de dode bijen van annemieke gerrits

door johan_velter

bijen_annemieke gerrits

Floortje Smit, De Volkskrant, 24 november 2009

Amsterdam. Nooit gedacht dat dat aangrijpend zou kunnen zijn. Een landschap vol lege bijenkasten, lukraak opgestapeld. Een soort Macchu Picchu voor insecten – overhaast verlaten, restanten van een verloren beschaving. Of, nog droeviger: één bij in een verlaten honingraat, die bijna als de overlevende van een ramp zich op zijn laatste kracht voortsleept, het ene trillende pootje voor de andere. Daar moeten Carter Gunn en Ross McDonnell om grinniken. ‘Er zal geen imker zijn die emotioneel wordt van een enkele bij’, vertelt McDonnell. ‘Ze verschepen die insecten altijd van hot naar her en de bijen leven sowieso maar drie tot vijf weken, dus die gaan voortdurend dood. Maar om te tonen dat bijen verdwijnen, moesten we dit soort dingen laten zien. ‘Het is een van de sterkste punten van Colony: debutanten Gunn en McDonnell zorgen ervoor dat kijkers emotioneel betrokken raken bij een insect. In hun documentaire onderzoeken ze het raadselachtige Colony Collapse Disorder – de aandoening waardoor bijen massaal sterven of verdwijnen, maar waarvan de oorzaak onbekend is. Het duo toont de bijenmaatschappij – schitterend gefotografeerd door McDonnell, liefdevol gemonteerd door Gunn –, zet daar die van mensen tegenover en laat zien hoe ze een fragiele afhankelijkheidsrelatie delen. Ze dompelden zich veertien maanden onder in de maatschappij van de bijenhouders, die inmiddels de wanhoop nabij zijn. De familie Seppi bijvoorbeeld, een religieuze familie die gestructureerd lijkt naar een bijenkolonie. En ook hun samenwerking wordt ondermijnd – door de bijensterfte maar ook door de economische crisis die plotseling toeslaat. ‘We waren voortdurend op zoek naar dat soort metaforen. ‘Wie de symbiotische samenwerking van de bijen van zo dichtbij bekijkt, wenst dat de bijenhouders – die over elkaar buitelen in discussies over oorzaken en oplossingen – daar eens een voorbeeld aan zouden nemen. ‘Ze hoeven nog niet eens een politiek front te vormen’, vertelt McDonnell. ‘Maar iedereen heeft zijn eigen receptjes en magische formules om hun bijen sterk te houden. Om uit te vinden wat echt het probleem is, moeten ze ook werkmethoden gaan vergelijken.’ Zo groeit Colony, dat bol staat van David en Goliath-problematiek, uit tot een verhandeling over belang van samenwerking. En dat alles met die dappere, maar kwetsbare bijen op de achtergrond die niet meer kunnen dan het goede voorbeeld geven. Het verhaal had niet anders verteld kunnen worden, zegt Gunn bescheiden. ‘Er zijn traditionelere manieren om wetenschappelijke of natuurdocumentaires te maken. Maar daar hadden we gewoon niet de apparatuur of middelen voor. We hadden geen dure camera’s waarmee we in de bijenkorf konden filmen. Dus moesten we andere, creatievere manieren zoeken om ons verhaal te vertellen. En zo werd onze beperking ons grootste voordeel.’ Slowmotion, close-ups: daarvoor moesten ze er natuurlijk wel met hun neus bovenop staan. Het duurde even voordat ze erachter kwamen hoe een zwerm werkt. Nooit tussen water en de kolonie gaan staan, doceert McDonnell. En als bijen hard aan het werk zijn, zijn ze wat opgefokter. Een allergietest? Niet aan gedacht, aldus Gunn, die op een dag 35 bijensteken incasseerde. McDonnell merkte dat hij in de veertien maanden dat het duo aan de film werkte steeds slechter op de bijensteken reageerde – het hele project bleek niet ongevaarlijk. ‘Ik zwel echt behoorlijk op. De bijenhouders hebben me zelfs aangeraden een adrenalinekit bij me te dragen.’

bijen_annemieke gerrits_2

Het verhaal hierboven is verward, verwarrend, het onderwerp zelf onduidelijk. Gaat dit over een film, een politiek project, een natuurfenomeen? Duidelijk is het niet. (Het gaat over een documentaire film.) De tekst is op het internet te vinden, geen foto of bijschrift. De Volkskrant is ooit een socialistische krant geweest, net zoals de Vlaamse socialisten gedegenereerd tot believers, esoterici, anti-rationalisten en ietsgelovigen, werkend tégen de Verlichting in. De bijenkorf wordt als voorbeeld gesteld voor de mensen, de bijenziekte is dan een metafoor voor wat de mens zichzelf aan gedaan heeft – het kwaad zit in de mens zelf, de kern van elke religie is de erfzonde. Toch is het zoals het artikel stelt: de oorzaak van de bijensterfte is nog altijd niet gevonden. Sommigen wijten het aan het gebruik van neonicotinoïde, anderen zien de oorzaak in de varroa-mijt. Het kan om een combinatie gaan, om een mutatie in de bijen of om een andere oorzaak. Duidelijk is het allemaal niet, standpunten worden gehanteerd naargelang de ideologie. Hier en daar heb ik in het artikel een zin onderstreept.

Het volume van een logé (De Bezige Bij, 2014) was de tweede dichtbundel van Annemieke Gerrits, beeldend kunstenaar en schrijver, en net zoals haar eerste (Waar is een huis, 2008) hecht gecomponeerd. Zoals de titel van haar eerste bundel aangeeft, is een thema van haar werk het ‘thuis’, wat betekent dit, uit wat bestaat dit en vooral waarom. Haar tweede bundel werkt dit thema verder uit door zich te concentreren op de oorzakelijkheid, de normaliteit, het evidente, dat wat te verwachten is. Geeft dit ons zekerheid? Is dit het thuis zijn ? Het in de wereld staan is wanneer het ons omringende ons vertrouwd is, doet wat wij verwachten (niet wat een normaal verwachtingspatroon is gezien vanuit het exterieure). Door de band te verbreken, of toch in twijfel te trekken, tussen A en B, daar schuilt de poëzie van Gerrist, een moment van vraag, twijfel, niet-langer-in-de-wereld-staan, men wordt een alien. Is het echt waar dat het leven gelijk staat aan geboren worden, paren, kinderen krijgen, werken, slapen en doodgaan? Is er niet ergens een schakel die we gemist hebben en hoeft een relatie wel dit of dat te zijn? De wereld is niet langer het vertrouwelijke.

Haar bundel Het volume van een logé is gestructureerd aan de hand van ‘Toespraken’ – denk aan Paul Bogaert, de eerste en nog steeds onovertroffen meester. Gerrits verzamelt 6 ‘toespraken’ (‘voor de mens’, een toespraak tout court, ‘voor geboorte’, ‘voor het midden van het leven’, ‘voor de dood’ en ‘voor Postuum’), gevolgd door een ‘Extra hemel’.
Het gedicht over de bijensterfte behoort tot de sectie ‘Toespraak voor het midden van het leven’, en is titelloos, tenzij we de cursief gedrukte tekst naar de bron van het gedicht als titel nemen: ‘Naar aanleiding van een artikel uit de Volkskrant over bijensterfte. / door Floortje Smit’.

Een landschap vol met lege bijenkasten
Eén bij, in een verlaten honingraat, die zich als een overlevende van een ramp op
Zijn laatste kracht voortsleept

Er is geen imker die emotioneel wordt van een enkele bij
De bijen leven drie tot vijf weken, dus die gaan voortdurend dood
Maar om te tonen dat bijen verdwijnen, moeten we dingen laten zien

De bijenhouders zijn de wanhoop nabij, bijvoorbeeld familie Seppi:
een religieuze familie die gestructureerd lijkt naar een bijenkolonie
Om uit te vinden wat echt het probleem is, moeten ze werkmethoden vergelijken
en ook hun samenwerking wordt ondermijnd – door de bijensterfte

Het duurde even voordat ze erachter kwamen hoe een zwerm werkt
Ze verschepen de insecten van hot naar her
‘Ze hoeven nog niet eens een politiek front te vormen’
McDonnel merkte dat hij in die veertien maanden steeds slechter
op de bijensteken reageerde – het hele project bleek niet ongevaarlijk

Die dappere, kwetsbare bijen op de achtergrond
die niet meer kunnen dan het voorbeeld geven

Dat het woord verschepen in strofe 4 eigenaardig is, hoeft niet gezegd te worden, maar het is ook in het oorspronkelijke artikel gebruikt. Er is een dichterlijke vrijheid genomen in de naam McDonnel door de tweede L te verbannen. Het gedicht neemt letterlijke zinnen uit het artikel over, het is vooral de ordening die anders is en toch gelijk. Het Volkskrant-artikel blijft een pseudo-rationeel verhaal, het gedicht gaat helemaal de esoterische toer op door de conclusie (Floortje Smit zette deze zinnen in het begin van haar artikel): de bijen zijn het voorbeeld voor de mens, ze zijn dapper en kwetsbaar. Even opvallend is dat dit gedicht ‘ideologisch’ niet past in het ‘oeuvre’ van Gerrits: hier zijn plots verklaringen en gevolgtrekkingen wel gewenst en evident, er blijft nergens een vraag over, men weet dat men weet. Er is een vorm van geheimdoenerij maar de conclusie is al te statig en doet een beroep op het kleinsentimentele (‘kwetsbare bijen’), wat ook een wanklank is in dit oeuvre dat zo koel, objectiverend en gevoelloos mogelijk wil zijn. Dat teksten van anderen in gedichten geheel of gedeeltelijk opgenomen worden, is helemaal niet vreemd of ‘erg’, is een ‘courante’ praktijk. Het heeft niets met fraude of plagiaat te maken, Gerrits is toch geen Kenneth Goldsmith, het ‘kopiëren’ is geen kenmerk van Gerrits’ oeuvre, al citeert ze wel natuurlijk, de kunstpraktijk van het kopiëren is een andere discipline. Het overnemen van teksten zou creatief moeten gebeuren. ‘Zoals de bij’ het doet, kunnen bestaande zinnen herwerkt worden om een nieuw verhaal te vertellen, om een artistieke praktijk te voeden. Het is de vraag wat dit hier is. Een moralistisch versje over de natuur, de goede bij en een verkeerde wenk – dat de imkers hun werkmethoden zouden veranderen, zal geen enkele invloed hebben op de bijensterfte. Of, dat de poëzie maar verre van de gemakkelijkheid blijft.

Advertenties