clipclap / klapklap: paul claes

door johan_velter

paul claes_bloomiad_de bucheliuspers

Al sinds 1983 bestaat De Bucheliuspers van Arjaan van Nimwegen, Utrecht. Een divers fonds, eigen uitgaven maar ook gedichten van Leo Vroman, P.C. Hooft, François Villon, een pamflet van Erich Wichmann. Nu is daar bij gekomen The Bloomiad van James Joyce, met als editor Paul Claes. Een oplage van 50 (niet-genummerde) exemplaren. De beginwoorden van het voorwoord, de gedichten, colofon zijn in blauwe kapitalen gedrukt, het ‘lompenpapier’ voelt nog vochtig aan, de tekst klassiek gezet, het boek verticaal langwerpig, de schutbladen een rijkelijke versiering, blauw, net zoals de papieren omslag, de papierbladen onderaan gekarteld. Het boek als fysieke ervaring is een genot.

In 1992 verscheen Het laatste boek, verhalen van Paul Claes. De genre-aanduiding ‘verhalen’ is misleidend, het gaat niet om losse zaken, het boek is een geheel. Beter ware het te spreken van facetten en het kernthema is Joods: het boek als wereld, de fenomenen letters, lezen leven. Onder de titel ‘De driehoek’ verscheen daar De Bloomiade : een heroïsch-komisch epyllion in achttien strofen, bezorgd en toegelicht door William Horn, Litt. D. Professor in Comparative Studies aan de Cornell University ; met een voorwoord door B. Hernández ; en een nawoord door W. Hughes ; vertaald door Paul Claes.
Een epyllion is volgens het Lexicon van literaire termen een ‘klein epos, in hexameters geschreven, meestal over een mythologisch onderwerp’.

De Bloomiade is natuurlijk een dubbel eerbetoon: aan James Joyce, de gedichten vatten telkens een hoofdstuk uit de Ulysses samen, en aan Vladimir Nabokov wiens Pale Fire op de achtergrond aanwezig is. (En daarboven zweven de Argentijnse engel, de Russische goudvogel.)

In 1996 verscheen De Bloomiade als een tweede druk. Ook hier een uitgebreide verantwoording, duidelijke commentaren, een reconstructie van de gevonden tekst (en de noodzakelijke verdwijning), een nawoord, een merkwaardig zwijgen van de vertaler Paul Claes, een infiltratie van persoonlijke gegevens, de driehoek, wat niet alleen een obsessie is van de tekstbezorger maar ook werkelijkheid wordt in het echte leven (het boek is de wereld, nadien volgt het leven). Uiteraard is dit alles een mystificatie van Paul Claes zelf, die daarmee ook zichzelf ironiseert: de tekstduiding is een wankele zaak. Maar wat een plezier mee te gaan in deze ernstige klucht en vooral ook wat een intellectueel genot geven de gedichten die zogezegd van James Joyce zijn maar dichterlijke samenvattingen van een vertaler vormen.

Er zijn ook tussenversies, Rejoyce, een Franse vertaling waar de hele context weggelaten is. (De Duitse heb ik niet bij de hand.)

In beide handelsedities was de oorspronkelijke titel vermeld: The Bloomiad, en deze bundel is nu verschenen bij de Bucheliuspers, uiteraard in een vertaling van Paul Claes. De teksteditie is hier danig gecomprimeerd en verrassend : er is een voorwoord van de ‘editor’ zelf, de gewaardeerde en minzame eminente Paul Claes. In korte bewoordingen zet hij de herkomst van de tekst uit, de laatste zinnen vangen onze aandacht die nooit mag verslappen en het somtijds toch doet – kindergeschrei op de achtergrond: ‘While deciphering the text, I observed that some passages have been misread. I am very proud to submit the first correct edition of Joyce’s self-pastiche to the public.’

In het eerste gedicht, ‘Telemachus’, stond in de Nederlandse vertaling: ‘Satan houdt mij zijn spiegel voor’, in het Engels wordt dit ‘Buck holds the mirror of my fear’: Satan wordt Buck maar verschuilt zich in ‘fear’. Eenzelfde verandering in de geografische plaats: ‘eiland’ wordt ‘Ireland’. Belangrijker is de verwisseling van ‘de vaderloochenaar’ in ‘his brother’s burier’.

Het tweede gedicht is ‘Nestor’ waar in het Nederlands ‘er kraait geen haan’ staat en in het Engels ‘the cock will crow’. In het Nederlands is sprake van een ‘roman’, in het Engels verraadselt door ‘my work’. Hier staat een drukfout: ‘Who am I? Nothing but a stream / of consciousnous.’ Dat in het colofon door de drukker (of beter: de gemystificeerde drukker) verantwoord wordt: ‘We apologize for the stream of consciousnous in the second sonnet Nestor, although according to the editor, our fortunate error happens to create the Joycean overtone nous, ‘mind, reason, thought’ (cp. Homer, Odyssea, 1.3). Immers: καὶ νόον ἔγνω.

In het gedicht ‘Proteus’ is de lichte verwijzing naar Mallarmé blijven staan, maar verder af staand: ‘de middag van een Faun’, ‘Faun’s high noon’.

De klanknabootsende verzen zijn springlevend: in het Nederlands (‘Proteus’): ‘pssjepseupsebzibzewiszewie’, in vertaling (of omgekeerd): ‘psshepsupsebzibzepizzipee’. Of: ‘slok, slurp en schrok’ naar ‘swill, slurp and swallow’ (‘Lestrygonians’). ‘Klapklap. Klapperdeklop.’ – Clapclap. Clapclipclap.’ (‘Sirens’). ‘Rinkelring’ wordt ‘jingle-ling-a-ling’ (‘Penelope’).

In ‘Bloom’ wordt ‘de badmoskee’ ‘the Moresque minarets’ – hetzelfde anders. Het Latijnse vers in ‘Hades’ wordt veranderd: de mortius nil nisi bene wordt de mortibus nil nisi bene.

Het gedicht ‘Aeolus’ wordt geactualiseerd en getuigt van het groeiend pessimisme van de auteur: ‘politiek’ wordt nu begrepen als ‘populist’.

Bij het Nederlandse gedicht ‘Runderen van de zon’ is een noot van de vertaler opgenomen waarin hij meldt dat hij de Engelse citaten vervangen heeft door Nederlandse. Het is al een klus de Nederlandse te vinden, moet dit omgekeerd omgekeerd ook gelden voor het Engelse gedicht ‘Oxen of the sun’? In ‘Circe’ is het katholieke benadrukt door ‘a waltzing Trinity’, in het Nederlands een ‘quadrille’. Het laatste gedicht ‘Penelope’, de thuiskomst. Haar ‘5 dagen’ last, zijn gehumaniseerd tot ‘3 whole days’.

Wat rest ons? De verwondering.

Beeld: de uitgever

Advertenties