3 boekomslagen

door johan_velter

Er is de wereld. Wij lezen in een, oh, heb geen schrik, zeer oude krant uit een zeer ver verleden van een zeer ver land, de zin: ‘En iedere medeplichtige zweeg als vermoord.’ Wij tonen onze rug en onze hoon en keren ons naar de boeken.

Braque, le patron van Jean Paulhan, de mysterieuze, verscheen oorspronkelijk in 1952, wij hebben bij de hand een uitgave van 2013, uit de reeks L’imaginaire van Gallimard.

3-omslagen_braque_jean-paulhan

De tekst is een eerbetoon aan Georges Braque, niet ten onrechte. Binnen het kubisme heeft hij de meeste vorm- en materiaalexperimenten gevonden en uitgewerkt, Picasso vervolmaakte en duwde Braque naar nog hogere verten. Er was een kameraadschap die nooit meer aangetroffen werd. Braque zei van zichzelf dat hij een trage geest had, Picasso was vinniger. Na de oorlog, Braque was ernstig gewond en kon het schilderen moeilijk terug opnemen, is de grote verwijdering begonnen. Hij werd metafysicus, zag weer andere dimensies en Picasso, de aardse, kon moeilijk tegen dat esoterisch gedoe. Waar Picasso een publiek figuur werd, bleef Braque een gesloten geheim. De schilderijen die hij maakte zijn nog steeds intrigerend en hoogtepunten van de 20ste eeuw – maar te weinig gekend. De esoterie is gelukkig niet nodig om te zien.

Zoals zoveel wordt de vormgever van het Paulhan-boek niet vermeld. Op het eerste gezicht zie je slechts een banaal ontwerp, auteur, uitgever en reeks worden vermeld en in de bovenste helft staat de titel van het boek, nogal flauw spelend met zwart en bruin, denk je op het eerste gezicht.

Paulhan vertelt een van de belangrijkste momenten in de kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw, waar, wanneer en hoe zijn vastgelegd: « C’est dans la matinée du 13 septembre 1912 que Braque, de passage à Avignon, remarque chez un marchand de couleurs des galons de tapisserie, qui imitent à merveille le faux-bois des peintres en bâtiment. Il achète un rouleau, et, sitôt rentré à Sorgues, découpe trois morceaux qu’il colle sur son papier. De l’un à l’autre, il ébauche au fusain une pipe, une mandoline et le plateau d’une table ; puis ajoute les lettres ALE et BAR. C’est le premier papier-collé. » (p. 61-62).

3-omslagen_braque_jean-paulhan_detail

Het is dit moment dat de onbekende vormgever als inspiratiebron genomen heeft. De bruine letters zijn immers niet zomaar bruin maar zijn duidelijk imitatiehout. De letters staan niet naast elkaar om gelezen te worden, zijn vlakken die elkaar raken en gedeeltelijk op elkaar liggen.  De titel is geen woord maar een beeld en dit beeld  getuigt van standvastigheid, steen [sic], sokkel. De woorden « le patron » zijn op een beige kleurvlak geplaatst, boven de letters zien we een licht potloodveld. Het is een intelligent ontwerp.

In 1985 was Spanje te gast in de Europalia-reeks, het is lang geleden dat er bij Europalia nog een ernstig aanbod was. In het Palais des Beaux-arts van Charleroi werd een tentoonstelling georganiseerd dat – uiteraard moeten we zeggen – surrealistisch geïnspireerd was – uiteraard want Wallonië en surrealisme zijn synoniemen – en de drie grote Spanjaarden verenigde: Pablo Picasso, Joan Miró, Salvador Dalí en dit was ook de titel van de bijbehorende catalogus. In het boek is een tekst van Werner Spies opgenomen « Songe et mensonge de Franco », een reeks etsen van Picasso die gedeeltelijk geïnspireerd is op Père Ubu van Alfred Jarry en haar actualiteit nog steeds niet verloren heeft.

3-omslagen_miro-dali-picasso

De boekmaquette werd gemaakt door Mauricio d’Ors en Diego Lara, het is misschien onjuist te veronderstellen dat de boekcover ook van hem (hen) was maar we hebben niets anders. De gebruikte foto’s zijn bijna iconisch: Picasso door Douglas Duncan, Miró door Irving Penn en Dalí door Man Ray. In 1985 moet dit er bijna ouderwets uit gezien hebben: een herinnering aan het abstracte, een rechtlijnigheid, een modernistisch raster. Er zijn drie mannen en in het lege vak komen hun namen te staan. Maar het vierkant is geen vierkant, 16 cm breed, 19 cm hoog (van uiterste rand van het beeldvlak naar het andere uiterste). Ook de foto’s zijn niet gelijk van formaat: de foto van Miró is het kleinst (7 cm x 8,5 cm). Dalí (7,2 cm x 9 cm). Het portret van Picasso staat alleen en is het grootst: 7,4 cm x 10 cm. De ideologie van het formaat.

Er verschijnen heel wat biografieën over uitgevers (Geert Van Oorschot, Johan Polak, Rob van Gennep, Angèle Manteau) maar we mankeren nog steeds gedegen werken over uitgeverijen – het is een teken des tijds dat men naar de personen wijst en niet naar de structuren – hoe hedendaags-verachtend deze zin gelezen kan worden, is niet mijn schuld. Zo heeft de uitgeverij Heijnis baanbrekend werk verricht maar er is nauwelijks iets wetenschappelijks voorhanden – hier werd eerder enige dingen over de uitgeverij geschreven.

3-omslagen-erik-rosier_maurice-dhaese_omslag

Er werd in de jaren 50 en 60 samengewerkt tussen Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen. Ontwikkeling en De Bezige Bij is daar een typevoorbeeld van. Voor Verhalen van Maurice D’Haese werd een samenwerking opgezet tussen De Sikkel en Heijnis. Het boek verscheen in 1961 en kreeg de Dirk Martensprijs. Het boek is verlucht met tekeningen van Erik Rosier. Het papieren omslag is opvallend en bijna vrolijk: een zwart, gestileerd getekend paard staat tegen een achtergrond van rood, geel en wit. Het voorlaatste verhaal is ‘Het paard’ getiteld. Binnen de kleurvlakken zijn auteursnaam en titel geschreven, geen hoofdletters. Men zou kunnen zeggen dat het paard ‘picassoiaans’ is, maar dat is misschien niet helemaal terecht en in ieder geval is dit nogal laat, begin jaren zestig. In het boek zijn lijntekeningen opgenomen die helaas veel slechter zijn: een twijfelen tussen naturalisme en expressionistische vereenvoudiging maar getuigend van amateurisme. Er is een opvallende tekening op p. 19, een lijnvoering die sterk aan Jean Cocteau doet denken, maar door Erik Rosier zelf verknald wordt door een ventje in het oog te tekenen.

3-omslagen-erik-rosier_maurice-dhaese_tekening

Erik Rosier heeft meer werk voor uitgeverij De Sikkel gemaakt. Hij is geboren in 1934, het is onduidelijk of hij nog leeft, de familiepagina geeft slechts vragende informatie en is nogal moeilijk geschreven. Hij heeft een grafische opleiding in Gent gevolgd en was productieleider bij De Sikkel waar hij ook de vormgeving van sommige boeken verzorgde. Later werd hij zelfstandig en daarna is de tekstschrijver van de familiewebsite hem uit het oog verloren.  Maar toch, wat een tijdsbeeld, wat een schoonheid dat omslag.

Advertenties