‘op zekere dag zijn ze gekomen, de beulen …’

door johan_velter

29 juli 1890_doodsbrief vincent van gogh_sfcdt

Op 24 juli 1890 schreef Vincent van Gogh aan zijn broer Theo wat zou blijken zijn laatste brief te zijn: ‘Ik voor mij wijd me met al mijn aandacht aan mijn doeken. Ik probeer het even goed te doen als bepaalde schilders die ik graag mocht en zeer heb bewonderd.’ Toch is dit geen afscheid, hij heeft zijn leven toen niet overschouwd, er waren nog projecten, er was geen zelfmoord.

Antonin Artaud, in Van Gogh, de zelfmoordenaar door de maatschappij, ik gebruik de Nederlandse vertaling van Jules Dister uit 1987 (De Dolle Hond, 2002), spreekt van een door de maatschappij gedode, met als grote schuldige Dr. Gachet. Misschien is dit alles kort door de bocht en is er meer sprake van een samenloop van omstandigheden, een ten einde komen van vele wegen, en een dwaas toeval, geen noodzaak. Het geschrift van Artaud hebben we aan die raadselachtige dood te danken. Artaud behoort in de reeks grote schelders, goede velters. Er is een groot inzicht in het geweld van de maatschappij (herinner u: structureel geweld) waartegen enkel ander geweld kan komen te staan om dat inherente geweld zichtbaar te maken. Dat is wat de Westerse marxisten van de R.A.F. gedaan hebben, dat is wat de islamisten nu doen. De uiterste consequentie van een systeem ontmaskeren. Het is misschien een lastig inzicht, maar het gaat wel verder dan het pastoraal moraliseren van deze intellectueel minderwaardige tijd.

Zo schreef Antonin Artaud dat dit leven verstikt wordt ‘in bewuste leugenachtigheid en ingekankerde hypocrisie, in lafhartige verachting voor alles wat karakter toont, in de acceptatie van een orde die slechts bestaat bij de gratie van barbaars onrecht, in de georganiseerde misdaad kortom.’ Dat die georganiseerd is, wordt voor de zoveelste maal aangetoond met de inherente schandalen van de Belgische politiek. Men heeft symbolisch enkele leden geroyeerd, maar ze bleven toch op hun plaats zitten, en wie is er uit afkeer uit die partijen gestapt? Niemand. Men trekt de kop in de schouders, schuifelt nog enige weken langs de huizen om in de septemberzon, als een nieuwe A.C., herboren en moreel ontwaakt, de gebruikelijke taken op te nemen.

Artaud legt de grootsheid van Van Gogh in zijn visie: het platvloerse leidt tot de mythe (en niet omgekeerd), dit is een radicaal materialistisch inzicht: het zijn de dingen die leven en doen leven. De realiteit is prioritair, niet de praatjes, de ideologie – dit laatste is door Marx ontmaskerd als het gebed van de macht. Dokter Gachet (en met hem de hele bourgeoismaatschappij die tot vandaag heerst, overheerst en vernietigt) staat voor het doden van de intelligentie, het inzicht en het voelen. Van Gogh die het zwarte in de kleur voelde. De maatschappij die hem zijn ik afnam. De afgrond is het denken te doordenken tot waar er geen denken meer is. En dàt denken door het zichtbaar te maken met verf. (Thomas Bernhard, Samuel Beckett.) Wat zag Van Gogh? De eeuwige materie, de beweging die ons voedt. Er is niets angstaanjagends aan waren er niet de knellingen van de ander, de volgevreten bourgeois. Zo wordt de geglobaliseerde wereld een verhevigde maatschappij, een kooi boven een kooi.

Even is weer het subversieve lucretiaanse denken aan de oppervlakte gekomen, de gedachte dat het leven en niets dan het leven, in die verfstreken die als atomen opgelost worden in het niets en door het genie van de schilder samengebonden worden niet tot een beeld maar tot een inzicht, een feit. Want dit is wat de macht doet en oplegt: zich afkeren van het leven – en dus van de cultuur en de civilisatie. Zie jullie zichzelf bedienende cultuurdragers.

‘Er zijn van die dagen waarop alles zo uitzichtloos is dat het hart, als door een klap met een bamboestok op het hoofd, getroffen wordt door het besef dat het niet meer verder kan.’

Advertenties