneer was, echt een van de goeie stempel. En hij legde uit dat er nu twee systemen zijn: een transparant systeem en een donker systeem. Helaas, zei hij, zoek jij in het donker systeem en vind je dus niets. Maar, zegt hij, ik zoek in een derde systeem zodat het gemakkelijk is en efficiënt bovendien voor u en mij om te weten of iets bestaat, of iets besteld is en of iets aangekomen is. Hij zei dan nog zo iets tussen zijn tanden en hij zweeg. Er passeerde toen iemand, precies een hoge pief. Het was een leutigaard. Hij zong dat liedje van Monty Python, Always look at the bright side of life. Hij had een boek van Aristophanes onder zijn arm.
Julia: Wolken of Wespen?
George: Kikvorsen.
Julia: Dan is het daar de Muppet Show.
George: En ze zeiden zo iets van een CRM-systeem waardoor alles toch niet zo goed werkte als dat ze beloofd hadden. Het was een slecht systeem zeiden ze alle twee maar het moest en wat moest moest want moest moest.

Julia springt op, gooit haar armen in de lucht, maakt een buiteling naar voren, maakt een buiteling naar achteren, springt weer op haar voeten, gooit het linkerbeen naar links, gooit ook het rechterbeen naar links, zwaait haar armen in het rond, gooit haar hoofd achterover, springt weer op haar handen, komt achterwaarts op haar voeten te staan, schudt met haar bovenlijf, dan met haar achterste, slaat met haar vuisten op de grond, springt weer op. Trekt haar vel aan.

George: Ça va?
Julia: Ça va.
George: Wat wilde je zeggen?
Julia: Wat ik al 30 jaar zeg, George. Een computerprogramma is slecht als de analyse slecht en de programmering op verkeerde gronden gebeurd is. Als je een goede analyse van de problemen, van het werkproces maakt en een goede programmeur hebt, kan er niets mislopen. Goed doordacht voordien, levert een goed programma op. Maar je moet het kunnen hé: analytisch denken is niet iedereen gegeven en rekening houden met de gewone dagdagelijkse feiten ook niet. CRM is een wereldwijd systeem, waarom zou dat in Gent niet goed gaan?
George: Misschien een omgekeerd mirakel?
Julia: Maar nee, George, met een beetje verstand is alles mogelijk. En je moet ook willen hé. Al die tijd die verloren is en pas op, ze gaan het niet toegeven hé dat het niet juist is. Ze zullen zeggen dat de mensen van kwade wil zijn en dat ze het niet begrijpen en niet flexidebiel zijn en dat het allemaal zal verbeteren als de apen zullen leren leren.
George: Enfin, ik heb geen boek. En ik vroeg toen aan een madame, maar die was niet vriendelijk, zo’n triestig gezicht, je werd er depressief van, een echt heilig Thérèseke, wat ik nu moest doen. Wachten, zei ze, wachten gelijk dat wij ook wachten op onze zandloper. En ze keek kwaad naar mij, precies alsof ik de ongeduldigaard was die niet kon wachten op de gaven van de here god. En hopen, dacht ik, dat Tita tovenaar toch nog zal komen, zeker. Wij doen ons best, boek per boek, cd per cd, zei ze me donker aankijkend en kloppend op haar computer.
Julia: Oei, George, ga de volgende keer maar gemaskerd naar de bibliotheek. Maar … het is misschien daardoor dat die maquette er niet was? Ze zullen die steentje per steentje hebben moeten bestellen. En daarbovenop met hun zakmachientje de korting zelf moeten berekenen. Dat is niet gemakkelijk werken hé. Men zou beter een muur bestellen. Vanuit China, of Portugal. De Portugezen werken daar toch al goedkoop. En nu?
George: Nu? En hoe noem jij dat nu, Julia?
Julia: Ik heb een boek gelezen waarin er stond, wacht ik heb het opgeschreven voor het geval de terroristen ook hier komen, we zijn allemaal Charlie hé: ‘Een samenleving die het kan opbrengen om over zichzelf te lachen, is wel ver gevorderd in beschaving.’
George: Het is dus humor, Julia.
Julia: Humor, George, het is humor. Niet lachen is gemakkelijker.

1 april

bart beuten-Dürer_wunderbare_Sau_von_Landser

“Meisjes, jongens en ook ikzelven! Vandaag doen we aan brainstorming.”

Bart Beuten, het opperhoofd van Cul & Con, het zogenaamde Cultuurconnect, sprak.

Beeld: Albrecht Dürer, Das monströse Schwein (Die Missgeburt eines Schweins), 1496

een addendum bij de bibnet-rommel

In de boekenwereld en zeker in de bibliothecaire wereld is het auteurschap belangrijk, quasi heilig: de identiteit van een boek wordt bepaald door titel maar zeker door de schrijversnaam. Bij vertalingen is ook de vertaler belangrijk, soms omdat die een eigen interpretatie geeft waardoor de vertaling méér dan een getrouwe weerspiegeling is van het oorspronkelijke werk. Een bewerking is een nieuw, oorspronkelijk werk.

 

bibnet rommel_5_bart beuten kwaliteit

We zoeken in de catalogus, van Shakespeare de titel Hamlet, een andere titel mag ook.  We krijgen als resultaat bovenaan de reeks een beschrijving  ‘Boek, Nederlands, 1997’. We weten ook dat er ‘Engels en Frans’ is. Maar wat we zoeken is niet 1997 maar een oudere vertaling. Blijkbaar heeft de bibliotheek ook dit niet. Niet-logisch, maar toch klikken we op de knop ‘Waar staat het?’ en daar zien we een resem boeken, verschillende uitgevers, verschillende jaartallen.

 

bibnet rommel_6_bart beuten kwaliteit

Maar dit is , zoals we van Bibnet/Bibsnert mogen verwachten, een leugen. Want de Dedalus-uitgave is niet zo maar een vertaling maar een bewerking van Pavel Kohout, vertaald door Hugo Claus en bij die andere werken zit nog een Komrij-vertaling die niet echt Shakespeareaans is, een Bert Voeten-vertaling, enzovoort. Bibnet geeft valse informatie: men geeft de indruk dat dit exemplaren van eenzelfde titel zijn maar het gaat om fundamenteel verschillende boeken en edities.

Met andere woorden, dit is geen catalogus: dit is rotzooi. Alles wordt op een hoop gegooid. Is dit het resultaat van de plezierreisjes? Moeten daarom IFLA-congressen bijgewoond worden? Is dit de professionaliteit van een bovenstructureel orgaan?

En kijken we verder naar de ‘NBD Biblion’-bespreking dan lezen we een recensie van een Komrij-vertaling die dus aan een verkeerde beschrijving hangt. Dat er daarbij ook nog over de omslag gesproken wordt, is evident voor een recensie maar niet voor een catalogus. Zo ver denkt Bibnet echter niet, niet-denkend Bibnet.  Ook dit is dus verkeerde informatie.

bibnet rommel_8_bart beuten kwaliteit

 

Bart Beuten, de directeur van Locus/Bibnet noemt het werk van Bibnet kwaliteit. Kan men die mens eens een woordenboek geven?

Maken we nu de zoekvraag specifieker en tikken we de woorden ‘claus hamlet shakespeare’, dan krijgen we onmiddellijk de ‘juiste’ beschrijving. Maar als we kijken naar de plaatsinformatie, hebben we weer een resem boeken die niets met deze bewerking/vertaling te maken heeft. Ook hier slaat Bibnet alweer de bal mis – maar dit is meer regel dan uitzondering, er is immers een structurele misvatting, die het gevolg is van het niet inzichtelijk kunnen denken, van geen analyse te kunnen maken en geen ordenend denken te bezitten. Maar ook omdat men geen boekcultuur kent.

bibnet rommel_7_bart beuten kwaliteit

In de bespreking van C. Oliemans lezen we:  “Wat overblijft, is een continu en soepel lopend geheel, dat leest als een soort “The best of Hamlet” voor luie lezers. Op toneel kan dit alles (compleet met elektrische gitaarsolo’s) heel boeiend zijn, maar op papier behoudt de oorspronkelijke, complete tekst van deze onnavolgbare tragedie toch de voorkeur.” Gaat dit over de bewerking van Claus? Waar in de tekst van Claus komen gitaarsolo’s voor? En door welk gezelschap is dit dan opgevoerd? Dit is geen informatie: deze recensie is bij dit werk desinformerend. Moeten we zo de leescultuur bevorderen? We weten het nu. Bibnet rommelt maar wat aan: ook zo vloeit het geld binnen, ook zo vergaart men macht.

Ik hoor de laatste tijd veel over schuld, boete, misdaad en straf, maar dit gedogen?