een fabel voor michel l.

door johan_velter

een-fabel-voor-michel-l

Op de weg zag men twee disputanten gaan. Allebei spraken ze groot en met weidse gebaren. Soms bleef de een staan, alsof het stappen hem de zuurstof ontnam om een nog groter woord te vinden. De ander trok hem mee, maar bleef zelf staan, alsof de benen hem een kloek onderstel moesten geven: zo wordt de waarheid verankerd in de grond. Ze gingen door berg en dal, zevenmijlslaarzen hadden ze aan, al menige stok hadden ze versleten, hun stemmen werden schor en nog, nog maanden ze elkaar toch in te zien.

Hun handen werden eeltig, hun gelaat doorgroefd met rimpels. De ene disputant had grijze haren gekregen, de andere was nu bijna kaal. De mensen die ze op hun tochten ontmoetten, zagen ze niet, later kwam geen herinnering hen kielhalen. Het vuur van hun overtuiging leefde hen en de toevallige toehoorder, die soms bleef staan, soms een eind meetrok, ging hen voorbij. Ze hadden enkel oor voor elkaar, wat wilden ze? De ander overtuigen? De eigen twijfel doen verstommen? Het plezier te denken? De ernstigheid van de ander te beproeven.

De ene disputant haalde boeken uit bibliotheken, toonde de prenten en de letters. De ander wees naar de hemel, de maan, de sterren en het heelal waar verleden en toekomst samenkwamen. De een had een vreugdevolle lach om wat was, de ander had een vreugdevolle lach om wat verborgen was.

De disputanten praatten en praatten en zagen niet dat ze aan een rivier gekomen waren. Hun voeten werden nat, ze schrokken en deden een stap terug.
‘Dit is een rivier. Het water.’, zei de een.
‘Dit is een rivier. Het water.’, zei de ander.
Ze zagen elkaar in de ogen en knikten goedkeurend om wat de ander zei.
En ze gingen verder, de twee disputanten.
‘Dit water is niet het water’, zei de een, ‘maar het leven, als de Jordaanrivier.’
‘Dit water is niet het water’, zei de ander, ‘maar de dood, als de Styxrivier.’
De zon brandde, het zand was droog, de weiden sappig, de steden dood. Een wind waaide.

Advertisements