vzwasbl – voluski zimouziani wolkemorsenki azemath samsamen belisame lateruit / asblvzw – azemath samsamen belisame lateruit voluski zimouziani wolkemorsenki

door johan_velter

hun reëel socialisme

Gezien de omstandigheden, er zijn te veel ambtenaren die gesproken hebben, te veel simpelen van geest die de diefstallen beu zijn, te veel burgers die een republikeinse moraal hebben, er zijn ook nog socialisten die gemeld hebben dat dit toch niet past. Uitzonderlijk komt het Politburo van de beide socialistische partijen samen, verenigd, geassocieerd. Als blijk van het bewustzijn van de ernst van de situatie, zijn er vandaag geen boterkoeken, maar wel pistolets met zalm, gedrenkt in champagne, op een bedje van bladerdeeg en gelardeerd met enige korrels kaviaar met een rode toets van kerstomaat. Iedereen krijgt een bonnetje om nadien op de Grote Markt, La Grande Place, een avondmaal te nuttigen, met voorgerecht, nagerecht, drank inbegrepen en voor moeder thuis een doosje pralines. Voor de mannen thuis een dasspeld, met een steen speciaal geslepen door de Cubaanse vrienden die toch niets anders te doen hebben. Er is niets.

C : Genoeg, het is genoeg.
D : Oui, ça suffit.
W : Pour maintenant.
V : Ze lachen met ons. (Geladen stilte) Dat is niet schoon.
S : Dat is niet skoon.
O : Morguen ist werr un dagk. We zullen kijken. Maar wij hebben ook kinderen. Enfants. En emoties. En ze hebben het al zo lastig zonder ons en met ons. We mogen toch iets doen voor hen? Wat zou dat anders kunnen doen?
C : Kameraden, er moet iets gebeuren.
Koor : Ja, Oui. Pourquoi?
O : Maar wat is de probleem? Ik bekrijp niet. Er zijn tok nok dachlozen? We hebben ze tok niet opkeketen?
C : Ik stel voor
T : Hela niet te rap hé, weet jij dat wij niet anders doen? Hoe zouden wij anders kunnen werken?
C : Euh, wa? Allé?
T : En natuurlijk, wij doen dat ook, gelijk onze broederkens en zusterkens, of anders zit de oppositie in al onze papieren te kijken. En het volk! Het zijn andere tijden hé. Luister, we gaan zo vooruit en natuurlijk de prijs is voor ons marktconform.
O : Et voilà, et voilà, c’est un grand homme qui a compris.
D : Mais oui, mais pourquoi zo openlijk ?
T : Niets open, on a demandé les oppositions de nous retravailler et compromisser et voilà comme ça. Luister. We moeten onze macht niet laten breken hé. Ik geef een voorbeeld. Een exemple. Een OCMW-voorzitter verkoopt alle gronden, alle huizen en al het bezit, een beetje stad is rijk, dat is van eeuwen ver, erfenissen die niet verdeeld geraken, zaken die we toegejuicht hebben, schenkingen voor de arme mensen, een schilderijtje hier en een beeldeke daar. Enfin, de stad was rijk. Maar niemand weet dat en als iemand het weet roepen we uit: de grijze generatie! De veroudering! Iedereen comprit dat.
O : Sûrement, moi aussi.
T : Met dat geld zetten we serviceflats, maar volgens de normen van de sociale woningen hé, gelijk dat de echte stamboekers het weten, onze normen dus, dit betekent alles iets minder en iets meer voor ons. Niet voor ons hé! De Partij! Wij zijn de Partei hé.
O : C’est un grand homme qui peut parler comme ça.
T : En heel dat gedoe steken wij in een vzw waar iedereen verenigd is, maar wij natuurlijk meer, wij zijn dat gewend, wij verenigen ons in alles. Dus, komt dat allemaal ten goede aan de partij. Dus aan ons. En wij verdelen een beetje, iets voor de caloten, iets voor de zwarten en iets voor de blauwen. En wij trekken aan de touwtjes. Wij zijn het brein! Iedereen zegt dus van de stad, maar ’t is niet waar, ’t is van ons. Dat is een vzw, en soms een nv, of iets anders. Als het maar rijdt voor ons, is het rijdt.
O : Mais oui, nous ne sommes pas Johnny Holiday hein ? Hein ?
D : Et kroen? Vert?
T : Die zijn te dom, dat kunnen we hen niet aandoen. Ten andere, die zijn ook wij hé. Ze zitten op onze boot.
C : Dus allez, ik heb gezegd dat de vzw’s allemaal moeten afgeschaft worden en jullie zeggen nu…
T : Voor sommigen komt de leeftijd toch laat hé?
C : Maar wat kunnen we dan doen?
T : Een traantje plengen en voortdoen, tiens.
D : Mais, moi, je pense
O : Trop tard, trop tard.
D : Nous devons, we moeten
O : Mieten ? Voor het mieten ies het parade passé.
C : Maar we moeten toch iets doen voor de mensen ?
T : Maar de mensen dat zijn ook wij! Wij hebben het ook lastig hé. Ik stel voor dat we een minuut stilte houden voor onze kameraden die op het veld van eer gesneuveld zijn en die we niet zullen vergeten en zullen eren tot in lengte van dagen. Ook als het vroeg donker is hé. Graptje, gasten, graptje. Altijd zo serieus gulder. Allé, nu zwijgen en we denken aan I en zijn papegaai.
O : Zwijken? Eén minuut? C’est langhk!

Na 21,5 seconden:

M : Alors, j’ai décidé…
D : Mais, c’est moi
M : Que pensez-vous d’un autre nom ?
C : Schitterend ! Subliem ! Ik had er ook aan gedacht maar nog niet gezegd !
T : Ik ken een klein bureautje, een startup zogezegd, in een verlaten gebouw van ons, enfin van de stad, ik ken een paar gasten, enfin meisjes van dat groeptje en we zouden
O : Ah non. Non. Non. C’est parbleu pour les flamands ? Non, c’est pour nous tous ! Alors, bruxellois !
M : Camerades, kameradski ! Serieus zijn hé. Ik stel voor dat we geen verdoezeling meer gebruiken, dat we zeggen waar het op staat, de mensen willen transparantie, klaarheid, helderheid, duidelijkheid en we moeten een halt toeroepen aan het populisme.
W : Maar populisme is het volk hé.
C : Ja, populo, populare, pombloere, poepeloere, ah nee, dat laatste is geen goede verbuiging, zeker?
M : Ook de waarheid, we moeten denken aan onze toekomst en van het volk. Daarom we gebruiken de naam zoals we zijn en ik stel voor dat we een internationale solidariteitsactie in het leven roepen onder de naam wie we zijn: vzwasbl.
W : Wablief? Ik ga me toch weer niet snijden bij het scheren van wat ik allemaal op de radio hoor?
O : Ah non. Non. Non. C’est : Asblvzw.
M : Er is wel nog een probleem. Un petit problème. Wat moet dit allemaal betekenen? Waarvoor staan wij nu eigenlijk? We moeten toch iets van een program hebben voor later, op de congressen en de gazetten. We moeten creatief zijn
T : Enfin, dat bureautje zou
M : en voor elke letter iets serieus vinden om alzo de mensen te zeggen dat we ze serieus nemen en dat we ons leven zullen beteren voor hen. En ook voor ons. Maar anders.
T : Ja, weet je wat, ik heb een sms naar dat bureautje gestuurd en ze hebben een sit-in in de etalage van de pop-up geïnstalleerd en voilà hier is het voorstel.
O : Déjà?
T : Naturellement, nous sommes des flamands! Nous sommes tous des flamands nationaux! Stille werkers als het stil moet zijn en luide voor het volk, dat ze ons horen hé. Leute en pleute.
M : Et ça signifie ? Je popel.
T : Een momentje, ik ga eerst mijn zakdoek nemen, ik ben bewogen en nu kan ik mijn toestel lezen, ik heb die gasten ook al direct een antwoord gestuurd. Zeg, voor die factuur die ik zal sturen, is dat nog steeds Kosterlaan? Avenue quoi? Op die factuur zal mijn rekening staan, enfin van mijn NV, maar ik zal dat dan wel doorstorten hé. Dat komt allemaal in orde. En nu luister. Ah nee, wacht. Er is ook nog een basislijn, ik zal daarvoor een aparte factuur sturen, dat is een extra hé, dat begrijp je, ik zal het voor een prijzeke doen, gelijk dat wij zeggen, onder kameraden hé. Hier zie, spat jullie oren open:
Voluski zimouziani wolkemorsenki azemath samsamen belisame lateruit. Wacht met klappen, geen applaus. En de baslijn is: C’est nous – ’t Is wij / Pour nous quand-même / Door ons – Voor uwij
Koor : Nous sommes plat achterovergevallen.
O : C’est très intéressant, c’est peut-être un peu trop chic mais c’est quand-même aussi un peu bobo, c’est pour mon chéri, tu comprends ? (Knipoogt naar W.)
D : Oui, c’est pour tous.
T : Dat gaat Dewever mogen uitleggen, hé, hij zal meer dan 1 woordenboek nodig hebben.
O : Zijn Citatenboek van Verschueren, ’t zal er deze keer niet instaan.
M : Maar misschien was dat woord, ik weet niet, of saucisse of misschien toch socialement of socsocsoc comme toktoktok gewenst, ik stel maar voor hé.
T : Allé gasten, niet flauw doen hé, wie van jullie weet wat dat socialisme betekent? We noemden ons vroeger alzo, maar wie geloofde dat?
Koor lacht smakelijk, knikt bevestigend en van de grap slaan ze op elkaars schouders. O. legt haar hand op W.’s knieën, vrolijk knijpend.
M : Oui, c’est démodé, c’est comme Frank a dit, c’est passé, nous sommes l’avenir.
O : On dit (hikkend van het lachen) : socialisme! En Flamand! Socialisme! En Français! Socialisme ! On rigole hein! Pour la vitrine, oui ! Nous sommes dès maintenant comme nous sommes: Azemath samsamen belisame lateruit voluski zimouziani wolkemorsenki.

En luid scanderend (Voluski zimouziani wolkemorsenki azemath samsamen belisame lateruit / Azemath samsamen belisame lateruit voluski zimouziani wolkemorsenki) trekken ze naar de Grote Markt alwaar hen een smakelijke, eenvoudige, voedzame maaltijd wacht.

O: Tiens, mon I, vous aussi ici, ah, avec ton beau porte-monnaie, je vois. La jolie ! Venez ! Avec nous. Alles is veranderd dès maintenant ! Et nos problèmes foutchi ! Comme samsamsalebim.
I : Bim, bam, beieren, nous sommes des eieren !

En iedereen, draaiend met de handen in de lucht: Bim bam beieren, vivement nous-mêmes!

Advertenties