intimidatie en terreur: dombrovski schrijft het vervolg van de waargebeurde feiten

door johan_velter

joeri-dombrowski-2

Joeri Dombrovski beschrijft hoe zijn hoofdpersonage (hijzelf, de roman, De faculteit van onnodige kennis, is een relaas) voor een gebouw staat dat zielloos is, geen inspiratie toont, geen fantasie bezit, geen verbeeldingskracht heeft, niet inspireert, de kleur van het leven mist, geen enkele intelligentie uitstraalt en dood, ja dood is, uitgedacht (enfin gedacht is nogal veel gezegd) door depressieve oude mannen die het levensniveau van een aal bezitten.
Het gebouw is een ontmoetingsplaats, zeggen ze, ja, de ondervrager ondervraagt de ondervraagde; de gevangene ontmoet een gevangene; de bastaard schopt een mens kapot. Ja, bijna is het ook een salon. Er is het misbruik van hedendaagse technologie: hoe platvloerser, hoe beter. Er worden feestjes gegeven.

‘Die oudste, dat gaat nog … dat is nog een mens, maar die jonge, die wijsneus … die wil meehuilen met de wolven, maar jankt als een poedel.’

‘Maar waar komen mensen als hij vandaan, zo stil, koppig en dwaas? Komt het soms door deze tijd? Want hij weet alles, en toch, toch steekt hij zijn nek in de strop.’

‘Bah, erover praten alleen al staat me tegen …’

‘Dát is de waarheid,’ had de directeur vandaag gezegd. Als we erin geloven, zullen we overwinnen.’ En ze geloofden het, ze geloofden het werkelijk. Ach, dat geloof van ze! Het geloof dat bergen verzet en steden innam. Waar moet ik het vandaan halen? Ik geloof, ik geloof, Heer, help mijn ongeloof! Trouwens, wat moet jij met geloof? Denk aan Seneca, zijn tragedie Oedipus. ‘Moge het mij worden vergund te zwijgen – is er een kleinere vrijheid mogelijk?’

‘Er zijn tijden dat een woord een misdaad is. Wij leven nu in exact zo’n tijd.’

‘[…] jij zegt dat ik babbel, terwijl ik toch zwijg, ik zwijg als een vis, maar jullie hebben allemaal gelijk en ik voel dat ik zo niet verder kan leven. Ik kan het niet, basta, en op een gegeven moment zal ik uit volle borst als een kraai gaan krassen, en dan kunnen ze echt de kraaienmars voor me blazen, om met de oude man te spreken.’

‘Onbeduidende mensen hebben zich meester gemaakt van de wereld, ‘ zei hij, de handen tegen zijn borst gedrukt. ‘Mensen die niet verder kijken dan de punt van hun laars. Het zijn onderkruipsels, idioten, paljassen, een stelletje Koetejkins, maar uitgerekend door hen gaat de wereld ten onder. Niet omdat zij sterk zijn, maar omdat de wereld zwak is.’

‘Als voor een icoon moeten wij knielen voor u en voor de soldatenlaarzen, waarmee u ons vertrapt. Dat zal ik zeggen als u gelijk hebt en deze laatste oorlog zult winnen. O, wat zal het verschrikkelijk zijn als een van u – de Führer of u, onze Leider – zult winnen. Dan is de wereld verloren. Dan is de mens gedoemd. Tot in alle eeuwigheid, want hij zal de vuist slechts dienen, voor de knoet slechts buigen, en alleen in gevangenissen zal hij rustig kunnen leven.’

‘Weet je, ik ben bang, om jou : zodra het nacht is, begin je zo te ijlen! Dat kan niet zo, dat kan niet, kom bij zinnen!’

‘[…] maar een park voor cultuur en ontspanning. Of, zoals men tegenwoordig zegt, een park ter ontspanning van de cultuur. Dat is precies, heel precies uitgedrukt!’

‘Zybin had ze nooit kunnen uitstaan, die meegaande types.’

‘U houdt het gewoon niet vol, Georgi Nikolajevitsj, u houdt het niet vol’, zei hij gekweld. ‘U vecht u kapot! Zij hebben alle troeven in handen, u hebt niets. En vooral: u bereikt er niets mee! Als ze iets van plan zijn, dan doen ze het ook! En niemand ter wereld houdt ze tegen. Het hele land staat tot hun beschikking en u maakt alles alleen maar erger voor uzelf.’

‘Dit schorem was jou toegewijd, als een bende jonge zakkenrollers hun door de wol geverfde leider, en van de slechtste leerlingen werden ze als vanzelf de beste. […] Zo demonstreerde jij overtuigend, hard en aanschouwelijk de kracht van de sociale druk, de macht van het collectief en je leiderstalent.’

‘Een schuldige kust hun voeten, een onschuldige trekt zijn mes. Daarvan uitgaand moeten ze u wel een artikeltje aansmeren; de vraag is nu: welk? Als u blijft dwarsliggen en ze kwaad blijft maken, dan kiezen zij er een voor u … ’

‘De smeerlappen!’, zei hij krachtig. ‘De schoften, je kotst al als je er alleen over leest! Die lui hebben gewoon geen greintje eer of geweten over. Alles open en bloot. Heb je het gelezen? […] Wat een smeerlappen! Honden! Ze janken, vallen op hun knieën, smeken om consideratie, zweren dat ze nog nuttig kunnen zijn!’

‘Wat zal de arbeidersklasse hiervan zeggen?’

‘Moppen stonden nu hoog genoteerd, de gewoonste en niet eens grappige kostten vijf jaar, en als kameraad Stalin er ook in voorkwam, kwam het je op minstens acht te staan. Maar moppen vertelde hij nu juist niet, […].’

‘Dat loopt rond in ons land, leeft in onze prachtige tijd, maar zoekt overal alleen maar het slechte, heeft alleen oog voor gebreken, haalt de smerigheid naar boven, schept een ongezonde sfeer …’

‘Rapporten van agenten en verklaringen […]. Dat wil zeggen alles wat zelfs bij wet verboden was als bewijs te beschouwen. Maar het vormde juist de basis van de hele zaak. Zonder informanten  was het gewoon onmogelijk […].’

‘Hij was in de machine terechtgekomen, het wiel draaide rond, de motor loeide en werkte, hij zat erin en kon er niet meer uit. Niets had verder iets te betekenen. De leugen, de waarheid, standvastigheid, moed – niets!’

‘Oude doodgraver, oude doodgraver, waar ben je naartoe, oude doodgraver? Begraaf me in de aarde, oude doodgraver, zodat ik niets meer hoef te zien, mijn oude doodgraver, ‘ […]’

Advertisements