hugo claus, anti-bollandist (7)

door johan_velter

hugo-claus_goede-geschiedenissen_gildas

Zeker, het is niet verboden te monkelen bij deze miniaturen die Hugo Claus ons geschonken heeft. Zijn Goede geschiedenissen zijn vermakelijk , licht-ironisch en in tegenstelling tot zijn  reputatie heeft hij dit alles niet aangegrepen om de katholieke kerk en haar misdadigers aan te pakken. Hij blijft bij de kindertijd, bij hun niet-mirakelen, bij hun dagelijkse leven, er is nauwelijks iets buitenissigs en zeker niet iets bovennatuurlijks. Hoe contrasterend dit alles is met de ‘werkelijke heiligen’ mogen we niet vergeten. Martelingen, hongersnood, eigen uithongering, levend op potscherven, altijd bedelend, bedekt met puisten en zweren, engelen die hen bezoeken, spinnen in de nabijheid, achtervolgd worden. Neem de bekende Paternus van Abdinghof, hij voorspelde een brand in het klooster en toen die brand uitbrak weigerde hij zijn cel te verlaten en hij stierf. Of Theoctista van Paros die 30 jaar lang op het eiland Paros woonde en elke dag, elke dag naar de heilige communie verlangde. Na die 30 jaar vond Simon haar en bracht haar 1 jaar (1 jaar) later die hostie. Ze kon nog net de hostie ontvangen en daar was ze al dood. En nog is het niet gedaan. Simon wilde als relikwie haar hand meenemen naar zijn land van afkomst (hij heeft dus een mes of een kapmes gebruikt of hij heeft die hand afgebeten), maar !  een magische kracht belemmerde dat zijn schip kon vertrekken. Hij liet de hand op het eiland en hij kon vertrekken! Magie en Kommer en kwel en alom.

Gildas’ vastberaden gelaatstrekken
lieten reeds in zijn prille jaren
de voorbeeldige traagheid ontwaren
die de landman overvalt als men hem
een oneerlijk voorstel doet.

Omdat hij het wereldleed niet kon tillen
zakte Gildas door zijn knieën
en zo zakte zijn broek.
Hij verdronk tussen de waterleliën.
Kreupelen vereerden nog eeuwen
zijn bretellen.

Ook hier volgt Claus niet de geschiedenis der heiligen. Zowel Gildas van Glastonbury als Gildas de wijze was een kluizenaar. Soms heb ik het vermoeden dat Claus hier oude stukjes, zoals die in Claustrum (1980) verzameld werden, gebruikt heeft en zo een nieuwe gedichtenreeks heeft samengesteld. Dan zouden de collages van Thierry Renard de aanzet gegeven hebben, een verzameling heiligennamen een handleiding aangereikt hebben en het oude werk samengevoegd zijn. Dit zien we in bovenstaand gedicht. Strofe 1 en 2 hebben een eigen eenheid, door de naam is er een verband en de laatste twee verzen verwijzen naar de prent waarop we een gewichtig kind in een prachtig kostuum zien. Maar ‘feitelijk’ zijn beide strofen afzonderlijke eenheden. Ook hij , Gildas, gevangen, hier door de banden van de bretellen (die uiteraard in een vestimentair en erotisch verband staan met de vorige prent).

‘De voorbeeldige traagheid’ is een deugd die men nu niet meer kent: het aarzelen om te handelen, het uitstellen van de handeling om daardoor geen ellende te berokkenen. Claus maakt het spel natuurlijk weer ambivalent. De voorbeeldige traagheid is niet zozeer de traagheid maar eerder de onnozelheid (zijn de prenten van Renard een kritiek op de bourgeoisie, Claus trekt dit breder uit) die al dan niet gespeeld is. In de tweede strofe wordt Gildas aan Atlas vergeleken en hij verliest. Claus ridiculiseert de heiligenverering, de onnozelheid van kreupelen (zowel lichamelijk als mentaal)en vooral ook hoe dat denken niet rationeel maar verwrongen en dus ziekelijk was. Je hebt de hele tijd de indruk dat Claus verwijst naar andere zaken maar je kunt er de hand niet op leggen. In dit gedicht zijn de citatelijke woorden: ‘voorbeeldige traagheid’, ‘het wereldleed’, ‘verdronk tussen de waterleliën’. Wat doet Ophelia hier?

hugo-claus_goede-geschiedenissen_hyacint

In het volgende gedicht heb je twee elementen die in de prent van Renard te zien zijn maar ze zijn in het gedicht haast triviaal, Claus gaat dus verder dan een woordje bij een prentje: de vlinderdas en de trommel zijn  er om daarna vrij rond te dartelen. De vlinderdas doet in België uiteraard denken aan Elio Di Rupo en aan zijn navolger Bart De Wever. Beiden komen niet ‘uit een goede familie’. Claus zegt bijvoorbeeld niets over de ‘Turkse muts’ van het kind en ook niets over de zwarte oorlogsjaren van vendels en trommelslagen. Ook niet het ‘Slaat op den trommele’ van de geuzen. In de Toohcsmi-versie staat als derde regel: ‘die overdreven lichtgevend was’ – eigenlijk een beter vers. In de tweede strofe stond er niet ‘hij werd niet goed’  en in de derde strofe fietste hij niet maar ‘Hyacint nam de vlucht, hij reed’.

Hyacint kwam uit een goede familie,
dat zag je aan zijn vlinderdas
alhoewel die lichtjes overdreven was.

Op een zomerdag zag Hyacint het onheil komen.
Hij sloeg verwoed op zijn trommelvel
maar ocharme, hij werd niet goed,
het onheil sloeg op zijn darmen.

Hyacint nam de vlucht en fietste
weg van de waanzin van onze planeet,
recht in de lucht, rechts in het niets van de hel.

‘Het onheil’ wordt niet benoemd, maar is erg genoeg. Het niet-benoemen maakt het natuurlijk erger, er komt een metafysica aan te pas, het sublieme. Terstond zet Claus de puntjes op de i en laat het onheil op de darmen neerkomen (in het vorige gedicht zakte de broek al). Er is niet alleen een tegenstelling tussen het universele en het kleinmenselijke onheil , er is ook een omkering van het deftige van de vlinderdas naar het suggereren van het platvloerse – echt platvloers wordt Claus nooit, hij is geen Jan Wolkers. Ook de heiligenlevens lijken geen aansluiting te geven.

De derde strofe is weer een omkering en heeft niets meer met de collage van  Thierry Renard te maken. Hyacint vlucht weg van deze planeet, de hemel in (de lucht) maar dat blijkt dan het niets van de hel te zijn – terwijl de hel juist gekenmerkt wordt door het zeer reële handelen: het niets is de hemelse gelukzaligheid, nirwana. (Het hemelse zingen is geen activiteit maar een zijnstoestand.) Het is het nietsdoen dat tot heiligheid leidt; handelen is iets voor beesten. Versterving, zelfmarteling en -kwelling, overdenken, introspectie: allemaal wegen tot het grote niets. Er is geen vlucht mogelijk: de vlucht eindigt in de hel.

Advertenties