de kleur, een echo : bernard villers (2)

door johan_velter

Baudouin Oosterlynck, Le point et la ligne. Bijvoorbeeld, of een ander stuk, neem dan Oratorio. Luister naar deze muziek en kijk naar het werk van Bernard Villers. Niet de wereld sluit zich zoals in de wereld, maar de wereld gaat open zoals in een tegenwereld.

Ooit heeft Bernard Villers een editie gemaakt voor het Museum van Hedendaagse Kunst, toen er in Gent een Museum van Hedendaagse Kunst zonder museumgebouw was wat nu blijkt beter te zijn. Een blauwe zeefdruk op Japans papier – ooit heb ik die prent achtergelaten.

bernard villers_at work_gent_1983

In 1983 heeft hij in At Work, een ‘alternatieve’ galerie in Gent, een tentoonstelling gehad en er een boekje gemaakt, dat niet is opgenomen in zijn bibliografie. Het boek bij de tentoonstelling ‘Ups & downs’ is een tussenvorm, enerzijds een catalogus, anderzijds toch ook een kunstenaarsboekje. (Het boekje op de afbeelding is enigszins gehavend, resten van de ‘grote brand in 1991’). Er is een gedicht van Hugo De Boom opgenomen, die in woorden dicht bij het werk van Villers blijft: een herhaling, een toevoeging, een bevraging, een constatering. Een tekst van Pierre Loze. Maar binnenin heeft Bernard Villers een spel gespeeld met rudimentaire / elementaire vormen die door hun ‘verborgen’ beeld (op de achterzijde, de volgende bladzijden) het beeld complementeren, raadselachtig maken: wat zie je, wat is de bedoeling, is de doorschijnendheid van het blad door de kunstenaar bedoeld en hoe kan één vorm een volledig beeld worden?

De paradox is deze: een boek is een stilstaand gegeven, ik hoef niet te verwijzen naar het monotheïsme waar het boek de vaststaande waarheid is, waar alles gestold is; Villers brengt binnen een blad echter ook de volgende en de voorgaande bladzijden met hun tekens samen waardoor in het boek een motorische beweging gaande is maar ook een chronologische: het heden bevat in zich de toekomst en kent een sokkel in het verleden. De handeling van het bladeren maakt een ritselend geluid, de tijd vervliet. Het is verleidelijk om in die beweging een betekenis te zoeken – maar doe uzelf toch niet die moeite aan! Er is geen symboliek, ook geen psychologie. In een interview met Anne-Françoise Penders (Bernard Villers : conversation avec Anne-Françoise Penders, Tandem, 2003) : « le côté biographique doit être éliminé. ». Het werk bezit ook geen symboliek : het is zichzelf. Zelfs de intelligentie, de creativiteit en het spirituele die uit dit werk spreken hebben geen betekenis : ze zijn zichzelf en betekenen daarom de grootste vrijheid. Dit is wat Max Stirner ons geleerd heeft. Wat we bewonderen is het spel, de homo ludens die van zichzelf bewust is.

bernard villers_druksel_2003

Een derde band tussen Gent en Bernard Villers is Druksel geweest, de beurs van bibliofiele drukkers en kleine uitgevers. Voor de catalogus die bij de editie van 2003 werd uitgegeven heeft de kunstenaar speciaal een uitgave gemaakt en ook deze behoort tot de kern van dat oeuvre, is een typerende illustratie van zijn werkwijze. Een editie op 150 exemplaren, genummerd en gesigneerd en de editie is de nummering zelf:  op elk blad heeft Villers een getal aangebracht, van 1 tot 150 en overeenkomstig genummerd. Enerzijds hebben we een serialisme (wat altijd het kenmerk is van grafische reproductie: elk beeld is identiek maar toch niet want er is een andere drager, de componenten verschuiven, het licht is meer of minder binnengedrongen in het werk), anderzijds eenzelfde beeld, nl. een getal, en of een blad nu nummer 51 of 52 draagt, het gaat over hetzelfde werk, dezelfde idee. De nummering wordt het werk zelf, zoals de kleur het werk zelf is – maar een kleur is nooit hetzelfde, een monochromie is toch uniek.

Dit getalmatig werken is een essentieel deel van het werk van Bernard Villers, hij werkt graag met lijsten, opsommingen. Zo is er bijvoorbeeld het werk Mi Rage – Mir Age (2004) dat hij maakte in zijn 65ste levensjaar. Een opsomming van woorden die eindigen op ‘-age’ en dat natuurlijk naar leeftijd verwijst. Hier hebben we de schoonheid van de lijst, de toevalligheid van woorden die allemaal zichzelf zijn (er is geen onderlinge band) maar toch elk voor zich staan te schitteren van trots.

Er is een band met schrijvers – en die literatuur verduidelijkt alleen al in de namen hoe de geest van Bernard Villers werkt: Raymond Queneau, Georges Perec, Jorge Luis Borges, Denis Diderot (de website van Bernard Villers opent met een citaat van hem: « Celui qui a le sentiment vif de la couleur a les yeux attachés sur sa toile ; sa bouche est entrouverte ; il halète ; sa palette est l’image du chaos. C’est dans ce chaos qu’il trempe son pinceau… », een citaat uit Essai sur la peinture (in de Diderot-editie van Roger Lewinter, deel 6, p. 261), Fernando Pessoa, Albert Camus, Henri Michaux, Italo Calvino, Lewis Carroll, Robert Musil.

bernard villers_ange

Eerst Michaux. Bernard Villers heeft in 2005 3 boekjes gemaakt die dicht bij de geest van Michaux aansluiten (maar waar hijzelf niet meer tevreden over is, inderdaad, de boekjes en het beeld zijn atypisch voor hem, maar ze bevatten toch wat zijn werk is): ‘A la mémoire d’un ange’ ; ‘Bernard fait l’Ange – Villers fait la Bête’ ; ‘a …’ Met een stempel die een engeltje voorstelt maakt hij een druk, daarna brengt hij verschillende stempelafdrukken over elkaar aan en vormt hij nieuwe beelden. Ook hier het spel met recto-verso, het positieve en het negatieve beeld. Er is een elementair element, een herhaling, een op elkaar aanbrengen, een eenheid wordt een veelheid een eenheid. Toch komt er een element bij: wat ziet de kijker?

 bernard villers_ange_binnenwerk

Dan Diderot. In dat tweede hoofdstuk schrijft de geliefde filosoof ook: « Il n’y a que les maîtres dans l’art qui soient bons juges du dessin ; tout le monde peut juger de la couleur. » We hebben hier een variant op de eeuwige strijd tussen lijn en kleur. De Verlichting wordt uiteraard met de lijn in verband gebracht, de kleur is meer iets voor de romantiek, het impressionisme, het expressionisme – waar de psychologie dominant is: de persoon komt in de plaats van het werk te staan, de kijker evalueert niet alleen het werk op zich maar ook de persoon die het werk gemaakt heeft, de expressie, de visie, de moraal. Het zijn stromingen die expliciet in de wereld willen staan. Hoe kan dit nu verbonden worden met het werk van Bernard Villers die zelf zegt dat de persoon van de kunstenaar niet in beeld gebracht mag worden? Diderot schreef net vóór bovenstaand citaat: « C’est le dessin qui donne la forme aux êtres ; c’est la couleur qui leur donne la vie. Voilà le souffle divin qui les anime. » Lijn en kleur staan niet tegenover elkaar maar zijn elkaars compagnon. Op zijn eigen gemoedelijke en plastische manier schrijft hij dan: « L’un vous dira que le Poussin est sec; l’autre, que Rubens est outré; et moi, je suis le Lilliputien qui leur frappe doucement sur l’épaule, et qui les avertit qu’ils ont dit une sottise. » (o.c., p. 263). Diderot houdt zich verre van ideologie, kijkt uit zijn ogen en is bewogen.

Weer hebben we een paradox: de kleur is bij Bernard Villers dominant aanwezig, en toch is hij niet onder te brengen bij de emotionele, subjectieve kunst. Dit komt omdat bij hem de kleur de status van de lijn gekregen heeft: zoals de lijn steeds weer een onderscheid maakt tussen dit en daar, zo is dat bij hem de kleur. Door de plooi (le pli) in de materie (hetzij papier, hout of gyproc) aan te brengen en de kleur daar een rol in te laten spelen  (tegen de plooi in, met de plooi samen, aan de plooi) is die een onderscheidend element geworden. De kunst van Bernard Villers is een analytische : ze onderzoekt een product en een werkproces om bij schoonheid te eindigen: de kwaliteit en de waarde van de kleur wordt getoond, niet ondergaan. De kleur moet niet aanzetten tot bespiegelingen over leven, dood, haat en liefde: de kleur is de kleur zelf en wordt het werk.

bernard villers_une pente douce_2011

Neem bijvoorbeeld een werk als ‘Une pente douce’ (2011, merkwaardig genoeg is deze editie verkeerdelijk opgenomen in de catalogus van het werk van Bernard Villers na 2004, Bernard Villers: les éditions du Nouveau Remorqueur : catalogue raisonné, Incertain Sens, 2015). Een blad papier, doorschijnend, daarop is een rechte horizontale lijn getrokken, het blauw is doordringend en sterk aanwezig. De lijn is niet geometrisch strak, maar de lijn is wel de kleur zelf. Daarboven is aan de achterkant van het papier een lijn getrokken die doorschijnt op de dubbele bladzijde – weer is het de vraag wat het ‘eigenlijke’ werk is – een voor Bernard Villers dwaze vraag natuurlijk, het is het allemaal samen en tegelijkertijd. De schoonheid van het werk zit juist in de schaduw, de versozijde die aan de versokant de rectozijde is. Vooraan, achteraan, het heeft geen belang. Het is het egalitarisme van Bernard Villers.

bernard villers_corinne hoex_cendres

Dat analytische is essentieel voor het denken van de schilder, maar het resultaat is niet koel-wetenschappelijk, er is een streven naar schoonheid die in rust en stilte bestaat. Villers heeft ook voor en met anderen gewerkt. In de dichtbundel Cendres van Corinne Hoex (Esperluète éditions, 2002) heeft hij de dichtregels in grafische beelden omgezet. In reproductie ziet men waarschijnlijk niet duidelijk het blauw van de lijnen die Villers als tegenbeeld van de verzen heeft opgenomen: de kleurlijn herneemt de woorden en de gedichten worden op die manier structuren, constructies die tot stilte uitnodigen. Bovendien zijn ze ook een antwoord op het wit van de poëzie: hier treden ze in een gewijd domein dat normaal enkel voor het wit (het niets, de dood) gereserveerd is. De beeldende kunstenaar toont aan dat de stilte niet met witruimte geassocieerd moet worden, maar dat een ingreep dat wit tegelijkertijd eerbiedigt en vernietigt. Het leven gaat voor.

De kleur is de lijn, een verzinksel, een residu en toch het hoofdpersonage. In de laatste jaren is precies dat een nieuw element in het werk van Villers: de kijker wordt nu in het werk betrokken. Zo is er het werk ‘After – image’, een reflectie op de nabeelden die het oog ontvangt. De kunstenaar speelt nu niet alleen meer met lijnen en kleuren maar houdt rekening met een derde element, het oog van de kijker, het kijken zelf dat hij analyseert én in het beeld onderbrengt. Ook nu naderen we daarmee de literatuur en de filosofie.

Advertenties