het es is

door johan_velter

spinoza_traité

Wat hebben Wagner, Freud, Spinoza, Goethe, Diderot en Groddeck gemeen? Het Es van Georg Groddeck, wat Roger Lewinter in l’apparat de l’âme (Ivrea, 1998, 2ième éd.) vertaalt met het ça.

Groddeck is ooit in het Nederlands vertaald door Thomas Graftdijk. In 1978 Het boek van het Es : psycho-analytische brieven aan een vriendin (De Arbeiderspers, Synopsis) en De zielzoeker : psycho-analytische roman (De Arbeiderspers, 1982). Bij dat eerste boek schreef ik: ‘God = Es, de mens probeert God (Es) wel te verschalken met zijn verstandelijke hoogmoed maar het Es achterhaalt hem wel. Het is de ziel die de verderfelijke mens (o.a. door zijn schuldcomplex) op zijn plaats zet. De psycho-analyse vervangt de katholieke biecht. Vergeet alles.’ Freud zal het Es van Groddeck verder uitwerken tot het Id.

In L’attrait des choses : fragments de vie oblique (Gérard Lebovici, 1985) doet Roger Lewinter (o.a.) verslag van het ontstaan van die Diderot-editie, die hij samengesteld heeft. Hij liet zich (verontwaardigd) ontvallen « Il n’y a pas d’édition des Œuvres complètes de Diderot, il faudrait en faire une. » « Alors faites-là. » En hij had het aan zijn been. Hij kreeg nauwelijks tijd, hij werd een wurgcontract opgedrongen maar hij deed wat moest gedaan worden. De psycho-analytische wereld is een gedetermineerde: alles heeft zin, alles houdt verband met elkaar. Jansenisme, spinozisme, groddeckisme, zo moeilijk is het niet een door Roger Lewinter geliefde triade samen te stellen.

Bij Spinoza zet Lewinter (in l’apparat de l’âme) de substantie gelijk aan het Es van Groddeck: « Le ça – comme substance -, en tant que cause de soi, est libre mais non pas volontaire ; la volonté, comme libre arbitre, étant arbitraire : un choix entre des possibilités équivalents, dont certains seraient éliminés, d’où résulterait une imperfection : une non-totalité du ça, qui pourrait être autrement qu’il est. »

Telkens weer gaat het om een monisme: de wereld bestaat uit 1 materie die in verschillende vormen en samenstellingen de veelheid wordt. Het denken en de uitgebreidheid zijn attributen van het Es. Dit monisme drukt een orde uit waar de samenhang der ideeën en dingen een noodzakelijkheid zijn, aan alles ligt een oorzaak ten gronde. De 13de stelling van Spinoza’s Ethica uit deel 2, luidt, in de vertaling van Henri Krop: ‘Het lichaam is het object van de idee die de menselijke geest vormt, met andere woorden een bepaalde actueel bestaande modus van uitgebreidheid en niets anders.’ Binnen dit complex is het de taak om de afwezigheden op te sporen om zich niet langer door het verleden te laten bepalen, maar om in dit heden te stappen « […] en termes spinozistes, elle cherche à transformer l’être humain de ‘cause inadéquate’ de soi, dont on ne peut connaître l’effet par elle seule, en ‘cause adéquate’ de soi, dont on peut connaître l’effet par elle seule. »

Zoals bij Groddeck en Spinoza, ligt ook bij Diderot de waarheid in het lichaam, zie Le rêve de d’Alembert, dat niet alleen naar de vorm een merkwaardige filosofische vertelling is maar ook een realistische bevrijding van de lichamelijke functies voorstaat. Een van de kenmerken van Georg Groddeck’s werkwijze is de etymologische, via woorden en klankassociaties (dus een dichterlijke weg) gaat hij op zoek naar de waarheid die in de onderste lagen van de taal te vinden is, wat een pseudo-wetenschappelijke, pseudo-reductionistische manier is. Ook hier is er een determinsime, een oorzaak-gevolgrelatie. Maar wat belangrijker is, is dat Diderot in de Rêve het gezichtspunt verlegt van de individuele componenten naar het geheel: « Il n’y a qu’un seul grand individu : c’est le tout. Dans ce tout, comme dans une machine, dans un animal quelconque, il y a une partie que vous appellerez [d.i. de filosofen] telle ou telle ; mais quand vous donnerez le nom d’individu à cette partie du tout, c’est par un concept aussi faux que si, dans un oiseau, vous donniez le nom d’individu à l’aile, à une plume de l’aile … ». De materie beweegt. Zoals de verschillende lagen van de taal 1 taal vormen, zo is ook het lichaam, zo is ook de wereld: het ene is het al.

In L’attrait des choses ‘bewijst’ Roger Lewinter met zijn persoonlijke leven hoe alles in elkaar haakt, hoe er van toeval geen sprake kan zijn maar wel dat in een keten, die leven heet,  gebeurtenissen, ontmoetingen, gedachten in elkaar haken waardoor alles een plaats krijgt. Een achterafconstructie maakt dit mogelijk, alle rommel wordt vergeten en/of uitgebannen, plots wordt alles duidelijk en klaar – maar dat is het in het leven niet. Fascinerend is hoe hij zijn zinnen opbouwt – werkelijke ketens, steeds weer het leven en de dood wegduwend, toelatend – in het woord. Zijn de dingen een magneet, of is het subject de aantrekkingskracht?

Beeld : Baruch Spinoza (1632-1677). Réflexions curieuses d’un esprit des-interressé sur les matières les plus importantes au salut, tant public que particulier. A Cologne : Chez Claude Emanuel, 1678, (via L’alliance israélite universelle), de eerste Franse vertaling van Tractatus theologico-politicus, het is Arnauld, die, samen met Bossuet, de vervolging van het spinozisme inzette.

Advertenties