factotum pers

door johan_velter

factotum pers

In 2015 verschenen twee boekjes bij de Factotum Pers uit Ten Post (Nederland). Het waren de eerste boeken van deze pers van Geert de Koning. Hij is graficus en verzorgt voor reguliere uitgeverijen de boekvormgeving. Wat hij zelf uitgeeft zijn klassieke teksten in een klassieke vormgeving, de traditie van een deel van de Nederlandse ‘marginale drukkers’. Een nadruk op het verticale van het boek, hoogdruk met losse letters, kwalitatief papier, verzorgd ingebonden. Factotum betekent een duivel-doet-het-al, maar is ook een drukkersterm voor een houtsnede.

Over de vijftig tafelmanieren van Bonvesin da la Riva, een tekst uit de jaren zestig van de 13de eeuw, werd vertaald en geduid door Els Jongeneel. Wie het geluk kent het werk van Norbert Elias gelezen te hebben, weet hoe belangrijk tafeletiquette is in de weg naar civilisatie. Wie in deze tijd leeft, weet hoe moeilijk dit alles geworden is, hoe de zogenaamde natuurlijkheid de omgangsvormen heeft verdrongen en hoe het eten verworden is tot een schaamteloos publiek gebeuren. Men zou wensen dat meer mensen dit soort teksten zouden lezen. Het zijn  geen dode houdingen of handelingen (manieren), maar aandacht hebben voor de ander, deze niet afstoten, geen overlast zijn. Het zijn praktische overwegingen, die minder moralistisch dan dikwijls voorgesteld maar functioneel zijn. Uit de 14de wijze: ‘Hij die zich stompzinnig bedrinkt zondigt drievoudig: / hij schaadt zijn lichaam en zijn ziel en vermorst en verkwist de wijn.’ – het laatste is niet het minst belangrijke. De vermaningen zijn niet in het luchtledige geschreven, ze beschrijven en stellen iets anders voor: ‘Het past een welopgevoed man niet, tijdens het eten / met de vingers in lichaamsdelen te wroeten die vuil kunnen zijn.’ – peuteren in neus, oor, mond en oog, is ook vandaag nog, al dan niet tijdens een maaltijd, voor de ander een kwelling. Of de 39ste tafelmanier, die ook in de dagelijkse omgang zou mogen gelden: ‘[…] als je in gezelschap eet, / spreek dan niet luid […].’. Telkens weer gaat het om een beheersing die gelijk komt te staan met beleefdheid, met wat gepast is, de voorwaarde tot samenleven.

Het boek is bijzonder mooi uitgegeven. Per bladzijde zijn er drie manieren opgenomen, de Romeinse cijfers zijn rood gedrukt, de tekst diep zwart. De letter, een Lexicon No 2 van Bram de Does, is compact, welgevormd en duidelijk leesbaar, een ingetogen letter. De tekst is in de bovenste helft van het blad gedrukt, er is veel witruimte onderaan, de pagina-aanduiding staat duidelijk op de pagina maar stoort geenszins – de font draagt daartoe bij maar is ook een kwestie van verhouding en maat. De oplage bedraagt 60 genummerde exemplaren.

factotum pers_sonnetten voor laura_binnenwerk 1

Sonnetten voor Laura bevat 12 sonnetten van Petrarca, vertaald door Ike Cialona (een keuze uit de 20 Sonnetten voor Laura : de mooiste liefdesgedichten die bij Bert Bakker in 1998 verschenen waren). Veel klassieker kunnen de teksten niet meer worden. Ook hier, de eerste uitgave van deze pers, een tweekleurige druk: de originele gedichten werden in een goudachtig geel gezet, de vertaling in zwart. De gebruikte letter was de Trinité 2 alweer van Bram de Does, maar toch: wat een verschil! Deze letter is veel minder compact, neemt ruimte in beslag, door het zetten met een ruime interlinie en op een blad waar de verhouding hoogte-breedte niet optimaal is, lijken de gedichten bijna van het blad weg te zwemmen. Ook de Trinité is ontworpen om in een klein font gebruikt te kunnen worden, dit is aan deze grootte te zien: een groter font, is een minder goede lees- en drukletter. De oplage bedroeg 48 exemplaren. Op zichzelf is dit boek verzorgd, klassiek en al wat u wilt maar in vergelijking met de ‘Vijftig tafelmanieren’ is dit boek te weinig gebald, te los van vorm. Maar toch nog altijd beter dan wat in de reguliere boekhandel te vinden is. En vooral ook: het heeft meer respect voor auteur, vertaler en lezer. Deze sonnetten moeten en mogen traag en plechtig gelezen worden, de vorm mag die inhoud volgen én opleggen om de literaire en filosofische waarde van de teksten tot hun recht te laten komen.

Lied 219:

De vogels vullen, nu de dag gaat komen,
het dal met hun gekwetter en geklaag.
Kristallen beekjes klateren omlaag
tussen de glanzend groene oeverzomen.

Het daagt. Aurora’s gouden haren stromen
langs wangen wit als sneeuw. Zij heeft vandaag,
in liefde immer feilloos en gestaag,
weer teder afscheid van haar man genomen.

Ik kom uit bed en ga de zon begroeten;
maar meer dan haar beid ik de tweede zon,
die mij verblind heeft sinds ik haar ontmoette.

Eens zag ik hen zich tegelijk verheffen:
waar een de sterren deed verbleken, kon
de ander haar in luister overtreffen.

(Peter Verstegen vertaalde hetzelfde sonnet anders in Het liedboek, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008): ‘Al vroeg weerklinkt het nieuwe vogellied / in heel het dal en steeds murmelt het daar / van al de vloeibare kristallen waar / elk snel, fris, blinkend beekje mee vervliet. // Zij met het sneeuwgelaat en gouden haar / die haar oprechte liefde nooit verried, / wekte mij met haar liefdesdans en ziet : / nu kamt ze van haar grijsaard ’t oude haar. // Ontwaakt heb ik de dageraad begroet, / de zon die mij nog steeds verblinden kon, / net zoals vroeger, en de andere zon. // Soms zag ik ze tezaam, juist allebei / verrezen, maar die andere doofde zij, / zoals de zon dat met de sterren doet.’ Is dit hetzelfde gedicht? Dat vertalen niet slechts vertalen is …)

Dit jaar verscheen Bäume – Bomen van Herman Hesse in een vertaling van Wil Hansen. Onlangs vertrouwde R. mij (besmuikt) toe (en ik hem dat ik Streuvels gelezen had) dat hij Hermann Hesse’s Narziβ und Goldmund herlezen had en dat hij daarvan zeer onder de indruk was. Hesse heeft nog altijd het odium van hippielectuur rond zich hangen. Zelfs deze kleine tekst bewijst het tegendeel, hoe hij tegen het cliché, dat hij eerst zelf oproept, ingaat en daarmee zijn intellectuele vrijheid en zelfstandigheid demonstreert.

Het boek van de Factotum Pers is uitgegeven in een oplage van 96 exemplaren en bevat naast de tweetalige tekst (het Duits helaas in het groen gezet, het Nederlands in het zwart) twee prenten, dwarsdoorsnedes van een ceder en een eik door Linne Hutton, bijna fotografisch getekend, getuigend van aandacht en liefde. Waar het boekje van Petrarca gele schutbladen kreeg en een gele druk, heeft dit boekje groene schutbladen, ook de tekeningen en het logo van de pers zijn in het groen gedrukt. Ook hier hebben we een grote Romanée-letter maar de grootte is aangepast aan het papier en het formaat. De materiële tekst krijgt daardoor een statigheid en een waardigheid die passen bij de inhoud. Zoals schoonheid huist in kleine boeken, zo schuilt waarheid in korte teksten.
Herman Hesse begint met de evidente bewondering voor bomen ‘machtige predikers’ –‘eindringlichsten Prediger’ in het Duits. Hij prijst het bos en de eenzame boom, de kluizenaar. We vrezen een heideggeriaans betoog te zullen lezen. Bomen groeien naar hun wording, het zijn heiligdommen, ze zijn de waarheid. Ze hebben een kern, zijn standvastig en troosten de treurige mens: ‘Wees stil! Wees stil! Kijk naar mij! Leven is niet makkelijk en leven is niet zwaar. Dat zijn kinderlijke gedachten. Laat God in je spreken, dan zwijgen ze.’
Maar dan komt de keer. Het ruisen van de bomen wakkert de reiszucht van de schrijver aan. Ook het reizen geeft zin en heeft een waarheid in zich. Het luisteren naar bomen is goed en wel maar: ‘Wie geleerd heeft naar bomen te luisteren, begeert niet langer boom te zijn. Hij begeert niet anders te zijn dan wat hij is. Dat is thuis. Dat is geluk.’

Advertenties