hugo claus, anti-bollandist (2)

door johan_velter

hugo-claus_goede-geschiedenissen_leesboek-binnenwerk

In 1999 (maar dit staat niet vermeld in de uitgave zelf) verschijnt van Hugo Claus en Thierry Renard Goede geschiedenissen, of een A.B.C. van de kinderheiligen. De uitgeverij is Toohcsmi uit Gent en later zal deze imprint van Imschoot ook nog werk uitgeven van o.a. Guido Lauwaert en Coenraad De Waele, kan het nog lager? (Ja.) Het woordbeeld doet denken aan het L.H.O.O.Q. van Marcel Duchamp en valt in het nadeel van de Gentse uitgeverij uit. Het zijn twee boekjes, beide geïnspireerd door de oude schoolschriften De zaaier/Le semeur, een plakboek en een leesboek.

hugo-claus_goede-geschiedenissen_schrift-de-zaaier

Een kwaliteitsmerk misschien, maar evengoed een zaak zoals die van de grootvader van Hugo Claus: een connectie met scholen maakt een mens rijk. De dicht- en beeldenbundel is geïnspireerd op deze schriften, het binnenwerk is gelijnd zoals een schoolschrift waarin men het schoonschrijven moet oefenen en de bladzijden zijn met rood genummerd. Alles moet doen denken aan een al dan niet gelukkige schooltijd. Misschien was het idee beter dan de uitwerking. Doordat er net niet op de lijnen gedrukt werd en omdat de druk nogal licht uitgevallen is, is de dichtbundel bijlange na geen leesboek. Maar ook het prentenboek wordt door de lijnen vertroebeld en hebben daar zeker geen functie.

Imschoot heeft onderaan de omslag de reclame op een nogal doorzichtige en gemakzuchtige manier aangepast: Niet: ‘Het merk ‘De zaaier’ is een waarborg van beste hoedanigheid’ maar ‘Het merk “Imschoot” is een waarborg van beste hoedanigheid’ waarbij de letters van het merk verschillen van de rest van de slogan. De tekening is quasi hetzelfde, maar ik hoef u toch niet te wijzen op de niet erg subtiele wijziging van de kerktoren?

hugo-claus_goede-geschiedenissen_leesboek-voorzijde

Op de achterzijde van de schriften staat de ‘tafel van vermenigvuldiging’, van 2 tot en met 20.

hugo-claus_goede-geschiedenissen_leesboek-achterzijde

De uitgave is verdeeld over twee schriften. Het ene is een plakboek met de collages van Thierry Renard, het andere schrift (o Agota, verdraag deze heiligschennis met een milde glimlach) bevat de gedichten van Claus. Het is alsof er twee aparte entiteiten naast elkaar bestaan, maar niets is minder waar: de gedichten van Claus zijn op de prenten van Renard geënt.

Claus moet niet gelukkig geweest zijn met deze uitvoering. In Hugo Claus: voor twaalf lezers en een snurkende recensent : bibliografie van de afzonderlijk verschenen werken (2004) is bij het nummer 263 te lezen: ‘Op vraag van de auteur werd een zeer beperkt aantal exemplaren afgewerkt in één deel, met de gedichten en de afbeeldingen tegenover elkaar geplaatst.’ Hier lezen we ook nog dat dit een publicatie is ‘n.a.v. tentoonstelling Claus / Renard in het Stedelijk Museum Amsterdam 7 maart-18 april 1999.’ Het was Xandra Schutte die het boek in het Stedelijk Museum presenteerde, wat ze zei weten we niet. Helaas is niet duidelijk wat ‘een zeer beperkt aantal’ is en of dit bijkomende exemplaren zijn. De uitgave werd op 193 genummerde en gesigneerde exemplaren gedrukt, daarbij nog 30 ‘e.a.’s., maakt samen 223 exemplaren. In De Standaard van 13 januari 2007 was te lezen: ‘Zelfs het aantal exemplaren was een grap: 193, of de optelsom van onze leeftijd op dat moment.” Jaja, op dat moment was Thierry Renard 48 jaar, Claus 70, samen is dit 118, nog 105 te gaan om 223 te bereiken. (Moeten ook de uitgever, vormgever bij dit getal betrokken worden?) Het boek kostte bij verschijnen 6.500 frank, 162 euro ongeveer.

Deze gedichten werden later door Claus opgenomen in zijn bundel Wreed geluk (1999), dus in hetzelfde jaar – wat voor hem zeer snel was. Het paradoxale is dat de gedichten hier geplaatst worden zonder de prenten en er ook op geen enkele wijze meer naar verwezen wordt. De bibliofiele uitgave moest voor Claus overgedaan worden maar de reguliere uitgave kon zonder de collages van Renard.

De titel van de bundel intrigeert. Goede geschiedenissen verwijst naar de Goede geschiedenis, te weten de Gewijde geschiedenis, het Oude en het Nieuwe Testament. Het meervoud geschiedenissen is niet zeer gebruikelijk en betekent hier verhaaltjes, histories maar wel mét de gewichtigheid van geschiedenis, toch een wetenschap. Ook het A.B.C. verwijst naar de kinderwereld: het leren van het alfabet is een onderdeel van het technische lezen. ‘De kinderheiligen’ is een voor Claus typisch problematisch woord. Er is het bepalend lidwoord: de kinderheiligen, wat er lijkt op te wijzen dat we ze hier allemaal samen hebben, toch zijn het er maar 24. Kinderheiligen: bedoelt Claus de kindertijd van heiligen of de heiligen voor kinderen, zoals Sinterklaas die was? Is er een verband met Allerheiligen of met de heiligen als kind, of zijn het heilige kinderen?

Het lijkt erop, zoals hierboven beschreven, dat Thierry Renard een ondergeschikte rol gespeeld heeft, maar niets is minder waar. Het is Thierry Renard die zijn collages aan Claus gepresenteerd heeft en hem vroeg gedichten erbij te schrijven. Renard, geboren in 1951, had een internationale carrière als advocaat opgebouwd maar in 1995 was hij dat bestaan beu en besliste hij om ‘collagekunstenaar’ te worden. Hij overleed veel te vroeg in 2011. Ik weet wel dat collages dikwijls gezien worden als een voorbije kunstvorm, het surrealisme, maar intelligentie en inventiviteit zijn nooit voorbij. Ik weet wel dat collages dikwijls gezien worden als een flauwe grappenmakerij, maar humor die goed is, is nooit voorbij. Er is een maatschappijkritiek, de onwaarde van het beeld, de sluimerende verleiding ervan, de verwarring, zowel esthetisch als intellectueel.

Bij Editions Tandem verscheen in 2002 Thierry Renard : conversation avec Jacques Sojcher. In het gesprek wordt een overzicht van de carrière van Renard gegeven. Merkwaardig is dat hij verklaart dat hij vroeger (dus voor 2002) schoolschriften gebruikt heeft als basis voor zijn collages maar dat met tegenzin deed omdat hij dit indiscreet vond. Het interview wordt gestructureerd door de letters van het alfabet (de k, p, q en u, w, x, y en z ontbreken). De letter L vangt de term Littérature. Renard is een belezen man, hij kent de klassiekers van het beeld en het woord. De collage is een bij uitstek te lezen beeld – en daarom alleen al ‘uit de tijd’. Het oog moet begrijpen. Hij was een liefhebber van de zeventiende-eeuwse Franse moralisten: « On y trouve de très belles et justes observations sur le genre humain … beaucoup de perspicacité et d’humour aussi. » (p. 50). Met Michel Butor heeft hij een boek gemaakt en dus ook met Hugo Claus. Hij zegt daarover :
« Il s’agit de collages ayant pour thèmes des photos d’enfants prises au début du siècle dernier, et retravaillées de manière à montrer comment et combien les attendes du monde adulte à leur égard y sont préfigurés. Au départ de ces images, Hugo Claus a écrit vingt-quatre poèmes qui à leur tour transforment ces enfants en saints-enfants, les poèmes évoquant de manière décapante les raisons de leur sainteté à leur jeune âge. Les poèmes détournent donc à leur tour mes images. J’en reste ravi et cette collaboration étroite a été très heureuse à tous les égards. Ce qui me fascine est le fait que collages et poèmes puissent y mener leur vie propre. L’image n’est pas forcément mieux lue à travers les poèmes, ni les poèmes mieux compris par l’image, ensemble cependant ils s’avèrent être de joyeux compagnons. » (p. 51). Google vertaalt dit laatste als : ‘maar ze blijken te zijn van vrolijke mannen’. En het is precies dit wat zo uitzonderlijk is aan deze gedichten: Claus is niet, zoals Calvino, een ‘lichte’ dichter, bij hem is er altijd de zwaarte van het gemoed, het leven, de strijd: er moet iets. In deze gedichten dartelt er echter een lichtheid, een vrolijkheid, ja zelfs een geluk rond dat in het oeuvre van Claus een eigenaardig lichtpunt is.

Uit het verhaal van Thierry Renard kunnen we afleiden dat hij initieel de collages gemaakt heeft en dat Claus die met gedichten ‘geïllustreerd’ heeft. De collage is een transformatie, de prenten werden met woorden gemetamorfoseerd tot een zelfstandige entiteit. We hebben dus een keten van veranderingen, wijzigingen, modifications. Jacques Sojcher zelf beschrijft de gedichten als: « Hugo Claus en fait des petits saints aux noms désuets. Le poète comme le collagiste suggère des histoires, plutôt qu’il ne les raconte. » (p. 83). Renard vatte zijn collages in een omslag, stak die in de brievenbus van Claus en een weinig later waren de gedichten er, tot zijn verbazing en geluk. En ter instructie van ons allemaal.

hugo-claus_goede-geschiedenissen_thierry-renard-tussen-1990-en-1996

Beelden: Goede geschiedenissen en Thierry Renard, L’arithmétique du plaisir, 20,3 x 12,5 cm, tussen 1990 en 1996 gemaakt, uit: Collages, Thierry Renard, Editions du regard, 1997, als voorbeeld van het andere werk van Renard.

Advertenties