verloren gelopen

door johan_velter

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De laatste thematentoonstelling in het Rockoxhuis in Antwerpen, wat een schande en wat een schaamte. Het nationalisme misbruikt cultuur en toch is er in Antwerpen nauwelijks nog een plek waar men kunst kan zien, het KMSKA is nog een tijd gesloten, het Museum Mayer Van den Bergh is voor de helft niet toegankelijk en nu zal ook het Rockoxhuis sluiten – ‘wegens noodzakelijke verbouwingen’. De titel van de tentoonstelling is misleidend grof: ‘The sky is the limit’ is tegelijkertijd een laatkapitalistische slogan en een leuze uit de tegencultuur, maar heeft niets te maken met de landschapsschilderkunst van de Nederlanden in de 16de en 17de eeuw.

Landschappen zijn saai geworden, we willen expressie, moord, geweld en vuiligheid. De levensreis is geen weg meer, is nu geworden een vliegvakantie die moet bestaan uit hoogtepunten die beleefd worden, de natuur is gedomesticeerd, ze gaan op reis en driemaal per jaar roepen ze oh en ah en willen niet weten dat hun ah en oh bijdraagt tot de vernietiging van wat ze op dat moment zien.

De landschappen die in Antwerpen getoond worden stralen rust en bezinning uit, er is veel schoonheid en wijsheid te bespeuren, ook veel dankbaarheid (de richting is in het laatkapitalisme anders geworden; in de 16de en 17de eeuw werd er ontvangen, nu wordt er getorpedeerd). De figuren die geschilderd worden, het verhaal dat verteld wordt, alles verdrinkt in de natuur, wordt tot een anekdote gereduceerd. De mens is een eendagsvlieg.

Slechts twee ineenlopende zaaltjes, dat is de tentoonstellingsruimte – maar wat een rijkdom! Weer wordt bewezen dat de mammoetexposities dikwijls minder zeggen dan een kleine, intieme, met kennis en warmte gemaakte tentoonstelling. Er is zelfs (zoals steeds) een catalogus gemaakt – ook dat wordt zeldzaam, liever maakt men salonboeken die niet gelezen kunnen worden. Opvallend in de teksten is dat men nauwelijks iconografische kennis meegeeft, wel gaat het om historische gegevens: wie, wat, waar, wanneer, voor wie. Ook de beschrijvingen die men opneemt, zijn niet altijd accuraat en dienen een vooropgezet doel. Nemen we als voorbeeld een tekst van Hildegard Van de Velde (Een schilderye op panneel oliverwe in ebbenhouten lyste wesende een Lantschap: het Vlaamse kandschap in de collecties van 16e – en 17e-eeuwse kunstverzamelaars. Ze beschrijft o.a. het werk ‘De kunstkamer van Cornelis van der Geest’ (1628) van Willem van Haecht II, niet op de tentoonstelling te zien. In die kamer zijn een aantal landschapsschilderijen te zien. Ze beschrijft Van der Geest, Rubens, Albrecht, Isabella, Van Dyck, Snayers, Wildens, enz. Maar wat ze niet beschrijft is wat Matthijs Ilsink in Bosch en Bruegel als Bosch (Orange House, 2009) als 1 van de hoofdthema’s van het werk beschouwt, dat het bovendien (waarschijnlijk) getoond wordt door de tante van Van der Geest en de vrouw des huizes zelf, maakt het belang nog groter: zij toont een ‘Stilleven met apen’ en is daarmee een commentaar op de schilderkunst en het schilderij, binnen het werk is er m.a.w. een metacommentaar aanwezig.

Verheugend is dat Manfred Sellink in zijn overzicht van de landschapskunst het grote belang van de miniaturen aanduidt, helaas is dit niet in de tentoonstelling zichtbaar gemaakt – maar alla, als het besef er al is, zal men misschien ooit wel eens die verbanden de visu aantonen. Zijn artikel is tevens een betoog om verdere studies te verrichten, er is nog veel niet geweten of onderzocht.

Een thematentoonstelling is ook interessant omdat sommige werken uit de magazijnen gehaald worden, ze zijn niet op zaal omdat de naam niet gekend is of omdat het onderwerp te veel bezijden het centrum staat, of omdat het geen Rubens, Dürer of Bruegel is. Maar dikwijls zijn die werken op zich minstens even interessant (zonder de bravoure van de meesters geschilderd). Er zijn vier werken van Joos De Momper II te zien, waarvan 2 onlangs gerestaureerd zijn (men zou over deze werken dan een verslag willen lezen, maar helaas De Momper wordt nauwelijks in de teksten aangehaald) waardoor men duidelijk de werkwijze van de schilder kan zien. Hij legt met verf lijnen op het doek, en op die lijnen brengt hij verfstippen aan waardoor alles opblinkt en helder leeft, dit heeft zowel een impressionistisch als een lineair effect, schilderen en tekenen ineen, een landschap structureel analyseren en atmosferisch weergeven. De Momper is ook inhoudelijk een interessant omdat hij een overgangsfiguur is: hij schildert nog steeds wereldlandschappen (het abstracte begrip natuur) maar hij weeft daartussenin ook al een naturalistische manier van kijken en weergeven.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Frans Francken II is met zijn ‘Kunstkamer’ op het eerste gezicht raar aanwezig. Wie kijkt, ziet echter een aantal landschappen. Rechts lijkt een doorkijk naar een reëel landschap te zijn maar is ook een schilderij. Het toont mannen die met een ezelskop de symbolen van kunst en wetenschap kapotslaan. De toekomst is in het verleden te zien.

Beeld bovenaan: Herri met de Bles, De prediking van Johannes de Doper, circa 1535 (op foto 5 is onduidelijk een uil en een aapje te zien)
Beeld onderaan: Frans Francken II, Kunstkamer, 1618-1619

Advertenties