tralala! boekwetenschap!

door johan_velter

lucebert_lisa kuitert

Het is echter niet omdat een idee of een project interessant is, dat het resultaat dat ook is. De lezende Lucebert (Vantilt, 2009) verscheen onder redactie van Lisa Kuitert, jazeker dé Lisa Kuitert, ook wel die Lisa Kuitert. In het boek heeft ze 1 bijdrage geleverd, een oppervlakkige rondgang van bibliotheken van anderen, altijd onder het motto ‘als het maar niet te veel werk is’. De arbeid die aan dit boek ten grondslag ligt, werd grotendeels door vrijwilligers gedaan en toch kadert dit in wat men dan noemt ‘boekwetenschap’. Er is niets mis met vrijwilligerswerk, zolang men bevoegd is, zolang er achteraf een redactie gebeurt. Als men weet hoe deerlijk het gesteld is met de tewerkstelling van bibliothecarissen, dan zou men aan een andere werkwijze de voorkeur gegeven kunnen hebben. Het boek had een unieke gelegenheid kunnen zijn om het begrip boekwetenschap een nauwere definitie en werkwijze te geven, die werd niet aangegrepen. Integendeel, er werd een aantal Lucebert-specialisten (min of meer specialist) gevraagd om de collectie te evalueren, de een deed dit al beter dan de ander, de meesten plaatsten vooral zichzelf op de voorgrond en wie geen heil zag in de analyse van een bibliotheek, gaf zichzelf gelijk. Een normale, dus rationele en wetenschappelijke werkwijze is dat wie de feiten verzamelt, die ook analyseert én interpreteert. Juist dat is niet gebeurd, en juist dat is het manco van die Nederlandse zogenaamde boekwetenschap. Het boek is een gemakkelijk excuus om niets te moeten doen: ‘oh, papier is zo schoon’.

Van de boeken die Lucebert en zijn vrouw bezaten, werd een lijst in het boek opgenomen, p. 159-320, de helft van het boek is een titellijst, maar een verkorte lijst, slechts auteur, titel, uitgever en jaar van uitgave werden opgenomen. De lijst op cd-rom bevat iets meer gegevens, bijvoorbeeld of er al dan niet een opdracht in geschreven staat, de vertaler, en ook het genre, maar zelfs dit: ‘leve de klak’. Over de staat van het boek, over eventuele aantekeningen, wordt weinig of niets verteld. Men weet dat de bibliotheek verkocht is, alles is voorbij, weer een kans verkwanseld. De lijst zelf is niet geredigeerd en bevat dan ook al te veel fouten, waardoor de zin en betekenis ervan voor een deel verloren gaat. Maar foute details geven ook een indruk van het geheel: onbetrouwbaarheid, slordigheid, nonchalance, ongeïnteresseerdheid, geilheid om naam te maken. Lisa Kuitert-ethiek.

Omdat de wereld slechts uit details bestaat, hier een lijstje, onvolledig, willekeurig – want waarom de schone, de ons weinig resterende tijd te verkwanselen aan de onverschilligheid van anderen?

De ene keer heet Salah Stétié, Salah Stetie, de andere keer Salah Stétie, beide keren verkeerd. Zijn bundel Nuage avec des voix werd in 1984 bij Fata Morgana uitgegeven, volgens Kuitert is er geen uitgaveplaats voorhanden (in boekwetenschap duidt men dit aan met ‘s.l.’, ‘sine loco’, Kuitert gebruikt echter ‘z.p.’ wat elke boekwetenschapper leest als ‘zonder pagina’s’, maar voor haar is dat ‘zonder plaats’, ook ‘zonder panache’ te begrijpen. Men had het boek kunnen consulteren en ‘Montpellier’ opschrijven – maar beter nog had men een file met gestandaardiseerde uitgeversnamen kunnen samenstellen, dan zouden er minder fouten gemaakt zijn. Maar ja, in 2009 stond het computerdenken in de zogenaamde Lisa Kuitertboekwetenschap nog niet zo ver. Maar bij deze bundel van Stétié staat niets, maar wel ‘bibliofiele uitgave’, is dit wel een bibliofiele uitgave of is dit verzorgd uitgegeven, zoals het bij Fata Morgana de gewoonte is? En als het wel zo is, waarom werden de beeldende kunstenaars dan niet in de beschrijving vermeld? Want in de teksten wordt gezegd dat Lucebert geen verzamelaar was van ‘speciale boeken’, als er dan een bibliofiele uitgave aanwezig is, dan zou men er toch enige aandacht aan mogen besteden. Er is ook een boek over Stétié aanwezig: ‘Sala [sic] Stetié [sic] et la Mediterranee [sic] noire, Aporie Marseille’. Beschrijvingen zijn voor een boekwetenschapper, de basisgegevens, net zoals cijfers dat zijn voor een statisticus. Als de cijfers verkeerd zijn, dan ook de conclusies. Hetzelfde geldt voor de boekwetenschap: hoe kan men zinnige dingen zeggen als men de feiten al niet kan overnemen. Salah Stétié krijgt hier een derde variant op zijn naam, zo moet la Méditerranée geschreven worden en Aporie was een tijdschrift, men had dus ook het nummer (13) moeten opnemen. Deze hele alinea gaat over 3 regels in het boek De lezende Lucebert, te vinden op p. 291 (voor de Nederlandse boekwetenschappers: p. staat hier niet voor plaats, maar voor pagina’s – men is nog in staat om als verweer te beweren dat de plaatsnaam ‘291’ niet bestaat).

Doordat de annotaties niet in het boek zijn opgenomen, doet men onverwachte dingen. Bij Spinoza staat er dan bij de titelgegevens ‘Die Ethik (2-talige uitgave)’, wat had moeten zijn Die Ethik : Lateinisch-Deutsch. Lucebert heeft veel catalogi van de galerie Marlborough Fine Arts uit London gekregen, die was immers geruime tijd zijn verdeler. Maar die galerie heeft nooit een boek doen verschijnen over Max Bil, wel een tekst van Margit Staber over Max Bill, de Zwitserse kunstenaar. Uiteraard is er ook heel veel variatie wat de uitgeversnamen en -plaatsen betreft, ‘o vrijheid, o blijheid, het woord wetenschap is van geen enkele betekenis’, ook hier zijn de boekwetenschappelijke conventies niet gevolgd omdat de boekwetenschappelijke kennis domweg ontbreekt. Penguin wordt de ene keer met, de andere keer zonder hoofdletter geschreven. De ene keer vernederlandst men de uitgeversplaats, de andere keer niet. Ullstein Materaliën, is een onbestaande reeks., net zoals Ullstein Bucher, (Bucher is een firmanaam). (Men weet ook dat Livre de poche geen uitgever is, maar wel een reeksnaam, alleen de boekwetenschappelijke Lisa Kuitert weet dit niet.) Ullstein is de ene keer ‘Frankfurt-M’, de andere keer Frankfurt am Main, en ook wel gewoon Frankfurt.

Neue Galerie im Kunstlerhaus Munchen, moet zijn: Neue Galerie im Künstlerhaus München.

Ed. Plan, Paris moet zijn Ed. Plon, Paris (waar het boek Journal in 3 delen van Eugène Delacroix nooit is uitgegeven).

L’Imprimaire du Rhône heeft in Marseille nooit bestaan, wel de Imprimerie du Rhône.

Editions de Seuil, moet Editions du Seuil zijn (maar men zegt Seuil).

Harper & bros ?

Galerie Nouvelle Images uit Den Haag moet natuurlijk Galerie Nouvelles Images zijn.

Het Martyrium van  Elias Canetti werd niet vertaald door Jaques Hamelink, maar wel door Jacques Hamelink.  Een boek met de titel Cinquante byoux de Georges Braque, is nooit uitgegeven geweest, wel Cinquante bijoux de Georges Braque, een minieme talenkennis is in een boekwetenschap ook wel aangewezen, zo zal men dan ook niet ‘Francais’ schrijven als men ‘Français’ had moeten schrijven. En dan had men ook kunnen begrijpen dat het woord ‘Erstern’ in het Duits niet bestaat: het vertaalde boek van Blaise Cendrars is niet Poesie. Erstern in New York, maar wel Poesie : Ostern in New York ; Prosa vom Transsibirienexpreß und von der kleinen Jehanne de France ; Panama oder Die Abenteuer meiner sieben Onkel ; Neunzehn elastische Gedichte ; Frachtbriefe ; Einzelne Gedichte. De boeken van Cendrars (en Lucebert had 11 boeken, quasi het verzameld werk in verschillende edities, voor hem dus een belangrijk auteur) worden gecategoriseerd onder ‘Overige buitenlandse literatuur’ – maar wet betekent zo’n nietszeggende categorie? Bij diens Poésies complètes (dat volgens boekwetenschappelijke professor Kuitert bij Les editions Densël in Paris gepubliceerd is, maar volgens ons bij Les éditions Denoël, staat dat er op p. 93 een zin onderstreept is. Welke zin wordt niet vermeld, wat heeft de vermelding dan voor zin? Ook René Char wordt bij ‘Overige buitenlandse literatuur’ geplaatst, een anthologie van zijn werk bij uitgeverij Seghers is volgens deze variant van de boekwetenschap verschenen in de reeks Poèts d’aujourd’hui, een variant van het Engels of van het Frans? Ernst, is dat een ondeugd?

De weerstaandbare opkomst van Arturo Ui, een toneelstuk van Brecht door Kouwenaar vertaald? Nee, wel De weerstaanbare opkomst van Arturo Ui. Wat heeft het voor zin een database te willen aanleggen als de basisgegevens zo fout zijn? Wat heeft het voor zin om over boekwetenschap te oreren, als de simpele techniek van het titelbeschrijven nog niet gekend is?

De door professor Lisa Kuitert samengestelde bundel bevat geen essay over de politieke werken die in de bibliotheek van Lucebert aanwezig waren. Erinnerungen van Speer is toch een merkwaardig boek. Maar het bevat ook geen essay die de romantitels analyseert. Van Charles Dickens 28 titels, van Louis Ferron 10 boeken. Men zou daar toch iets kunnen over zeggen.

Dit alles getuigt van een stuitend gebrek aan kennis, inhoudelijk en technisch, én ethiek. Men kan de namen van schrijvers en uitgevers zelfs niet correct opschrijven, het gaat niet alleen om niet kunnen kopiëren, het gaat ook om een gebrek aan kennis over schrijvers en uitgevers. Dit is geen grond om op te werken.

lucebert_lisa kuitert 2

O, u dacht dat het gedaan was? De lijst is niet eindeloos, maar toch hopeloos lang. Het boek met de Lisa Kuiterttitel Les malheurs des immortel is nooit verschenen en dus ook niet bij ‘Galerie Der Spiegel Keulen’ maar de Max Ernst- en Paul Eluard-titel Les malheurs des immortels is wel verschenen bij Galerie Der Spiegel Köln. Het had interessant kunnen zijn om te weten van welk museum de catalogus (?) Erwerbungen des Jahre 1961 bis 1973 is, in de in het boek opgenomen lijst is dit niet te vinden, maar wel op de cd-rom (die binnen enkele jaren ook niet meer te lezen zal zijn): Städtischen Karl-Ernst-Osthaus Museum in Hagen, volgens Lisa Kuitert moet dit ‘Museums’ zijn. Blijkbaar is het in die Kuitertwetenschap niet nodig de ISBD-regels betreffende corporaties te kennen.

Eenzelfde stuitende onbekwaamheid bij de Europalie-catalogi, hier worden de corporaties dus wel opgenomen, ook de consequente en uniforme werkwijze van de wetenschap! De ene keer is de corporatie niet opgenomen, de andere keer gewoon als ‘Europalia’, een andere keer met het jaartal erbij. Gandalf is ook zo’n klucht. Auteur is in het boek Gandalf, op de cd-rom is dit @@; de titel is ‘Gandalf’, de taal is niet gekend, de uitgever en de plaats ook niet. Op de cd-rom staat als annotatie ‘Divers (ts)’ – wat een wetenschappelijke feitengaring. Welke jaargang? Welke nummers? Gandalf was een Nederlands alternatief tijdschrift en het verscheen tussen 1964 en 1971. Veel Nederlandse schrijvers hebben hieraan meegewerkt. Ook Lucebert? We weten het niet. En Kuitert zal het ons niet kunnen vertellen.

Lucebert bezat van Jean Genet 11 titels. Het meest merkwaardige boek dat Lucebert bezat was die met de titel ? verschenen bij Olympia Press Paris in 1958. Een vraagteken, ja, zo staat het in de lijst van Kuitert. Op de cd-rom staat als taal ‘Duits’ aangegeven. In The good ship Venus : the erotic voyages of the Olympian Press (Pimlico, 1995) geeft de auteur John de St Jorre een lijst van de uitgegeven boeken. We kijken bij Jean Genet (p. 319): ‘Our lady of the flowers (1957), Querelle (German Text), 1959, The thief’s journal (1954)’. Het zou dus het boek Querelle kunnen zijn, maar het jaartal komt niet overeen met de Kuitertgegevens. Boekwetenschap? Tralala.

Advertisements