pierre alechinsky en de woorden (3)

door johan_velter

pierre alechinsky_le test du titre_ets 3

De derde prent is een interessante. Alechinsky tekent 4 sokkels, daarmee de beeldhouwkunst in de ‘schilder’kunst trekkende, 4 waardoor er geen kruisiging is, er is beweging, die beelden op de sokkels zijn niet dood, er zijn vogels in de lucht, we kunnen ook een vliegende vis herkennen en onderaan het beeld is er opspattend water. Dit is slechts een beschrijving.

Philip Audoin is kort en krachtig ondermijnend: « Aux Innocents ». André Balthazar ‘folkloristisch’: ‘Les quatre fils Aymon’ (De vier heemskinderen). Roger Blin, de regisseur, ziet een christelijk gebeuren : « Monsieur de Golgothouille et ses acolytres [sic] ». Cortazar is nu de beste: « Le concile des stylites » – de concilies hebben altijd een inspirerende werking gehad op de surrealisten. In de katholieke sfeer blijft Asger Jorn: « La Galerie Artaud St-Antonin ».

Hugo Claus constateert « Les gorets à l’étal » (Biggen in de slagerij) – daarmee verwijzend naar de grote schilderijen met uitstallingen van vlees, vis en groenten, Joachim Beuckelaer. Ook dit een teken van wreedheid, maar het dierlijke verwijst misschien tevens naar de mensen – toch blijft het moeilijk om in deze Alechinsky-figuren kleine zwijnen te ontmaskeren.

pierre alechinsky_le test du titre_ets 4

In de volgende prent herhaalt Pierre Alechinsky zijn grondpatroon, nu drie kleine heuvels waarop hij enkelvoudige (maar dubbelzinnige) figuren plaatst, rechtsboven een Icarus, er piept linksonder een mannetje dat de drie hovaardigen in het oog houdt.

André Balthazar ziet dat als het hoofdthema:  « La montée vers l’Acropole ». Italo Calvino lijkt de hedendaagse wereld wel zeer goed te kennen: « Dans l’histoire c’est parfois seul l’imbécile qui se sauve ». E.L.T. Mesens: « Pantagruel, fils de Charles-Quint ». De broers Piqueray, op zijn Brussels: « Trek a plan » (waarbij ‘a’ begrepen moet worden als ‘je’). Ook hier ziet Claus het weer donker: « Les malheurs de la terreur » – inderdaad, wat moet men doen met de resultaten van de domheid en de terreur?

pierre alechinsky_le test du titre_ets 5

Een wirwar van hoofden, vormen, voorwerpen, daarbovenop strepen met lichtpunten (of zoiets). Er is geen eenheid, een uitbarsting, een bom, een vulkaan? Weer is er beweging, weer uiteenspatting.

Karel Appel: « Les yeux volants »
Pol Bury : « Dix grosses taches et plusieurs petites dans un cadre »
Robert Lebel : « Les sans patrie »
François Nourissier : « Prenez-la dans vos bras et qu’on n’en parle plus »
Ernest Pirotte : « Querelle de linguistes au sein d’une alcôve »

Hugo Claus : « Le souffle d’Hurbain Grandier », Urbain Grandier was een priester in de 17de eeuw, werd op beschuldiging van ketterij op de brandstapel gedood – Claus kent zijn geschiedenis. We mogen veronderstellen dat wat Claus beschrijft, de laatste adem van Grandier is. Claus kent ook zijn ketters, Grandier was een vrijdenker, ook op relationeel gebied. De hekserij lijkt slechts een voorwendsel geweest te zijn om een vrije mens te doden. Een combinatie daarbij van pest, tovenarij, satanisme, geld, hysterische nonnen, vooroordelen, domheid. Aldous Huxley heeft deze historie beschreven in zijn roman The devils of Loudon, 1953.

pierre alechinsky_le test du titre_ets 6

De laatste prent is een combinatie van 3, 4 en 5. Onderaan is een sokkelblok te zien dan figuren en uitgelopen inktstrepen. Men roemt de (nu) zo herkenbare Alechinsky-lijn en -stijl, in deze etsen van 1967 zien we dat die toch niet zo gemakkelijk veroverd zijn: de lijnen zijn bij hem altijd belangrijker geweest dan de kleuren (hoe superieur die soms ook waren), hij is een tekenaar, minder een schilder. Maar in die vroege prenten komt hij niet tot een eenheid, noch in onderwerp, noch in stijl, noch in ‘hand’ (d.w.z. persoonlijkheid). Er zijn duidelijk – (nu) – elementen, die later zullen openbloeien maar hij is nog geen meester van het oppervlak.

Italo Calvino: « Quand toutes les formes s’écroulent, ce qui est important c’est y être »
Pierre Faucheux : « Le masque de fer au jardin des statues. Il y a encore du sang partout »
Carlos Fuentes : « Ils nous ont tué les monstres, nous sommes nus sans le maque adoré »
René Magritte : « Projet de confiture »
Robert Muller : « Tu m’emmerdes, Brigitte »

Hugo Claus : « Les noceurs et leur surprise ». De verrassing kan een verwijzing zijn naar de figuur die uit het doosje te voorschijn komt. De rest zijn ‘boemelaars’, fuifnummers. Een dronkemansprent. Wie wil kan uit de zes titels van Claus een of twee gedichten distilleren (dan 1-3 – de invalide is de godin in de morgen, ze wordt bedreigd, de vleespotten zijn haar resultaat  –  en 4-6 – de terreur, de ketter, de triomf van de tirannen kan misschien wel keren), maar elke titel is op zichzelf een gedicht, zoals een beschrijving dat steeds is.

Advertenties