6 tekeningen – rein dufait

door johan_velter

Hoe zit het boek in elkaar? Er is een gedrukte handgeschreven omslag, daarop een rechthoeklijn in rood getekend. Oh nee, uit de omslag is een rechthoek gesneden, de lijn behoort tot de kleur van de volgende pagina. Onderaan de omslag is het colofon opgenomen, er zijn strepen, randen te zien. 6 tekeningen van Rein Dufait is een boek op 187 exemplaren, in Oostende uitgegeven en bevat tekeningen die sculpturen zijn.

In het boek Tezamoraan (2013), dat hij bij Druksel uitgaf, waren er prenten te zien die als voorstudies voor plastische, sculpturale werken konden dienen. Daar was ook al te zien hoe sculpturaal hij dacht: hoogte, diepte. Een voorstudie hoeft niet gerealiseerd te worden, kan in andere werken een druppel achterlaten. Niet alleen plastisch is dit soort tekeningen interessant, het toont ook een glimp van een denken, een werken. Een boek kan een kunstpraktijk en het werk zelf verhelderen.

Op de ommezijde van de omslag van 6 tekeningen is het boek gesigneerd en genummerd. Rechts, het eerste blad dat normaal als titelpagina fungeert maar die is hier, samen met het laatste colofonblad naar de omslag verwezen waardoor het boek als het ware binnenste buiten gekeerd is, toont een gekleurde folie en daarop is de uitsnede van de omslag aangebracht. Op foto is het niveauverschil misschien niet te zien, in werkelijkheid gaat het wel degelijk om drie lagen: het papier van het boek, de folie en een stuk omslag. Er is een reële constructie binnen de ‘platheid’ van het boek. Er is ook een omkering gaande: het papier van de omslag is op de folie aangebracht en is daardoor in het boek zelf verzonken. De folie rust op papier. De omslag bevat dus de suggestie van een ‘put’, de volgende bladen zijn een ‘ophoping’.

Dit wordt in de volgende tekeningen geïllustreerd: we zien vormen boven elkaar, maar we kunnen in bijvoorbeeld de eerste prent, door de lichtheid van de lijnen, ook zwevende vormen (misschien zijn het wel bladen) zien. Op de linkerpagina werd een groene vorm aangebracht: deze is het rustpunt voor de in werkelijkheid (want vastgelegde) immobiele mobile.

Deze structuur wordt 6 maal herhaald: rechts de tekening, links als commentaar en als stiltepunt maar ook als anker en tegenwicht een vorm in kleur. De tekeningen zijn ook hier mogelijke voorstudies van een sculptuur. Opvallend is het kleurgebruik – wat niet direct met beelden verbonden wordt, kleur is daar niet zozeer een dragende als wel een illustrerende categorie. Zelfs bij iemand als Alexander Calder is de kleur ondergeschikt aan de beweging. De kleur is hier niet toegevoegd maar essentieel en krijgt een eigen bestaan.

Waar de tekeningen, als voorbereiding van een sculptuur, bestaan uit lijnen, bestaat de vorm op de linkerpagina uit een egale kleur en roept daarmee plots de zwaarte van de sculptuur op, de tekening op de rechterpagina blijft een lichtheid behouden, is daarmee een a-sculptuur. De kleur wordt zwaarte, de sculptuur licht. Dit al dan niet bewust te zijn, fascineert en blijft de kijker intrigeren. De kleur wordt daarmee materie, een ruimtelijkheid tegenover de vlakheid van de lijnen. De kleuren zijn in het boek zelf geen ‘gaten’ zoals de omslag, maar ofwel sokkels van het beeld dat er nog niet is ofwel nemen ze het volume van de sculpturen over. Daarmee is het boek verwant aan de fundamentele schilderkunst – de kleur is een zelfstandige sculpturale vorm geworden – en wordt daardoor zelf hedendaagse fundamentele sculptuurkunst, hedendaags omdat het de strenge geometrie niet overneemt.

Toch zijn de tekeningen ook op zichzelf sculpturen want ze zijn geconstrueerd zijn, ze zijn uit verschillende lagen opgebouwd. De tekeningen tonen nietjes, er zijn bladen geknipt (die schaduwlijnen zijn nog zichtbaar), op elkaar gelegd en aan elkaar geniet (zoals vroeger tekstelementen samengevoegd werden om tot een artikel of een boek uit te groeien). De tekeningen zijn dus collages en zijn uit diverse elementen opgebouwd, net zoals de sculpturen van Rein Dufait uit verscheidene materialen opgebouwd kunnen zijn, zoals takken en plastic, cement en touw. De tekeningen zijn aldus sculpturen, maar de vormen op de linkerpagina zijn dat in werkelijkheid ook (en niet alleen in oorsprong, zoals de tekeningen die hier in reproductie zijn weergegeven en dus een ‘vals vlak’ zijn), omdat deze, hoe miniem ook, een uitgebreidheid bezitten: ze liggen op het papier van het boek. Het boek bevat telkens weer een illusie, een trompe l’oeil : de kleurvorm ligt op het papier, is niet geschilderd of gedrukt en behoort ook niet zoals de omslag tot een andere pagina (daar speelt de kleurvorm een omgekeerd spel: niet de uitgebreidheid in de hoogte, wel in de diepte). Door het handmatig aanbrengen van steeds weer andere vormen op een andere plaats (hoe miniem de verschillen ook zijn) wordt elk boek een unicaat en gaat het ook op deze manier in tegen de visie van identieke reproductie.

De tekeningen zijn herinneringen aan sculpturen of gedachtenexperimenten die de illusie van ruimtelijkheid willen oproepen. De tekeningen die als een vlak gereproduceerd zijn, bestaan in werkelijkheid uit lagen die op elkaar liggen en door nietjes (die hier dan dienen als een lasdraad) bij elkaar gehouden worden. Het woord spanning is in beschouwingen over hedendaagse kunst misschien het meest misbruikte woord. Laten we het daarom hebben over de verhouding tussen de kleurvorm en de tekening: er is een bewegende dimensie te zien, krachten die een tegenovergestelde richting uitgaan waardoor de sculpturen en de kleuren met elkaar vechten, aan elkaar trekken en een levendigheid veroorzaken die in boeken weinig voorkomt.

Advertenties