zoeken naar ‘het portret van edward anseele’ door frits van den berghe, over vzw’s en zo

door johan_velter

oer_portret van edward anseele_frits van den berghe

… in de tentoonstelling ‘Oer: de wortels van Vlaanderen’ zag, dacht ik ‘wat komt dit hier doen?’, zou het werkelijk aangekocht zijn door de nationalisten Huts of De Bode en nu als trofee getoond worden, dat soort cynisme is die mannen wel een wezenskenmerk. Nader kijkend blijkt het werk ‘Portret van Edward Anseele’ van Frits Van den Berghe in de collectie van de provincie Oost-Vlaanderen opgenomen te zijn. Wat ook raar is, het was toch bezit van de V.z.w. Edward Anseelestichting uit Gent? Zo heb ik het altijd geweten, zo altijd gezien.

Dat schilderij was in 1983 opgenomen in de tentoonstelling Frits Van den Berghe in het Gentse Museum voor Schone Kunsten (toen het Gemeentekrediet nog bestond en de cultuur ondersteunde), op p. 163 van de catalogus is het werk afgebeeld.

In de retrospectieve tentoonstelling Frits Van den Berghe 1883-1939 (PMMK, Oostende, 1999) werd het werk niet getoond en ook niet in de catalogus opgenomen. En in het boek Frits Van den Berghe 1883-1939 (SDZ, 1999) wordt het werk eveneens niet opgenomen en ook niet vernoemd – wel is het in de oeuvrecatalogus van Patrick Derom en Gilles Marquerie achteraan het boek opgenomen.

De twee laatste boeken zijn geschreven door Piet Boyens die ons helaas ook om de oren slaat met het gezanik van Jung. Boyens heeft duidelijk problemen met de ‘politieke Van den Berghe’, hij heeft het liever over het onbewuste, de dromen, het onbewuste, allemaal zaken die voldoende ruimte geven om wat dan ook te beweren.

De Edward Anseelestichting is een schimmige vzw. Voor zover ik het begrijp is het een stichting die de naam van Anseele in ere wil houden. Er waren 2 Anseeles: de eerste, vader Anseele, is buiten Gent een mythische figuur, in Gent zijn de meningen nogal verdeeld. Er is enerzijds een idolate groep partijbonzen, anderzijds zijn er mensen die boeken lezen en dus ook Paul De Witte, De geschiedenis van Vooruit en de Gentsche socialistische werkersbeweging sinds 1870 (Gent, 1898) gelezen hebben. Anseele wordt daarin beschreven als een benepen burgermannetje dat de commercie belangrijker vond dan het socialisme, als een mannetje dat op macht geilde en er niet voor terugschrok om de messen door anderen te laten hanteren, het coöperatieve Vooruit-systeem was een maskerade (het systeem is belangrijker dan de individuele arbeider), hij was niet vies om zich, met zijn secretaresse plezierreisjes naar Parijs te laten betalen (‘hij moest daar de nieuwe winkels bestuderen’). Het eigen genot is belangrijker dan het lot van de arbeider en dat gold ook voor de tweede Anseele, zijn zoon die nog Belgisch minister geweest is en kinderloos stierf in Sint-Martens-Latem, 1981. Zelfs de socialistische partijbonzen vonden dat zijn woning zeer luxueus was ingericht, met een royale badkamer en een persoonlijke massagetafel. Nee, een volkshuis kon dat niet genoemd worden. Zijn rol in het RTT-schandaal was niet proper.

In de catalogus van de ‘Oer’-tentoonstelling schrijft de katholieke, nationalistische politicus Jozef Dauwe, CD&V-gedeputeerde van de Provincie Oost-Vlaanderen over dit werk, dat hij een lievelingswerk noemt – het cynisme kan niet op: een tsjeef die een dode sos in de deputatiezaal laat hangen: ‘Het magistrale portret van Edward Anseele ademt geschiedenis uit en is dat klaarblijkelijk [sic] zelf ook. Op de lijst is er immers een verweerd plaatje aangebracht met de titel in cyrillisch schrift. Dit leest als een stempel in een paspoort en toont aan dat niet enkel de politicus Anseele, maar ook het portret tot ver buiten de grenzen school gemaakt heeft. Het is op initiatief van eregouverneur Herman Balthazar dat de provincie Oost-Vlaanderen dit historisch schilderij kon verwerven.’ (p. 170).

Herman Balthazar behoort tot de SP.A, althans wat de relaties betreft, is een eminent logelid en een societyfiguur met veel connecties. Als professor geschiedenis aan de universiteit van Gent heeft hij eveneens een netwerk opgebouwd. Belangrijk is het woord ‘op initiatief’, wat misschien toch wel een zekere verdraaiing van de feiten is.

Het schilderij ‘Portret van Edward Anseele’ is 1932 gedateerd, het meet 112,5 cm op 85,5, is dus geen echt groot werk, het moest waarschijnlijk ergens in een directeurskamer van de Vooruit of het plaatselijk partijbestuur opgehangen worden. De partij was niet erg tevreden met het werk, wie blind is, zal nooit zien.

Het werk is indrukwekkend. Anseele is helemaal vooraan geplaatst, hij richt zich tot ons, zijn handen rusten kalm op een voorwerp, misschien een katheder, een tafelblad of een blok arduin. Hij wordt niet ‘verheerlijkend’ weergegeven: het is een oude man die daar staat, zwaar, gedrongen, nekloos, grote oren en handen. Hij is deftig gekleed, zijn ronde bril maakt van hem een wijze man. Hij leunt wat achterover (dit komt door het perspectief), als redenaar doet hij denken aan Jakob Van Artevelde. Is hij een volkstribuun? Het ziet er niet echt naar uit: spreekt hij of zwijgt hij? Is hij zelf een blok graniet, onverzettelijk in zijn waarheid? Of spreekt hij toch, maar dan stil? In ieder geval is hij niet de opruiende demagoog, hij is een staatsman. Niet voor niets werd hij, als Vader Stalin, Vader Anseele genoemd.

Op het schilderij ‘De intrede van Christus in Brussel’ (1888) toonde Ensor een kolkende massa, in de marges van het werk staan kijkers, toehoorders en hoogwaardigheidsbekleders. Toen hij niet meer zo durvend was, heeft hij zelfs dit schilderij bijgewerkt door de naam van Anseele, een socialist, weg te werken, hij moest immers goede maatjes zijn met de koning (Anseele is gevangengezet geweest voor majesteitsschennis). Dit is nog te zien op een voorbereidende tekening:

oer_anseele_de intrede van christus in brussel_ensor_tekening

Onderaan rechts, is de naam van Anseele nog zichtbaar. Op het schilderij is dit verdwenen:

oer_anseele_de intrede van christus in brussel_ensor_schilderij

Het « Vive Anseele et Jésus » is vervangen door « Vive Jésus » en naar de rechterkant van het schilderij gebracht, op een onlogische plaats, nl. niet meer in de massa maar op het podium. Bij Ensor is de massa steeds een gevaarlijk ding, denk aan de ets ‘De kathedraal’. De massa is een beest, er is geen individualiteit meer, er is geen leiding, een amorfe bende die niet te vertrouwen is. Ook op ‘De intrede’ is dat zo: is men ernstig of speelt men zijn lolletjes? Wat heeft men te eisen? Wat draagt men naar het graf? Is dit een religieuze optocht of een nihilistische? Welke waarden worden hier vertegenwoordigd? Wie is te vertrouwen?

Bij Frits Van den Berghe is er ook een massa maar tegelijkertijd sterker geïndividualiseerd en toch schaapachtiger. De hoofden zijn opgericht naar de priester op zijn kansel, bij Ensor is er ook een hiërarchische verdeling maar onduidelijk (het kan even goed zo zijn dat het volk op de tribune gesprongen is). Bij Van den Berghe is duidelijk wie de leider is en dat het volk beaat en kalm opkijkt en zich laat leiden. Ja, het zijn Gentenaars. De schilder heeft het volk onflatteus afgebeeld: door de opgerichte hoofden, zien we iets te veel neusgaten, de ogen zijn onproportioneel te groot, de gezichten bijna allemaal te identiek aan elkaar, er is een brave, makke massa, dit zijn geen arbeiders. Er is één figuur die de handen in de lucht steekt, een hand met vier vingers, het hoofd gebogen, dit lijkt wel een draadpop te zijn. Toch is dit schilderij indrukwekkend, niet alleen om de figuur van Anseele zelf, ook om de uitwerking. Dit is geen gladgepolijst werk, maar weerbarstig in zijn textuur, de verf is verweerd, de mensenhuid verbrokkeld. Tegelijkertijd is dit een realistisch werk en een heroïsch historiestuk. Of Anseele nu al dan niet de grote politicus was, doet er nu niet toe. Vanuit een bepaalde optiek is dit schilderij gemaakt en goed gemaakt. Er zijn ook portretten van maffialeden of pausen die indrukwekkend zijn, ondanks hun moraal.

Jozef Dauwe spreekt van een ‘verweerd plaatje […] in cyrillisch schrift’. Dit koperen plaatje is niet verweerd maar niet opgeblonken. Dit werk is ooit uitgeleend voor een tentoonstelling in Rusland, 1937, daar en toen werd dit plaatje aangebracht en bij terugkomst heeft men het niet verwijderd – trots als men in Gent was Jozef Stalin te kunnen dienen, het waren de jaren van ‘De grote zuivering’ en Beria, de wolf, werd de vrije teugel gelaten.

Omdat ik nieuwsgierig ben (en alleen daarom al een slechterik ben), stel ik mezelf de vraag: wat heeft Herman Balthazar met dit werk te maken, of met de Edward Anseelestichting, buiten het feit dat hij gelieerd is aan de partij – maar de partij heeft weinig belang voor het establishment, men regelt zijn zaken ook wel zonder ideologie, zoals uit de notitie van Jozef Dauwe blijkt.

Ik duik in de verslagen van de provincieraad. Het 21ste punt van de ‘Lijst met beknopte omschrijving van de provincieraadsbesluiten provincieraadszitting van 11 december 2003’ behandelt deze aankoop: ‘Cultuurpatrimonium : aankoop kunstwerken : goedkeuring van de aankoop van het schilderij “Portret van Edward Anseele”, door Frits Van den Berghe, eigendom van de vzw Edward Anseelestichting, voor 176 000 EUR’. Een mooi bedrag. Maar waarom zou een Edward Anseelestichting dat portret via Herman Balthazar verkopen aan de provincie want iedereen weet al jaren dat de provincies afgeschaft zullen/moeten worden. Het zou toch logischer zijn dat dit schilderij, als de stichting geen plaats meer had (ja, waar hing dat schilderij al die jaren?) geschonken werd aan het Gentse AMSAB, toch het ‘Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging’ (die nadruk op ‘arbeidersbeweging’ is typisch Gents anti-intellectualistisch, daarmee de eigen beweging ontkennend). Of men had het werk kunnen schenken/verkopen aan een museum, dan zou het tenminste door geïnteresseerden bekeken kunnen worden en niet alleen door de Oostvlaamse gedeputeerden.

Kom, laten we het Belgisch Staatsblad bekijken (ik voel me nu als I.F. Stone). Op 19 september 2003 (eind 2004 moesten alle vzw’s hun statuten aangepast hebben aan een nieuwe wet Laurette Onkelinckx, men zei dat dit nodig was om een betere controle te kunnen uitoefenen) werden de statuten op de griffie neergelegd. De zetel van de stichting bevindt zich op Tichelrei 1 te Gent, dit is wat vroeger de Volkskliniek was. Omdat het wettelijk verplicht is doelstellingen te hebben, worden die ook hier opgesomd. De eerste is ‘het oprichten en het behoud van het monument Edward Anseele’ (eigenaardig dat het woord oprichten hier behouden werd: het standbeeld dat Jozef Cantré gemaakt heeft,  is immers al enkele decennia geleden gerealiseerd). En dan ook nog: de nagedachtenis van vader en zoon Anseele levendig houden, het steunen van culturele werken, maar 4 en 5 zijn nieuw toegevoegd: ‘4° De bescherming met het oog op de instandhouding ervan van het Feestlokaal Vooruit, realisatie van vader Anseele, eigendom van de CVBA Vooruit en als erfpachter uitgebaat door de vzw Kunstencentrum Vooruit. 5° De bescherming en instandhouding van de vzw Kunstencentrum Vooruit, voor zover zij in de geest van haar thans 20-jarig bestaan blijft werken als een open, democratisch en laagdrempelig kunstencentrum.’ Typerend is de relatie vzw-CVBA.

Daarna wordt de werking op wettelijke wijze verder uitgewerkt, zoals alle vzw’s dat dienen te doen.

Op 18 januari 2005 wordt een nieuw document op de griffie neergelegd. De zetel van de stichting blijkt nu verplaatst te zijn naar Nieuwevaart 151, dit is het adres van de Gentse COOP-apotheken. Het onderwerp van dit document is ‘ontbinding’ en behelst het verslag van de algemene ledenvergadering van 21 december 2004. Er met dus een beslissing genomen worden ‘omtrent de bestemming van het bezit van de vzw’. De grote begunstigde is de vzw Kunstencentrum Vooruit. Die krijgt namelijk het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat, ter waarde van 408.641, 22 euro. Daarbij een kwijtschelding van de lopende leningen, nl. 276.401,28 euro maar moet daarvan 12.395 euro aaan het AMSAB geven, ter leniging van de kosten die ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan gemaakt zijn.

Daarnaast wordt aan de vzw Georges Nachez een aandelenpakket toegekend met een boekwaarde van 142.912 euro én aanvullende kapitaalaandelen belegd in de CVBA Vooruit met een waarde van 292.698, 31 euro. Maar de vzw Georges Nachez moet wel een paar graven onderhouden, het standbeeld van Anseele patroneren, moet het contract tussen de Anseelestichting en het Amsab voor het inrichten van een Anseelekabinet overnemen en daarvoor wordt 74.368 euro voorzien, er moet bovendien een prijs ingesteld worden om een student te honoreren die over het coöperatieve gedachtengoed geschreven heeft. Nu spreekt men van de ‘vzw Fonds Nachez’.

Dat is straf. Een schoon bedrag en een jammerlijke zaak. Dat Gentse socialisten de Anseelestichting liquideren en de gelden verdelen over aanverwante organisaties en daardoor de Anseelezaak uit handen geven, is toch een zeer rare handelswijze. Anseele, le fondateur éternel du système gantoise! Maar geen nood, alles komt in orde. Georges Nachez was ‘slechts’ een plaatselijke held, een schepen van urbanisatie die de Watersportwijk gerealiseerd heeft, de architect van die woonwijk was … Geo Bontinck. Ons kent ons.

Van een prijs Georges Nachez heb ik nooit iets vernomen. Dat Anseelekabinet, dat wil ik wel eens zien. Op 22 april 2017 stuur ik een mail naar het Amsab: ‘geachte, een aantal jaar geleden was er sprake dat binnen het AMSAB een Edward Anseele-kabinet zou ingericht worden. Is dit zo en is dit te bezichtigen?
dank en vriendelijke groet’

Op maandag 24 april krijg ik een antwoord:
‘Ik geef uw vraag door aan onze verantwoordelijke publiekswerking, maar voorlopig zijn de plannen opgeborgen.’

Van die verantwoordelijke heb ik natuurlijk niets meer vernomen. Maar het kabinet is er dus niet, ondanks de uitdrukkelijke vermelding ervan in de ontbindingsnotulen van de Anseelestichting.

Wat doet de vzw Georges Nachez? We nemen het Belgisch Staatsblad ter hand. Op 13 of 18 mei (de stempel is onduidelijk) 2005 worden statutenwijzigingen van de vergadering van 24 september 2004 op de griffie neergelegd. Het Fonds wil de nagedachtenis van Nachez en Anseele sr. levendig houden (van Anseele jr. is dit blijkbaar niet meer nodig). Daarnaast moet de coöperatieve gedachte gestimuleerd en ondersteund worden en de arbeider opgevoed. Ook de jeugd. De bestuurders blijken grotendeels dezelfde te zijn als die van de Anseelestichting. De volgende jaren wordt een aantal documenten neergelegd, overlijdens, functieveranderingen. En dan een bliksemschicht op een zonnige dag: op 3 oktober 2013 wordt op de Rechtbank van Koophandel te Gent een kort, laconiek document neergelegd: ‘Tijdens de algemene vergadering van 26 juni 2013 van de vzw Georges Nachez is het volgende genoteerd: De naam Fonds Georges Nachez verandert in de naam Fonds Eduard Anseele.’ En als 1 van de nieuwe bestuurders zien we de naam van Tom Balthazar.

We nemen het Belgisch Staatsblad ter hand en zoeken nu op Eduard Anseelestichting. Op 12 september 2014 werd een lijst van ontslagen en benoemingen op de Gentse Rechtbank van Koophandel neergelegd. Op 13 dec 2016 een andere lijst, met andere namen. Geen doelstellingen of realisaties, geen prognoses.

Er is veel moeten gebeuren om een schilderij te verkopen. Of beter om de Vooruit te ondersteunen. Maar de Stichting Edward Anseele had echter nog minstens 1 ander kunstwerk van Frits Van den Berghe (en het ander kunstpatrimonium? Er zou toch minstens ook werk van Jozef Cantré aanwezig moeten zijn…). In de oeuvrecatalogus, door Patrick Derom en Gilles Marquenie samengesteld, krijgt het nummer 654, ‘Bloemen over de stad (1929) de pedigree: Madeleine Schauvlieghe, Gent [de vrouw van Anseele sr.] ; Edward Anseele, Gent ; V.Z.W. Edward Anseelestichting, Gent ; Sotheby’s Amsterdam, 23 mei 1991’ mee. Dit schilderij is dus al op de markt gebracht in 1991, weinig te maken met de coöperatieve zaak. In die catalogus zien we dat Anseele jr. heel wat tekeningen en ander werk van Frits Van den Berghe bezat, een aantal is verkocht bij Sotheby’s, van andere is de verdere pedigree, het huidige bezit, niet bekend.

Advertenties