dat wat niet verdwenen is

door johan_velter

francis-ponge-feuillet-manuscrit-de-la-rage-de-l-expression_imec

Het nationalisme is een bekrompenheid, het provincialisme al evenzeer, het citisme een afgeleide van de haat en de wrok. Drie maal hetzelfde mechanisme, drie maal de dolheid die zegeviert. De dolheid staat er geschreven, die de domheid is.

Hebt u er ook al opgelet hoe culturele instellingen zichzelf verkleinen tot een buurthuis, de buurthuizen die in de jaren zeventig dé oplossing gingen zijn (zoals nu de burgerbewegingen dat zijn) om mensen sterk, weerbaar en bewust te maken. Die algauw door de politiek overgenomen werden en dienden tot stemvoerbakken en dan opgeheven werden. De culturele instellingen zijn wanhopig op zoek naar publiek, nadat ze hun evidente publiek de deur uitgegooid hebben, en organiseren nu feestjes, ontmoetingsdagen voor de buurt.

De evenementen zijn altijd zeer geslaagd.

In Frankrijk staat in Normandië, l’Abbaye d’Ardenne, een instelling waar de archieven van moderne schrijvers en kunstenaars bewaard worden, het IMEC. Men moet naar het buitenland gaan om enig serieus te ervaren, om te weten dat het anders kan, en anders moet. Er zullen meer dan borstels nodig zijn om de cultuur hier van haar parasieten te bevrijden. Opvallend is dat in de ‘missie’ (om de woordenschat van de hedendaagse anticulturelen te gebruiken), wij moeten spreken van ‘taak’, ‘opdracht’, er gesproken wordt over ‘l’histoire de la pensée et de la création contemporaines’. Alles wat in de cultuur gebeurt is met de geest, het denken, verbonden. Hier, op deze woeste gronden dat zich een land noemt, wordt alles verbonden met wansmaak, intellectuele luiheid, achterbaksheid en eigengewin.

De directeur van deze instelling is Nathalie Léger, onlangs hebben we van haar het boek Les vies silencieuses de Samuel Beckett vermeld. Ook dat is in deze ongure streek onmogelijk: dat een intellectueel, fijnzinnig, begaafd en met verantwoordingsgevoel begiftigd (‘begiftigd’ noemen we nu al het normale!) aan het hoofd van een instelling komt te staan. Hier het ondermaatse, het vetbuikige.

Jean-Christophe Bailly heeft voor het IMEC een tentoonstelling opgebouwd, er is een catalogus uitgegeven, beide met de titel L’ineffacé : brouillons, fragments, éclats (IMEC, 2016). Het handschrift is de basis  van het denken, het boek, de materialiteit. Het manuscript illustreert het woord denkbeeld: het denken toont zich in een vorm. Bailly is in de archieven op zoek gegaan naar daar waar het begint: een oeuvre, een werk in het ontstaan, de bron. Een manuscript bezit een geheim dat in het uiteindelijke werk ‘verdwijnt’, verborgen wordt of zich verschuilt. Het heeft daarmee een verwantschap met het ‘unfinished’, ‘l’inachevé’, het ‘non-finito’ in de beeldende kunst. Er is ook een menselijke benadering mogelijk: het kleinste teken is een levensteken en dus van belang. Er wordt geen manuscript van Beckett getoond en toch is hij op elke bladzijde aanwezig. Is het handschrift de mens, als het product van het schrijven de mens toont?

Op deze bladzijden zijn we getuige van het zoekende denken (enkel de domheid is zeker van zichzelf), we zien een motor in gang schieten, we voelen het hart dat begint te kloppen. Er is de belofte van het nieuwe. Hier zien we een resultaat van een beleid dat hedendaags is en toch niet hoeft te vernietigen: hedendaags betekent voor het IMEC de kennis openen, interpreteren, zien, begrijpen.

Soms is er de chaos van de inval, de snelheid de gedachte op de staart te willen trappen. De verwarring is echter ook schoonheid. Wat nu nog onrust is, zal straks in het boek de rust vinden.

Beeld IMEC: Francis Ponge, recherche d’un titre pour La rage de l’expression, 1952

Advertenties