valse schijn – de pop, bolesław prus (1)

door johan_velter

sfcdt_gedachtenis_groen_1
Bolesław Prus, De pop, vertaald door Karol Lesman (Veen, 2015)

Een roman uit de negentiende eeuw, in Nederlandse vertaling 925 bladzijden, dat is een baksteen, vergelijk dit met wat heden ten dage een roman genoemd wordt en dan besef je hoe die eigenlijk maar een verhaal kunnen zijn. De 19de eeuw was een tijd van vertellen, grote, epische verhalen waar aandacht besteed kon worden aan het nieuwe dat tweeërlei was. Er was de ontdekking van de individuele mens met zijn en vooral haar emoties, de psychologische ombouw van de mens moest verkend worden. Het tweede was het nieuwe: de nieuwe dingen, de nieuwe industrie, de nieuwe wereld en dus ook hoe de nieuwe mens zich in een nieuw kader moest ontwikkelen. Vandaar de noodzaak van en de behoefte aan realisme: er was geen tijd voor verbeelding, frivoliteit, er gloorde iets aan de einder dat veelbelovend was maar waar iedereen aan mee moest doen. De sociologische invalshoek was daarvoor uiterst geschikt: de botsing van individuen uit verschillende klassen was ook de confrontatie van het oude met het nieuwe. Wie dit in de 21ste eeuw leest, herkent de geboorte van zichzelf.

Polen. En dus, alweer, de Jodenhaat – geschreven in een tijd waarin dit mogelijk was, het standpunt van de auteur is onduidelijk, er wordt geschipperd, gezalfd, er is een semitisme dat in een antisemitisme omslaat om zo een supersemitisme te doen ontstaan. Er worden nog geen moorden gepleegd, nog geen brandstichtingen uitgelokt, maar de bodem is vatbaar geworden. De kern van het boek is de romance tussen een ijverige bourgeois-handelaar en een aristocratisch niemendalletje dat hem behoorlijk aan het lijntje houdt – denk maar aan Rops, het varken en de meesteres. Er is geen held, wel een hoofdpersonage, StanisŁav Wokulski, de handelaar. Iedereen heeft de pech in een slechte tijd te leven, elke tijd die een brug is van het verleden naar de toekomst is tegelijkertijd verdorven, want de morele neergang van de mensen veroorzakend, en goed, want een periode van ongekende mogelijkheden. Ook Prus worstelt met het determinisme, is de mens bepaald door zijn afkomst, zijn lot en zijn land – vooral het laatste, Polen = Vlaanderen. De titel, De pop, is een illustratie daarvan : een toeval dat een mechanisme in gang zet, de mens die overgeleverd is aan een macht waarover niet te spreken is, niet te controleren, niets te weten valt. Que sera.

We zijn vergeten dat Oost-Europa tot Europa behoorde, nauwelijks 50 jaar heeft men die breuk in stand gehouden en die 50 jaar zijn voor ons denken decisief geworden. Nochtans was Polen evengoed als Turkije doordrenkt van de Franse cultuur en was er een levendige wisselwerking – ook met Rusland natuurlijk, maar ook de banden tussen Rusland en Europa waren hecht op industrieel, cultureel en commercieel vlak. Er is het verlangen naar bevrijding door Napoleon, welke is van geen belang, als er maar napoleontisch bloed in zijn aderen zit. Ook dit een zoveelste teleurstelling.

Het is een wisseling van de macht. Enerzijds de vegeterende, vadsige aristocratie, anderzijds de opkomende handelsbourgeoisie. De gekende Russische tegenstelling van Gontsjarov, geconcretiseerd in Oblomow, het handelen tegenover de passiviteit – niet langer het handelen tegenover de studie, maar tegenover de decadentie van het nietsdoen, het zich verliezen in frivoliteit. Er is dus een andere tegenstelling dan die van de Middeleeuwen tussen het volk en sommige kloosters. Toch is het opvallend dat het gaat om handel, winkel spelen, en niet om een werkelijke creativiteit, nieuwe producten creëren. Dit laat echter toe om een andere beweging te schetsen: de Joden die de Poolse handel overnemen. De Polen die te zelfgenoegzaam zijn om zelf de handen uit de mouwen te steken. Slechts op het einde van de roman begint dit inzicht te dagen voor de tweede hoofdpersoon, Rzecki, de klerk van Wokulski, maar net heeft hij die beslissing genomen of hij sterft … zoals het lijdzame Polen (niet voor niets katholiek en dichtbij Vlaams) dat zal doen.

Op zoek naar zinnen.

[…] de tweede was een donkerblonde jongeman met de baard van een filosoof en de gebaren van een vorst […]

[…] het feit dat alles waar hij in het leven zijn hoop op had gevestigd, slechts flauwekul was.

Flauwekul, alles is flauwekul … ! En als jullie konden denken, zouden jullie nog kunnen denken dat dit heel wat voorstelde … !

Handel is flauwekul … politiek is flauwekul … flauwekul is die reis naar Turkije … flauwekul is het ganse leven waarvan we ons het begin niet meer herinneren en het eind niet kennen … Waar is de waarheid … ?

Dat komt ervan als een man vrijgezel blijft.

Ach, weet je, mijn beste, we wachten nu al zo lang op een nieuwe Napoleon. Ik begin al grijs te worden en takel af, en nog altijd is hij er niet. Nog even en we zitten als bedelaars aan de kerkpoort en als dan Napoleon komt, is het vast nog alleen om met ons de getijden te zingen.

Voor mijn part, zei Ignacy. Ik ben al zo oud dat ik maar beter niets kan weten … ik ben zelfs al zo oud dat ik nog maar één ding wil : een mooie dood.

Nu pas begreep ze hoe hevig ze dat geestelijke vaderland liefhad, waar kristallen kroonluchters de zon vervangen, tapijten de aarde, beelden en zuilen de bomen. Dat tweede vaderland dat de aristocratie van alle volkeren, de voortreffelijkheid van alle tijden en de mooiste verworvenheden van de beschaving omvatte.

[…] ellenlange brieven […] geschreven, waarin tedere gevoelens zich mengden met een twijfelachtige spelling.

En dat alles was verleden tijd …! En nu was het in deze salon koud, donker en leeg … Alleen zij en de onzichtbare spin van het verdriet die altijd een grijs net spint over de plekken waar wij ooit gelukkig zijn geweest en waar dat geluk van weg is gevlucht.

Hiermee kwam er een eind aan het gesprek in een met Franse woordjes doorspekt Pools dat daardoor steeds meer was gaan lijken op een mensengezicht met puistjes.

Och, leer ze mij kennen ! Al die donjuans, dichters, filosofen, helden, al die tedere, belangeloze, gebroken dromerige of sterke zielen … Ik ken die hele maskerade en ik verzeker je dat ik me er uitstekend mee vermaak. Ha! Ha! Ha!

Je kent die mensen niet, en ik heb ze aan het werk gezien. In hun handen buigen stalen rails als twijgen. Het zijn verschrikkelijke lieden. Ze zijn in staat voor hun doelstellingen de grootste aardse krachten die wij niet eens kennen in beweging te zetten. Zij zijn in staat te breken, vallen te zetten, zich te vervlakken, alles te riskeren, zelfs … lijdzaam te wachten…

Advertenties