… en daarbovenop nog een schandaal (een sovjet-anekdote) … maar overwonnen!

door johan_velter

homo-homini-lupus_georges-rouault_1944-1948

(Onderstaande brief (of is het een artikel? een grap?) werd gepubliceerd in de Engelstalige Pravda. Een onderzoeker heeft voor ons deze brief (of is het een artikel?) vertaald en ons ter publicatie aangeboden. We hebben het origineel niet in handen gehad, noch de Russische, noch de Engelstalige Pravda. Naar de onzin die in deze tekst (is het een artikel, is het een brief? of toch een grap? Hopelijk niets leerzaams!) staat, kunnen we moeilijk aannemen dat dit ernstig is. Eerder lijkt het ons een literaire fantasie te zijn, iets wat door een Sieckegheest verzonnen en verzonden is, een onbenul die zichzelf interessant wilde maken. Gelukkig hebben woorden geen enkele betekenis en zien we dit als een luchthartige fantasie, zeer geschikt voor een zondagachternoen, merkwaardig genoeg hebben we dit donderdagnacht ontvangen. Wat is de bedoeling? Het is toch niet om te lachen?  Alles hieromtrent is dus duister en onzeker. Wij doen echter een beroep op het gezond inschattingsvermogen en dito verstand van onze lezers om dit alles correct in te schatten ! Pour le plaisir de penser et de fabuler. Seulement!)


(Noot van de redactie: De brief is verward, onsamenhangend maar getuigt toch van een schone mens die het beste voorheeft met de roemrijke Sovjetstaat en zijn Grote, Ene Leider, ook uit de Provincie. De redactie heeft besloten om deze tekst (want is het een brief of een artikel?) van een naïeve, onschuldige, idealistische Russische ziel te publiceren, ondanks de onzinnige verwijzingen naar god en enkele obscure figuren die nooit bestaan kunnen of zullen hebben, of misschien zijn het door de brief- of artikelschrijver gekende dorpsfiguren die rond de dorpspomp staan te drinken, omdat ondanks de verwardheid er misschien toch een les in te vinden is voor andere Plaatselijke Leiders. Lenin zei in zijn beroemde toespraak van 22 januari 1924: ‘Ook onder het volk zijn er goede mensen.’ Kameraden: Lenin zei het! Zelf! Honderd procent!)

Kameraden,

Het is mij een genoegen u kond te doen van de heldhaftige daden van onze plaatselijke C.C.R.*, geleid door onze grote Plaatselijke Leider.

Het grote Sovjetrijk wordt ten onrechte geteisterd door allerlei financiële en andere schandalen. Die wel zogezegd en zogenaamd zijn, in werkelijkheid toch de naam van onze Grote Leider besmeuren. Maar in de provincie zijn er nog andere schandalen! Laat mij getuigen van een Held van onzen tijd.

Hier liep een gedrocht rond, cynisch, humoristisch en al te scherpzinnig. Een filosoof! In deze tijd! Een idealist, een humanist, een viezentist, een renegaat uit de school van de landverrader en volksvijand Alexander Herzen, een nihilist! Het wapen van de misdaad was zijn tong, zijn pen. Hij was gelijk en hij had grappig! De Heer heeft ons geen hersenen gegeven om het Gezag te betwijfelen! De Heer heeft ons hersenen gegeven om te begrijpen dat de Leider voor ons denkt. Onze grote Plaatselijke Leider heeft hem de das omgedaan. Hulde aan onze grote Plaatselijke Vervangende Leider!

Een ambtenaar-pennenlikker die steeds bleef zeuren over hetzelfde, haalde steeds maar weer nieuwe feiten aan, ja, voor hem was de werkelijkheid een feit. Onze Grote Plaatselijke Leider heeft hem willen diets maken, deze haalde er ook de Plaatselijke Tamboer bij, dat dit niet correct is: het is onze Allergrootste Leider die de wereld ziet. Hij is de Onderwijzer die ons zegt wat we mogen en kunnen weten. In zijn goedertierenheid heeft Vadertje Leider voor ons beslist! De Grote Plaatselijke Leider, om maar één voorbeeld te geven van zijn grote, zeer grote toegevendheid en onverschrokken belangeloosheid, heeft zelfs een speciale reis naar de Madonna van Ostakerjana afgelast, om de ambtenaar voldoende in te lichten en voor te propageren wat de drijfveren zijn en dat er helemaal niets onwettigs gebeurd is, niets onwettigs, niets legaals, ja, daar zijn we allemaal kapot van geweest.

Sneu is dat die ambtenaar maar bleef herhalen dat de C.C.** haar eigen doeleinden moest volgen. Hij, en lach niet, hij  zei dat werkelijk, zei dat de Centrale de mensen cultuur moest geven, de mensen moesten groter worden, de C.C. moest de culturele en intellectuele verscheidenheid tonen, maar waar eindigt dat?,  een sober beleid moest voeren, efficiënte en gedegen werkmethodes moest volgen, de productiemiddelen moesten bovendien volgens hem technologisch verantwoord en hedendaags zijn (maar hij zei nooit wat hedendaags betekent! Wij zijn hedendaags, onze rokken zijn al 15 cm langer en onze broeken vijf centimeter korter dan tien jaar geleden! Wat wil hij dan nog meer? Zo ziet u maar: die cynici zijn alleen maar negatief, ze juichen niet, ze dragen geen uniform en verachten de waardige, waarachtige en waarlijke kentekens die door de Tsaar en de Sovjetrepubliek zijn uitgereikt), dat de Raad ook eens andere mensen dan de eigen vriendjes en vriendinnen moest uitnodigen, dat besloten vertoningen toch niet meer van deze  tijd zijn, dat dat ook geldt voor geldverspilling (maar hij leefde zelf! en elk leven is toch een verspilling? Het is absurd! Absurd! Straks komt, naast de Tsaar en de Sovjets, ook nog Christus tevoorschijn en ja waarom niet Gorbatsjov en Heidegger, neem ook maar Wagner erbij, het is absurd! absurd!), hij zei dat reizen niet meer van deze tijd zijn maar het zijn juist de reisgidsen die veel verkocht worden!

Kameraden,  ziet u nu hoe onzinnig dit alles is en hoe de Westerse propaganda onze beste zielen vergiftigd heeft? En altijd sprak hij over de kinderen van Tsjoekebezen die geen diploma hebben, zij die in een kooi gevangen zitten en bevrijd moeten worden door hen de wereld te tonen, maar hij begrijpt niet dat onze Grote Leider hen ‘dode zielen’ genoemd heeft. Overbodig! Wegwerpwater! Niet naar kijken! Aflopen! Hij zei, luidop en in gezelschap, kameraden, er zijn getuigen, getuigen!, we hebben ze zelf in de kelders zien rondzwemmen, die de woorden herhaalden, letterlijk en voor honderd procent, niets illegaals, die hij uitsprak (openlijk!) dat het een schande is dat er nog een vierde wereld bestaat die gedepriveerd is van de menselijke civilisatie, die geen weet heeft van wat er mogelijk is en die in de straten loopt te dwalen. Maar de Grote Leider heeft gezegd dat verveling een troef is, dat verveling juist positief is voor de Mensheid, voor de Zon en voor de Aarde. Het zout van het varken! Overschot is intern en determinatief noodzakelijk om van een rijke maaltijd te kunnen spreken! Dat schreef onze Grote Leider in zijn boek***. Hij is onze Opvoeder! Hij heeft ons het Licht en de Vrede en de Rust gebracht! Kleinburgerlijke opvoeding en antirevolutionaire propaganda, dat wilde de ambtenaar verspreiden!

Kameraden, de onwetendheid is in onze contreien nog zeer groot. Het is een grote schande dat de ontevredenheid en de kritische zin aangewakkerd worden door onmaatschappelijke elementen. We moeten ze vernietigen! We moeten meer Grote Plaatselijke Leiders hebben – ook al is er maar plaats voor Eén Grote Leider! –  die de schandalen onder de grond kunnen steken. Hulde aan het Licht dat schijnt over de Karpaten! Hulde aan de Motor van de Maatschappelijke Vooruitgang! Op naar de Toekomst. Start! En up!

Kameraden. Aan dit schandaal is een einde gekomen, dankzij de Grote Plaatselijke Leider. De ambtenaar is roemloos gestorven, verbitterd en in armoede achtergelaten. We hebben hem gevonden aan een oude, versteende olijfboom, verhangen. Een Judas zonder zilverlingen! Zo vernietigt de kritische geest zichzelf. Dank de grote Plaatselijke Leider! Hulde en Roem voor dezen Held van onzen tijd!

De C.C.R. feest en drinkt in naam van het volk! Leve de Sovjets! Leve de Staat! Leve ons en onze Grote, Ene en Roemvolle Leider!

Hiermede,
D. Joerovskaja (Pravda, 7 februari 1979)

(* C.C.R. : Culturele Centrale Raad (noot van de redactie)
** C.C. : Culturele Raad (noot van de redactie)
*** Briefschrijver (brief? artikel? klucht?) bedoelt het klassieke werk van onze Grote Leider: De geschiedenis van de roemrijke Sovjets, verlucht met enige anekdotes, recepten (waaronder de geliefde salami), het verhaal van de wraak van de berin, en tevens enkele gedichten ter verheffing van het geliefde volk en de verklaring van het ontstaan van het geldsysteem, de moraal en het ongelijk van de antirevolutionaire en burgerlijke wijsbegeerte zoals geleerd door de kolonialistische en imperialistische Grieken en Romeinen, tevens een wederlegging van alle godsdienstige en andere wanen, aangevuld met een epistemologische conclusie over waarheid en leugen en los toegevoegd een strategisch plan hoe de tegenstander te verdelgen (Verzamelde werken, deel XIV) waar men het citaat op pagina 666 kan vinden. (noot van de redactie)

Beeld: Georges Rouault, Homo homini lupus, 1944-1948

Advertenties