terreur en intimidatie: dombrovski bewijst dat het volk altijd en overal de smeerlap is

door johan_velter

de-dood_2

Ja, Theodor W. Adorno heeft gelijk: enkel de waarheid is te begrijpen. Hoe kun je de leugen vatten? Elk begrip bevat immers altijd een kiem van goedkeuring, instemming, verbondenheid. Maar wat te doen met het misbruik van de mens, van de materie, van het denken, ja zelfs het misbruik van de technologie, de vooruitgang. Wat te doen tegen het monster van de boosaardige domheid?

Joeri Dombrowski beschrijft in zijn roman, De faculteit van onnodige kennis, hoe de intelligentie uit een maatschappij geknepen werd en wat dan nog rest van het humane. Nauwelijks iets. Zijn roman is te situeren in de traditie van het volk tegen het systeem, het leven tegen het establishment, de vrijheid tegen de onderdrukking, de blijheid tegen de doem van de rancune. Zijn boek is een pleidooi voor de democratie van de geest, waar een intellectueel debat kan bestaan. Omdat hij aan de kant van het leven staat, bewondert hij de groei, is hij een exponent van het blije, levenskrachtige en positieve levensgevoel en dit staat tegen de verstarring en de angst van de potentaten.

‘Over wat hier gebeurt,’ ging Zybin verder, terwijl hij helemaal sidderde van zijn roekeloosheid, van de volkomen vanzelfsprekende bereidheid tot alles, tot een dodelijk gevecht met dit joch; in elk geval was over hem neergedaald wat hij de afgelopen dagen zo node had gemist: de grote kracht van de bevrijdende verachting! En onmiddellijk vielen alle angst en vrees van hem af en werd alles makkelijk. Ben ik dan werkelijk zo bang geweest voor deze boefjes?’

‘Ja, de duivel is sterk. Heel sterk!’

‘Wat bent u toch …’, zei Chripoesjin hoofdschuddend en hij glimlachte zelfs in het besef van zijn onwankelbare gelijk, ‘wordt u van iets anders beschuldigd dan van feiten? Wat u hebt ondertekend, zijn precies de feiten van de beschuldiging. U wordt niet van terreurdaden of spionage beschuldigd, nietwaar? Waarom niet? Omdat het onderzoek niet over zulke feiten beschikt, maar het beschikt wel over heel andere feiten. U hebt de organen van de NKVD belasterd – is dat een feit? Ja! U hebt antisovjetverzinsels verspreid – alweer, is dat een feit? Ja! U hebt ondermijnende tentoonstellingen in het museum georganiseerd – weer een feit? En zelfs meer dan één!’

‘In diezelfde jaren bloeiden de cultuurparken overdadig, opvallend vaak werd er vuurwerk afgestoken, opvallend veel draaimolens en kermisattracties werden gebouwd, dansvloeren aangelegd. […] Ik ken geen enkel ander land, waar de mens zo’n vrijheid ademt […] In ons nieuwe mooie land is iedereen jong, schalde het orkest op de feesten. Velen geloofden dit werkelijk. De leus ‘Het leven is beter geworden, kameraden, het leven is vrolijker geworden’ was een staatswaarheid, de basis, het axioma van ons bestaan. Want zo ervoer ‘de meest humane mens op aarde’ de werkelijkheid die door hem voor ons geschapen werd.
Nadat Fadejev deze regel had geschreven, schoot hij zichzelf dood.’

‘Het verbond tussen de gendarmes en het uitschot: “Joden rammen, Rusland redden!”’

‘Ze halen dat uit uw houding. Uit uw maniertjes: u loopt er stiekempjes bij, u spot, vertelt grapjes, u strooit dubbelzinnigheidjes rond. Maar wat valt er te lachen? Vandaag valt er niks te lachen! Het is een ernstige tijd! In het park, als er feest is, kunt u lachen, maar u zit altijd stiekem thuis te lachen, achter gesloten deuren!’

‘Zeg me ronduit: erkent u dat onze leiders de ware, waarachtigste volksregering zijn?’

‘Nee, inderdaad, u bent niet het volk, het volk gelooft in zijn leiders, maar u gelooft niks, bent een mopperaar, loopt daar te knipogen en te schamperen. En omdat u eenmaal niet gelooft, kunt u ook anderen […] verderven.’

‘Want wat is, simpel gezegd, het doel? Het geluk van de komende generaties! Daarvoor is geen prijs te hoog!’

‘Ik bedoel dit. In Seneca’s tijd was de republiek dood. Beter gezegd, of die nu al dood was, of nog stervende was, dat wist niemand precies, omdat het niemand interesseerde. Monsters en vampiers zetten hun klauwen in de wereld. Maar ze waren keizers, dus de leiders van het volk. Er was niets om op terug te kijken. Er was niets om naar vooruit te kijken. Het heden bestond niet. Achter hen graven, voor hen graven.’

‘Kornilov lachte lang, kwetsend, vals.’

‘En je moet vooral berouw hebben!’

‘Hij heeft zich opgehangen. Op zolder.’

‘Voor Seneca was de dood een bevrijding van de compromissen. Compromissen waren Seneca’s grote zonde. Toen hij alles had begrepen, schreef hij ook een keer zoiets. Heel mooi. Hij kon heel mooi schrijven. ‘Waar je ook kijkt, overal zie je het einde van je kwellingen. Zie je die afgrond? In de diepte ligt je vrijheid. Aan die kleine en mismaakte kromme boom bungelt jouw vrijheid. Zie je die zee, die rivier, die put? Op hun bodem ligt je vrijheid.’

‘JEZUS [aan Pilatus]: U ziet toch wat hier op aarde gedaan wordt met mensen die de waarheid spreken! Zij worden overgeleverd aan mensen als u.’

‘[…], hij noemde mij een twijfelaar, het grootse tijdperk waarin wij leven onwaardig.’

‘Hoe komt u erbij, burger! Hoe durft u te geloven in zulke dingen?’

‘Alles en iedereen liet hem volkomen koud, hij had nergens spijt van en wilde niets. Alleen rust! Rust! Het was alsof het niet-bestaan hem al omvatte met zijn koude, rustige golven. Niet voor niets was de Styx geen afgrond, geen graf, geen kuil, maar doodsimpel een loden, grauwe, stromende rivier.’

‘Waar komt de angst vandaan? Niet die om je eigen hachje, maar die andere. Angst is tenslotte nergens van afhankelijk. Niet van het verstand, niet van het karakter, nergens van! Alleen, als je ergens om geeft, en ze maken je bang dat ze het straks komen afpakken, dan is het logisch waarom je bang bent. Maar als je nergens om geeft, wat dan? Waarom is iemand dan bang? Waarvoor?’

‘Hij had goede redenen om zich in het bittere uur van overpeinzing en berouw een kogel door de kop te jagen!’

‘Maar de hoogste leiding hield beslist niet van dergelijke grapjes. Daar hield men niet van cynici, daar huldigde men voor alles idealen.’

Advertisements