sfcdt

Tag: bibliotheken

gekwetst ben ik

Ghequetst ben ic van binnen

Ghequetst ben ic van binnen,
Doorwont mijn hert so seer,
Van uwer ganscher minnen
Ghequetst so lanc so meer.
Waer ic mi wend, waer ik mi keer,
Ic en can gherusten dach noch nachte;
Waer ic mi wend, waer ic mi keer,
Ghi sijt alleen in mijn ghedachte.

Anoniem (14de eeuw)

Maar ik ook! Ook ik ben gekwetst! En nu voor altijd!

Welke generatie heeft nu de wapens opgenomen? De gekwetste. Als er al geen geboortetrauma is (als iedereen geboren wordt uit een baarmoeder, is er natuurlijk geen trauma), dan is er wel iets ergs gebeurd, met een kinderfiets gevallen, een al te luide lach op de speelplaats en natuurlijk is men gediscrimineerd. Zo herinner ik me de PMS-adviezen. De een was te dom voor de universiteit (hij is professor geworden, weliswaar in de psychologie, maar toch professor), de ander had geen wetenschappelijke aanleg (hij doceert architectuur), een ander moest priester spelen (hij was en is atheïst) – enz., allemaal blanke jonge mannen. Getekend voor het leven! En Pijn!

Dus moet men in de maatschappij watten brengen voor de wattengeneratie: opgelet want er zou iemand gekwetst kunnen worden, oei, de koude tenen, Kees van Kooten en Wim de Bie spraken tenminste nog van pikken, nu is omzichtigheid geboden. Wat eventueel zou kunnen kwetsen, men weet het niet maar men veronderstelt, gauwgauw weggemoffeld en verzwegen. We zijn immers afstammelingen van blanke zieltjes. Zo doen we ons toch voor – zoals vandaag was het verleden: blank en rein, schuldeloos.

En dus vervalst men, en dus liegt men, en dus speelt men de hypocriete non. En zo is het fascisme binnengeslopen. Wat onwelgevallig is, zal men verwijderen. Het zuiveringsproces gebeurt stil en soms verraadt men zichzelf. Zo dacht Lies Lavrijsen veel punten te kunnen Lies Lavrijsen ophalen. Dus verklapte ze dat ze Mohammed uit haar bewerking van de Hel van Dante geschrapt heeft. De trots over haar epuratiewerk, elke moordenaar is trots op haar bebloede handen, kon ze smakelijk onthullen.

Ze kreeg (dan toch) enige tegenwind en ook wind langs achteren. De uitgeverij Blossom Books stond pal achter haar vertaalster-zuiveraarster-ijveraarster en zegt dat er niet onnodig gekwetst moet worden – terwijl het juist nodig is nodig te kwetsen, onnodige kwetsuren, hoe zou dat zijn? Maar wat hierop volgt in het verweer van de uitgeverij, uiteraard gepubliceerd op twitter, het medium van de meute en het fascisme, is interessant (we kruipen nu immers in het hoofd van een hellemonster): ‘[…] dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving. Het feit dat de passage niet nodig is voor begrip van de literaire tekst is doorslaggevend geweest.’

Wie is die ‘een lezersgroep’ – de schoolgaande jeugd? De jong-volwassenen? De moeder-aan-de-haard? De vader-met-de-pijp? De lezers? De culturele doelgroep? Nee, met ‘een lezersgroep’ bedoelt de uitgeverij de islamisten die een groot onderdeel uitmaken en de rest is voor deze uitgeverij onbelangrijk, ze is dus met haar vertaalster een Erdoganlikker. Het pijnlijke is dat de vreemdelingen (dat we nog steeds van vreemdelingen moeten spreken nu we al de vierde generatie islamisten meemaken, zegt toch ook wel iets – maar wat zegt dit dan?) geen Dante lezen – kijk naar de uitleencijfers in de bibliotheken, kijk rond je in de boekhandel, kijk naar literaire manifestaties – er is een zichtbare schare schrijvers, maar waar zijn de lezers gebleven? Het is wél zo dat een voorhoede, de vijfde colonne, welbewust op zoek is naar provocaties, aan-de-muur-hameren, om dan de buit binnen te halen. De triomf van Erdogan een feit. Waarom mogen de niet-islamisten, de hedendaagse maatschappij dus, wel ‘gekwetst worden’? Op wiens instigatie gebeurt dit? Doelbewust ‘kwetst’ men de groep der lezers (en niet alleen kwetst men, men misleidt) : een uitgeverij die het eigen doelpubliek wil vernietigen, zo werkt het fascisme. Wie zegt gekwetst te zijn, stopt doelbewust elke rationele discussie – over emoties kan niet gediscussieerd worden: ze zijn er, of ze worden ingezet, of ze zijn er niet, of ze worden overstegen. Wie zich beroept op emoties als een epistemologisch argument, vernietigt de rationaliteit. De sentimentalisten zetten zichzelf buiten de rationele maatschappij, maar daar is het guur. Daarom wil men de maatschappij overnemen. De sentimentalisten willen de terreur van de sterkste, de luidste, de agressiefste. De terreur van de kampen, de zwijgplicht, de censuur, de leugen en het bedrog. De zwarte hypocrisie.

De weldenkenden verwijderden ‘niet-essentiële passages’ uit het ‘Convivium’ van Erasmus – de Inquisitie, het fascisme van toen, het activisme van nu

Volgens het fascistische Blossom Books staat het een uitgeverij vrij om passages te verwijderen die het begrip voor de literaire tekst niet in de weg staan – durft deze uitgeverij te zeggen dat zij dat kan? Hoeveel passages kunnen dan blijven staan? Der Zauberberg lezend zou deze inquisiteur-censor heel wat werk hebben, het resultaat minder dan een wikipedia-pagina.

Men heeft deze uitgeverij en haar handlangster Lies Lavrijsen beschuldigd van lafheid – dat is onjuist: fascisten zijn niet laf, dat zijn collaborateurs, fascisten zijn agressief, wraakzuchtig, gewelddadig, vernietigend. Het zuiverende vuur is hun embleem (kijk naar de vormgeving van deze uitgeverij: dit is het fascisme voor de jeugd). Het is dus niet ongepast het fonds van deze uitgeverij en de vertaalde werken van Lavrijsen op fascistische propaganda na te gaan. Wie censuur pleegt, doodt mensen. Wie boeken verminkt, stuurt mensen naar concentratiekampen. Wij kennen de geschiedenis, we weten wat men met de boeken van Erasmus gedaan heeft en welke zwarte terreur gevolgd is. In de 20ste eeuw weten we wat het fascisme en het stalinisme uitgespookt hebben – en nu zou dat niet het geval zijn? ook nu gelden nog de sociologische en culturele wetten. We weten dus tot wat Lavrijsen en Blossom Books in staat zijn. De nuttige idioten van Erdogan. Misschien zijn ze wel te laf om de wapens op te nemen, maar anderen zullen het voor hen wel doen. Voorbereidings- en propagandawerk. En het bewijs geleverd dat men niet weet wat cultuur en beschaving is.

Ongetwijfeld heeft de directie van de ex-bibliotheek De Krook uit Gent, onder curatele gesteld van de groene gouwleidster Tine Heys, al warme contacten gelegd met deze uitgeverij, diepe banden gesmeed – de Dietse ideologie volgend. Een verenigd Islamistisch Rijk (I.S.) de droom. Dante in de hel. En wij met hem.

schoonheid en terreur (a)

Net wat ze zei te bewijzen, doet ze niet. Catherine Fletcher zegt in The beauty and the terror : an alternative history of the Italian Renaissance (The Bodley Head, 2020) de relatie tussen schoonheid (dus kunst) en geweld te zullen blootleggen en we krijgen slechts een traditionele geschiedenis te lezen, er ligt een denkfout ten grondslag aan haar betoog: een uiteindelijke constellatie is geen noodzakelijke geweest.

Het boek past in de huidige trend van verdachtmakingen en neerhalen – het kleinburgerlijk offensief.
In Frankrijk is er beroering ontstaan rond de grote lichtkunstenaar Claude Lévêque omwille van zijn persoonlijke levenswandel – zijn houding tegenover minderjarigen werd aangeklaagd, sommigen zeggen nu dat dit al jaren geweten is, maar het is nog steeds onduidelijk wat precies gebeurd is. Een voormalige links-liberale krant als Le Monde heeft het voortouw genomen in de beschuldigingen en de tamtam. Hoe laakbaar het gedrag van Lévêque ook moge zijn: zijn kunst blijft overeind. Dat had je gedacht. In musea worden zijn werken verwijderd, collectioneurs halen zijn naam weg uit hun overzichten, het werk is in waarde gedaald en exposities geannuleerd. Wat is de relatie tussen het een en het ander? Tussen schoonheid en geweld (is er geweld geweest?)? Er wordt gesuggereerd: zonder misbruik is de schoonheid van het licht onmogelijk. Het licht van de kunstenaar is geen licht meer maar een troebel donker – en kunstenaars moeten nu voorbeeldmensen zijn: politiek correct knikkend.

In België is geen beroering ontstaan omdat het werk van Raoul De Keyser, vertegenwoordigd door Zeno X en David Zwirner, in Hongkong tentoongesteld wordt, de provincie die door China bezet is en waar het denken (het leven zelf) gekluisterd wordt. Wat Zwirner met kunst te maken heeft, is mij nog altijd een raadsel, een zwendel van beleggingen. Wil men De Keyser niet politiek links links, hij was dan toch een fatsoenlijk mens, wat doet zijn werk in de vergaderzalen van de onderdrukkers en hun collaborateurs? Wat heeft zijn schuchterheid te maken met het geweld van het geld en het bedrog? Wat is dit sollen met een lijk?

De relatie tussen kunst en macht is altijd al een discutabele geweest (Ovidius en Vergilius, beiden als elkaar spiegelbeeld), voor de kleinburger komt daar de persoonlijke levenswandel bij.

1870:
Mama, ik heb een jongen leren kennen.
Toch geen kunstenaar mag ik hopen?
Toch wel.
Zeg het maar niet aan papa.
2021:
Mama, ik heb een jongen leren kennen.
Toch een kunstenaar mag ik hopen?
Zeker wel.
Zeg het maar aan papa, die kent iemand die de wegen van het geld kent.

Wat doen kunstenaars immers?
Vroeger: lang slapen, op café gaan, achter vrouwen/mannen aanzitten, keet schoppen, zich niet wassen, ouderwetse kleren dragen.
Nu: een (invloed)rijke galerie zoeken, een beleggingsadviseur raadplegen, pr-plan opstellen, dossiers schrijven, zich een kostuum laten maken, cocaïne snuiven, huizen opkopen, op het Italiaanse landgoed van liberale politici verblijven.

Moet men om kunst te maken buiten de paden treden? Men kan, dichter zijnde, ook kousen verkopen.

Verzwijgt men ‘in naam van de kunst’ ongewenst gedrag? Is seksuele voorkeur een misdaad? Waarom is het buigen voor geld en politiek ‘in naam van de kunst’ geen misdaad? Of verwart men de zaken? Haalt men het vuile moraliseren binnen waar het niet binnen hoort? Italiaanse renaissancekunst moet veroordeeld worden/verwijderd worden omdat enz. Of staat vakmanschap boven het individuele leven? Is de commotie van vandaag niet te wijten aan een huidig onzorgvuldig denken, een niet meer weten? De angst verdacht te worden medeplichtig schuldig te zijn. De sentimentaliteit toont zich in details: volwassen mensen die spreken van ‘mijn mama’.

Een homofobe moord, een feminicide, een racistische moord worden scherper beoordeeld dan een ordinaire moord. Toch is moord een moord, een mens een mens. Is geweld geweld. Een Beverse burgemeester geeft als raad zijn burgers mee (een man werd in het park van Beveren vermoord): gebruik geen anonieme datingsites – een normale mens zou zeggen dat moord veroordeeld moet worden – de levenswandel van een individu wordt echter veroordeeld, terwijl anonieme seks niet beoordeeld hoeft te worden door de burgemeester die hier hetzelfde zegt als wanneer men, na een verkrachting, vrouwen verwijt: ‘maar welke kleren droeg je!’ – en dus hebben ze er zelf om gevraagd. De pijlen worden op het en de verkeerde gericht: men ziet slechts wat voor de eigen snotneus staat, niet wat er is.
Het homoseksuele wordt slechts aanvaard in zoverre het lijkt op het normale, d.w.z. trouwen, kindjes kopen (letterlijk), een hondje voor de aanspraak en vooral zich gedragen zoals de anderen. Het andere wordt aanvaard in zoverre het gelijk is aan het kleinburgerlijke. De onderdrukking door de identiteitseis.

Zoals de godsdienst de moraal verabsoluteerde – tot in het bed moet de gelovige zich van zijn schuld bewust zijn, zelfs zijn gedachten zijn zondig – zo ook de huidige moralistische terreur : er is geen ontsnappen mogelijk. Het huidig fascistisch beleid van bijvoorbeeld de voormalige bibliotheek De Krook in Gent is géén nieuw feit, alhoewel het verhevigd wordt door terreur die door personen wordt uitgeoefend, maar een gevolg van een al langer lopende tendens: de opheffing van het publiek domein, het verlaten van het abstracte denken voor het concrete (de individuele mens), de vermenging van ethische principes met kleinburgerlijk vermaan. Deze verschuiving is ook te merken in het politiek beleid: publieke middelen gaan niet meer naar publieke infrastructuur maar naar individuele hulpverlening voor interpersoonlijke en persoonlijke problemen (bovendien hier het inschuiven van een intermediair niveau dat zowel structureel als personeel terreur kan uitoefenen: de individuele staat van de hulpzoekende is een criterium geworden, niet zijn ‘abstracte staat’) – er treedt een medicalisering, een psychologisering en een moralisering op waardoor de maatschappij gesloten wordt. Het zelotisme is een burgerdeugd geworden. De individuele vrijheid een ideologische vlag die de lading niet dekt.

Unilever beslist het woord normaal niet meer te gebruiken omdat sommigen zich daardoor buitengesloten voelen – toch blijft het normale bestaan en de argumentatie van de multinational is een islamistische: als men zich ‘beledigd’ of ‘uitgesloten’ voelt, mag men terreur uitoefenen. Geen spot mag nog, geen ironie, geen sarcasme, geen waarheid – in naam van de façade wordt de wereld afgeschaft. Adorno en Debord beschreven de schijn der dingen als de lichtbak voor de konijnen, die hoe dan ook geslacht worden.
De identiteit, het identitaire is daarmee niet een afzonderlijk feit maar een deel van het geheel: het normale wordt afgeschaft opdat iedereen normaal zou zijn, zoals Ter Braak het nationaal-socialisme als de rancune van de kleinburger blootlegde (maar daarmee helaas in een al te psychologische verklaring bleef steken), waarbij het gelijkheidsprincipe verkeerdelijk toegepast werd, zo spreekt ook Adorno over de gelijkheid als ‘de rancune die in het burgerlijke gelijkheidsideaal aan het werk is’ (Negatieve dialectiek, vertaald door Michel van Nieuwstadt, 2014 (oorspr. Duitse uitgave 1966),  p. 172) om daarna dit met ideologie te verbinden: ‘Identiteit is de oervorm van ideologie. Zij wordt als adequatie aan de daarin onderdrukte zaak genoten : adequatie was steeds ook onderschikking onder het juk van de beheersing en in zoverre haar eigen tegenspraak.’ (o.c., p. 173).

februari, morrend

א Hedendaagse clichés, 19a: ‘Een hele uitdaging.’ 
19b. ‘Breed’. ‘Super’. ‘Divers’. > ‘Brede superdiversiteit. Wij.’

א Stella Nyanchama in Knack, 16/12/2021 : ‘[…] holle begrippen zoals ‘interculturalisme’ of ‘diversiteit’.

א Le Monde, 25-01-2021: « Le Centre Pompidou va fermer pour travaux pendant trois ans, entre 2023 et 2027 ». DS, 25-01-2021 : ‘Centre Pompidou gaat vier jaar dicht’. Hyperallergic, 26.01.2021 : ‘Paris’s Centre Pompidou Will Close for Nearly Four Years During Restoration’.

א Aardgas is volgens Europa ‘aflopend’, daarin moet en mag niet meer geïnvesteerd worden. Fossiele grondstoffen moeten bewaard worden of toch minstens niet meer zo kwistig verbruikt worden. Maar: Fluxys is voor het grootste deel in handen van de gemeenten en verdeelt aardgas – de reden van bestaan van dit bedrijf – en de gemeenten verdienen er zeer goed aan – hun cadeaupolitiek steunt op diefstal, via Fluxys betalen de burgers te veel voor hun aardgas. Om die corrupte politiek te kunnen voortzetten, investeert Fluxys nu in Brazilië (TBG, gasdistributie): daar is er nog veel winst te halen met aardgas (er zijn daar ook veel Brazilianen) – verbruik van fossiele grondstoffen dus, maar wel uit het gezicht van Belgen en Europa. In Brazilië geldt de Green deal van Europa immers niet, of, de hypocrisie van de Belgische overheid.

א De wolf wordt verwelkomd met het argument dat hij hier eeuwenlang geweest is. De vossenjacht is verboden, nochtans was die er ook eeuwenlang.

א Verwonderd dat rechts de meningsvrijheid verdedigt, de vrijheid van spreken en schrijven, zich verzet tegen de pensée unique (net alsof rechts meerduidig is) en het moraliseren van zwartrokken, opkomt voor gepluimden, zegt op te komen voor het vrije denken? Het is de oude verdediging en angst: de oude fascisten vrezen dat hun positie door de nieuwe activisten-fascisten (de terminologie is historisch en hedendaags correct) wordt overgenomen, deze laatsten zijn immers niet meer bezig aan hun opmars, ze hebben al de bovenbouw, de culturele instellingen, de media, het onderwijs, in handen.

א Weet iedere keer dat Cathy Berx naar buiten komt dit is om de Reuzegommers uit de wind te zetten, maar vooral het netwerk van de ouders te fatsoeneren – zo zal op het proces blijken dat het de ouders zijn die hun kinderen aangezet hebben om bij Reuzegom te gaan: het web van katholieke, vlaamsnationalistische, reactionaire establishmentleden, die elkaar later zullen steunen en toedekken.

א Kristof Calvo, de Dries Van Langenhove van Groen, gaat werken voor de ‘denktank’ van Groen-links in Nederland.
Deze ultraliberaal ?
Ideeën en moraal hebben voor machtspolitici geen enkele waarde: alles is inwisselbaar.
Er zijn in België contacten om een nieuwe liberale partij op te richten, Calvo is daar 1 van de ‘voorlopig-bedenkers’ van – volgens Calvo is het de taak van de politiek de taal te corrumperen.
Hij is ook één van de initiatiefnemers om de vrijheid van pers aan banden te leggen – men spreekt van hate speech, in de feiten wil men een alleenrecht op communicatie (en op de feiten – Trump als blijvend voorbeeld) . Zo groenlinks is de man dus wel.
Anderzijds is hij natuurlijk ook het zoveelste slachtoffer van de toxische vrouwelijkheid.

א Dirk Verhofstadt, de grote denker, de krachtige filosoof, de machtige vrijmetselaar, de koene strijder voor de Verlichting, zwijgt in alle talen over het fascisme in De Krook, de bibliotheek van Gent wil boeken vernietigen, wat niet past in het eigen geloof wordt gemerktekend – alsof boeken en mensen beesten zijn, het nieuwe fascisme volgt trouw het oude fascisme – en het fascistisch stadsbestuur in Gent, nochtans geleid door de zogezegde liberalen, wil verbieden, vernietigen, verbranden wat niet volgens het zwart boekje is, het bestuur is adem- en gedachtenloos, holt een sekte na.
Niet ‘daar komen ze de zwarthemden’, maar wel: ‘daar zijn ze’. Op Twitter beschuldigt de Verhofstadt-brother de oude fascisten – om het eigen fascisme te verbergen.

א Het radionieuws, ’s morgens, 3/02/2021: ‘De experts geven minister Vandenbroucke gelijk.’ – meervoudsvorm. Daarna blijkt het te gaan om de mening van 1 persoon – zelfs niet gebaseerd op feitelijke gegevens.

א De Nethys-saga, never ending, niemand kan ons wijsmaken dat niemand dit wist – de tentakels gingen van Luik naar Gent en terug – het was Louis Tobback die niet begreep waarom Tom Balthazar als schepen van Gent en betaald door Publifin ontslag moest nemen : dat niet-begrijpen is de essentie van de neergang van het socialisme: in naam van het volk, van de portefeuille een brandkast maken, de buik vullen en de democratie uitspuwen. Die kwalijke combinatie van politiek, sport, bouwbedrijven, staatssubsidies en staatsruiven – de stallen zijn nog lang niet uitgemest. Nooit is de Agusta-affaire tot op de bodem uitgezocht, waarom dan nu?

א De minister van Hysterie, Frank Vandenbroucke, vergeet in december een handtekening te zetten waardoor vaccins laattijdig geleverd worden, en beweert later dat er geen probleem is. Hij kan geen statistieken lezen, noch een barometer, en beweert dat hij de beste van de klas is – wie zei ook weer dat de morele houding en wetenschappelijke expertise van FVDB een luchtbel is? Een zoveelste flater en leugen kan er altijd bij – wat is Conner Lonner Wonner Rousseau toch trots op zijn ‘oude hoer’. Zoals Trump de toekomst was, zo is Rousseau de toekomst van de afgrond, de demagogie en het ultraliberalisme.

א Op dereactor.org staat onderaan een recensie te lezen: ‘Deze recensie door Anne Sluijs over Oogst door Sien Volders werd mede mogelijk gemaakt door het ANV.’ – een boek lezen en er iets over schrijven, daarvoor is nodig het Algemeen-Nederlands Verbond (‘Het ANV brengt Nederlanders en Vlamingen samen om elkaar beter te leren kennen, de belangstelling voor elkaar te vergroten en de samenwerking te verbeteren.’) – als de culturelen hun instellingen eens naar behoren zouden gebruiken?

א Bij Bozar is Paul Dujardin eindelijk aan de kant gezet en aan de kant mag hij verder doen.

א De Green deal: de toekomst, het geluk, proper en intelligent! En waar gaat het Europees geld in België naartoe? De Belgische spoorwegen – een project uit de 19de eeuw. Een vernietiging van het landschap en een belasting op mens en milieu. Als de maatschappij gedecentraliseerd wordt, is meer dan de helft van de huidige treinen niet nodig. Hetzelfde geldt voor de nu bestaande beweging om overal circulatieplannen in de steden en dorpen op te leggen, de CO2 terugdringen. Binnen ‘10 jaar’ is dat probleem opgelost: elektrische auto’s – de huidige politiek doet nu wat ze dertig jaar geleden had moeten doen en doet nu het overbodige. Wat men wel kan doen is de straten anders inrichten, om de agressieve snelheid van e-bikes en auto’s te vertragen – maar dat kan niet want De Lijn wil overal vrije doorvoer hebben.

א O wat is Vlaanderen trots. De grootsheid van Vlaanderen weer bevestigd. Groot nieuws. Uitzonderlijk positief voor de tijd van  het jaar. ‘Vier Vlamingen op longlist Libris Literatuur Prijs 2021’ – op achttien genomineerden.
De opgang, Stefan Bousset, priester-dichter – een zoveelste boek over de collaboratie en zichzelf
De onbevlekte van Erwin Mortier, de tarantula van de oudere schrijvers – een zoveelste boek over de collaboratie en zichzelf
Ik ben er niet, Lize Spit, krakkemikkig simplisme
en Sien Volders met Oogst (Hollands Diep), simpel simplisme.

א De komiek van de Vlaamse regering, Bart Somers die toch de winter is, start een campagne om ‘gelovigen te overtuigen van vaccin’ (Knack website, 7.2.2021) – eerst het islamisme subsidiëren, de identiteit van vreemdelingen beperken tot een achterlijke godsdienst, het geloof boven de rede stellen en dan geld steken in het overtuigen van de waarheid tegen hun dwaasheid, hoe liberaal zou dit zijn, ware het niet de wereld op de kop – of is liberalisme simpelweg hinderlijke domheid? Zoals Ibsen het schreef in Een vijand van het volk: ‘dat de liberalen de gemeenste vijanden zijn van de vrije mannen’.

א Als een trein raast Joe Biden (‘en zijn team’) (nu wordt meer en meer gezegd ‘zijn team’ – zo leugenachtig is de berichtgeving, een regering is geen team) over de Amerikaanse politiek, een lawine van nieuwe maatregelen en een herziening van het Trump-era. Als men sommigen mag geloven is Biden een Lenin. Hij en zijn regering strooien met grote woorden en grote principes, ze zijn weer vriend met iedereen en ooit, ooit, zullen ze weer normaal doen, maar eerst toch afwachten, een handtekening zetten is goedkoop, van beloven leven de zotten.
De Democraten hebben vrij spel, in Kamer en Senaat hebben ze een meerderheid, de Republikeinen hangen in de touwen, alle redelijke voorstellen kunnen ze met gemak laten stemmen. Maar de Democraten zijn anders redelijk, al konden ze doorzetten, ze hebben in hun goedheid toch 1 punt aan de Republikeinen toegegeven: het minimumloon van 15 dollar wordt geschrapt. Wat zouden de arbeiders immers doen met al dat geld? Alleen maar verbrassen, alcohol en chips kopen. (De Democraten hebben elk hun eigen rekening gemaakt: geef aan Caesar wat Caesar toekomt.)

א Rokus Hofstede vertaalde Les années van Annie Ernaux, zei in dat druiperig interview met Guinevere Claeys, DSL, 19/12/2020: ‘Of zo schrijft Ernaux ergens over les beaufs, de term die zelfvoldane linkse mensen gebruikten, eind jaren 60, voor het “gewone volk” in hun campings aan zee. Een denigrerende term, ik heb me kapot gezocht naar een goeie vertaling. “Proleten” of “aso’s”: niet ideaal. Uiteindelijk ben ik beland bij het woord dat de provo’s in die tijd gebruikten voor kleinburgerlijke mensen: “klootjesvolk”. Het werkt niet helemaal goed, vind ik nog altijd. Soms moet je tevreden kunnen zijn met iets wat in de buurt komt. Al lukt me dat moeilijk.’
Nemen we een woordenboek: ‘klootjesvolk’ wordt in Van Dale naar het Engels vertaald als ‘the bourgeois’. Connards of conasse, stomme kloot of stomme trut.
De Nederlandse Van Dale geeft als definitie vaan ‘klootjesvolk’ achterbuurtvolk, mensen zonder sociaal-culturele belangstelling. Maar zoals Hofstede het zelf zegt: de figuren bij Ernaux zijn géén provo’s, de term is dan ook verkeerd gekozen. Beaufs komt in de buurt van bâtards, bastaarden, onecht, geen echte mensen.
Beaufs vertalen met klootjesvolk is achterhaald en onjuist, een te moeilijk woord voor progressieven en een woord dat het hele bouwwerk van Hofstede in elkaar doet stuiken, soms heeft een vertaler maar één woord nodig om zichzelf te ontmaskeren. ‘Buffels’, ‘koebeesten’ of ‘beesten’ – dat had het werk van een vertaler kunnen zijn. (Waarbij hier eerst in een verkeerde lezing ‘boeufs’ voor ‘beaufs’ stond, maar die door Rob Leurentop, zie reactie, gecorrigeerd is.)

א Gent, de stad van het fascisme. Tine Heyse, die we nog kennen van o.a. de China-affaire bij Eandis, daar was ze beheerder maar wat die overname door China betekende, dat snapte ze niet – en ze bleef zitten waar ze zat, de mond open, het graaien dierbaar. In een vorig schepenmandaat, Reiniging, was haar eerste besluit de GFT-ophalingen niet meer wekelijks maar tweewekelijks te organiseren, men is ecologisch of niet – het mensen moeilijk maken is de eerste opdracht van dommeriken. Voor de rest is het onduidelijk wat ze doet, verwezenlijkt heeft of welke verdiensten ze heeft.
Maar heeft ze dan niets?
Toch wel, ze heeft gebreide kousen.
In Gent is ze nog altijd schepen voor Groen, maar nu het volledige stadsbestuur het fascisme omarmd heeft, is de partij van geen tel en kunnen we duidelijk zijn, ze is lid van het fascistisch bestuur. En uiteraard moet elk lid van de inquisitie haar werk doen. Ze is dus volledig akkoord, haar ervaring met de brandovens van Ivago komt van pas, met verminking en vernietiging van cultuur en mensen door de bibliotheek die niet langer een openbare bibliotheek is, dat ze daarmee het Bibliotheekdecreet, dus de wet, overtreedt, is, typisch voor de fascisten, geen zorg. Op haar facebookpagina meldt ze dat, in tegenstelling tot eerdere berichten, onze Tine is altijd al een flapuit geweest, het wel degelijk de bedoeling is boeken die niet naar de zin van de nieuwe fascisten zijn, te vernietigen en dat bibliothecarissen in werkkampen heropgevoed zullen worden. Weer gaat het over ‘de ziel van het kind’ – de aloude leugen van de religieuzen.

De meest racistische werken in de kinder-en jeugdbibliotheek worden uit het aanbod verwijderd. Voor jonge kinderen is het nog belangrijker om boeken met stereotiepe beelden te vermijden, omdat zij hun beeld van de wereld beginnen vormen, en al op jonge leeftijd beginnende vooroordelen kunnen ontwikkelen.

-Er wordt een boekenclub opgericht rond dekolonisering, waarbij boeken in bredere groep worden besproken. Verschillende organisaties hebben ervaring met een boekenclub en/of beschikken over boekenlijsten, o.a. Kifkif en Hand in Hand tegen racisme.
-Bibliothecarissen krijgen vorming rond dekolonisering, de impact van beeldvorming en antiracisme.

Al staat het op de ‘officiële’ Groen-website onder haar naam wel anders: Stad Gent krijgt 30 aanbevelingen rond dekolonisering – Tine Heyse

‘Uitleenmateriaal van de Gentse bibliotheken dat vraagt om extra context krijgt een label ter verduidelijking, bijvoorbeeld om de tijdsgeest waarin een boek geschreven werd te duiden. Het verwijderen van boeken blijft volgens standaardcriteria (te oud, versleten, geen vraag naar) verlopen. Bij de aankoop van nieuw materiaal krijgt diversiteit extra aandacht.’

Farizeeërs. En onvermijdelijk krijg je het beeld van seniele, kwijlende, oude vrouwtjes die in een kelder de voor hen vuile, vieze boekjes lezen en verontwaardigd met vette vingers, waaraan scherpgevijlde nagels krom groeien, driftig de boeken doorbladeren en met een zwarte stift de gewraakte passages aanduiden – de zwartepietheksen.
Toch is het mogelijk zich te verzetten – men is gewoon zich te interesseren voor de collaboratie tijdens de oorlogen, maar de voorbereidingstijd is minstens even belangrijk: zij die meegeheuld hebben: de jaren dertig als voorbeeld. Het is mogelijk dat de culturele wereld de bibliotheek van Gent ‘kalt stelt’, d.w.z. isoleert: een geestelijke pestlijder wordt niet langer ondersteund door de culturele wereld, cultuurdragers kunnen weigeren zich te laten gebruiken door het nieuwe fascisme – men kan altijd handelen en spreken.


א Manfred Sellink, een man van oude en lege praatjes, wordt de nieuwe directeur van het MSK in Gent. De man is eerder gebuisd in Brugge, Rotterdam en Antwerpen, men noemt dat een internationale carrière. Hij heeft ‘tal van bestuursfuncties bekleed’. Welk beleid is dit? Cultuur in Gent.

א De zaak Firma Sihame El-Kaouakibi is toch de zaak Bart Somers? Hij was het, deze komiek van de Vlaamse regering, deze zogezegde liberaal die nog steeds een soldaat voor het oude nationalisme is, die samen met zijn vriendin Gwendolyn Rutten, alle losse en vaste tapijten, met partijgeld aangekocht, voor de veelbelovende nieuwkomer heeft uitgespreid – en nu ziet vliegen, de toverlamp van Aladdin. Hier zien we wat de zogezegde Bart Somers-politiek in werkelijkheid is : fake beleid. Dat Caroline Pauwels dat met haar Jan Mustribunaal maar eens blootlegt.
Men zegt geruststellend dat 50.000 euro niet zo veel is voor een parlementslid (ondertussen is het gekende bedrag al verdubbeld) en dat dit wel meer gebeurt en dat partijen nu eenmaal geld hebben, zoals de N-VA die een immobiliëngroep geworden is, de Universiteit van Leuven een beleggingsclub, wat moet het volk morren, een leefloon bedraagt vandaag 958,91 euro maar dat mag niet als vergelijking gebruikt worden, een worm is toch geen giraffe?  – zoals steeds begrijpt het volk die arme, arme rijken niet, meer nog, zo is de wereld nu eenmaal en vermits die zo is, komt het er op aan erbij te horen.
Dat weten en handelen althans onderscheidt Sihame El-Kaouakibi van de bevolking. En wordt de echte kloof blootgelegd: niet gaat het over afkomst, wel over misbruik en gewoon gebruik. Als Alexander De Croo zegt dat alle politici die publiek geld misbruikt hebben, daarvoor verantwoording moeten afleggen, dat hij dan eens de Gentse Open VLD-afdeling opkuist: de grote staatsman die zijn huis met subsidies heeft gerenoveerd en opgeknapt, de grote staatsman die met de gemeenteraadsverkiezingen de bevolking misleid heeft (zich laten verkiezen maar niets doen), de grote staatsman die er niet voor schroomt allerlei geld van privé-bedrijven in ontvangst te nemen om een politiek netwerk in gang te zetten, en dan gaat het nog maar om deze nepos. En laten we dan eens nagaan hoe de subsidies (toch bedoeld om de mensen die het moeilijk hebben iets verder te helpen) verworden zijn tot inkomens voor politici – dat men van elke politicus eens nagaat welke wegen er begaan zijn (het komt er op aan de wegen te kennen) om het eigen en andermans huis met subsidies te bouwen, te verbouwen, te renoveren, te tooien. Hier het zweet van de bevolking.

א

Gwendolyn Rutten in Knack, 16/12/2020: ‘Dit land is gewoon nog niet klaar voor vrouwen die omgaan met macht.’ – in welk land leeft Rutten? We noemen: Gwendolyn Rutten, Sophie Wilmès, Sophie Dutordoir, Michèle Sioen, Laurette Onkelinx, Dominique Leroy, Valerie Van Peel, Sihame El-Kaouakibi, Fientje Moerman, Annemie Turtelboom. En zou het gezag van Merkel en Von der Leyen in dit land niet erkend worden, of dat van Christine Lagarde? Kijkt men hier met minachting naar Jacinda Ardern? Loopt men weg van Mia Doornaert? Worden Conny Vandendriessche en Rika Coppens dan uitgelachen? Luistert men niet naar Marleen Finoulst? Is Catherine, Cathy, de Zegher geen rolmodel?  Als ideologie de wereld vertekent, is de wereld een leugen.

א De pandemiewet is weliswaar niet nodig maar is nodig om Frank Vandenbroucke uit de wind te zetten: hij heeft immers het beschikbare legale kader niet gebruikt om een industrie op te zetten of de industrie te ondersteunen bij de vaccinproductie. Hij schuift de verantwoordelijkheid, alweer, door naar anderen. Toch is het zijn beleid dat geleid heeft tot de stilstand – zoals hij jarenlang het onderwijs, en nu nog, nu nog, gegijzeld heeft én de pensioendiscussie én de bevolking verraden heeft, deze Thatcher-baby, de conservatief die terecht door Bart De Wever geprezen wordt. De stilstand als standje.

א

Peter Jacobs  in DSL, 30/01/2021: ‘Liefhebbers van Willem Elsschot en zijn werk worden verwend. Binnenkort verschijnt er weer een herdruk van het verzameld werk en volgen de elf delen ook nog eens afzonderlijk in pocketformaat.’  – wat is hier de logica? Liefhebbers hébben dit werk toch al of moeten liefhebbers alle edities aankopen en hoe worden ze dan verwend? Of is dit een elschottiaanse zwendel, een betaald verkooppraatje?

א

De Standaard Weekblad en (nogmaals) Ignaas Devisch nu met een voorpublicatie uit zijn boek Vuur : een vergeten vraagstuk – de titel is een leugen. Devisch, die professor is, schrijft: ‘De laatmiddeleeuwse mens ontwikkelde langzaam maar zeker de technische middelen om het vuur te temmen, om het vanaf de renaissance stilaan te beheersen en het vervolgens massaal te exploiteren vanaf de industriële revolutie.’
Het bronstijdperk situeert zich van 3000 tot 800 jaar vόόr C.

א

Van de vele raadsels van Nethys en de Waalse traditie, is er nog één frappant.  De rechterhand van Fornieri, de man di  e met geld goochelen kan, is Birol Cokgezen, de voormalige chauffeur van Michel Daerden, die we kennen van zijn zatternijen. Dus 1 der rijkste en machtigste mannen, na Elio Di Rupo, heeft als rechterhand een chauffeur, (die chauffeur is tevens burgemeester en PS-politicus) : is het begrip chauffeur geëvolueerd? Dat ander raadsel wordt echter ook verklaarbaar: vandaar dat Di Rupo zich altijd verzet heeft tegen snelheidsbeperkingen – men moet chauffeurs de vrije baan laten.

א

Een ex-politicus Philippe De Backer getuigt (Knack, 14/10/2020): ‘De Nationale Veiligheidsraad is geen plek voor politieke spelletjes, geen ministerraad.’ – dat de bevolking het establishment als ondeugende kinderen minacht is een complottheorie.

א

De VRT heeft een nieuwe baas, CEO, dus uitvoerder van domme politieke beslissingen. Frederik Delaplace heeft al zijn hoofd gebogen voor de nationalistische onzin: ‘Als je de grootste Vlaamse culturele instelling bent, spreekt het toch voor zich dat je een rol te spelen hebt in de gemeenschapsvorming? Dat je de Vlamingen inspireert en verbindt?’ (Knack 6/01/2021) : geografie met essentialisme verbinden is een denkfout, zeker voor iemand die het hoofd wil zijn. En natuurlijk is er geen gemeenschapsvorming nodig, wel individuele ontplooiing  – en ik hoor reclame voor een nieuw VRT-programma, Albatros, dat dikke mensen stigmatiseert en uitlacht – zo verbindend is men.

Diezelfde Delaplace zegt in hetzelfde interview dat er een datasysteem opgezet is om ‘ons publiek beter volgens zijn mediabehoeften te kunnen bedienen’. Daarna geeft hij een voorbeeld:
‘Als ik vandaag uit de parking rijd, kan mijn autoradio kiezen tussen Radio 1, Radio 2, Klara, Studio Brussel, MNM … De VRT weet niet welk specifiek nieuws en welke muziek Frederik Delaplace persoonlijk interesseren. Als ik hier over tien jaar dezelfde parking verlaat in mijn zelfrijdende wagen, moet de VRT mij informatie en muziek kunnen aanbieden die op mijn maat is gesneden. Daarom verzamelen we die data.’ Daarom? Voor een CEO die niet zelf weet welke muziek hij wil horen? Is CEO dan niet voor hem te hoog gegrepen? En is dit geen regelrechte leugen? De VRT verzamelt gegevens, niet voor de luisteraar, wel voor de politiek en de commercie. Data verzamelen is geen misdrijf zolang het om inhoud gaat – en daar gaat het over: de inhoud moet gemanipuleerd worden.

א

Stella Nyanchama en Dyab Abou Jahjah worden in Knack, 16/12/202, de oud-strijders van de antiracisme-beweging genoemd – toch zijn ze daarvoor te jong. Ook wat de standbeelden betreft zijn blanken hen voorgegaan: De stoeten Ostendenoare heeft al enkele decennia her het koloniaal bewind aan de kaak gesteld en navenante acties gepleegd. Men klopt graag zichzelf op de borst, maar de feiten hebben rechten.
Dat interview in het laatste nummer van 2020, leerzaam en beangstigend – angst is niet alleen een goede leerschool, hij is inzichtelijk en kan levens redden – men moet waakzaam zijn en de rede bewaren tégen het irrationalisme en de heersende domheid.
Stella Nyanchama zegt in dit interview dat haar een person of color noemen degoutant is, ze is voorzitter van het ‘European network for people of African descent’ – de afkomst is dus wel belangrijk – ‘mensen’ (of ‘personen’) is een nieuwe, ideologische benaming waarbij allerlei toevoegingen komen die stigmatiserend en collectiviserend zijn – als men niet het individu wil zien, dan moet men consequent zijn en groepsbenamingen aanvaarden. Steeds weer is de taal zogezegd in beweging, maar de taal beweegt niet: het is de ideologische rimram die de taal vernietigt.
Om haar filosofische kennis te demonstreren: ‘Je zou kunnen zeggen dat de koloniale gedachte begon met ‘ik denk dus ik ben’ van René Descartes.’ – je zou ook iets anders kunnen zeggen, het doet er ook niet toe, als je maar iets zegt, ook als je niets zegt.

א

Mustafa Kör in Knack, 3/2/2021. Over corona: ‘De natuur heeft ons een signaal gegeven : we moeten met zijn allen nadenken over hoe we de maatschappij voortaan willen vormgeven, zonder onszelf zot of ziek te maken.’ En:
‘Daarom ook dat de natuur af en toe een goede bosbrand genereert, als zuiveringsproces, waaruit nieuwe kiemen kunnen ontspringen.’
Als er in de 21ste eeuw nog zo gedacht wordt, wordt er in de 21ste eeuw niet gedacht. De natuur zegt ons niets, de natuur is geen schooljuffrouw.

א

Hetzelfde bij Martin Hermy, De juiste boom voor elke tuin, eveneens in Knack, 27 januari 2021: ‘Voor mij zijn alle levende wezens op een bepaalde manier intelligent. Ook planten.’ – zouden we de woorden niet de woorden laten en wat meer op onze woorden letten?
Eenzelfde doelbewuste verwarring bij het begrip democratie. ‘Men’ zegt dan dat democratie niet geschikt is om een pandemie of een calamiteit te beheersen. Maar men verwart een ideaal met procedures, politieke spelletjes. Een democratie is er juist om een crisis op een rationele, weloverwogen wijze aan te pakken – onbekwaamheid, zelfpromotie, touwtrekkerij, onverantwoordelijkheid, corruptie – dat zijn menselijke en sociologische kwalen, geen democratische. Men zou kunnen zeggen dat de ervaring nu leert dat heel wat procedures er alleen maar zijn omwille van het procedurele, of zoals in het geval van FVDB: zichzelf uit de wind zetten, en men zou verstandiger, efficiënter én democratischer procedures kunnen uitwerken, dat doet men niet. Overigens is het parlement niet gelijk aan de demos, noch er de spreekbuis van.

א

Bestelbon 4321501844, Bibliotheek De Krook.
Antwoord van Druksel, e-mail 15/02/2021:
‘Bestelbon 4321501844 geannuleerd.
Geachte heer,

de bestelling van bestelbon 4321501844 is geannuleerd. Er wordt niet geleverd aan instellingen met een fascistisch beleid.’

december, jagend (2)

Ԫ Een meisje is in 2013 in London gestorven, de doodsoorzaak is luchtvervuiling, door de rechter vastgesteld – hoeveel politici zouden de Belgen voor de rechter kunnen brengen? Jarenlang een dieselbeleid gevoerd, Crevits die de roetfilters niet verplicht heeft willen maken, jarenlang de ruimtelijke ordening van het land kapot gemaakt omdat België een ‘doorreisland’ is, jarenlang de industrie geen haar in de weg gelegd, jarenlang het vervuilende openbaar vervoer via De Lijn overal verplicht gemaakt, jarenlang bewust kaduke wetten gemaakt om die zo te kunnen omzeilen en als kers op de taart de sociaal-democraten die geen emissievrije zone in de steden en dorpen willen.

Ԫ In een perscommuniqué laat Roger Kesteloot, een door de SP.A fel gesteunde directeur-generaal weten wat hij denkt over zijn personeel (17/12/2020): ‘Wij geven overleg alle kansen, wij lopen niet van de onderhandelingstafel weg’, zegt directeur-generaal Roger Kesteloot. ‘Het zijn de vakbonden die in deze gewoon van kwade wil en destructief gedrag blijven getuigen. Nog geen week na de bevestiging van het intern operatorschap door de Vlaamse regering is dit gewoon een kaakslag, het bewust opzoeken van onnodig conflict, en totaal onverantwoord ten opzichte van onze klanten. Dit is spierballengerol voor intern vakbondsgebruik, niets meer of minder.’
Dat zo iemand vroegtijdig wegloopt van zijn verantwoordelijkheid (hij doet zijn mandaat niet uit), met medeneming van vele geldzakken, zal niemand verwonderen. Dat hij daarenboven door de politiek gedekt wordt, ook niet. Dat de bevolking argwaan koestert tegen dit establishment, is daarentegen geheel onterecht.

Ԫ Hoorde u ook de tegenstelling? Ons wordt gezegd dat we nu geleerd worden dat we niet alles kunnen controleren (net alsof ons dat geleerd moest worden) en hoor ze dan uitleggen hoe zij de corona-epidemie willen platslaan – (de overmoed die voor het establishment wereldwijd geldt). En in België was Sophie Wilmès verantwoordelijk voor de coronagolven, Wilmès is al maanden weg en zie daar is de volgende golf (nee, niet de tweede, niet de derde, maar al de vierde: zelfs het tellen is ideologisch vervormd) – nee, men denkt niet dat men ontslag moet nemen of dat men praatjes verkocht heeft.

Ԫ Het beleid: staatssecretaris voor Begroting, Eva De Bleeker, liberale partij, begroting is niet het minst belangrijke voor een land, ‘tweet’ (zoals de kinderen) en daartussen zit een ‘sheet’ waarin de prijzen voor de coronavaccins vermeld worden – wat niet gecommuniceerd mocht worden. Wat is haar verweer en dat van de partij? ‘Toen de tweet verstuurd werd, lag ze te slapen’. Beleid in België.

Ԫ De met zichzelf empathische minister van Volksgeduchtheid was schamper over de vorige regering en haar ‘manke’ communicatie, hij zou het beter doen en met hem de nieuwe rechtse regering. En wat blijkt? Vanuit het niets verkondigt de kandidaat-dictator (terreur is ingegeven door angst) dat min 12-jarigen een gevaar zijn, ze ‘[…] tellen binnenshuis tóch mee als knuffelcontact. Minister Frank Vandenbroucke (SP.A) bracht daarover gisteren duidelijkheid. Maar veel politici en zelfs de corona-infolijn wist dat niet.’ – meldt DS op 24.12.2020. Dit betekent dat er op eigen houtje beslist is en dat er geen wetenschappelijke grond voor is : van de ideologie van de terreur, de derde weg, nog steeds een adept. De Thatcher-boy.

Ԫ Veel ophef is er niet gemaakt over Karel Pinxten, de sjoemelende VLD’-er, eerst behoorde hij tot de bende van CD&V (ideologie is niets voor machtzoekers), hij is één van de velen – dat Verhofstadt nog vrij rondloopt, dàt is een wonder boven wonder. Voor 500.000 euro gesjoemeld, 2/3 van zijn pensioen zou hij moeten teruggeven, zelf eist hij 50.000 euro smartgeld. Een fait-divers. Lachen zullen we, schamper lachen moeten we.

Ԫ Ook over FNG wordt weinig gesproken – nochtans was dit een bedrijf van de toekomst, zo werd het althans gezegd, net zoals men nu alleen ‘toekomstgerichte’ bedrijven wil ondersteunen en de rest wil vernietigen (is een vioolbouwer toekomstgericht?) – heel veel geld uit en van de maatschappij werd, ook door de politici, in dat bedrijf gestopt, de maatschappij bedrogen, belogen en bestolen – vandaar dus de stilte.

Ԫ Freshta Kohistani kwam in Afghanistan op voor vrouwenrechten, die mensenrechten zijn. Ze is toch nog 29 jaar geworden. Door de taliban is ze doodgeschoten. Hier zijn er ‘vrouwenrechtenvoorvechters’ die ons nog altijd de mythe van de ’Europese islam’ voorhouden en opkomen voor de hoofddoek en het recht dood geschoten te worden.

Ԫ Leo Tindemans werd genoemd ‘de man van één miljoen stemmen’; Wouter Beke ‘de man van de 10.000 doden (en meer)’. Maar Beke vindt dat we hem moeten ontzien, als een puppy is hij in de pers verschenen, doel is medelijden opwekken en het rampzalig beleid en zijn nietsontziende ambitie te doen vergeten, ‘ik lijd aan de ziekte van Crohn’. Hoe laag kan men zinken? Nog lager.

Ԫ In de V.S., waarvan sommigen hier zeggen dat dit een barbaars land is, zegt men op 1 maand tijd 20 miljoen mensen te kunnen vaccineren. In België, dat hoogtepunt op verschillende niveaus, zegt men tegen de zomer misschien de oude mensen in de instellingen gevaccineerd te hebben (gelukkig zijn er al meer dan 10.000 gestorven – anders moesten we spreken van 2022) en misschien de eerste die ouder zijn dan 60 jaar tegen augustus. Ziedaar de borstkloppers. Stemmen is een noodzaak, wil men mij wijsmaken.

Ԫ Het knuffelcontact. Jan Jambon, de gouwleider, lanceert een ‘cultuurzender’, Kanaal 19: zo zullen ‘onze mensen zien wat onze Vlaamse cultuurhuizen presteren’ – doodgeknuffeld.

Ԫ Bart De Wever wordt tot erelid van Vlaams Belang gebombardeerd – iemand die op zo’n korte tijd zoveel leden kan aanbrengen, verdient een beloning (De Wever heeft beloofd dat hijzelf nooit zal samenwerken met het Vlaams Belangblok, dat sluit niet uit dat zijn partij dat zelf zal doen én àls men hem moet geloven, is het voor zijn kiezers interessanter om direct voor het VB te kiezen en niet meer de omweg van het establishment te nemen) – bovenop de eer nog een horloge dat stilstaat, tevens een fles zeepsop. De grote intellectueel, volgens zijn mede-establishmentideologen althans, gebruikt een taal die meer en meer afglijdt naar de vulgariteit van zijn eigen milieu, op de website van De Morgen: ‘In dit tijdperk zijn conservatieve gedachten voor de intellectuele elite zoals een geslachtsziekte’ – daarmee tevens aangevend dat hij niet tot de intellectuele elite behoort, of zou hij zelf een geslachtsziekte hebben?

Ԫ Een idee voor Charleroi en Zaventem? Na de Tweede Wereldoorlog verschenen in de Britse stations posters met de vraag of het reizen wel echt noodzakelijk was – de heropbouw steunde toen immers nog niet op verspilling.

Ԫ Hebt u ze ook al gezien (en werd u ook al van de weg gereden, hetzij als fietser, hetzij als wandelaar), die sportieve, avontuurlijke fietsers, crossers, zonder spatbord, hun vuil overal verspreidend, op wandelwegen die geen fietswegels zijn. O, wat zijn ze avontuurlijk op die wandelwegen, door het slijk rijden, een plasje niet ontwijken en hupsakee over een boomwortel rijden en dan komen ze thuis en vertellen ze aan man en kinderen hoe spannend en tof het was, het oerwoud gelijk. Helden van deze tijd.

Ԫ Soms moet je mensen verklaren wat democratie is. De nieuwe directeur van de Dossin-kazerne, Tomas Baum, ‘[…] ik heb wel het liefst dat discussies intern worden gevoerd en dat we als instelling naar buiten komen met een gezamenlijk verhaal.’ (Knack, 4/11/2020) – dat hij het woord verhaal gebruikt, duidt zijn ideologische positie aan, versterkt door de nadruk op ‘eenheid’, ‘Gemeinschaft’ – de leiding van de Dossin-kazerne die de meningsverschillen onder de mat wil vegen, die fascistoïde managementmiddelen gebruikt, wat een aanwinst… En in datzelfde interview gaat hij verder op datzelfde elan: ‘Jullie [de media] luisteren naar de ene kant en dan naar de andere kant en dan publiceren jullie dat. Dat klinkt evenwichtig, maar het versterkt de polarisatie.’ – ter herhaling: de verschillende meningen moeten dus onderdrukt worden, er mag slechts 1 mening gehoord en gepubliceerd worden : die van de domheid, de onderdrukking en de achterbaksheid, de macht die enkel macht is. Hij beseft dus niet dat hij zelf behoort tot die mensen ‘die in een publieke functie bedenkelijke dingen doen’ – en omdat hij meningen onderdrukt kan hij zijn vernietigende werking verder zetten. Wat men vroeger verachtend Parteidisziplin noemde, is nu de norm geworden voor alle instellingen, bedrijven en zelfs onderdelen van de publieke ruimte: de onderwerping van het kritische denken aan de machtszucht van de onmachtigen.

Ԫ Kernenergie en de beloftes van de alternatieve energie – de volgende 300.000 jaar geeft kernenergie problemen – en de alternatieve energie steunt op beloften, valse beloften nu de regering de cowboys van de sector vrije baan geeft, de hypocrisie zelf beoefent kernenergie te willen stoppen maar kernenergie te importeren en het land dure en onzekere energie laat betalen – het Europa van de energie bestaat nog niet. In Knack, 2 december 2020 zegt Benjamin Clarysse van Bond Beter Leefmilieu, dat er nog veel daken zijn om zonnepanelen op te leggen en ‘nog veel ruimte in de Noordzee voor windmolenparken’ – het simplisme en de inconsequente domheid worden met graagte gedemonstreerd – de BBL wil open ruimte vernietigen, net zoals de Bond het maritiem leven verder wil doden. Maar er is nog een valse belofte: ‘[…] dat de transitie naar hernieuwbare energie ook een democratisering van de energieproductie betekent.’ – de transitie betekent vooral dat het geld vloeit naar de zee en dat heeft met ‘democratie’ niets te maken, ‘geldopbrengsten’ zijn geen teken van democratie, ook niet de verdeling van geldmiddelen. Waarom is de interim-voorzitter van de Creg een pseudo-socialist? Koen Locquet is een vazal van de SP.A, verdient daarom per jaar (alleen al met deze functie) 250.000 euro : de opbrengst van hoeveel zonnepanelen? Is het democratie als een politiek benoemde in een zetel zit?

Ԫ Stijn Bruers, een leerling van het zwarte Leuven, is voorzitter van de vzw Effectief Altruïsme, hij is wetenschappelijk medewerker aan de faculteit Economie van de Katholieke Universiteit Leuven en hij legt uit dat er een loonkloof is tussen bijvoorbeeld Jemen en hier: ‘Is die loonkloof te rechtvaardigen? Is het terecht dat de waarde van de arbeid afhangt van de plaats waar er wordt gewerkt? Ik vind van niet.’ (Knack, 25/11/2020) De wetenschappelijk medewerker heeft blijkbaar nog nooit van contextualiteit gehoord. Is het rechtvaardig dat men ‘hier’ zoveel meer moet betalen voor basisvoedsel dan ‘ginder’ in Jemen?
Het geld is een relatieve waarde, zoals iedereen weet die de huisprijzen bekijkt, zelfs niet noodzakelijk gebaseerd op degelijke waar. Het gaat dan ook niet om ‘rechtvaardigheid’, een begrip dat niet te instrumentaliseren valt. Onder het mom van ‘effectiviteit’, een begrip dat neoliberaal gevormd is, verspreidt Bruers niet-feitelijke informatie en kan hij met de feiten geen betoog opbouwen. ‘Het opleidingsniveau van de migranten wordt hier nog vaak onderschat. Vaak denkt men zelfs dat ze helemaal niet naar school zijn gegaan. Maar het klopt wel dat de meesten van hen laaggeschoold zijn.’ – iemand die zelfs niet de moeite doet om zijn zinnen met elkaar te doen overeenkomen. ‘Vaak’, ‘vaak’, ‘men denkt’ – dat is allemaal nogal vaag en dan toch moeten zeggen dat de migranten laaggeschoold zijn – terwijl er hooggeschoolden nodig zijn – hoe effectief is dat alles?

Ԫ Een zaak die al te veel gelijkenissen vertoont met de aanvallen op J.K. Rowling. In The Guardian heeft Suzanne Moore, jarenlang een sterjournalist die niet bang was haar mening te zeggen, haar ontslag gegeven – ze wil niet langer werken in een omgeving die terreur zaait. Ze had immers geschreven dat de sekse van een mens een biologisch gegeven is – daarop barstte een onweer van domheid los. (Herinnert deze zaak u ook aan de terreur van Piet Grijs die professor Buikhuisen weggejaagd heeft én daardoor het wetenschappelijk niveau van Nederland naar beneden gehaald heeft? – of, hoe de leugen van de metafysica de waarheid van het materialisme nog steeds kan verdrijven.)  338 medewerkers van The Guardian, die toch een links-liberale krant was, hebben een brief naar de hoofdredactie gestuurd omdat ze vinden dat Moore ‘antitrans opinions’ verspreidde en dat dit stante pede moet stoppen. 338 leden op een redactie is veel, dat betekent dat The Guardian niet te vertrouwen is. De metamorfose van links naar fascisme is snel ingezet en heeft zich voltrokken – dat rechts pleit voor vrijheid is natuurlijk ongeloofwaardig. Wat kan de fatsoenlijke burger, met een hart en een hoofd, nog doen?

Ԫ Zo wordt de katholieke Kerk zelf gefopt. De alliantie met de islam heeft haar omwille van  de coronamaatregelen de sluiting van  de kerken bezorgd. De vrijheid van godsdienstbeoefening wordt afgeschaft want als men de kerken opent dan moeten ook de moskeeën geopend worden en daar gebeurden de meeste besmettingen – te veel mannen in een te kleine  ruimte. De katholieke kerk: te weinig vrouwen in een te grote ruimte. Werd de islam niet gesubsidieerd, waren de kerken open gebleven.

Ԫ Het eerste vaccin toedienen had een triomf moeten zijn, niet volgens Frank Vandenbroucke want hij heeft de argwaan aangewakkerd (‘het zijn bedrijven’), wel voor de administratie, de bedrijven en zeker de wetenschap, en heeft het eeuwig kinderachtig gekibbel van de politici getoond. Niet Vlaams- en Waals-Brabant mogen de eerste provincie zijn waar het vaccin toegediend wordt, de andere provincies willen ook de eerste zijn, dat noem men dan politiek. Hoeveel minachting hebben we voor de laatste dagen van het jaar nog over?

Ԫ De katholieke minister Annelies Verlinden zegt dat ze op aanraden van de Staatsveiligheid TikTok van haar toestellen verwijderd heeft. Een minister die TikTok op haar toestellen heeft staan? Zij verklaart stoer: ‘Het moet nu gedaan zijn met samenkomen.’ Mogen kinderen bevelen?

Ԫ Tiens, we horen niets meer over de aanhoudende droogte. Niet wordt door de vraag de klimaatverandering ontkend, wel dat de natuur- en milieubeweging slechts het korte termijndenken kent – schommelingen moeten over jaren heen bekeken worden, nu is men enkel op zoek naar records – ook in 1956 zijn records gebroken.

Ԫ Het jaar 2020 moeten we toch afsluiten met een komische noot, een woord van de grote Vlomsche denker, Harold Polis, Zwart Polleke, het zoveelste establishmentcreatuur, een ster aan het Vlaamse ezelsfirmament, opgesloten in de weldenkendheid van de domheid.
In Knack, 16 december 2020, beweert hij dat hij het boek, Sans la liberté, van François Sureau gelezen heeft – wat een contrast met de eigen praktijk als ‘uitgever’. Nu hij zich in de markt wil zetten als ‘denker’, wil hij interessant doen – o boer let op uw woorden, dat woorden in het openbaar anders zijn dan de daden en de bedreigingen in het verborgene, is een typisch katholiek, kleinburgerlijk, Vlaams gebruik: ‘In zijn [Sureau] pamflet [sic!] […] bepleit hij met veel passie [sic] dat we vergeten zijn om vrij te zijn.’ – zegt Zwart Polleke. Maar wanneer deze ontslagen uitgever geconfronteerd wordt met iemand die vrij is en spreekt, dreigt Polis hem met advocaten. Polis zegt van zichzelf een ‘vrijdenker’ te zijn. En toch zijn er ook in de loge vrijmetselaars die het begrip vrijheid begrijpen en in de praktijk willen brengen – en niet toelaten dat onder het mom van vrijheid de vrijheid aan banden gelegd wordt.

Die hypocrisie zegt dat je in de publieke ruimte iets anders moet zeggen dan wat je daadwerkelijk doet. Doordat mensen als Polis de publieke ruimte bezetten en doen alsof ze nadenken, wordt de ruimte voor waarheid en eerlijkheid onmogelijk gemaakt: het achterhaalde verzet zich tegen het ware. En dus publiceert Polis zijn boek in 2021 bij de katholieke, reactionaire en Vlaamsnationalistische uitgeverij Davidsfonds (dezelfde uitgeverij van de zogezegd wetenschappelijke Frank Vandenbroucke).

Over dat boek, dat hij nu aan het uitbroeden is, zegt Polis: ‘De rode draad is mijn visie op modern zijn. Autonomie betekent dat je grenzen stelt, niet dat je absolute vrijheid nastreeft.’ – dat is niet het idee van Polis, maar al oeroud (‘modern’), hij stelt het voor alsof hij origineel is, dat is hij uiteraard niet – iemand die ideeën met marketing verwisselt. ‘Maar misschien kent hij het word eiland niet’, zegt u. Dank! Dat zal Polis plezieren, hij zegt immers nog woordjes te zoeken om ‘deze tijd’ ‘te verklaren’. Toch  zijn  grenzen belangrijk, maar niet zoals Polis dat voorstelt, zijn beperking wordt immers ingegeven door de zwarte ideologie – en is er iemand die de ‘absolute vrijheid’ nastreeft? Soms maakt men problemen om zichzelf te kunnen opblazen. En voor iemand die tijdens zijn carrière de grenzen van het uitgeversvakmanschap stelselmatig overschreden heeft, is dit een bijzonder pijnlijk ‘idee’– Polis zelf ziet de contradictie niet. Overigens is het ‘grensprobleem’ niet het probleem, wel de inhoud, het onderwerp, de thema’s die vastgelegd moeten worden, de grens is maar een afgeleid probleem, een gevolg van de huidige onderwerp-loosheid (de marketing van Polis) en de verandering van de inhouden.

Want wat is voor Polis het probleem? –  (ook hier huilt hij mee in het koor van de reactionairen die de Gemeinschaft als grondmodel willen zien): ‘[…] hoe mensen worden opgejaagd om zich steeds individualistischer te gedragen, terwijl de overheid technocratische overmoed toont’ – mensen zijn niet individualistischer geworden, integendeel: het groepsdenken domineert. En ook de overheid toont niet een ‘technocratische overmoed’, maar wel de privé-sector.

De huidige tijd wordt door hem gekarakteriseerd als ‘[…] zitten we niet allemaal te wachten op ons matje – al dan niet in lotushouding?’ – wat een scherp inzicht wil zijn, is lucht. Nee, niet allemaal zitten ‘we’ op ‘ons’ matje.

Dat hij nog steeds de werking en heilzaamheid van algoritmen (Polis spreekt van ‘algoritmes’, om nog eens zijn kwalijke reputatie als uitgever-redacteur sardonisch te bevestigen) niet begrijpt, heeft uiteraard ook te maken met zijn ‘uitgeverschap’ als een opeenstapeling van mislukkingen. Over Amazon en Bol zegt hij: ‘Dat zijn geen boekhandels, maar magazijnen. Iedereen is die algoritmes kotsbeu, er gaat niets boven het advies en de flair van een boekhandelaar.’
Op welk onderzoek steunt Polis zich om te zeggen dat ‘de mensen’ de ‘algoritmes’ beu zijn? Of is dit het zoveelste loze praatje-gaatje?
Ook hier is Polis het kindje van de oppervlakkige, nawauwelende tijd. Een boekhandel moet voorraad hebben, en de ‘flair’ van een boekhandelaar is toch maar de flair van de verkoper die het nieuwste uit zijn winkel wil verkopen. Een boekenlezer ontvlucht de huidige modieuze boekwinkels die chocolade, taart en koffie belangrijker vinden dan de inhoud. De nadruk op winkelconcepten als sfeer en beleving, zijn anti-boekcultuurconcepten, (ook de bibliotheekwereld is daardoor kapot gemaakt), beleving en sfeer zijn zelfs in de commerciële wereld al voorbijgestreefd, waren boekwinkels maar magazijnen.
Als een boekhandelaar advies geeft, gebruikt hij zijn eigen ervaring (laten we nu nog niet spreken van verkoperstrucs), we mogen hopen kennis van het vak – algoritmen zijn geobjectiveerde kennisregels die verder gaan dan de beperkte voorraad van de boekwinkel en de beperkte kennis van de boekverkoper : wat is dan het probleem? Wil Polleke over zijn bolleke geaaid worden?
Waar is de tijd overigens dat de boekensector op kennis en beschaving gegrondvest was en niet op ‘flair’? Wat Polis ‘flair’ noemt, is beperkend; algoritmen zijn bevrijdend – de wetenschap maakt vrij, het sentiment doodt. Harold Polis is dus niet enkel ludiek, hij is ook luddiet.
‘Het algoritme’ is niet verkeerd: men moet weten wat men doet – een krachtige cultuur kan zich verzetten tegen de hoogmoed van het geld en de onderdrukking, een krachtige cultuur ontberen we door het verraad van de intellectuelen.

Over de canon heeft Polis, dunkt hij van zichzelf, een kolossale mening: ‘Het lijkt steeds meer te gaan over waarden, normen en inzichten, over motieven die wij in de samenleving gebruiken om vreedzaam samen te leven. Maar daarvoor is slechts één leidraad nodig: de grondwet.’ ‘Het lijkt’ … Dit is gebazel en napraten van wat we nu al lang weten. De taal wordt misbruikt: wat zouden ‘motieven’ in deze context betekenen? En hoe verhouden inzichten en normen zich tot elkaar – hoe is de verhouding tussen moraal en kennis? Natuurlijk wordt het vreedzaam samenleven niet alleen door de grondwet bepaald. Dit is het hutspot’denken’ van Polis, of hoe hij het ongewild bewijs levert dat staren naar een klein kind nog geen denken is.

…………………….. quo magis errantes caeca ratione feruntur

otto marseus, rené descartes, albertus seba, vladimir nabokov en morgen hugo claus

Otto Marseus van Schrieck, Landschap met hagedis, vlinders en slak, 1657

Het perspectief, de plaats waar de schilder staat, is bij Otto Marseus uitzonderlijk. Hij schildert het leven op de grond, hij moet op de grond liggen om de dieren te kunnen observeren en dat is ook het gezichtspunt waaruit geschilderd wordt: niet als mens die boven de aarde torent, wel plat op de buik zoals de slangen, de reptielen en de padden. Om deze dieren te kunnen schilderen, en dus begrijpen, moet Marseus dier onder dieren zijn, een vroege vorm van participerende observatie die later in de antropologische studiën beoefend zal worden. Dat is uiteraard een onjuiste observatie, al observeerde Marseus, hij deed toch wat tegen de realiteit inging. Een tulp midden in het bos, zoals op het schilderij ‘Stilleven met insecten, amfibieën en reptielen’ (1662)?

Nee, dat is onmogelijk. (Overigens ook opvallend dat men in de kunstgeschiedenis hier over ‘stillevens’ spreekt, terwijl de werken van Marseus alleen maar over het leven gaan, en dus een wetenschappelijke houding uitstralen.) Of zou Marseus hier de tulpenmanie (1634-1637) op de korrel genomen hebben? En waarom zou hij dat gedaan hebben, elk moralisme daarover was in 1662 voorbijgestreefd, onnodig – een blijvend aandenken aan de waanzin van de geldzucht? Of heeft Marseus een heterogeen element willen opnemen om de vreemdheid te beklemtonen? Of is dit ‘gewoon’ een schilderkunstig element, de schilder die een picturaal element wil opnemen omdat het schilderij dit ‘vraagt’?

De verwarring wordt door Marseus vergroot omdat hij de indruk geeft dat hij een ‘echt’ natuurtafereel schildert, iets dat nog woest is, geen tuin, geen geometrie, geen bewerkte akker, daar waar gods hand nog zichtbaar is – een bloemenstilleven is artificieel, we weten (en men wist) dat dit ‘opgezet spel’ is: al die bloemen bloeiden niet op hetzelfde moment, die vlieg of zelfs die slak bleven daar niet zitten, het geheel was een kunststuk. Omdat Marseus een bostafereel (sottobosco) schilderde, leek het werkelijkheidsgehalte verzekerd. We mogen echter niet vergeten dat er ook ‘gewoon plezier’ in het schilderen was, iets doen wat anderen niet gedaan hadden, niet als ‘poeha-pretentie’, wel als een durf en een zien: wat anderen niet zien (willen zien/ideologisch-religieuze blindheid), zal nu wel gezien worden. Dat ‘de nederige dieren’ geschilderd werden, was ‘des tijds’: met Joris Hoefnagel en Jacques de Gheyn II behoorde Marseus tot een avant-garde die een ander wereldbeeld had dan de oudere generaties schilder – toch in die traditie stond. Die ‘verwarring’ is ook te zien bij de geleerden, zo bijvoorbeeld Johannes Hudde, hij gebruikte de microscoop en vertaalde toch de werken van René Descartes, zette zich voor hem in. Hetzelfde geldt voor de kring rond vader Huygens, bekend met het werk van Descartes, de rationalist en in zekere zin tegengesteld aan de wetenschappelijke experimenten – de duidelijkheid over de verschillende standpunten heeft zich pas later kunnen uitkristalliseren.

Een bijkomende ‘paradox’ was dat men de boeken niet langer ‘geloofde’, zelf op onderzoek ging, en het resultaat in boeken vastlegde – niet alleen toonde Frederik Ruysch zijn preparaten in zijn huis, iedereen kon op bezoek komen, Ruysch rekende dan een consultatie aan, maar die ook in prent liet vastleggen. Gesprekken, ontmoetingen, bezoeken bleven belangrijk, het boek kon echter zelfstandig bestaan, wanneer het resultaten toonde (de voorafgaande twijfel, ‘het experiment’ werd niet vastgelegd). Die wetenschappelijke attitude was nog verbonden met een artistieke: zo werden de ‘wonderkamers’ op een esthetische manier opgesteld, stenen werden gerangschikt naar kleur en vorm, nieuwe, abstracte figuren werden gemaakt en zo getoond, nooit was de ‘naakte natuur’ alleen zichtbaar, steeds weer toonde men de vreugde van de mens (die in de artistieke creatie zichtbaar gemaakt wordt, misschien moet ik nu zeggen ‘werd’): de schoonheid, het onverwachte, het buitengewone waren telkens weer aanleiding tot verrukking en bewondering.

Dat geldt zeker ook voor Albertus Seba (1665-1736), iemand die nog dichter bij de Renaissance dan bij de Verlichting stond. Ook hij heeft preparaten opgesteld, leverde Peter de Grote medicijnen en ook zijn verzameling werd door Peter de Grote aangekocht en naar Rusland vervoerd. En ook hij beschreef zijn collectie én zijn bevindingen in boeken, boeken die toch bestendiger gebleken zijn dan de collecties zelf en weer aanleiding konden geven tot verder onderzoek én levenskracht. De classificatie werd in de 17de en de 18de eeuw steeds belangrijker – een classificatie toont een mentaliteit, een denken aan – niet toevallig begint de Encyclopédie van Diderot, d’Alembert en de Jaucourt met een ‘kennisboom’: het denken wordt verdeeld in verschillende domeinen, van elkaar afhankelijk gemaakt – de theologie staat niet meer bovenaan. Nog vandaag zijn de classificatiesystemen in het bibliotheekwezen achterhaald – maar ‘experten’ van Cul & Con houden zich daar niet mee bezig, veel liever hanteren ze de methoden van de maffia – ook daarom is het bibliotheekwezen niet meer relevant: de spiegel is geen spiegel meer.

Seba classificeerde veel meer naar vormen dan naar (hedendaags) wetenschappelijke inzichten. Zo is zijn blad 111 uit de Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio (deel 1, 1734) raar samengesteld (net zoals bij Ruysch zijn de preparaten in de glazen ‘opgehangen’ waardoor ze langs alle zijden volledig te bekijken blijven). Centraal een dode foetus van een olifant, zie hoe mooi de dood is, links embryo’s van schapen, daarnaast 2 ratten en een zwijntje, een klein beestje dat geen verklaring krijgt, en daarnaast een foetus van een Afrikaans meisje (Curaçao). Zoals de boektitel aangeeft zijn de teksten bij de platen in het Latijn gesteld, dus niet voor de massa bestemd, we zijn al in de 18de eeuw!, toch met een Franse vertaling. Seba schrijft dat de menselijke foetus zes maanden oud is, een vriend van hem heeft hem die geschonken, het meisje geboren uit een misgeboorte. Alhoewel Seba niet de bedoeling had, schrijft hij in de verklaring, om mensen op te nemen, heeft hij dit hier wel gedaan omwille van de analogie. Maar welke analogie zag hij? De kleur, het pigment? En dan? De vorm van het lichaam? De in elkaar gedokenheid? Dat de mens, als de olifant, een natuurwezen is? – Seba beschouwt het meisje niet als een dier, wel als een mens, zo schrijft hij het ook – we zien iets en we begrijpen het niet.

Acht jaar was Vladimir Nabokov en hij ontdekt zichzelf, zijn leven. In een bergruimte van het buitenhuis op het Russische platteland ontdekt hij een paar prachtige boeken die ooit van zijn moeder als jonge vrouw geweest waren. ‘Sommige van die boeken waren louter curiosa, zoals de vier kolossale bruine folianten van het werk van Albertus Seba (Locupletissimi Rerum Naturalium Thesauri Accurata Descriptio …), gedrukt in Amsterdam omstreeks 1750. Op hun grofvezelige bladzijden vond ik houtsneden van slangen en vlinders en embryo’s. Een Ethiopische meisjesfoetus die aan de hals in een glazen pot hing, gaf me telkens als ik die tegenkwam een akelige schok; evenmin had ik veel op met de opgezette hydra op plaat CII, met haar zeven schildpadkoppen met leeuwentanden op zeven slangenhalzen, en haar vreemde, op gezwollen lijf dat aan de zijkanten uitwassen als knopen had en uitliep in een knobbelige staart.’ (Vladimir Nabokov, Spreek, geheugen : een autobiografie herzien, vertaald door Rien Verhoef, 2001, p. 124-125).

Afgezien van de ‘houtsneden’ een redelijk accurate beschrijving van plaat CXI. Nabokov beschrijft zichzelf in het jaar 1907 en een kleine veertig jaar later doet Louis Seynaeve, eveneens een hoofdpersonage in een andere autobiografische roman, Het verdriet van België van Hugo Claus, een gelijkaardige ontdekking : de boeken die een leven geven en een mens zichzelf doen ontdekken.

Bij Nabokov lezen we die bijzondere manier van leven die uit de zeventiende eeuw stamt en daarom zo modern aandoet: niet enkel denken, maar wel degelijk wetenschap als discipline als een pool, een levenshouding, een standpunt, een karakter: ‘Ik ontdekte in de natuur de onnutte verrukkingen die ik zocht in de kunst.’ (p. 128) – een nog steeds revisionistische visie op de natuur die op wetenschap (kijken, observeren, analyseren, onderbrengen) gesteund is, revisionistisch omdat deze visie zich hooghartig afwendt (terecht) van de teleologische visie, die nog steeds gedrenkt is in de stinkende poel van de metafysica – zie de praatjes van Dirk Draulans in ‘Knack’, zie de wetenschapsjournalistiek in het algemeen: allen oude pastoors.

‘Er is naar het schijnt op de afmetingsschaal van de wereld een soort subtiele ontmoetingsplaats tussen verbeelding en kennis, een punt dat wordt bereikt door grote dingen te verkleinen en kleine te vergroten, en dat in de kern artistiek is.’ (Vladimir Nabokov, Spreek, geheugen : een autobiografie herzien, vertaald door Rien Verhoef, 2001, p. 175-176).

Maar zou de hydra van plaat CII werkelijk gezien zijn door Seba?

barbara tuchman lezen (1)

Het is van alle tijden: machtsmisbruik, corruptie, nepotisme, vazallensysteem, intermediaire speklust, bedrog, leugen, geld- en wraakzucht, de klucht van de verbondenheid, de hypocrisie, de geilheid, de media die slechts de stem van de macht laten horen, het systeem dat zich in stand wil houden, de domheid van de machthebbers, de fouten die ze maken, de leugens die ze verzinnen om zich te verschonen, de vuilheid van hand en bil.

Van alle tijden? Nee, er is een tijd die dit allemaal ontkent en daarop een uitzondering vormt. De macht is van gedaante veranderd, de machthebbers zijn gekeerd, engelengelijk en de ondeugden, althans bij het establishment, als sneeuw voor de zon verdwenen. Het is deze tijd. Daarom van Barbara Tuchman De waanzinnige veertiende eeuw lezen en weten dat dit de 21ste is. De vertaling is van J.C. Sliedrecht-Smit en J. Spaans-Van der Bijl, ik gebruik de 24ste druk, 2018. Tuchman heeft de aangename gewoonte om cynische, sarcastische, ironische terzijdes in te lassen, intelligentie en humor weet ze te vermengen, een voor de macht dodelijk mengsel. Het boek is een sociologisch, politiek handboek, tevens het handboek voor de guerrillero : hoe de domheid zich in de machtsstructuren nestelt en vandaaruit terreur uitoefent.

Het motto tot haar boek is van John Dryden: ‘For mankind is ever the same and nothing is lost out of nature, though everything is altered.’ De moderne tijd, schrijft Tuchman, is begonnen toen de wereld zich op de wereld richtte en niet meer op een god en het hiernamaals, het individu is waardevol en werkzaam (p. 17) – het is juist dit werkzame dat in de 21ste eeuw aangevallen wordt – niet vanuit een niet-arbeidsprincipe (een individueel lustprincipe) dat terecht door Paul Lafargue naar voren geschoven werd maar wel vanuit een godsdienstig principe, een terugkeer naar de duistere middeleeuwen : de aanval op het mannelijke principe, de wetenschap en de rationaliteit, de natuurbeheersing, het verdacht maken van elke handeling is geïnspireerd door een primitief denken, de dominantie en de motor daarvan is nu het islamisme, de katholieke kerk is maar al te graag deelnemende partij – zelfs zij die zeggen niet gelovig te zijn, zijn geïnfecteerd door dit antihumanisme.

‘Als de kloof tussen ideaal en werkelijkheid te groot wordt, stort het systeem ineen.’ (18) – dit is wat we nu meemaken: het establishment en de intermediairen zeggen zus, doen zo: de bevolking ziet wat gebeurt en gelooft de macht niet meer; binnen het establishment nestelen zich antisysteempartijen die, wanneer ze in het systeem zitten, het systeem versterken (ook door de anti-ideologie); ‘echte’ antisysteempartijen kunnen niet bestaan omdat ze niet kunnen overleven: het geld regeert – zijn er individuen die daaraan weerstaan, neemt de partij het van hen over en versterkt ze daarmee de systeemstructuur.

‘Een dergelijke democratisering, voorzover het toekennen van dat privilege die naam verdiende, was niet zozeer een stap in een gestadige opmars naar vrijheid – zoals de negentiende-eeuwse historici de kroniek van de menselijke ontwikkeling graag wilden voorstellen – maar een toevallige bijkomstigheid die het gevolg was van de hartstocht voor oorlog van de edelen.’ (p. 30) – het toeval heerst, het goede (democratie) komt er als gevolg van het slechte (oorlog), er is géén noodzakelijke ontwikkeling, de blik op de geschiedenis is ideologisch om het heden in een karkas te dwingen – wanneer nieuwe en oude fascisten zeggen hoe het volk is, dan bedoelen ze: ‘zo willen wíj het’ – en ‘zo blind zijn we voor de werkelijkheid’. Tegenover deze verwarring staat het huidige simplistisch moralisme, de ideologen, priester-dichters, politiek-correcten kennen en begrijpen alleen het eigen gelijk.

‘[…] zoals Thomas van Aquino het zo fijntjes uitdrukte, ‘het algemeen welzijn te dienen via de goederen van de gewone burger’. (p. 36) – wat anders uitgedrukt is voor diefstal en in de 20ste eeuw een echo kreeg in de uitdrukking ‘het volk drinkt champagne door de mond van zijn volksvertegenwoordigers’.

‘De plicht tot bescherming bleef nog steeds de basis en de rechtvaardiging van deze macht, belichaamd in de eed van de leenheer aan zijn leenman, die theoretisch even bindend was als zijn eed aan hem – en die was bindend “slechts zolang de heer zich aan zijn eed hield.”’ Hoeveel intermediairen, politici, managers en leden van het establishment mogen we over de kling jagen? De macht is pas gerechtvaardigd als die in dienst van de bevolking staat, welke beleidsdaden zijn dat? Al die culturele instellingen geleid door barbaren – het mechanisme dat barbaren aanstelt, dát moet onderzocht worden: het is het politiek cliëntelisme:  politiek benoemden benoemen andere honden. Hoeveel bedrijven zijn gericht op de maat van de mens?

haagse barbaren

Een petitie is gestart om het wanbeleid van de Haagse Koninklijke Bibliotheek aan te klagen. Elders wordt er gezegd dat het trumpisme erg is maar dat de democratische instellingen in Europa in sterke en veilige handen zijn, geleid worden door intelligente, plichtsbewuste en bekwame burgers. In de instellingen zelf echter huist het rot.

In de begeleidende tekst spreekt professor Daniel Bellingradt van ‘imagoschade’ voor de Haagse KB, daarmee neemt hij helaas de woorden van het wanbeleid over: niet het imago, maar de collectie is belangrijk.

van fiasco naar fiasco

Met veel tralala en tralali (excusez les mots) wordt op de website van de Minard-schouwburg in Gent aangekondigd dat de Vooruit-leenman Rik Vandecaveye met pensioen gaat en dat hij opgevolgd wordt door Nathalie De Neve, de nieuwe directeur vanaf 1 januari 2021. Uiteraard was de concurrentie bijzonder moedig en deskundig en politiek afhankelijk maar er kan maar één iemand gekozen worden en dat gebeurt dan ook op ernstige gronden. Men kan zich afvragen of een ambtenaar een civil servant is, een beleidmaker, een uitvoerder, een carrièrist voor eigen gewin, een pion in een netwerk, een waterdrager voor andermans belangen. De ervaring heeft uitgewezen dat sommige ambtenaren zelfs niet weten in wiens dienst ze staan, dat ze uitvoeren en zelfs levens bedreigen, dit alles omdat Befehl ist Befehl is. Het is, zoals Tomas Baum, de directeur van de Dossinkazerne het verwoordt (Knack, 4/11/2020): ‘Mensen die in een publieke functie bedenkelijke dingen doen.’

Op de website van de Minard-schouwburg (de geschiedenis van dit gebouw als culturele instelling kan als prototype dienen voor de neergang van de cultuur in Gent, het gebouw en de feestjes altijd belangrijker geweest dan wat er gebeurde, Romain Deconinck, die nu op de trappen van het gebouw op een lelijke manier vereeuwigd is, en bij Hugo Claus optreedt als ‘nonkel Miele’, had meer dan één vaudeville over de tribulaties kunnen schrijven) staat voor iedereen te lezen, een tekst die aangeleverd werd door de nieuwe directeur en goedgekeurd werd door de beheerraad van de Minard en de politieke desoverheid:

“Nathalie De Neve is momenteel de coördinator Marketing, Communicatie en Dienstverlening van de stadsbibliotheek De Krook.”

Ook de Minard verdient dus een directeur die van wanten en manden weet, die inhoudelijk een sterk programma heeft, een beleid kan vormgeven. En weet dat cultuur niet gelijk is aan een winkelvitrine.

“Ze gaat vanaf 2021 de schouwburg leiden. Ze volgt de pensioengerechtigde Rik Vandecaveye op die de afgelopen tien jaar de Minard-schouwburg uitbouwde tot een plek van betekenis voor de Gentse kunst- en cultuurliefhebber.”


De jaren vόόr Vandecaveye waren blijkbaar niet van betekenis, nochtans was de Minard in de afgelopen 10 jaar slechts een bijhuis geworden van de Vooruit, de Vooruit die streeft naar een monopoliepositie om de cultuur politiek correct te maken en te houden. ‘Gentse’ is in deze context een reactionair woord.

“Het bestuur koos voor een prille veertiger die met veel enthousiasme dit levende monument relevant wil houden in een steeds veranderend cultureel klimaat. Het was geen sinecure een kandidaat te vinden die het succesvolle parcours van directeur Rik Vandecaveye kan continueren en uitdiepen.”


Een veertiger is natuurlijk niet meer pril en enthousiasme is geen waarborg voor intelligentie, laat staan dat enthousiasme een culturele waarde zou zijn: een vorm is géén inhoud – de tekst spreekt van ‘een monument’, een freudiaanse verspreking: men moet doen alsof er aan cultuur gedaan wordt, veel belangrijker is de geldstromen te onderhouden. Veel nieuws moet er niet gebeuren: het werk van Vandecaveye moet gewoon voortgezet en uitgediept worden – men zal inderdaad diep moeten graven, maar of dat een directeursfunctie vraagt, is een andere zaak. Het cliché van het ‘steeds veranderend cultureel klimaat’ zou ik wel eens concreet willen zien: wat bedoelt men en hoe is de cultuur de laatste 2 jaar veranderd? Men gebruikt woorden maar geen woorden.

“Uit een handvol uitstekende kandidaten bleek uiteindelijk Nathalie De Neve over extra troeven te beschikken. De grote kwaliteit van de vele ingediende kandidaturen maakte de keuze niet gemakkelijk.
Met Nathalie De Neve gaat Minard voor een people manager die sterk verankerd is met het culturele leven van de stad.”


Er waren dan toch niet veel kandidaten, een handvol, is minder dan vijf, zo zwaar was de concurrentie dus niet, zo gegeerd ook niet de plaats. Een ‘people manager’, ja, daar zou Romain Deconinck veel deugd aan beleefd hebben. De bibliotheek De Waalse Krook is leeggebloed en leeggelopen, er is nauwelijks nog van een bibliotheekwerking sprake en nu lopen de verantwoordelijken ook al weg. ‘Verankerd’ heeft een specifieke betekenis, de bodemtheorie, en ze kent veel mensen.

“Zo tekende ze als publiekscoördinator voor de warme actie van de ‘verhuisketting’ naar aanleiding van de opening van Bibliotheek De Krook in januari 2017.”


Van 2017 tot 2020 is er dus geen warme actie meer geweest. Nu hoor ik toch tot hier een andere politiek benoemde kermen, krijsen en zich over de grond spartelen: ‘Het was mijn idee, het was mijn idee’. In werkelijkheid was de actie helemaal niet ‘warm’, het was een koude dag. En die dag voelden mensen zich terecht bedrogen. De bibliotheek van Gent verhuisde van de ene kant van het plein naar de andere kant. Er werd een actie opgezet: ‘help de bibliotheek verhuizen’, met een doorgeefketting zou de klus geklaard moeten worden. Sommige mensen die ervaring hadden met het cultuurbeleid van Gent, dachten dat er geen geld beschikbaar was voor de verhuis van de boeken (toen de openbare bibliotheek van de Kouter naar het Zuid verhuisde, werd dit door het leger gedaan – er was immers geen geld en het leger had toen de ambitie een maatschappelijke functie te hebben) en dat de bevolking het dus zelf moest doen. Maar er was zo weinig respons op die oproep dat men kinderen moest optrommelen, zonder de klassen zou men die armzalige 400 meter afstand niet hebben kunnen overbruggen. Veel enthousiasme kon en kan de Waalse Krook bij de bevolking niet teweegbrengen: de conclusie is dat de bevolking van Gent slimmer dan ‘Gent’ is, oei dit is een doordenker. (Ik zwijg nu nog over de sacochenoorlog tussen schepen en bibliotheek over welke boeken mochten doorgegeven worden.) Veel pers werd opgetrommeld, grote paniek was er die dag, er stonden taxi’s op het plein, die moesten weg nu, nu, nu, nu, stampvoetend en briesend, het schuim uit de neusgaten, nu, nu. Er werd een mensenketting gevormd, die kinderen hadden geen handschoenen aan, de tranen stonden in hun ogen, hun voeten hadden koud (men moest stilstaan en een boek doorgeven, voor de kinderen was het werkelijk zeer boeiend). De volwassenen die opgedaagd waren, voelden zich bedrogen, ze zagen dat dit enkel een publiciteitsstunt was voor het management, geen werkelijkheid, ongewilde acteurs in een scenario voor een parochiecentrum. De actie, die overigens verre van origineel was, veel bibliotheken hadden dit al opgezet, kwam in kranten, zelfs in buitenlandse (zie, die Belgen, ze hebben zelfs nog geen verhuisdozen, laat staan verhuiswagens) – de actie was dus publicitair geslaagd – ware het niet dat er alleen maar lucht was. Heeft deze actie de leescultuur bevorderd? Eén jongere tot lezer gemaakt? De boekcultuur verdedigd? Getuigde dit van een gedegen culturele visie? Hielp dit de achtergebleven bevolkingsdelen vooruit? En welke gevolgen heeft dit gehad voor de leescultuur, want het beleid is er toch niet voor het beleid? Werd klassieke muziek daardoor meer gewaardeerd en werd daardoor hiphop en jazz op hun juiste waarde geschat? Indien dit alles tot niets geleid heeft, dan is dit nepbeleid. Is zo’n geplagieerde actie dan voldoende voor een directeurschap van een theaterzaal? Blijkbaar – als cultuur er niet meer toe doet, als kennis niet belangrijk is, als moraal van geen tel is.

“Als communcitie [sic]-expert en een echte doener zijnde, staat ze garant voor een nieuw hoofdstuk Minard. Onder andere een synergie met De Krook en het nieuwe Wintercircus ligt voor de hand.”

Natuurlijk, synergie is nodig als er geen inhoud is – samen niets is echter ook nog niets. En hoe een ‘expert’ in communicatie garant kan staan voor een inhoudelijk beleid (dat dan voor de Minard nog vooral een receptief beleid is), is ons een raadsel. ‘Synergie’ is hier echter veeleer te begrijpen als een incestueus beleid – men schuift met de stoelen, men steekt een ring door de neus en alles blijft onder elkaar. We dekken elkaar, toe. Een ‘doener’ is uiteraard een cliché, de schoonmaakploeg wordt sowieso onderbetaald – onderaanneming. Toch is dit vooral een waarschuwing: men moet geen idee of visie verwachten, er zal alleen maar gedaan worden, (een Gentse invulling van het directeurschap), wat, doet er niet toe, en als er een idee (of iets als een idee) nodig zal zijn: onderaanneming.

“Haar opdracht zal erin bestaan om met de ‘klassieke’ schouwburg significant deel uit te maken van een nieuwe wervende site en hierbij het voortouw te nemen op vlak van hedendaagse cultuurbeleving en participatie.”

Dit betekent dus dat het gebouw als theater verder afgebroken zal worden en dat er ‘publieksevenementen’ georganiseerd zullen worden, de politieke overheid en zichzelf verheerlijkend.

« “Het model Minard is uniek en op en top Gents. Ik kijk er ontzettend naar uit om verder te schrijven aan dit verhaal en ramen en deuren nog wijder open te gooien voor alle Gentenaars.” Aldus Nathalie De Neve in een eerste reactie.»


Wie in een schoolopstel over verhalen, ramen en deuren schrijft, krijgt een nul, noncreatief plagiaat. Ook het ‘op en top Gents’ is een uiting van het reactionaire citisme, een essentialisme dat zich onderwerpt aan een metafysisch hersenspinsel, een spook dat dient om de bevolking te verknechten, niet vrij te maken. Met spanning wachten wij op haar tweede reactie.

Cultuur is niet iets dat daar in de lucht hangt en dat omzichtig behandeld moet worden – vanuit het beleid wordt wel gedaan alsof dit zo is. Zo’n visie maakt het immers mogelijk dat wat rond cultuur hangt kritiekloos aanvaard moet worden: het is cultuur, dus is het goed. De kleinburgerlijke intermediairen, als onderdanen van de politieke macht, hebben echter de cultuur gekaapt om een zelfgenoegzame cultuur van moreel brave en onderdanige en politiek correcte creaturen te bedienen. Niet gaat het nog om inhoud, noch worden culturele doeleinden gesteld of naar gestreefd, wel worden carrières opgebouwd en nevenorganisaties bediend.

Dat alles zou nog mogen zijn, ware het niet dat de valse fanfare in de plaats van de inhoud komt te staan. Je kunt het zo goor niet bedenken of het wordt werkelijkheid. Niet streeft men ernaar om, bijvoorbeeld in de bibliotheek, iedereen aan het lezen te krijgen (en dat niet enkel via de scholen) maar men wil zichtbaar zijn (dat een buitenlandse krant over de koude ketting schrijft, is geen verdienste, een bibliotheek heeft een lokale functie en een verdienste zou zijn dat minstens de helft van de bevolking lid van de bibliotheek is) en zo wil men ook dat het personeel in een uniform rondloopt, een kindertekening op de rug, een herkenbaarheid die zinloos is – bibliotheekbezoekers zien sowieso wel wie werkt en wie niet werkt. Dus enkel een zeer zinnige tijdpassering voor het ‘management’, het winkeltje spelen als beleid. Het grappige is dan ook, van een doordacht, hedendaags beleid gesproken, een beleid dat kennis heeft van het internet, dat men de voorstellen tot uniformisering zomaar op het internet plaatst, waar het mij toegevlogen kwam, net alsof er geen intranet is, de vormgeving van het document is bijzonder elegant, communicatief en inventief, deze parade staat duidelijk ten dienste van de leesbevordering en is duurzaam tot het seizoen van 1995 – de smaak is die van het discodansen. Het personeel van de Minard weet waaraan het zich kan verwachten, het zal immers ook herkenbaar moeten zijn: ‘Iedereen een moustache gelijk Romain, het is Gents en het is mosterd.’ – Ook de vrouwen? – Gender!

Onthullend is hoe over ‘Onze Bibliotheek’ (inderdaad twee maal met hoofdletter, net alsof we in de les godsdienst verzeild geraakt zijn) gesproken wordt, zeker als degene die zo spreekt de bibliotheek ontvlucht. Hoe ver gaat de dwaasheid die non-beleid als beleid voorstelt – hoe lang moet dit alles nog getolereerd worden? Men spreekt van een burgermaatschappij – moeten de culturele burgers zich niet eens verenigen om tegen het acultureel wanbeleid op te staan? Cultuur is een zaak van de maatschappij, niet de leugen, het bedrog en de politieke verknechting mogen de boventoon voeren. Niet de façade, maar de inhoud telt.
Fout! Enkel de façade telt.

Niet roze maar zwart

https://docs.google.com/presentation/d/1MkHxkLFOblrIOfZyUYoEsdC2BvTnhYbc2xAVIAuHa3c/edit#slide=id.p

het karige denken van s.d. chrostowska

Wat literatuur is geworden, of beter: hoe literatuur nu werkt, een vergelijking met de Odyssee van Homeros, de gedachte van Theodor W. Adorno en Max Horkheimer uit de Dialektik der Aufklärung overnemend en uitbreidend, toont S.D. Chrostowska: “The odyssey of naming, which took us from speech to writing between the Scylla and Charybdis of the encyclopedia and the novel to Literature and then the logosphere, is at an end. Why? Just because! Things heated up, literature was brought to a boil, to a word reduction. It no longer rears its head in any discursive domain that claims demystifying powers. It is now part of the cold soup we drink daily, preferring not to know the ingredients.” (Matches : a light book, 2019, p. 2) – literatuur als onderdeel van de entertainmentcultuur demystificeert niet, mystificeert als ideologie nu zelf – wat zij (de cultuurconsumptiefunctionarissen) een maatschappijkritische ingesteldheid noemen, is zoals op de kermis: 2 euro om in het griezelkot wat giechelend te griezelen, daarna eten we een appel op een stok. Maar kan het anders? Kan kunst/cultuur/beschaving een tegenwicht vormen tegen een regime dat zo diep in het leven en het denken van mensen ingrijpt, een maatschappij waar arbeid en vrije tijd door elkaar heen lopen, waar er geen mentale ruimte is om in duisternis te ademen? Kan het ook anders daar de cultuursector gelijk is aan de maatschappij, geleid door hovelingen die zichzelf heel wat gunnen, de taal van het volk gestolen hebben, de ideeën verbrod en de collaboratie tot deugd verheven hebben? Waarom zou de cultuursector uit betere mensen bestaan als de cultuur zelf een waar geworden is, als de cultuur zichzelf aan de politiek verkocht heeft? – de paradox: in een tijd waarin de politiek slechts de handpop van het kapitaal is, heeft de cultuursector zich aan die armzalige gegeven – zelfs dat inzicht heeft de cultuursector niet, de nieuwe verzamelplaats van ongeschikten. Anderzijds zou, gezien de opdeborstklopperij, de cultuurwereld wel wat meer intelligentie en minder lafheid mogen tonen. Ik herinner me nog hoe de zogenaamde directeur-geenbibliothecaris van De Krook zich verdedigde door dom- en botweg te verklaren dat hij slechts de bevelen van anderen uitvoerde (en dat waren en zijn niet ‘de duistere machten’ – zelfs hij kan zich niet op Faust beroepen), daarmee het verraad aan de bevolking, de cultuur en de bibliotheekwereld in lichaam te zijn. Wat Chrostowska zegt, is dus niet alleen theoretisch, feitelijk. Wat elders gebeurt, gebeurt ook hier.

De entertainmentcultuur staat tegenover die van de amateur, de macht (zie het annuleren van de Philip Guston-tentoonstellingen) tegenover de vrijheid: ‘The freedom of art is best exercised, best “captured”, in small pieces; they let us come and go at will, without a key or address.” (S.D. Chrostowska, p. 47) – het ‘grote’ kunstwerk hoeft er niet te zijn, ze verwijst naar Schönberg’s muzikale aforismen (wij denken aan Erik Satie, Giya Kancheli en Vsevolod Zaderatsky), een hemelse ‘oppervlakkigheid’, een ijlheid ie ons intellectueel grijpen kan en te veel respect heeft voor het menselijke om dat te vervoeren; niet de klanken- of woordenovervloed, het karige denken. Het is duidelijk dat dit soort denken niet gebruikt kan worden om mensen ‘samen te brengen’, daarvoor is het te klein en daardoor individueel waardevol – elke symfonie is een ideologie.

Zijn musea ideologische tempels geworden? Met een slechte woordspeling (‘Phonetically the Louvre is not so far from Lourdes’, p. 50) bevestigt Chrostowska dit: maar het ‘invoelen’ is onmogelijk, van de bezoekers wordt te veel gevraagd, ze hebben het recht (en de intellectuele plicht) dit niet te geven: gevoelens mogen nooit aan de macht gegeven worden. Zelfs gesteld dat een bezoekster dit wil geven: bevrediging zal ze nooit kunnen krijgen, het resultaat is dan dat kunst verworpen en dus vernietigd wordt. Niet alleen de ideologische kunst. Zoals kunst (en waarheid) niet meer in de door de macht gedomineerde publieke ruimte kan en mag bestaan, zo ook niet de welsprekendheid, verdacht gemaakt omwille van de elegantie, het spitsvondige, het plezier van de kronkel – die barokheid mag slechts nog bestaan ‘in some “monastic” spaces – the shrinking oases where thought is valued without having to be communicated – that wariness of eloquence is still preserved and warnings are issued against it: a spiritual danger tot he truth, a holdout of devilry!’ (p. 79) – hetzelfde geldt natuurlijk voor de lach – gedomesticeerd door comedy. Chrostowska beklemtoont dat niet zozeer ‘diepte’ als wel distantie, afstand belangrijk is bij cultuur én ruimer het denken, nog ruimer het leven. Literatuur is het bouwen van ideeën, spreken is het overbrengen van sentimenten – dat beide cultuurdomeinen nu in elkaar grijpen en elkaar het zijn betwisten, betekent de vernietiging van beide. De teloorgang van poëzie, die de kracht had om beide met elkaar in verband te brengen (door beide op zichzelf te laten bestaan): de grote gevoelens met stijl intelligent verwoorden – wat niet meer mag: er is enerzijds een sentimentalisering gebeurd, anderzijds een intellectualisering, beide tendensen vernietigen het poëtische. Het overrompelende is dat Chrostowska dat poëtische in haar filosofie brengt, niet toegeeft aan het sentimentalisme maar de ideeën daarmee verstevigt. Een fragment getiteld ‘Hoping for Queequeg?’ – een verwijzing naar Herman Melville: ‘Do not tell untruths; living with them is like sharing your bed with strangers.” – daarmee wordt veel op zijn kop gezet, de auteur heeft de lezer bij zijn neus en brengt hem waar hij niet wezen wil/wezen moet: de ruimte van het overdenken.

de negatie – de decentie

Het bestaan van trash, kitsch (door ‘intellectuelen’ soms aanbeden) is het gif voor de massa, noodzakelijk om die kalm te houden – dat is de zin van de spektakelmaatschappij, het consumeren van de massa-productie – de massa wordt gevoed met al dan niet Chinese rommel, terwijl alle rommel universeel is, mondialistisch ten dienste staat van het establishment. Maar er is, sinds de Frankfurter Schule dit opschreef, een verschuiving gebeurd: de trash behoort nu tot de cultuur van het establishment, er is geen onderscheid meer tussen cultuur en nep – de cultuurwachters, zelfs de conservatieve cultuurwakers, zijn daarom de revolutionairen geworden, niet de gewelddadigen ) die behoren tot de macht of de machtstrevers – revolutionair is hij en zij die zich verzetten tegen de macht. Het establishment behoort tot de in slaap gewiegden die zichzelf in slaap gewiegd hebben. Het warenfetisjisme heeft zich uitgebreid: de hedendaagse kunstmarkt is daarvan een voorbeeld: men shopt. Hetzelfde geldt voor personen: Michèle Obama is een product geworden, in elke levensfase kan ze zichzelf te kijk zetten en verkopen – welke romanschrijver is in staat de tragische neergang van het Obama-koppel neer te schrijven?, de Griekse waarheid in gedachten houdend: het einde werpt een schaduw over het leven, zelfs over de goede momenten. De onmiddellijkheid van de wereld wordt gevierd, de rationele afstand die het centrum van elke cultuur is, werd verlaten – de marge krijgt daardoor een andere betekenis.

Afstand is negatie; nabijheid is empathie (dat onnozel begrip) – het verwijt dat een zwarte een blanke niet kan begrijpen, is naast de kwestie: een rijke socialist kan veel socialistischer zijn dan een partijvoorzitter als Conner Lonner Wonner Rousseau, een clownsfiguur in te grote schoenen, die het zogenaamde socialisme gebruikt als persoonlijk machtsvehikel. De negatie is onmachtig – daarom is de nood aan negatie niet minder belangrijk – in de Nederlandse literatuur is wat Saskia de Jong doet (bijvoorbeeld in haar laatste bundel Het jaagpad op en af) daarvan het grootste voorbeeld, ‘negatieve poëzie’ als krachtig levenswapen voor de mens: de achterkant als omkering, de Grote Negatie als levensbron: een afwijzing van de wereld die een aanval is en dus een bevestiging, niet van het bestaande, maar van het andere. De literatuur die onmogelijk en toch lichtgevend is. En zelfs zijn die kenmerken (deugden of ondeugden) onbelangrijk: literatuur is omdat ze is. De Negative Dialektik van Adorno ‘vertaald’ in Nederlandse poëzie.

Rolmodellen, van dit woord, alweer een toverwoord, hangt het af of iemand iets wordt of niet: islamistische kinderen moeten islamistische leerkrachten hebben om hun les te leren; vrouwen moeten vrouwen aan de top zien om vrouw te zijn. Het simplisme van de reductie: men is wat men is. Stuart Jeffries (Grand Hotel Abyss : the lives of the Frankfurt School, 2017) laat ook een andere kant zien: men kan een rolmodel hebben, die niet tot de persoon zelf behoort: men maakt het verlangen los van de specifieke mens en ziet de taak als los van het toevallige, het anekdotische: ‘Angela Davis took a different message from Marcuse. ‘Herbert Marcuse taught me that it was possible to be an academic, an activist, a scholar, and a revolutionary.’ (p. 321) – Adorno betreurde haar keuze echter: iemand die zo intelligent is, mag zich niet verlagen.

Het negatieve kan zich volgens Adorno slechts in kunst realiseren en dan ook nog alleen denkbeeldig – meer niet. Als de intellectueel dat niet kan aanvaarden, moet hij maar bomen gaan snoeien. Het geheel is het valse, zegt Adorno – en deze gedachte wordt nog steeds niet begrepen: men denkt ‘iedereen’ in de maatschappij te moeten betrekken, de maatschappij is echter al lang geen geheel meer (‘het volk is één’), en dan gaat het zelfs niet over autochtonen en vreemdelingen, maar wel over bevolkingsgroepen die andere levensdoelen geformuleerd hebben – een extreem miserabel en dom voorbeeld van ‘het een’ is de Waalse Krook, de zogezegde openbare bibliotheek in Gent waar men nog steeds droomt (en dus liegt) over een ‘eenheidscultuur’, dit uiteraard ook in het gebouw zichtbaar heeft willen maken en daardoor was dat gebouw op het moment van oplevering ook al 25 jaar achterhaald, een eenheid die niet bestaat en er is ook geen behoefte meer aan: de wereld functioneert zonder die eenheidscultuur, de Leitkultur die men oplegt (een beetje wereldmuziek, een beetje jazz, een beetje vrouwelijkheid, een beetje sentimentaliteit) is zelfs niet meer dé Westerse cultuur maar een leugenachtige afgeleide van wat ooit een kracht bezat. Het fragmentarische denken én handelen zijn het waarachtige omdat het geheel ons ontsnapt (en dat ook niet betracht moet worden). De metafysische droom is voorbij.

Het fragmentaire verhindert echter niet het contextuele denken: ‘Constellational thinking rejects the identity thinking that understands an object by subsuming it under a concept.’ (p. 327) – dit is het historisch materialisme, maar ook de correspondances van Charles Baudelaire. Er is dus geen uiteindelijke kennis als geheel, (wel begrijpen we zaken beter), zoals er ook geen uiteindelijke rechtvaardiging van het bestaan is – de ideologische zekerheden, zelfs als die kritisch zijn, zijn regressieve denkvalsheden. Het kritische denken stopt niet bij de toevallige strategie, ontmaskert die immers en tracht het humane te redden – het humane dat geen heldendom vereist, een teruggetrokken leven mogelijk maakt. De sterke structuren moeten niet enthousiast onthaald worden, maar moeten op de achtergrond werken, zichzelf niet opdringen: een rationeel functioneren dat onopvallend en terughoudend, daarom aangenaam is.

Adorno schreef Günter Grass hoe ‘links’ afgleed naar een abominabel irrationalisme en daardoor de progressiviteit verraden heeft – ook vandaag wordt rationaliteit weer als onderdrukking gezien – het irrationalisme van het fascisme (de macht) in de plaats stellend. Het rationalisme is het verweer tegen de willekeur. De generatie die zich tegen de technocratie gesteld heeft, heeft die technocratie in alle geledingen van de maatschappij geïntroduceerd en vastgezet – de vraag is dan legitiem welke waarde dat ‘denken en handelen’ had – het is de paradox van de natuurbeweging die beweert voor de natuur op te komen en de mens uit de natuur drijft – het beeld van Eva en Adam uit het Verloren Paradijs.

Voor Habermas was de publieke ruimte de plaats waar men ongedwongen, ‘als in een 18de-eeuws koffiehuis’, zich kon uitspreken, waar men niet veroordeeld en bedreigd werd voor de gedachten, hoe los die ook kunnen zijn. Dit concept, het democratische denken, is vandaag niet meer realiseerbaar, er is het islamisme, het activisme, het nationalisme, de gemeenschappelijke noemer is het bekrompen kleinburgerlijke antirationalisme. Binnen de publieke ruimte moeten ideeën niet alleen vrij geuit kunnen worden, vandaag moet daaraan toegevoegd worden: op een amorele wijze, er moet ook een rationele argumentatie opgezet kunnen worden, de sentimentele en oppervlakkige veroordeling op basis van geslacht, ras, godsdienst of wereldopvatting staat daar ver van af. De rationele communicatie, die los van het individu staat, kan leiden tot een consensus, die geen waarheid hoeft te zijn, maar wel werkbaar. Habermas wilde democratische organisaties in het leven roepen (en houden) om zo de corrosie, door het kapitalisme veroorzaakt, te verhinderen – het doel was en is een vrij leven zonder mythen – maar de corrosie wordt niet alleen door het kapitalistisch systeem veroorzaakt, maar ook door de verzwakking van de structuren zelf: men moet werkelijk erbij staan om te zien hoe bijvoorbeeld het bibliotheekwezen (en dat geldt ook voor andere domeinen: de ouderen- en jeugdzorg; de OCMW’s, de kunstwereld, de sociale organisaties, de media, … ) kapot gemaakt is door onbekwaamheid en misdadige domheid – door figuren die door politici zijn aangesteld met de uitdrukkelijke opdracht die wereld te vernietigen: de corrosie zit niet alleen in het kapitalistische systeem als economie, ook in het zogezegd democratische, de machtsstructuur, de democratisering van de corruptie o.l.v. het establishment dat zelf de rationaliteit verraden heeft, een denk- en leefwijze gebaseerd op kitsch. De andere herhaling van de Weimarrepubliek – de republiek die gebouwd is op de lijken van socialistische denkers.

Wat rest? Het raam te sluiten. Een decent leven te leiden.

Beeld: Philip Guston voor The world, ed. Anne Waldman, 1974