het beest (1)

door johan_velter

het beest

Misschien bent u een groot mensenkenner en kan u verklaren waarom ik Michel Vandenbosch altijd maar verwar met Dyab Abou Jahjah – en omgekeerd. Zou het kunnen dat beiden zich anders voordoen dan ze zijn en slechts de bedoeling hebben om de civilisatie af te breken, dat ze onder het mom van het rationele het irrationele willen opdringen en daarmee de civilisatie afbreken?

Er is een wetsvoorstel van twee senatoren, de senaat is in België een volstrekt overbodig instituut waar mensen vetbetaalde postjes voor zichzelf creëren, die in de grondwet willen laten verankeren dat mensen dieren moeten beschouwen als wezens met gevoel en dat dieren dierenrechten moeten krijgen. Het is een interessant geval omdat ook hier weer een verwarring tussen recht en moraal optreedt en het teken van de tijd naar voren treedt: sentiment is belangrijker dan leven. Of wat de voorvechters Vandenbosch en Abou Jahjah gemeen hebben: onder het mom van morele regels wordt de moraal zelf ondergraven.

Herman De Dijn schreef in De Standaard van 16 juni een opiniebijdrage. Omdat hij een rationelere benadering van moraal gebruikt, onderscheidt hij de dieren in verschillende soorten: tot het dierenrijk behoren ook wespen, ratten. Hij verwijst naar Filip Reyntjens die, terecht, opmerkte dat rechten toekennen en opeisen een menselijke aangelegenheid is en niets te maken heeft met dieren. Het zijn mensen die dieren al dan niet op een geciviliseerde manier behandelen. Rechten toekennen aan een ecologisch systeem, zoals deep ecology betrachtte, is al even onzinnig en ook hier is de discussie eigenlijk al lang gesloten (daarmee bedoel ik dat de intellectuele discussie geslecht is, dat het probleem, en dat geldt ook voor het godsbestaan, intellectueel niet meer bestaat: er bestaat geen god en een niet-menselijk systeem kan geen rechten opeisen, omdat het geen bewustzijn bezit dat rechten kan opeisen). Dit alles verhindert niet om ervoor te pleiten een morele, geciviliseerde houding tegenover dieren, planten, systemen en voorwerpen aan te nemen, maar de impuls, de actie gaat uit van het menselijke. Betekent dit dat dieren geen moraal hebben? Nee, ook dieren hebben bewustzijn, moraal, gevoelens van pijn, vreugde en schoonheid. De discussie wordt op een verkeerd niveau gevoerd waardoor de menselijke moraal en beschaving geïnfiltreerd worden met irrationele elementen om zo die moraal en beschaving te vernietigen.

Michel Vandenbosch van Gaia reageert op het artikel (De Standaard, 17 juni) en doet dit op zijn gekende demagogische wijze. Eerst beweert hij dat Herman De Dijn het wetsvoorstel niet gelezen heeft. Dan zegt hij dat beweren dat dieren wezens met gevoel zijn, niet absurd is (wat De Dijn ook niet beweerd heeft: je moet een karikatuur van de ander maken en dan die karikatuur bekampen). Hij goochelt  met begrippen die getuigen van een bombastische gezwollen inborst maar zonder context en realiteit geen betekenis hebben om dan over te gaan op het autoriteitsargument: De Dijn is niet op de hoogte van de wetenschappers die dat en dat bewezen hebben, Vandenbosch geeft geen namen of titels buiten 1 naam: Donald Broom doceert aan ‘de universiteit van Cambridge animal welfare science’, toch is dit geen argument (nog afgezien van het feit dat, niet vermeld door de Gaia-ideoloog, de ‘titel’ van Broom zich ‘beperkt’ tot de veeartsenij … en hij vermeldt ook niet wat zo baanbrekend aan het gedachtengoed van Broom is): aan veel universiteiten wordt theologie gedoceerd, de universitaire republiek is vernietigd door de cultural studies, en zelfs management wordt als een serieus te nemen vak gedoceerd. Vandenbosch spreekt van een ‘verbijsterend gebrek aan kennis van de indrukwekkende bevindingen van wetenschappelijke onderzoeksdisciplines, zoals de cognitieve ethologie, de evolutionaire psychologie en andere takken van op dieren toegepaste gedragswetenschappen.’ – een woordenverzameling als een al te luidruchtige koperfanfare. Ik heb slechts de demagogische trucwoorden onderstreept, want in alle superwetenschappelijke artikelen van disciplines in binnen- én buitenland door de meest hooggewaardeerde professoren door vakgenoten en eigen specialisten is onwrikbaar aangetoond dat lezers zelf kunnen lezen en vanuit het leesproces is bewezen met harde en onweerlegbare bewijzen dat uit lezen ook denken kan volgen. Vandenbosch verwijt De Dijn een reductio ad absurdum uit te voeren, nl. een denken tot de uiterste grens door te voeren maar dit is wat de Gaia-ideoloog zelf doet door de grenzen van het ethische te overschrijden. Ook dat is een retorische truc: Donald Trump, de maker van fake news, verwijt de media fake news te verspreiden.

De Gaia-ideoloog schrijft dat leeuwen niet in staat zijn tot ethische reflectie over goed en kwaad – wat toch wel een zeer antiwetenschappelijke uitdrukking is en een voorbeeld van het Gaia-gedraai. Zoals Vandenbossche het schrijft, maar dat beseft hijzelf niet, is het dus onmogelijk om rechten aan dieren toe te kennen, ze ontberen namelijk een ethisch besef en in een wereld van rechten en plichten wordt een fundamentele gelijkwaardigheid verwacht. Hij blijft warredeneringen ten beste geven: hij zegt er geen probleem mee te hebben dat iemand een kat, die een vogel belaagt, ‘verjaagt of terechtwijst’ : terechtwijzen is een werkwoord in de morele orde: dus hier veronderstelt Vandenbossche dat een kat wel gevoelig is voor morele argumenten. Wat een wartaal. Wat een bindheid voor wat de natuur is. Ik wil die kat nog wel eens zien die na een morele les haar gedrag veranderd heeft. Dit alles wordt veroorzaakt omdat Vandenbosch moedwillig de taal demagogisch gebruikt, hij verzwijgt dat je, als je over moraal spreekt, steeds weer het fundamentele onderscheid tussen individuele en sociale moraal moet gebruiken. Toch bestaat er een dierenmoraal: hoe dieren zich tegenover elkaar gedragen, maar moraal betekent niet noodzakelijk een (volgens ons) goed gedrag.

Het is jammer voor de irrationelen maar de grondwet kan niet toegepast worden op het gedrag van dieren tegenover dieren, wel tracht een grondwet de basisnormen van een menselijke samenleving te regelen, het gaat dus om een functionalistische benadering. Net zoals de Belgische grondwet niet van toepassing is op het Brits grondgebied, kan een grondwet ook niets betekenen in het onderaardse leven van mollen, wormen en insecten.

Een grondwet werkt met onvoorwaardelijkheden. In het voorstel over de toekenning van dierenrechten is er echter sprake van voorwaarden: nl. die dieren waarover er nu een wetenschappelijke consensus, nl. dat ze een gevoelsvermogen hebben (ook het begrip vermogen is een voorwaarde: het is mogelijk dat ze gevoelens hebben, daarom hebben ze nog geen gevoelens – het wetsvoorstel is niet alleen een typisch voorbeeld van het slordig rechtskundig parlementair werk maar ook van het slordige, sentimentele denken tout court). En hoe moet die wetenschappelijke consensus dan in een wet opgenomen worden? In de voorwaardelijkheid? Stel dat men om de drie maanden een nieuw, al dan niet controversieel, ‘gevoelsvermogen’ bij een andere diersoort vindt?

Maar we moeten ernstig zijn en we nemen Michel Vandenbosch en zijn senatrices ernstig. Het gaat dan niet alleen om koeien of om dé koe maar om Bella van Boerke Naas . En zoals ik het in haar droeve ogen zie (mijn empathisch vermogen is grondwettelijk vastgelegd) wil ze helemaal niet gedekt worden door Billy van Boerin Bieke. Maar na een ernstig gesprek met de lokale morele consulent, zijn Bella en ik en de consulent en Boerke Naas tot een consensus gekomen (het moreel gesprek is een logisch uitvloeisel van de grondwettelijke rechten) dat dekken een natuurlijke daad is. Dus dekken moet. Maar gezien de huidige stand van de wetenschap staan we er op dat stier Billy een condoom van goede kwaliteit draagt. Ook tante Bella heeft recht op haar luwe vrouwelijkheid. Ook pleiten we ervoor dat elke ooi een empathische en meerwerkende herder krijgt.

Waar is het dat deze maatschappij haar gezond verstand verloren heeft, wanneer zijn we gekeerd van een maatschappij die tendeerde naar vrijheid naar een wereld waar alles vastgelegd wordt in wetten en juridische regels en steeds meer het persoonlijke aan banden gelegd wordt. Er is een repressieve tendens van het persoonlijke dat binnendringt in de publieke ruimte maar ook omgekeerd waar het persoonlijke steeds formalistischer geregeld wordt. Als men wil weten waar de woede van het volk tegen het establishment ontstaan is, dan daar.

Dit alles deed me grijpen naar het hilarische begin van de eerste dialoog van Pietro Aretino, waar hij zijn aap begroet ‘Hail, dear monkey! Hail, I say, for Fortune still guides beasts by the hand and so has brought you from where you were born to me who, after realizing that you are a great lord in the form of a beast, […]. Aretino laat de verwarring compleet worden, hij speelt met de begrippen en de status van mens en dier, ‘onduidelijk is’ wat hij van die respectieve status vindt. ‘So let me not forget that if great lords resemble monkeys, monkeys also resemble great lords.’ (Aretino’s dialogues, translated by Raymond Rosenthal, George Alle & Unwin, 1972).

Voor Michel Vandenbosch en de Gaia-gelovigen zal Johnny Cash niet meer ‘The beast in me’ mogen zingen, ‘the beast’ moet vervangen worden door een piep-toon. Men mag het beest niet beledigen.

Advertenties