met leegte leegte bekampen

door johan_velter

elisabeth-tonnard_the-empty-field

Het kernwoord van deze tijd is het gemeen. Het gemeen heeft de wereld in handen genomen en het gemeen kent enkel de vernietingingsvreugde. In de politiek is dit al te duidelijk. De democratische instellingen waren al overgenomen door het achterbaks gemeen voor wie enkel geld en macht belangrijk zijn – de generatie Clinton en verzin u zelf maar de plaatselijke namen, de patsers, de grote muilen, de geldzakken en hun onderdanig vee. Men heeft zich verborgen onder de deftigheid van het kostuum, de hippe bril en de vlotte klederdracht, de losse haren, een discrete tatoeage. Het kenmerk was de achterbakse leugen: men zegt voor het volk te werken, maar men wil behoren tot het geld en de macht – waarbij het tweede belangrijker is dan het eerste. Men is een leeg vat, men moet gevuld worden.

Voor hen is en was alles een spel – niet de vreugde van het spel, maar het cynisme van de slechtheid, niet het cynisme van de denker. Kijk nu naar Trump, hoe hij zijn lippen op elkaar perst, zo staan kleine jongens in een cowboykostuum op de foto: ik ben gewichtig, ik ben gevaarlijk, vervaarlijk. Hou van mij, is de wanhopige kreet. ‘Trust me.’ Het gemeen is steeds letterlijk. In een normale taal en in een normale samenleving spreekt men in metaforen om de woorden een beeld te geven. Trump doet dit ook / Trump doet dit niet, het is het kenmerk van de domheid te denken dat een metafoor ook letterlijk moet zijn en bovendien ook zo uitgevoerd moet worden. Wat zich links noemde, dacht: Trump spreekt in metaforen, het zal wel meevallen. En plots ziet men van de verdediger van de antifeiten dat de feiten toch de feiten zijn, zoals een kogel een kogel is. Het toont het failliet van de menselijkheid aan: het culturele wordt niet meer begrepen en alles wordt plat als een doodgestampte luis. Want ook de zogezegde oppositie denkt hetzelfde, maar anders, met mildere woorden – toch zijn ook die van het volk gestolen. (Trump heeft de financiële wereld weer de vrije teugel gegeven, zoals de Clintons dat al eerder gedaan hebben. Het is de grote Obama geweest die getracht heeft die wolven aan banden te leggen – ooit zal men begrijpen dat Obama geen partij achter zich had, dat de Clintons hem zijn overwinning nooit vergeven hebben, de Democratische Partij heeft hem al evenveel tegengewerkt als de Republikeinse.) Dit toont aan dat cultuur en moraal het verloren hebben van wat genoemd wordt de 21ste eeuw, de eeuw die de laatste is.

Het verschil tussen dit gemeen en het vroegere gemeen is de terughoudendheid: nu is men open en bloot anti-politiek, anti-cultuur, anti-humanisme, anti-maatschappij, anti-vrijheid, anti-denken, anti-kunst. De jungle staat open en wordt uitgebreid tot alles en iedereen. De jungle is het nieuwe paradijs. Thomas Hobbes was een schoolkind. Het is hypocrisie als het gemeen dat de macht in bezit had, nu verontwaardigd is over Trump. Men blijft beste maatjes met Erdogan en men droomt van een eigen dictatuur. Niet langer de doeleinden, de zaak zelf, zijn belangrijk – wat moet gestimuleerd worden is het geld, de macht, de invloed – maar vooral het netwerk: men moet zichzelf goed voelen en het netwerk is de beste bescherming om de maatschappij uit te sluiten. In de praktijk doet men aan racisme en discrimineert men iedereen die niet tot het kringetje van de geleiden behoort. De geleiden? Ja, de geleiden die een dag tegen discriminatie nodig hebben, een niet-alcoholische maand-campagne moeten volgen, een dag tegen hartzeer georganiseerd krijgen: ze worden geleid door reclamebureaus. Wanneer geld en moralisme samengaan, krijgen we de heerschappij van de onvrijheid, de beteugeling. De geleiden kunnen en dit wordt nu gecensureerd.

Ezra Pound kon zelfs zijn eigen gelijk niet bevroeden, zo groot is het. Er is geen intelligentie, men neemt niet de moeite zich te verantwoorden, het intellectueel bestaan is verdacht, de werkelijkheid bestaat niet. Wat overblijft is het eigen lege ik, verbonden als het is door ijle draden met andere lege dozen. Men zegt ‘van de 21ste eeuw’ te zijn en zie, alle discussie wordt opgelost in de zerpe lucht van het niet-bestaan. Al gebruikt men woorden, het anti-intellectualisme blinkt in de ogen van de hyena’s en dus leven we in een fascisme.

Men zegt over corruptie dat dit ‘niet meer van deze tijd is’ – net alsof graaizucht, anti-boekcultuur, anti-kunst wel ooit ‘van de tijd’ geweest zijn – de ergste corruptie is het corrumperen van de geest. Corruptie heeft nog nooit tot de moraal behoort, is steeds anti-mens geweest. Dat er in Vlaanderen ook intercommunales bestaan, o wat een verrassing. De schone Vlaamse ziel die zo schoon rood kleurt, wordt besmeurd en het zijn zij die weten, spreken en denken die op de brandstapel moeten belanden. En al diegenen die wisten, zwegen en uitvoerden zullen plots van kamp gewisseld zijn en zullen zich dan de nieuwe schone Vlaamse Rode Ridder tonen. Van de 21ste eeuw. Maar hun macht en wandaden zijn gebaseerd op die corruptie, hun woorden gecorrumpeerd, het geweten buitengedragen. Het bewijs dat cultuur en moraal uit de publieke ruimte verdreven zijn. Men spreekt van het algemeen belang: het land, de provincie, de stad. Nationalisme, provincialisme, citisme: de vlag van de gecensureerd. Dat er hard gewerkt wordt, dat dit alles ten goede komt. Maar geloof niet: het gaat om stalpolitiek en kuiperij. Dat investeringen xxxx xxx xxxxxxxx xxx xxx xxxxxxxx xxxx  gecensureerd van al die gasten die daardoor geen onderwijs en geen opvoeding meer kunnen krijgen.

Nee, u hoeft niet het werkje Leegte, leegte die ademt : het typografisch wit in de moderne poëzie van Yra Van Dijk te lezen, immers al te oppervlakkig, al te zeer besmet van ‘ons-kent-ons’, al te halfslachtig en niet begrijpend wat boekcultuur is.

Elisabeth Tonnard noemt het een tussendoorboek, An empty field (2017), maar weer is het standpunt belangrijk, vergaand en vooral verfijnd intelligent. Hoe moeten de Trumps, de Erdogans door de culturele wereld bekampt worden? De een zet ze in hun onderbroek, nog effectiever dan naakt, de ander beschimpt, een derde loopt weg, een vierde echter:

Is boekcultuur een metaforische, dan neemt Elisabeth Tonnard in en met dit boek het letterlijke van Donald Trump (en zijn bandieten, hier en nu) op de letter. Als de woorden enkel zichzelf zijn, dan worden ze ook zo begrepen. Tonnard schreef een ‘gesprek’, een monoloog, een redevoering van Trump uit en dan blijkt letterlijk, juist door het letterlijke, dat dit voos gepraat is, geen inhoud heeft en vooral ook geen stijl. Trump sprak op 21 januari 2017 CIA-functionarissen toe. Tonnard schreef de tekst uit en maakt zo, ‘in zijn  eigen woorden’, van de president een clown, een nietszeggende commerçant, een dwaze prediker.

De woorden zijn 1 zaak, maar Elisabeth Tonnard staat een aantal treden hoger dan Kenneth Goldsmith, bij haar is er geen sprake van een louter weergeven, de kunst van het kopiëren is te weinig. Zij stelt de leegte van de bladzijde tegenover de leegte van de woorden. Die leegte die door Laurence Sterne en Stéphane Mallarmé tot voor de één een speelse ruimte en voor de ander tot een heilige ruimte gedecreteerd werd. Tonnard maakt die metaforische leegte een letterlijke leegte: daarmee neemt ze Donald Trump en zijn maatjes hier en nu te grazen – maar begrijpen zullen ze het niet. Het boek is een perfecte spiegel en daarmee een efficiënt wapen. De titel is An empty field en, deze woorden werden ook door Trump uitgesproken, wat voor hem de leugen van de media was: er was wel plenty volk op straat om de nieuwe president te huldigen. Het stramien van Trump’s toespraken is steeds dezelfde: het is de herhaling van de belofte door de onderdrukker, morgen zal de hemel zegevieren en wij, wij zullen bij het betreden van de 21ste-eeuwse gebouwen met goud besprenkeld worden.

Als de burgers de macht van het establishment (dat wat was en dat wat is en dat wat komt) willen overnemen dan moet eerst en vooral de cultuur heroverd worden – en er moet gedacht worden tégen de tijd om ín de tijd te zijn.

Advertenties