eis het erratumblad !

door johan velter

31-07-2019_elisabeth tonnard_de wolk_p.c. boutens 1

Hoe wordt taal een beeld en hoe wordt beeld terug taal? Misschien is dit wel een kernthema in het werk van Elisabeth Tonnard. Beelden die de betekenis niet verliezen, woorden en zinnen die met hun betekenis gaan zwerven en metaforen worden, niet enkel talig, beeldend, daarbij beweegt ze zich tussen verschillende richtingen, de traditie wordt in het hedendaagse getrokken, de woorden worden vernieuwd, cultuur nieuw gemaakt.

P.C. Boutens is vergeten, de dichter uit Middelburg heeft nochtans een indrukwekkend oeuvre achtergelaten, we leven in een tijd waarin dit soort taal niet geduld wordt, doch de mens van nu zal ook verdwijnen. Een ik-gerichte dichter, op zoek naar een verklaring en een beschrijving van zichzelf, een universele menselijke kern ontdekkend, over alle eeuwen heen is de bron dezelfde: eenzaamheid, verstrengeling met de wereld, het gevecht met zichzelf, de droom van stilte. ‘Liedjes’ (net zoals Herman Gorter en Catullus) heeft hij veel gedichten genoemd, het lyrische is daarbij belangrijk, niet enkel het onderwerp is universeel, de klanken, de melodieën, het zingen zijn dat ook.

In 1922 verscheen de bundel Zomerwolken, in meerdere gedichten in het oeuvre van Boutens komt het beeld van de wolk voor, iets wat vluchtig is, voorbijvaart, wegvliegt, wat vele vormen en kleuren kan aannemen en toch nooit vastgehouden kan worden, het futiele als metafoor voor het menselijk bestaan. De laatste strofe van het gedicht ‘Eenzelvig liedje’ luidt:

En ’k lijk een eenzaam man
Die langs de wereld gaat
En in zichzelven praat
God weet waarvan.

Boutens beschrijft zichzelf, het woord wolk komt niet voor, toch is de dichter een wolk. Letterlijk komen wolken voor in gedichten als ‘De wolk’, ‘Ontmoeting’ (‘De wolken trekken van de bergen op.’), ‘Openbaring’ (‘Het wolkverstilde leven’), ‘Droef vermaan’ (‘Zoals rozige avondwolk’), enzovoort. Elisabeth Tonnard heeft het gedicht De wolk verbeeld met regels van P.C. Boutens. Is het gedicht nu van Elisabeth Tonnard en niet van P.C. Boutens, het gedicht ‘De wolk’ is een P.C. Boutens-gedicht in het kwadraat. Op de haar kenmerkende wijze heeft Tonnard de regels op de bladen geplaatst, er is veel ruimte, de klassieke structuur doorbroken, dichtte men vroeger voor dorp en land, nu is het universum het materiële canvas. Er is een andere geest werkzaam – daarom moet het verleden nog niet veroordeeld worden.

In het colofon vermeldt Tonnard welke gedichten ze gebruikt heeft om dit nieuwe gedicht samen te stellen. Wat is nu de werkwijze? Het is immers niet zo dat het nieuwe gedicht betekenisloos wordt, integendeel, de uit hun context gehaalde regels krijgen een nieuwe omgevingsbetekenis, ze zijn bouwstenen voor een nieuw werk, de kunst van Elisabeth Tonnard is nu juist om de stem van Boutens sterk(er) te doen weerklinken, maar ook haar eigen stem te laten horen, haar ‘formalisme’ is nooit betekenisloos, grijpt in op de wereld en het zelf – in haar werk horen we meer en meer de weeklacht om dit leven. De 12 gekozen gedichten komen in een ‘willekeurige’ orde aan bod. Het boekje dat verschenen is in de Slibreeks (nummer 154, 2017, een reeks die zo wisselvallig van opzet, uitvoering en inhoud is, en nu zelfs ook qua bestaan) is ongepagineerd. Nummeren we de bladzijden echter en beginnen we met nummer 1 op de eerste pagina van het gedicht (dit is pagina [9] van het boek), dan zien we een structurele orde ontstaan:

op pagina 1 van ‘De wolk’ zijn de eerste regels opgenomen van de gedichten ‘Rosa sub rosa’, ‘Hart en land’, ‘Vizioen’, ‘Alleen’ en ‘Ontmoeting’
op pagina 2 zijn dan de tweede regels van de gedichten ‘De wolk’, ‘Rosa sub rosa’, ‘Liedje’, ‘Vizioen’, ‘Alleen’ en ‘Ontmoeting’ opgenomen. Op pagina 3 enzovoort, ter illustratie, en vrees niet, ik heb een smetteloos exemplaar:

31-07-2019_elisabeth tonnard_de wolk_p.c. boutens

Hoe verder we in het gedicht komen hoe minder regels er te lezen zijn, er is een technische reden: al heeft Boutens lange gedichten geschreven, niet die gedichten zijn daarom door Tonnard gekozen, maar er is ook een inhoudelijke reden en die hangt samen met het onderwerp van het gedicht, de wolk, de lucht, het wit, er komt ruimte in het gedicht en de laatste regels, met zelfs de lege bladzijden, maken de treurnis visueel tastbaar, het verlangen de wereld te verlaten, het leven los te laten, wordt materieel getoond door de bladen wit te laten, we zien als het ware de woorden wolken worden, woorden en wolken die vergaan, weggaan, vervluchtigen en de laatste zinnen sterven uit (fade out). De slotregel van het gedicht is ‘Laat, zon, mij los’ (regel 36 uit ‘De wolk’), op pagina 35 lezen we ‘Laat mij vergaan in eindelijken regen’ (regel 35 van ‘De wolk’), pagina 32: ‘Als eens leeuwriks lied vervlucht’ (‘Westewind, regel 32), pagina 29 bovenaan ‘Over de groene landen, over blanke straten’ (De wolk, regel 29) en onderaan ‘Hef mij tot de stille toppen’ (‘Westewind’, regel 29) – de woorden worden letterlijk én figuurlijk genomen, we kunnen het gedicht lezen als een ‘psychologie’ maar ook als een daadwerkelijk verlangen van de taal, weg te gaan van de wereld, de realiteit en zichzelf te worden. Het ‘heffen’ van bladzijde 29 zet een beweging in gang.

Maar niet alleen de woorden krijgen een structuur en een motoriek, ook het ‘vele’ wit krijgt een functionele betekenis, de witruimtes van de oorspronkelijke P.C. Boutens-gedichten worden als het ware verzameld (samengebracht) op de laatste bladzijden en de leegte wordt daardoor een explosieve machine: de taal wordt ruimte die de lucht wordt ingeschoten, het wit is als een draaikolk waarin beweging kracht is, een draaiwind die de wolken voortstuwt. Het verlangen van P.C. Boutens is het verlangen van Elisabeth Tonnard geworden.

31-07-2019_elisabeth tonnard_de wolk_erratumblad

En door een onzorgvuldigheid stonden de afkappingstekens verkeerd, u kent het wel: ‘t in plaats van ’t – hier niet weer te geven. Storend en vervelend, zeker als het boek al gedrukt is. Wat te doen? Een fout wordt roerloze schoonheid – Elisabeth Tonnard heeft het inventiefste erratumblad op haar naam staan – men zou hopen dat er nog meer fouten gemaakt worden. Maar! De uitgever (die het blad echter ook grijs in plaats van zwart gedrukt heeft) heeft niet alle boeken voorzien van een erratumblad, daarom: ‘Laat u niet bedonderen, eis het erratumblad!’