jacques, de fatalist, en zijn meester staan op het marktplein

door johan_velter

jacques le fataliste et son maître

“Jacques, de fatalist, en zijn meester gingen toen onder de mensen. Ze liepen op de markt en er stond daar een middenstander virtueel te zijn, zijn verkooppraatje hing aan elkaar van allerlei dwaasheden maar de mensen trapten er in. De markt is en blijft een markt hé. U gaat er naar toe om bedot te worden. De koper weet dat, de verkoper weet dat. Mensen schreven zich in, hopelijk zullen ze lang leven. Jacques, de fatalist en zijn meester stonden daar op te kijken en te luisteren. Het is geschreven op de grote rol, zei de kapitein van Jacques, zei Jacques, zoals hij daar staat te orakelen en wij hier staan te lanterfanten. Ook als ik van mijn paard val, vroeg de meester van Jacques. Ook dan en zelfs dan, zei Jacques en de marktkramer maar praatjes verkopen. Natuurlijk zou ik het kunnen hebben over ‘de auto van de 23ste eeuw’, genaamd ‘Keizer’, in het Duits ‘Kaiser’, in het Frans ‘L’empereur’, in het Turks ‘Erdo’. We zijn globaal hé. Ik waarschuw u, het ligt niet aan mij, het is de 22ste eeuw. Kijk eens hiernaar. De auto heeft een dak en een vloer, hé, verwacht u niet aan iets spectaculairs, het blijft desnoods een auto. Het rijdt! Geheel de verdienste. Vooruit, een beetje en kijk in achteruit, twee versnellingen. En, kom hier, voilà een nieuw systeem. Je doet hier benzine in en dat gaat geheel vanzelf naar de motor. En, speciaal keizerlijk, een opvangbakje voor de benzine, dat valt nu niet meer op de grond, vervuilt niet langer de bodem, bevuilt niet uw schone schoenen, en geheel ontwikkeld met een speciaal bureau dat daarvoor ingehuurd werd om te denken. In de 20ste eeuw was dat niet zo en zelfs niet in de 21ste eeuw, in de 22ste eeuw begonnen ze er aan te denken, een echte uitvinding dus. En kijk naar die zetels, dat is geen auto meer, dat is een salon, speciaal voor uw bezoekers die elkaar kunnen ontmoeten, zet uw deuren open, dat komt allemaal binnen, je moet zelfs geen benzine verbruiken. En nee, er is geen plaats meer voor uw papieren landkaarten, plattegronden en handleidingen, allemaal digitaal, want u weet toch dat auto’s alleen maar in de file staan en de lucht verpesten, het is veel beter dat er geen kaarten meer zijn, dan kunnen de mensen ook niet op reis gaan. En een gps willen ze ook niet want ze willen op avontuur gaan, ze willen dingen ontdekken. Zelf! Evenementeren! Ja, wat zegt u, ja daar moeten we nog iets op vinden, maar dat geeft niet we hebben al de kabels gelegd voor de 24ste eeuw, toekomstige kabels, dat is nu geheel de 22ste eeuw. En dat u moeilijk door de ramen kan kijken, maar dat is toch geheel esthetisch. En die kleur, nee, dat is geen drek, ten andere, drek is het slijk van de wereld, dat is een gouden glans die daar op ligt. Het is een keizerlijke auto, snap je hem, kroon en goud, zie hem daar liggen, dat rijdt niet hé, dat glijdt, en schoon dat dat is, zo sierlijk, een zuchtje wind, een beetje zon, wat aangename mensen, wat moet een mens meer gaan hebben? En nu de clou, als u als man (maar ook als vrouw, maar dan omgekeerd) aan het stuur zou draaien en een bepaalde weg zou opgaan met die auto, zal er een stem u zeggen dat dat iets is voor vrouwen en niet voor mannen, mannen gaan een andere weg op, wat zegt u dat dat rolbevestigend is, maar alla, meneer Jacques, we doen hier niet aan politiek hé, laat staan aan filosofie of moraal. Dat is iets voor de lampen. Het kost veel, maar ik heb u gezegd, het zijn de anderen, het is de moeite waard. Er is veel energie ingestoken, ja u mag wel zeggen er zijn een paar relevante moorden gepleegd maar niet getreurd, ik ben daarvan moe, rommel blijft langer bestaan dan mensen. En Jacques, de fatalist, en zijn meester maar lachen, ja, wat dacht u. Bij de geboorte, of beter bij de conceptie van de meester, zat de uil van Minerva niet op zijn moeder’s buik en hij vroeg dus aan Jacques, die zijn wijnzak juist benutte, waarvoor die ontmoeting dan wel moest dienen. Jacques bekeek zijn meester vanuit de laagte, ja, de meester was lang, Jacques klein en dik, het is allemaal gebeurd zoals bij de ridder van de droevige figuur het geschreven is, en zei dat dit was voor debat en reflectie. Beter ware het omgekeerd, de mensen spreken al, nog vooraleer ze gedacht hebben. Is dit een toevoeging van de schrijver, van de meester, de marktkramer of Jacques? Wat doet het ertoe, lezer, als het maar vooruitgaat. Wat, zei zijn meester, voor debat en reflectie? Om van ideeën te wisselen? Ah ja, zei Jacques, en de marktkramer kwam hen achternagelopen en zei: ja, veel praat en priet, dat maakt de mensen friet. Het is toch niet helemaal gelijk Jacques denkt. Debat en reflectie hebben nood aan intelligentie, maar niet te veel hé. En niet anders. Het moet zijn gelijk het in kleine letters in de handleiding van de auto staat. Tot daar en niet verder. Of anders valt die auto stil. Er zijn reglementen, verkeersreglementen en andere reglementen die wij desnoods uit onze duim kunnen zuigen, wij moeten dat ook volgen hé, wij zijn eigenlijk het slachtoffer, het geweer is toch niet erg van deze tijd meer. We smijten ze gewoon uit de auto, ergens in de banlieue. We hebben dat in Italië gezien. Jacques en zijn  meester gaan hoofdschuddend hun weg. Maar Jacques, zegt zijn meester, wat uw kapitein zei … Is niet van toepassing, bromde Jacques maar nu keek zijn meester zijn ogen uit. Jacques bromde wat verder voor zich uit en viel bijna over die ogen. Vertel dan van uw liefdesgeschiedenis, zei de meester, dat is toch beter dan al die moraal, filosofie, dat nadenken. Geen liefde zonder intelligentie, zei Jacques en zelfs in de liefde, zeker in de liefde vraagt het woord een wederwoord, en elke kus een nieuwe, verse kus vraagt. Jacques, riep zijn meester uit, gij zijt een poëet. Zo gevoelig. Jacques sprak de wijnzak toe en deed er het zwijgen aan. Denise kwam voorbij en gaf Jacques een contaminatie op zijn rechterwang. Maar lezer toch, met wat gezever u uw schone tijd verliest!”

Denis Diderot, Jacques, le fataliste et son maître

Advertenties