een correctie bij een correctie van een zogenaamde correctie

door johan_velter

zwart-rood_25

Koert Debeuf, de bediende van Guy Verhofstadt, geen duif, noemt in De Standaard van 2 februari (het pamflet is ook verschenen in Le Soir en nadien gretig overgenomen door obscure blaadjes) de Arabische filosoof Averroes, de Commentator, de grootvader van de Verlichting omdat hij niet alleen Aristoteles becommentarieerd heeft maar daardoor ook Aristoteles in Europa heeft geïntroduceerd. Hij gaat in tegen de Trumpideologie, bij monde van Steve Bannon,  die stelde dat de Islam nooit iets aan de Westerse beschaving heeft bijgedragen. Als tegenbewijs haalt hij Averroes boven. Heeft de Trumpideologie weinig basis, de kennis van Koert Debeuf is al even beklagenswaardig.

Om een of andere duistere reden (wie zijn denken door de vijand laat bepalen, denkt als de vijand) spreekt Debeuf enkel over de moslimwereld – het moge duidelijk zijn dat nog andere beschavingen de Westerse beïnvloed hebben, om maar te zwijgen van de Chinese beschaving, en dat dit ook omgekeerd gebeurd is. We zwijgen nog over de invloed van de Indische filosofie op Arthur Schopenhauer waardoor het denken in de 19de eeuw gewijzigd werd en we wijzen ook niet op de omgekeerde beweging: hoe het Westen door de visie op andere culturen, ze veranderde – minstens in hun zelfbeeld. Geen enkel wezen of ding is zonder invloed gebleven – het is het nationalisme, het provincialisme, het citisme, het culturalisme, kortom de reactionaire bekrompenheid die iets anders beweert.

Over de filosofie, schrijft Debeuf: ‘De laatste en bekendste grote moslimfilosoof was Ibn Rushd, ook bekend onder zijn Latijnse naam Averroes. Hij werd geboren in 1126 in Cordoba, dat na de neergang van Bagdad het intellectuele centrum van de islamitische wereld was geworden. Averroes werd in Europa ‘de Commentator’ genoemd omdat hij uitvoeriger dan wie dan ook Aristoteles becommentarieerd heeft. Meer nog, het is door de vertaling van zijn commentaren dat Aristoteles in Europa werd geïntroduceerd.’ Mag het minstens een tragedie genoemd worden dat er sinds de 12de eeuw geen enkele moslimfilosoof meer geweest zou zijn?

Leen Huet becommentarieert dit commentaar door terecht te zeggen dat het Westen Averroes niet nodig had om Aristoteles te kennen. Ze schrijft ‘Het is echter ook weer niet zo dat de figuur en de geschriften van Aristoteles volslagen onbekend waren in het westen voordat Averroes de Commentator in de twaalfde eeuw ten tonele verscheen. De ideeën van Aristoteles bleven bewaard in verzamelwerken als die van Boëthius en men kende kleinere logische geschriften van zijn hand. De oudst bewaarde manuscripten van de antieke wijsbegeerte bevonden zich echter in het oosten en die waren door de islamitische veroveringen lange tijd moeilijk toegankelijk.’

In De Standaard van 4 februari 2017 verscheen van Nick De Clippel een lezersbrief, bij gebrek aan journalisten zijn het de lezers die daar de meeste intelligentie leveren: ‘Het zijn niet de islam of het christelijke geloof die de westerse beschaving vaart hebben gegeven, maar de moed en het inzicht van dwarsliggers. […] Het is niet met een opwaardering van een religie dat we Bannon en soortgenoten kunnen bekampen. De poging is te doorzichtig.’ Terecht stelt De Clippel dat de strijd die is tegen het obscurantisme, of die nu religieus of nationalistisch geïnspireerd is, doet er niet toe.

Wetenschapshistorisch en zelfs gezondverstandelijk is een uitspraak van Koert Debeuf als ‘Moslimwetenschappers brachten deze takken tot een hoger niveau. Ze vonden de scheikunde en de algebra uit.’ klinkklare onzin. Natuurlijk vonden ‘ze’ de scheikunde en de algebra niet uit.

(De liberale fractie daarentegen lijkt wel het warm water uitgevonden te hebben. Zo schreef Dirk Verhofstadt in De liberale canon (Houtekiet, 2015): ‘Doordat zijn (Arabische) commentaren op Aristoteles naar het Latijn vertaald werden, lag hij mede aan de grondslag van het moderne seculiere denken in West-Europa.’ (p. 23) en even verder: ‘In de Arabische wereld werd het kritische denken toen [tussen de 9de en de 12de eeuw, sic] aangemoedigd, wat leidde tot de herontdekking van de Griekse en Romeinse meesters [sic].’ Slechts twee vragen die Dirk Verhofstadt zich als ‘kritisch denker’ niet stelt: wie vertaalde dat Arabisch en waarom zijn de vruchten van de ‘gouden tijd’ nooit geplukt?)

Natuurlijk is een woord (geen begrip) als ‘moslimwetenschapper’ (zie boven, ik dwaalde even rond) problematisch en nietszeggend. Even eigenaardig is wat Debeuf over Descartes schrijft: ‘Tot diep in de zeventiende eeuw bleven katholieke geleerden boeken schrijven ter verdediging van de onsterfelijkheid van de ziel. Zelfs Descartes voelde zich genoodzaakt om tegen Averroes te schrijven. Maar ook dat hielp niet.’ De discussiegrond  is iets ruimer dan wat Debeuf beweert en kan beter beschreven worden als een omdraaiing van de hiërarchie tussen het menselijke en het goddelijke denken: het is wel degelijk Descartes die het denken de goddelijke status ontnomen heeft en die naar het individu gebracht heeft. Descartes is overigens een mooi voorbeeld van de ‘openheid’ van de Westerse cultuur, wat niet gezegd kan worden van wat Debeuf verdedigt. Bovendien is het laten vallen van deze naam nier erg verstandig voor het betoog van Debeuf: Descartes was juist de filosoof die het verleden, de overlevering wilde wegdenken: het denken begint steeds opnieuw bij het ik, de twijfel veegt het verleden weg: de waarheid is in de burger zelf aanwezig. Niet de cultuur maar het ik, gevormd in en door een cultuur, is de dynamische kracht van de menselijke wereld. Descartes zag in dat de geschriften van Plato en Aristoteles voor het denken een belemmering waren.

Leen Huet haalde haar Störig boven, een metafysicus. Wij halen Bertrand Russell’s Geschiedenis der Westerse filosofie in verband met politieke en sociale omstandigheden van de oudste tijden tot heden boven en daar lezen we, Bertrand Russell is hét voorbeeld van de humanistische filosoof, dat Averroes geen Grieks gekend zou [sic] hebben en toch in staat was de werken van Aristoteles te analyseren. Averroes stond alleen, hij kan niet als een exponent van de moslimcultuur beschouwd worden: ‘Alle boeken over logica en metafysica, die men kon vinden, werden verbrand.’ Debeuf vergeet ook te vermelden dat Averroes aan de rand van de moslimcultuur leefde, nl. in Spanje dat zelf onder invloed van het christendom en de Grieks-Romeinse cultuur stond – Averroes kan dus moeilijk als een voorbeeld van de moslimgeleerde gezien worden: het denken in en door de marginaliteit is anders dan het centrumdenken (zoals de liberalen die beoefenen: vaten vol clichés en kwallen). Russell schrijft over de mosliminterpretatie van teksten: ‘dat de letterlijke betekenis slechts was voor de onwetende massa’, de elite hanteerde 7, 70 of 700 interpretaties – niet onbelangrijk om de hypocrisie te kunnen duiden én om aan te tonen hoe idioot deze houding ook wel was: een voorbode van het postmodernisme waar niets nog kan bestaan en de waarheid en de feiten slechts een interpretatie moeten zijn. M.a.w. de interpretatie van Averroes (want een filosofie heeft hij niet geschreven) was geen opstap naar de wetenschap, integendeel, was een opmaat voor een richtingloos obscurantisme. Het rationalisme heeft met hem niets te maken.

donald-trump_koert-debeuf_dik-trom

Russell schrijft dan de voor Koert Debeuf vernietigende zin: ‘Averroes geeft een grotere rol gespeeld in de Christelijke filosofie dan in de Mohammedaanse. In de laatste was hij een eindpunt, in de eerste een begin.’ Hier wordt de Trumpideoloog (ik zie altijd Dik Trom voor ogen) Steve Bannon gelijk gegeven: ‘de islam’ heeft in de figuur van Averroes géén invloed op de Westerse cultuur uitgeoefend maar het is het individu dat een invloed heeft. Dit is dus de omkering der ideologieën: een liberaal als Debeuf zou juist het individualisme moeten zien, maar verdedigt integendeel het groepsdenken van de islam. En bovendien schrijft Russell dat het denken van Averroes (en Avicenna) géén origineel denken maar slechts een commentaar was. ‘De Mohammedaanse beschaving muntte in haar bloeiperiode uit op het terrein van kunst en techniek, maar gaf blijk van weinig aanleg voor onafhankelijke theoretische speculaties.

Dat Averroes het Westen een grote dienst bewezen zou hebben, is dus ook nog twijfelachtig. De grote Westerse traditie, het wetenschappelijke denken dat gesteund is op een ethiek, komt niet van de stroom Plato-Aristoteles-Spinoza, dit is immers de metafysische tak van het Westen, maar wel van de materialistische filosofen waarvan Leucippos het ware genie is. Demokritos en Lucretius hebben deze ideeën in teksten gegoten. En het is niet via het Oosten (de Islam) dat het grootse De rerum natura van Lucretius in het Westen bekend geworden is.

Het is Poggio Bracciolini die dit manuscript ontdekt en verspreid heeft. Als Florentijns humanist van de 15de eeuw heeft hij meerdere klassieke teksten ontdekt en uitgegeven. Ontdekt? In het Oosten? Nee, in katholieke (klooster)bibliotheken. Ach, ik moet dit heldenverhaal niet opnieuw vertellen, Stephen Greenblatt heeft dit in zijn boek The swerve (W.W. Norton, 2011) overtuigend gedaan. Hiermee wordt het belang van Averroes echter niet ontkend – het is echter een teken van de tijd dat evidente feiten in een ideologische strijd worden ingebracht en daardoor verworden tot evidente leugens.

Ik citeer nu de woorden van de wetenschapper en directeur van het Centre de Physique théorique de Luminy), Carlo Rovelli over Demokritos, de filosoof die met zijn idee het Westerse denken heeft uitgevonden, in zijn boek Reality is not what it seems (Riverhead, 2014, uit het Italiaans vertaald door Simon Carnell en Erica Segre):

We know of his thought only through the quotations and references made by other ancient authors, and by their summaries of his ideas. The thought that thus emerges is a kind of intense humanism, rationalist and materialist.
Democritus combines a keen attention to nature, illuminated by a naturalistic clarity in which every residual system of mythic ideas is cleared away, with a great attention to humanity and a deep ethical concern for life – anticipating by some 2,000 years the best aspects of the 18th-century Enlightenment. The ethical ideal of Democritus is that of a serenity of mind reached through moderation and balance, by trusting in reason and not allowing oneself to be overwhelmed by passions.
Plato and Aristotle were familiar with Democritus’s ideas, and fought against them. They did so on behalf of other ideas, some of which were later, for centuries, to create obstacles to the growth of knowledge. Both insisted on rejecting Democritus’s naturalistic explanations in favor of trying to understand the world in finalistic terms – believing, that is, that everything that happens has a purpose, a way of thinking that would reveal itself to be very misleading for understanding the ways of nature – or, in terms of good and evil, confusing human issues with matters that do not relate to us.’

Rovelli stelt dat het verlies van Demokritos’ werken het grootste verlies is dat de mensheid heeft moeten verdragen. We hebben het moeten doen met Aristoteles (terecht spreekt Rovelli in deze passage over het rationele denken niet meer over Plato) en dat is een jammere zaak: ‘Perhaps if all the works of Democritus had survived, and nothing of Aristotle’s, the intellectual history of our civilisation would have been better. But centuries dominated by monotheism have not permitted the survival of Democritus’ naturalism.’

Averroes heeft dan nog het verkeerde gedaan ook. Onmogelijk hem met de democratische Verlichting te verbinden, hij was een vader, hij was een commentator, hij was belangrijk – maar niet zoals hij door ideologen voorgesteld wordt.

Advertisements