over een man die nee zei (1)

door johan_velter

leffroi_francois-garde

Dictaturen zijn van alle tijden, bijna elke samenleving tendeert naar diefstal, gevangenneming, foltering, leugens en bedrog. Maffiose toestanden mogen dan vrij spel krijgen, de wet van de sterkste heerst. Een maatschappij in balans verhindert echter dat die dictatoriale tendensen vrij spel zouden krijgen: hoe rationeler de ordening, hoe minder terreur en intimidatie mogelijk zijn. Men mag wel zeggen dat dictators kleine mannetjes en vrouwtjes zijn, hun vernietigend werk is er niet minder om.

Een duidelijke vorm van dictatuur (en dus ook domheid) is ambtenaren de mond te snoeren (daarna komen de boeken, dan de burgers): het zijn de uitvoerders die zowel dicht bij de beslissingen als bij het volk staan. Zij moeten vrij kunnen spreken en handelen om de maatschappelijke rol optimaal te kunnen opnemen. ‘Het primaat van de politiek’ is een rechtse leuze, gericht op onderdrukking van het volk. Ambtenaren moeten de wetten uitvoeren, zij zijn het die de rechtstreekse dienaars van het volk zijn. En dus werken zij constant in een spanningsveld van elkaar beconcurrerende krachten. De hedendaagse politiek weet blijkbaar beter dan wie of wat ook wat het volk wil, maar het zijn toch de ambtenaren die de zaak van het volk moeten verdedigen en dus moeten kunnen ingaan tegen wat politiek gezegd en beslist wordt.

Wie een ambtenaar het zwijgen oplegt, vermoordt de volkswil. Daarom staat in de grondwet dat de ambtenaar geen vrees mag hebben.  De staat beschermt zijn personeel: als een ambtenaar moet spreken, zal hij beschermd worden door de wet en niet overgeleverd worden aan de luimen van een politicus en zijn dienaars die naar willekeur en eigenbelang handelen en een ambtenaar op leven en dood bedreigen. Wat men een ‘vaste benoeming’ noemt, is geen bescherming om slecht te werken, dat heeft de politiek zelf ervan gemaakt, maar is een noodzaak opdat de ambtenaar zou kunnen denken, handelen en spreken. Spreken is een plicht. En wanneer er gesproken wordt, dan blijken de zwijgers medeplichtig geweest te zijn. Of is kennis van staatsfilosofie staatsondermijnend?

L’effroi (De ontzetting, Gallimard, 2016) van François Garde doet het verhaal van een man die nee zei. Het boek lijkt daardoor een heldenleven te zullen worden, (‘wat lezen we toch graag over mensen en hun moedige daden waarvoor we zelf te laf zijn, oh wat is Louis-Paul Boon toch een groot schrijver maar we zullen hem toch niet ernstig nemen’), maar is het niet (en weer wel natuurlijk). De triomf wordt in het begin van het boek beschreven en in een ‘normaal’ (ja, Angelsaksisch) boek zou dit het culminatiepunt zijn waarmee de roman eindigt, maar hier is niet zozeer de daad zelf het belangrijkste maar wel wát er met die daad gebeurt en hoe die uitgebuit wordt tot, nu ja, tot iets weerzinwekkends. De auteur beschrijft op een koele, objectiverende manier, de roman is in de ik-vorm geschreven, er is geen sensatie, geen sentimentele modder. Natuurlijk schaart François Garde zich onder de Franse moralisten, zonder moraliserend te zijn. Het verhaal wordt een wreed sprookje om dan uiteindelijk wel weer op een typisch Franse manier te eindigen: het platteland, de naasten, ver weg van de smeerlapperij.

De auteur weet waarover hij schrijft, hij is zelf een hoge ambtenaar. Maar het verhaal is niet zijn verhaal, wel dat van de weldenkende burger die zich verzet tegen de leugen, de vriendjespolitiek, de voze praatjes, de leegte van de macht.

Het boek begint op een ongeloofwaardige manier, maar zelfs dat behoort tot de kunst van François Garde: het onmogelijke maakt hij aanvaardbaar maar hij behoudt ook dat ongeloofwaardige: dat waartegen de hoofdpersoon zich verzet, is niet het essentiële: de kern is hoe een mens en zijn moraal uitgebuit en dus gecorrumpeerd worden. Het is niet het verhaal van een individu, het boek is daarmee een maatschappijkritisch essay geworden (zonder essay te zijn) en zou voor elke ambtenaar en burger verplichte lectuur moeten zijn. Zo zou het kunnen zijn: zo zou de maatschappij rationeel geordend kunnen worden : zo is een maatschappij die ethisch gefundeerd is.

Advertenties