mene mene tekel ufarsin (3)

door johan_velter

literatuur_lijnen_sfcdt_3

Miklόs Bánffy (1873-1950), Geteld, geteld, vertaald door Rebekka Hermán Mostert, Veen, 2016

Men rook bloed, men wilde een rel.

Alles wat hij droeg, was elegant, maar slecht gesneden, alsof hij wilde zeggen : ik heb lak aan de mode, en zelfs zo ben ik nog een grotere heer dan menig ander hier aanwezig.

We compliceren alles met nobele bedoelingen, uit medelijden of om iets anders moois of waardevols waar we in geloven, want zo zijn we opgevoed, maar dat is allemaal vreemd en slecht, want het heeft niets te maken met de stem van de natuur. We laten ons leiden door wat mensen bedacht hebben, oude priesters en filosofen in hun studeerkamer. Wat op deze manier tot stand komt, kan trouwens toch niet blijven bestaan. Het kan geen standhouden, want het kan niets verdragen.

Nooit eerder werden er zulke banale dingen gezegd. Maar de ruimte tussen hen in zinderde van een onzichtbare toverstroom die hen bedekte, afschermde, verhulde, en het was alsof zij de enigen waren in een oase te midden van de woestijn. En wat er ook over hun lippen kwam, en wat ze ook tegen elkaar zeiden, het betekende helemaal niets. Het betekende slechts één ding: Jij! Jij! Jij!

Toen greep een vreselijke schrik haar opeens bij de keel. Ze wist nog niet eens waarom, maar de ontzetting joeg over haar heen en maakte dat ze onmiddellijk overeind ging zitten om met haar armen om haar knieën geklemd bij zinnen te komen.

Het was niemand duidelijk, en dat werd het ook hierna nooit meer.

Hij werd als een autoriteit beschouwd op het gebied van erekwesties. Het liefst hield hij zich uitsluitend met duels bezig, en niet met de wezen. […] Met zijn wipneus, zijn ronde gezicht en enorme snorbouwsel deed hij denken aan een oude kater die ergens een worst had gegapt.

[…], de enige vreugde die de goden de mensen gegeven hadden!

Ik denk, zei hij, dat wij elkaar geestelijk en economisch moeten naderen. We moeten onze gemeenschappelijke belangen opzoeken, en alles benadrukken waar eensgezindheid over bestaat. De rest komt daarna vanzelf, als we eerst maar een wederzijds vertrouwen hebben.

Geen slechte man, deze graaf, zei hij bij zichzelf, geen slechte man, integendeel, het is een prima kerel, maar hij heeft geen idee van het echte leven! God, het is net een kind! …

O, dit was een heel belangrijke, veeleisende en veelzijdige betrekking.

[…] haar decolleté was zo luchtig dat het leek alsof haar jurk ieder ogenblik van haar borsten kon zakken.

Achter ons ligt het onherbergzame, koude, genadeloze leven vol bedreigingen en boosaardigheid, dacht Lászlό, en voor ons ligt het genot, het eten dat met kennis van zaken moet worden genoten, rijkelijk vloeiende drank, die ons in een roes brengt, schoonheid, licht en geuren, een bos rozen, een rozig vrouwenlichaam, alles wat ons de meedogenloosheid van het leven doet vergeten, en de dood, die zich misschien achter onze ruggen schuilhoudt in het duister van de kille kamer.

[…], alsof ze allemaal wilden vergeten wat er in het donker op hen loerde.

Het was verrukkelijk om in dit geloof te leven, zoals de vromen zich voorbereiden op de hemel, niet vandaag, niet morgen, misschien pas overmorgen of daarna, maar het duurt niet lang meer, en ook al duurt het wél lang, dan is er altijd nog dit samenleven in deze bekoorlijke, bezwerende atmosfeer vol onuitgesproken woorden, de lucht vol flonkering om hen heen, hen samen omarmend vol vonkende sterren.

Hij hoorde de oeverloze haatpleidooien aan die de eerste twee ochtenden werden voorgedragen, de chauvinistische frasen waarmee de sprekers elkaar probeerden te overtroeven.

[…]; dat paste bij zijn kritische karakter dat hem ver bij de anderen vandaan hield.

Hij had graag gezien dat zijn partijgenoten zich fatsoenlijker, Europeser, regeringsbekwamer gedroegen. Maar het lawaai werd slechts langzaam minder.

Zijn woorden waren weloverwogen en streng en ze zouden zelfs droog hebben geklonken als daarachter niet de levendigheid van zijn diepste overtuiging resoneerde, die zijn objectief klinkende zinnen van temperament voorzag.

Zij beschouwden iedere tegenspraak als een vijandige daad. Deze driftige gemoedsgesteldheid leidde ertoe dat ze later, toen ze aan de macht kwamen, […].

Andere onderwerpen kwamen nauwelijks aan de orde. Niemand was geïnteresseerd in de gebeurtenissen buiten de grenzen, […].

Zijn zwarte frak verdween in het duister van de nacht.

Ja, deze dieren waren uiterst beschaafd.

Ik ben niet verdrietig, echt niet, antwoordde ze ontkennend, en ze logenstrafte haar woorden meteen door eraan toe te voegen: De mensen zijn zo slecht! Geschrokken zweeg ze.

[…] en ze lachte schalks, haar glimlach was vol blijdschap en overwinning, en haar lach klonk zacht en wulps, als het kirren van een zomertortel.

[…] maar de stralende vreugde die haar tot die tijd vervuld had, was uit haar hart verdwenen.

Een leider kiezen en hem door dik en dun steunen, om niet voortdurend in dubio te staan en in iedere kring als een vreemdeling te worden beschouwd. Dit afzijdige bestaan was een onzinnige en overbodige houding voor een beginneling in de politiek. […] Wie de rechtmatigheid van tegenargumenten probeert af te wegen, is verdacht, want het beginsel van ‘audiatur et altera pars’, hoor en wederhoor, is geen politieke leus.

Deze vrouwen waren de heldhaftige bloemen der natie, ontoegeeflijk en rotsvast overtuigd van hun gelijk.

En fatsoen. Eindelijk fatsoen, van top tot teen.

Hij stond niet stil bij hun ellende, hij zag deze ene ijzingwekkende geschiedenis als een samenspel van uitzonderlijke factoren, waar tirannie gepaard ging met ongehoorde wreedheid.

Liegen was nog veel erger, als er al een rangorde was in deze verschrikkelijke dingen.

Dit hier – kijkt u maar – dit is net het leven! Van een afstand lijkt het een bos bloemen … maar dichtbij zie je dat het allemaal voddig papier is … en hij begon zacht en bitter te lachen.

[…] en zodra de Turkse dreiging aan het begin van de achttiende eeuw niet langer bestond, werden de vestingmuren vervangen door bloembedden.

Lijsters riepen elkaar. Si-si-si klonk het onrustige gekijf van meesjes die de dunste takjes op eetbare inhoud onderzochten, en het geluid van merels die elkaar riepen terwijl ze duikvluchten in het gras maakten, en vlakbij het gepiep van een rietgors en een klapekster. Verderop was ergens het geklepper van nachtegalen te horen. De stilte werd niet verstoord, maar juist nog ongerepter door deze veelheid aan geluiden.

Die ouwe beul moet uit de Burg verjaagd worden, Schluss!

Jawel, de wet, die hebben we nodig, jazeker! merkte hij opeens op. Je hebt overal wetten, zelfs in de woestijn. Als daar iemand een vrouw schaakt, kan hij zich vrijkopen met twee schapen, maar als hij iets waardevols steelt, bijvoorbeeld een kameel, dan wordt hij zonder pardon opgehangen.

Hij kreeg er geen spijt van. Het was een cynische, boeiende, vreemde man, […].

Wat hij hen zo smakelijk voorloog, werd met smaak verslonden.

Het werd steeds duidelijker dat de hele politiek op een dood spoor was beland waar niemand meer zonder gezichtsverlies vanaf kwam.

Tot dan toe had hij altijd in een gecultiveerde omgeving geleefd. Nu hing hij de wildeman uit, een bijzonder vermakelijk idee. Om nog authentieker te zijn liet hij het scheren maar achterwege.

Voorwaarts! … Zo zegt u dat toch? … Natuurlijk, dat is veel decoratiever, veel schilderachtiger! Maar wij zijn, met permissie, slechts grauwe, bescheiden, moderne mensen!

Mijnheer, ik kan hier niets aan doen, zei hij ten slotte. Tegenwoordig is alles politiek, hetzij vanuit de regering, hetzij vanuit het comitaat. […] Ik zet mijn baan op het spel, want wat ik ook doe, de regering of de oppositie ziet overal politieke daden in … […] Wat werd alles verschrikkelijk ondermijnd door de partijpolitiek!

[…], zijn woorden kwamen tot leven als vurige vonken uit de broodoven van zijn verlangen en vormden zich tot glinsterende, bewonderende zinnen.

De meest gehoorde mening was echter dat er binnen afzienbare tijd een dictatuur zou worden gevestigd.

Maar het respect voor het formele recht was in die tijd zo streng en alom aanwezig, zo allesbepalend, dat er na een ogenblik van twijfel een goedkeurend gebrom uit de zaal opsteeg.

Er gingen twee onbeweeglijke dagen voorbij zonder noemenswaardig voorval. Na die twee dagen werden de gebeurtenissen echter in beroering gebracht door de grootste dramaturg van allemaal, de hand van het lot […].

Maar het ging niet anders, en het kόn ook niet anders gaan, want ieder individu wordt geleid door zijn eigen aanleg, neigingen en tekortkomingen, doen en laten. De eerste onbelangrijk lijkende stap leidt ons met onbarmhartige consequentie zonder onderbreking verder op het pad van onze bestemming, totdat het noodlot op een onverwacht moment toeslaat, als in een Griekse tragedie.

Hier dacht hij even na. Nu moest er nog een treffende, warme zin achteraan, daar hielden meisjes van.

De bedompte salon van tante Lizinka was een slapende vulkaan, een ware Solfatara, van waaruit giftige gassen de omgeving verziekten.

De kwestie raasde als een reusachtige storm door de stad, een storm in een glas water, dat wel, maar een ware orkaan voor degene wier wereld enkel uit een glas water bestond. De kleine Dinόra verdronk erin. Tante Lizinka […] was veranderd in een slijkspuwende moddervulkaan die iedereen besmeurde.

Het leven … dat was niets.

Verklikkers liepen af en aan, leiders zaten in donkere hoekjes te overleggen, niemand wist waarover, maar iedereen werd beheerst door een onrustig en onheilspellend gevoel.

Alle coalitiepartijen spraken van overwinning en triomf, iedereen wist met zekerheid dat de poorten van het Eldorado die dag geopend waren. […] en zo konden de coalitiepartijen in alle kiesdistricten ongestoord beginnen met het verdelen van de mandaten, en omdat de kiezers hier niet over beslisten, werd er achter gesloten deuren onderhandeld tussen de voormalige strijdmakkers.

Nu werd de balans opgemaakt. De nabijheid van een beslissende keuze riep angst op, de angst van het keerpunt, op de drempel van grote gebeurtenissen. Het verleden kwam voorbij, het verleden dat ongetwijfeld zou verzinken aan de poort van de onzekere toekomst die nu openging …

Vraag me niet om te willen leven …

Advertenties