donderdagse conclusies: treurzang om de teleurgang van de woede

door johan_velter

sfcdt_

° Dat ze daar stonden, de schijnheiligaards, en zelfs geen schijntraan moesten wegpinken, hoe ze er een modeshow van maakten, hoe ze zich goed onder de mensen voelden, hoe ze de dood verheerlijkten terwijl ze zeiden dat het toch wel erg was: ze stonden daar, de vertegenwoordigers van de staat, de gestelde lichamen, ze herdachten de Eerste Wereldoorlog. Oh, de zelfopoffering van onze moedige soldaten, hun verdediging van het Vrije Westen. Nee: geen jongens die hun leven gegeven hebben, ze zijn hun leven afgepakt. Bestolen en bedrogen. Nee, ze hadden geen excuses meegebracht, excuses voor al dat zinloos geweld, voor die doden die ze op hun geweten hebben, voor de verbittering van die jonge mensen en hun vrouwen, hun liefjes, hun kinderen, ze vonden niet dat ze een kwade macht vertegenwoordigden, ze stonden daar in hun gelijk afgeborsteld. Ook van de sociaal-democratische wanleiders hebben we niets gehoord, nochtans behoren ze nog altijd tot die partijen die de oorlog goedgekeurd hebben, die de mensen als slachtvee en kanonkogels gebruikt hebben. De vrije socialisten, zij hebben het pacifisme tot op het einde verdedigd, omdat zij aan de kant van het leven stonden en staan, niet aan die van de macht, het geld en de ordinaire domheid. Weet men nog dat de pacifisten, de dienstweigeraars, als bandieten behandeld werden, in de gevangenis gestopt en afgeschoten werden? Zegt men niet, dat de vrede, waar Erasmus zo voor gevochten heeft, tot de kernwaarden van het humanisme behoort? En ook de industriëlen voelden zich niet geroepen om verantwoording af te leggen, nochtans is hun rijkdom ook in en na die oorlog gegroeid, nochtans hebben ze ook in de fabrieken mensen gefolterd en uitgezogen. En de socialistische wanleiders die nu de wapenfabrieken bezitten, waren zij daar om mea culpa te slaan? Nee, hun onderdrukking is nog steeds dezelfde. Niemand riep, A bas l’état! Nee, de ceremonie verliep sereen en was indrukwekkend. Al die lichtjes! De dood is voor het toerisme een goede zaak.

° De beheersings- en dus controlecultuur heeft de kapitalistische maatschappijstructuur overgenomen. Niet meer de klassen bepalen, niet meer het bezit of het geld, maar wie invloed kan uitoefenen en dus de geesten en de levens kan beheersen. De triomf van de onderdrukkende rede, de glorie van de verdwaalde intelligentie.

° Lopend tussen het aan mezelf gelijkaardig volk in Wiels, was ik toch minder sereen dan dat, dat zich aan het vervelen was, wat een clichétentoonstelling, ‘Het afwezige museum’, wat een herhaling van wat vroeger al te veel gezien werd maar vooral, wat een miserabilisme. De schuldideologie (de ideologie van beschuldiging en angst) is door de kunstenaars goed opgenomen, ze doen wat de macht hen zegt te doen. De bovenbouw volgt braaf de onderbouw omdat de kunst- en cultuurwereld niet zozeer verzwakt is maar omdat de ruggegraat ervan gebroken is. Wat men het b..-wezen noemde, het m..-wezen, de structuur van de c.. c.., dat alles bestaat niet meer, zoals de liberale maatschappij ook niet meer bestaat, we leven tussen ruïnes en op die ruïnes staan de managers met hun vlag van terreur te zwaaien. Wiels maakte een tentoonstelling om zichzelf kandidaat te stellen een museum te mogen zijn. Weer kon men de internationale kunst zien, het politiek correcte is niet de juiste term, het bevestigende, wat we vroeger het conservatieve, het kleinburgerlijke establishment noemden, is beter. De sociologische kunst, de maatschappelijke, is niet langer een geëngageerde maar een liefdadigheidsinstelling. Er worden documenten, briefwisseling en paspoorten van vluchtelingen getoond. Er wordt getoond dat er oorlog is. Er wordt op een simpele manier een zogenaamd multiculturele wereld bepleit. Maar kunst? Nee, dit is geen kunst, men verwart documentatie met plastische (visuele) rijkdom: geen enkele kunstenaar heeft een sterk beeld meegegeven (uitgenomen Mark Manders, maar hij is van een ander niveau en houdt zich niet bezig met de dagbladproblematiek), de herschepping van de wereld is niet langer het adagium, de reproductie is dat wel, de kopie is het intellectueel hoogst haalbare. (De fotografie is inherent een conservatieve richting en dus nauwelijks kunst te noemen – weer zijn er uitzonderingen: John Heartfield transformeerde de realiteit van de foto in een verbeelding.) Meer nog: geen enkele kunstenaar staat in deze tijd: men volgt de golfjes, men is ‘goed’, men is ‘mee’. Verhaaltjes laten horen is geen kunst maar mondelinge geschiedenis. Kunst is vervangen door moraal, een beperkte, kleinburgerlijke moraal echter die slechts bevestigt wat de macht zegt en pseudo-werk aflevert, in een pseudo-moraal leeft. Dit is sovjetkunst, ze stelt zich tevreden met het tonen, ze zegt van zichzelf dat ze moreel goed is, stelt geen vragen, kiest een gemakkelijke kant (die van de oppervlakkige verontwaardiging, oh, het handje vόόr de o-mond) en laat niets van de andere kant (de rede, het inzicht en de creativiteit) zien. Omdat er geen nieuwe inhoud en nieuwe vormen getoond worden, behoort de kunstenaar niet meer tot de intelligentsia (niet de kunstenaar maakt kunst, de curator maakt tentoonstellingen). Wanneer er geen daden kunnen volgen, is er geen kennis, slechts oppervlakkig en nietig moralisme. Hedendaagse kunst die internationaal getoond en gefêteerd wordt, is niet langer gebaseerd op ongeloof maar op het geloof in de Gemeinschaft – men wil verbindingen tot stand brengen, connecteren, braaf zijn. Niet het plastische of inzichtelijke van het kunstwerk staat centraal, wel het behoren tot een sociabiliteit die murw gemaakt is door het infuus van de staatsgelden. Het doel van het kunstwerk is buiten zichzelf gelegd, bestaat niet zonder de voorbijgaande problematiek, en is daarmee een middel in handen van de machthebber, de ideoloog, de onderdrukker geworden – hou jullie bezig met ‘futiliteiten’, ondertussen zetten wij onze rooftocht verder. Nergens wordt een individu getoond, wel de mens als prototype, het cliché van het wagenspel, het slachtoffer, de klager als allegorische figuur. Ook dit draagt bij tot de ideologie van de held, hij is de verslagene, maar hij wordt door de kunstenaar getoond (niet gered (geen daden), het onderwerp van de kunst bezit geen gedachten, geen woorden, geen initiatieven, geen adeldom: hij is slachtoffer. Een racistische reductie: gered te moeten worden door de goede blanke. Zo is de hedendaagse kunstenaar een lid van de massa geworden: hij gaat op café en hij schept niet. Is dit veralgemenend? Nee en ja. De museale kunstenaar, die van museum naar museum reist, van biënnale naar triënnale, van podium naar podium, is de ongevaarlijke, de gemiddelde, het middelmatige, het getoonde, het aanvaarde.
Dat miserabilisme is even goed in het theater te zien: misschien zegt een Griekse tragedie wel veel meer over deze tijd dan al dat oppervlakkig vals realisme dat door politici gestimuleerd wordt – waardoor de problemen hier en nu niet moeten bestaan. De vraag kan anders gesteld worden, waarom hebben toneelgezelschappen nood aan eigen ensceneringen en gebruiken ze nauwelijks nog toneelteksten zelf? Er is geen woede meer, men gedraagt zich op zijn zondags, herinner u het lief van de Franse politie-agent die in Parijs gedood werd: hij toonde nauwelijks verdriet, geen haat kende hij, woede onderdrukte hij, hij was waardig. Ja, de waardigheid van de staatsdrager, niet de waardigheid van een mens. Treurzang dus om het verlies van gevoelens – en dit in een tijd waar het sentiment regeert. Waar toch is de ambivalentie van de speelse geest gebleven, waar de spot? Waar de razernij?

° Dit jaar gedenkt men in de Franstalige wereld Charles De Coster, de Vlaamse literatuurverdedigers zijn het vergeten. Lees ‘Tijl Uilenspiegel’ (150 jaar geleden verschenen) en besef het verschil met vandaag: nu een lethargie, nu slechts een tonen en ondergaan. De Coster toonde opstand, verzette zich, schreef hoe een mens zich moet gedragen. Nee, geen passief klagen, actief verzet.

° En die politiek correcten heb ik ook niet gehoord over het absurde bedrag dat een voetballer krijgt om van ploeg te veranderen. Het verband tussen de in eigen land pas gebouwde voetbaltempels door de plaatselijke bouwpotentaten en de morele corruptie, nee, dat staat niet in hun gazet en zelf denken, och, ze moeten al zo veel nadenken over het eten dat ze zullen klaarmaken. » Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral «, zo heeft Brecht het niet bedoeld.

° Erdogan, de sympathieke en diepgelovige kapper, wil de leer van Darwin vernietigen, de evolutieleer past niet in een moderne, westerse islam. Er zullen weer theologen aan het werk gezet moeten worden. De darwiniaanse leer is immers eerder al aangepast aan het kapitalisme en is ook uiterst geschikt om zijn onderdrukking van de vrouw te verdedigen. De hoofddoek en het bedekken van het lichaam, de traditionele klederdracht (die niet geldt voor mannen) is immers bedoeld om de slechte mannen te verhinderen dat ze zomaar de vrouwen zullen bespringen. Seks! De zwakke vrouw moet beschermd worden voor de sterke man door de goede man. Ah, de heerlijkheid van het simplisme. Ook in Sovjet-Rusland was Darwin een gevaarlijk sujet. En bedenk hoe de sensuele hoofddoek een triomf van de verleidingskunst kan zijn. Nee, de islamistische vrouwenkledij is niet neutraal maar ideologisch-theologisch.

° En het presidentieel regime van Erdogan, in wat verschilt dit van het presidentieel regime van Macron?

° Er was een Vlaamse politicus, ze zei dat ze zoveel geld moest verdienen, want ja, gewichtige vergaderingen met mensen die veel geld verdienen en dat het toch niet kan dat een politicus nauwelijks tot geen geld verdiende, er moest toch evenwicht zijn! Die mannen moesten toch geïmponeerd worden door de grote, uitpuilende geldzakken van deze politicus? Hoe kon men immers onderhandelen? Voor het volk! Niet voor zichzelf!
Maar wat betekent een politicus die verkozen is met valse beloften, die geen kennis of ervaring heeft, die daar zit voor Miet Snot?
Laat ik een verhaaltje vertellen, ik doe het in de ik-vorm om zo uw empathie op te roepen, inlevingsvermogen is de kracht van de literatuur, ik schrijf neer wat ik gehoord heb, het is geen dagboekfragment, geen autobiografie, het is de getuigenis van een verdwenene: ‘Weet je, ik ben een ambtenaar, laag middenkader, een vergadering met vier directeurs (en op de achtergrond waren er nog die toekeken), de eigen baas, de baas van het toeleveringsbedrijf, de software-ontwikkelaar, de directeur van een andere dienst die ondersteuning moest verlenen, ik zeg wel ‘moest’, ‘had gemoeten’. De dingen liepen niet zoals ze moesten lopen. De directeur, nummer drie, nam het woord en verdoezelde de zaak, het systeem loopt toch, enzovoort. De zaak was voor haar reeds afgehandeld. (De enige vrouw in het gezelschap, vόόr de vergadering werd ze afgeflirt door directeur nummer 4.) Maar het dossier dat ze ingekeken had, ging over meer dan dat. De andere directeurs gaven haar gelijk, het was allemaal niet zo erg – macht beschermt macht. Maar het dossier dat ze allemaal ingekeken hadden (moesten hebben), sprak toch over andere dingen. Nadat ze elk hun zeg gedaan hadden, er broeide zowaar broederlijkheid, nam ik het woord en op een zakelijke manier behandelde ik punt voor punt de gebreken, de fouten. De directeurs waren stil en trachtten te volgen, er was hier een zucht, daar een geschuif, weer moest er 1 naar het toilet. Erger nog dan dit alles, was dat na de opsomming de oplossing kwam: als dit, dan vloeit dit er uit voort; wanneer niet dit, maar dat, dan was er geen probleem. Punt voor punt. Nu was er instemmend gemompel aan de ene kant van de tafel, minder aan de andere kant want daar werd al gerekend in programmeerdagen. Maar toch, het werd duidelijk dat niet alleen de problemen en de fouten aanvaard werden, maar dat er ook oplossingen voorhanden waren, de miserie was oplosbaar en moest geen eeuwigheid meer duren. Wat men dan achteraf zegt, constructief. Als we naar het loon kijken van al die mensen, dan was het mijne, (zei mijn zegsman) al naargelang de directeur, 1/4e; 1/6de; 1/8ste en 1/12de. Die politicus die zei geld te moeten verdienen om haar vrouwtje te kunnen zijn tegenover de managers, heeft ongelijk. Het is toch graaizucht. Het gaat immers altijd om inhoud, om inzicht, inzet en intelligentie – en een directeur doorziet ook wel voosheid (bij een ander). Wie echter alleen maar voor de vorm het volk wil verdedigen en dit graag doet vanaf een boot, die verliest.’
En wat is er van die ambtenaar geworden, vraagt u en vroeg ik. ‘Het is slecht afgelopen. Macht verdraagt geen kennis. Leegte verdraagt slechts leegte.’

Advertenties