j.b.w.p.

door johan_velter

j b w p het leven van johan-polak-koen hilberding

Met verbijstering lees je deze zin: ‘De biografie J.B.W.P. : het leven van Johan Polak (Van Oorschot, 2017), geschreven door Koen Hilberdink is een prul’.

De uitgever Johan Polak heeft een mythische naam bij een deel van de letterkundige republiek in Nederland en Vlaanderen: eindelijk iemand die het vuige geld voor cultuur, hoge cultuur, reserveerde en ons die prachtige boeken gaf en een paar prachtige winkels opende en in stand hield. Dit is waar maar evenzeer eenzijdig. Wie dit zegt, begrijpt zichzelf niet: als iemand als Polak zoveel eigen geld in die klassiekers moest steken, betekent dit dat die literaire republiek te weinig van die boeken kocht om de reeks zelfstandig te houden, zelfbedruipend te maken. Als een cultuur van eenlingen moet afhangen, is er geen sprake van civilisatie.

Koen Hilberdink beschrijft het leven, daarom is dit een biografie, van Johan Polak: zijn rijke afkomst, zijn oorlogsjaren die ingrijpend waren om een levenslange herinnering te bewaren, niet alleen aan de nazibeesten maar het gevaar van de ‘normale’ medeburger te vrezen – elke lafaard is een collaborateur, het antisemitisme heeft zich vermomd in een antizionisme, het bestaan van ‘de Jood’ is nog steeds een doorn in het oog van de ander, zoals de geschiedenis bewezen heeft en nog niet geëindigd is. Polak erkent zijn homoseksualiteit, door en met zijn geld zal hij een aantal organisaties steunen die voor de normalisering van de seksualiteit zullen ijveren. Hij is iemand die de emancipatie gefinancierd heeft – maar niet te ver, niet te veel. Er wordt beschreven hoe hij zich wil inwringen in de literaire scene, hij mist de vernieuwing, die heeft hij een leven lang versmaad, zijn literaire smaak, kennis en inzicht kunnen betwijfeld worden, hij ontmoet Geert van Oorschot en pikt van hem enige ideeën. Hij wordt verliefd op Rob van Gennep (de liefde is niet wederkerig) en ze beginnen samen een uitgeverij. Ondertussen koopt hij seks en vriendjes. Langzaam groeit het fonds van wat geworden is Athenaeum – Polak & Van Gennep, Polak geeft nog meer geld uit en hij sterft vroeg maar verwacht, de familieziekte is het hart.

Koen Hilberdink beschrijft vooral de seksuele kant van de uitgever, de namen die hij noemt, wilde ik niet weten. Toch is hij nog beschroomd: de verhalen die de ronde doen, zijn scabreuzer dan wat de biograaf neerschrijft. Hij schetst een beeld van de homoscene maar op een eenzijdige manier, vanuit het standpunt van Polak zelf. Een goede biografie neemt het tijdskader mee en schetst een beeld van de levensruimte. Toch is dit deel van het boek ook schrijnend: een rijke man die seks moet kopen, die geen affectie geeft of krijgt, die verliefd wordt op de verkeerde personen en die het grootste deel van zijn  fortuin verbrast heeft aan onnozele vriendjes – de grote cultuurminnaar Polak had nog veel meer voor de cultuur kunnen doen als hij zijn geld verstandig beheerd had. En dat geldt ook voor de uitgeverij: tijdens zijn leven heeft hij al de uitgeverij moeten overlaten, die was te verlieslatend, wat men aantrof overtrof dan nog de vrees, hij heeft geen stichting nagelaten, ook de erfenis is verbrast.

De conclusie van Koen Hilberdink is dat de boekhandel en de uitgeverij ‘Johan onsterfelijk’ maken. Dit gaat in tegen wat voordien geschreven is en is bezijden de waarheid – onsterfelijkheid vergaat. Bovendien spoort dit niet met het cultuurpessimisme van Polak: alles vergaat.

De literaire smaak van Polak, daarover kan gediscussieerd worden. Zijn grote held was Leopold, daarnaast stonden Boutens en Bloem. Bloem? Die magere dichter van slechts enkele regels, Bloem die geen enkel ‘af’ gedicht geschreven heeft? Hem op dezelfde lijn plaatsen als Leopold? Bloem hoger schatten dan Adriaan Roland Holst? Wat is dit voor literaire smaak? Dat hij geen kwaliteit zag in de hedendaagse literatuur (hij heeft een enkele auteur als een genie naar voren geschoven, het genie heeft zich niet bewaarheid), zegt veel over de angst van Polak die slechts in de zekerheid van de canon een geborgenheid vond. Wat ook gemakzucht is.

De beste hoofdstukken in het boek zijn die over zijn Van Gennep-periode en de relatie met Van Oorschot – alhoewel Hilberdink niet kan schrijven dat Polak de ideeën van Van Oorschot schaamteloos overgenomen heeft – maar dat is zo omdat deze lezer ook de biografieën van de andere uitgevers gelezen heeft en daardoor enige context kan zien.

Deze biografie lijdt onder een gebrek aan inzicht en intelligentie, ook een sociologische visie ontbreekt. Wat Hilberdink een grote verdienste noemt, de uitgeverij, wordt slechts zeer gedeeltelijk ontgonnen – de boekhandel komt er beter vanaf, naar waarschijnlijkheid omdat hij veel van die mensen kende. Maar hoe is die reeks klassieken ontstaan? Wie bracht de titels en de auteurs aan? Gaf Polak vertaalopdrachten of kwam men met voorstellen? Hoe is die reeks Latijnse en Griekse auteurs ontstaan? De opdeling in reeksen (pseudopockets als ‘Kleine belletrie serie’ wordt nauwelijks vernoemd of in een kader geplaatst) heeft een doel gehad, maar welke, hoe is dat fonds onderverdeeld? Die intellectuele biografie interesseert de biograaf niet (of toch veel minder), het moet een chronique scandaleuse zijn, en dan nog één waar de auteur de indruk geeft meer te weten dan hij schrijft. Ook de handel wordt niet of nauwelijks ontgonnen: het zou interessant zijn om het culturele klimaat te begrijpen waarin Polak ageerde om te weten hoeveel boeken er effectief verkocht werden, hoeveel ze kostten, wat baten en winsten waren. De harde feiten dus, het cijferwerk. De boeken waren doorgaans slecht geredigeerd – wat was de wetenschappelijke verdienste van die boeken? Heeft Polak geld uit de uitgeverij genomen (hoe zat die wisselwerking huizen kopen-uitgeverij in elkaar) of er enkel geld ingestoken? Hoe hard was het verlies dat Polak geleden heeft als hij op het einde van zijn leven zelfs manuscripten van schrijvers moest verkopen – wat ondanks de hoge prijzen (soms) niet een leven of een handel kan bekostigen? Wat zijn dat allemaal voor zaken die niet geduid worden? Een leven wordt beoordeeld aan de hand van feiten, niet alleen via de reputatie die het personage al dan niet zelf gecreëerd heeft.

De bibliotheek van Polak had een mythische naam, vooral ook hier als chronique scandaleuse, boeken mochten niet aangeraakt worden, moesten strak in het gelid staan, verschillende exemplaren van eenzelfde titel waren aanwezig, de fetisjistische bibliofilie dus, niet de inhoudelijke, de boekwetenschappelijke kant. Na de dood van Polak werd zijn bibliotheek van oude drukken door Buynsters getaxeerd, Piet Buynsters die we kennen van zijn oeverloos, grondloos en inhoudsloos getater – wie is verantwoordelijk om zo’n expert aan te duiden?, en hij vond die bibliotheek grotendeels ‘teleurstellend’ – wat van Buynsters een late wraak was voor de minachting die Polak hem toedroeg: zijn  schrijven typeerde hij als ‘eindeloos gerekt’, ‘vervelend’. Ik sluit me aan. Aan dat soort beweringen hebben we weinig, waarom werden de veilingresultaten niet geanalyseerd, waarom werd het verstrooien van die bibliotheek niet in de biografie opgenomen?

Polak wordt als bibliofiel getypeerd maar in deze biografie komt dit nauwelijks naar voor: wat is voor hem bibliofilie en wat deed hij ermee? Het ‘hebben’ is namelijk geen bibliofilie maar verzamelzucht. Zijn samenwerking in de bibliofiele uitgeverij Astèr (waarover we het al eerder gehad hebben) wordt weliswaar vermeld maar slechts op een oppervlakkige manier. De rol van Ben Hosman in het leven van Polak wordt niet uit de doeken gedaan. Zoals wel meer biografieën is ook deze blind voor het werk van de anderen, terwijl de essentie van een uitgever juist de werkende contacten zijn.

Opvallend voor wie zo veel aandacht besteedt aan het relationele, is de mindere aandacht die besteed wordt aan de broer van Johan Polak, toch ook een erfgenaam met het vele geld; ook een stabiliserende factor geweest. Hilberdink schrijft dat deze op de begrafenis van Johan Polak kritisch was, maar welke kritiek hij gaf op zijn broer, mogen we blijkbaar niet weten. De relatie met Christine D’haen wordt als warm omschreven, maar inhoudelijk, wat was dat?

Johan Polak heeft een aantal boeken geschreven, een intellectuele analyse van dit gedachtengoed wordt niet gegeven, ja, er is de decadentie, er is het cultuurpessimisme maar wat was pose, wat echt, wat intellectueel al dan niet onderbouwd? – laat maar zijn, het moet lekker lekker lopen.

Deze biografie heeft geen nieuwe elementen opgeleverd, heeft de visie op Polak niet gewijzigd. Althans ik heb geen enkel nieuw element (in de betekenis van belangwekkend) gevonden: een samenraapsel van wat we al wisten en wat anderen al geschreven hebben. Het beeld dat Hilberdink nalaat is dat van een parvenu die zich overal met het geld van anderen heeft ingekocht (Polak heeft zelf geen geld ‘gemaakt’), een liederlijk leven geleefd heeft en  geld over de balken gegooid heeft (paarden van en voor anderen!). Is dit het leven van J.B.W.P. Polak geweest?

Advertenties