het plan van elisabeth tonnard

door johan_velter

elisabeth-tonnard_the-plan_1

Ze mag dan nog geregeld bij de ‘formalistische literatuur’ gerekend worden, en die wordt dan afgezet tegen de ‘expressionistische’, toch kan men het werk van Elisabeth Tonnard niet wegzetten met een schouderophalend ‘formalistisch’. Het is waar dat ze weinig psychologie, toch zeker geen ikhijgerigheid in haar werk toelaat, maar evenzeer is het waar dat werk nooit zonder een individu kan ontstaan of bestaan. De maker is aanwezig – soms op een grof-brutale manier, soms subtiel-intelligent, het tweede geldt natuurlijk voor Tonnard, al laat haar naam de donder vermoeden, er is meer fijnzinnigheid.

Haar conceptueel schrijven is een combinatie van inventiviteit (ook metamorfose) en intelligentie, een kennis van cultuur en beschaving. De teksten die ze bewerkt, verwerkt en ontwerkt zijn geen zinledige teksten maar hebben binnen de cultuur een status, een waarde. Het werken met deze teksten is geen blasfemie maar is ingegeven door een respect en een besef van de waarde van die werken. Juist daarom moet er mee aan de slag gegaan worden. Tonnard gaat verder dan het gros van de schrijvers en beeldende kunstenaars: het citaat, de appropriation gebeurt nooit achteloos maar wordt een bouwsteen, een werkstuk. Niet alleen inhoudelijk maar ook vormelijk. Als de woorden van T.S. Eliot (Let us go then, you and I : T.S. tipp-exed, 2003) weggeveegd worden en het gedicht aldus tot scherven gereduceerd wordt, waar het wit en de inkt met elkaar in botsing komen, dan is dit niet willekeurig. Is Eliot niet de dichter van het verbrokkelde Westen en is hij als modernist ook niet gevoelig voor de modernistische beeldende kunst, doet Elisabeth Tonnard hem geen eer aan als ze hem zowel inhoudelijk als vormelijk toont zoals hij zich verborgen houdt onder de tekst? En wie gefascineerd wordt door haar beelden, zal ook de woorden begrijpen – en omgekeerd. Tonnard bekommert zich daarbij niet alleen om tekst, beeld en inhoud, maar ook de vorm van het boek is belangrijk – daar wil ze zich wringen, al naargelang, tussen poëziebundels, fotoboeken, tekstboeken, handleidingen. ‘Ja maar’, roepen de mensen die in hun ogen tralies gebouwd hebben, ‘wat is dat nu? Poëzie maar zonder poëzie, of beelden zonder herkenbare beeldekens? Het is ons te verwarrend, wij willen willoze wimpelheid!’

Misschien is het nog het best deze werkstukken te karakteriseren als ‘stemmen’, zoals Elisabeth Tonnard het in haar Dante-boek In this dark wood gedaan heeft. Daar heeft ze vertalingen van Dante’s hoofdwerk opgenomen, die telkens weer hetzelfde zeggen en toch weer anders – daarbij plaatste ze foto’s van mensen die door de nacht wandelen, alleen. De eenzaamheid, die niet Dante’s eenzaamheid was, wordt hier gevisualiseerd én in dit leven, deze cultuur getrokken. ‘Moderniseren’ is een te onnozel woord, maar ik ben vandaag weer met de barbarij geconfronteerd, dus weze mij veel vergeven. De foto’s zijn niet willekeurig gekozen maar komen uit de Joseph Selle-collectie van  straatfotografen uit de jaren 40 tot 70. Daardoor komt er over dit boek een nostalgie te liggen en zien we ook hoe de hel zich verplaatst heeft, van de onderwereld naar de steden. Er is een mededogen: wie kijkt ziet hoe die gezichten een nachtelijke somberheid met zich meedragen, hoe de mensen in zichzelf gekeerd zijn, hoe de nacht een eigen gevoelige intelligentie bezit. De herhaling, juist de herhaling, doet ons binnentreden in dit Nightwood.

Ook haar nieuwste boek, nog net in 2016 verschenen, is een combinatie van allerlei elementen. Men kan de formalisten verwijten dat ze geen ‘getuigenis’ afleggen van de wereld, dat hun hautaine onverschilligheid de mensen tegen de borst moet stuiten. Soms is dat terecht, maar bij Tonnard zeker niet. Ze weet wat de wereld te bieden heeft en stelt daar tegenover een wereld waar de barbarij geen uitstaans mee heeft. Ze doet dit zonder haar eigen artistieke bakens te moeten verloochenen.

In het Klein lexicon van managementjargon (Epo, 2016) nemen Rudi Laermans, Lieven De Cauter en Karel Vanhaesebrouck het lemma ‘Planlast’ op: ‘hoe meer management naar neoliberaal recept, hoe meer bureaucratische planlast in de vorm van verplichte jaaractieplannen, regelmatige assessments, monitoringssystemen die constant dienen gevoed te worden met data, enz. Over planlast wordt voortdurend geklaagd en ook gezegd dat hij omlaag moet wegens niet efficiënt. Met elke aankondiging dat de planlast zal verminderen, lijkt hij te vermeerderen.’ Apen! Apen, zijn de mensen. Oh pardon, de managers. ‘Het plan, het plan en niets dan het plan’, dat was de leuze van de socialisten die hun ideoloog Hendrik De Man wilden bedienen. De Man is in de collaboratie verzeild geraakt, het plan is plan gebleven.

In Ecartèlement, Ebauches de la vertige (ik schreef natuurlijk vérité) schreef Emil Cioran in 1979: « Tout projet est une forme camouflée d’esclavage. » Zelf heb ik niet tientallen projecten meegemaakt, allemaal getuigend van de grote intelligentie die nu rondwaart en wonder boven wonder zijn ze alle ook bijzonder geslaagd geweest, hebben ze meer dan hun eigen doelstellingen bereikt en waren ze veelbelovend voor de toekomst, die nu al zichtbaar is. Ah, Leibniz, uw Pangloss was nog niets vergeleken bij onze Panglosssen die project na project uit hun hoge hoed toveren, plan op plan leggen en altijd het voorgaande vergeten. Het project, het plan is het trait d’union tussen het staatscommunisme en het staatskapitalisme.

elisabeth-tonnard_the-plan_2

Elisabeth Tonnard vond in de resten van de voormalige D.D.R. mappen die er statig, gewichtig, deftig, pseudo en geheimzinnig uit zien. Merkwaardig hebben ze nauwelijks een rug, zijn de kartonnen gerild en kunnen ze geen 20 bladzijden bevatten. Daarin bevindt zich een groot blad in 4 A4-vellen gevouwen. Horizontaal, bovenaan in de breedte is gestempeld The Plan. Buiten de titel is het papier leeg. Maar zo kun je in de gangen van menig gebouw paraderen, nog altijd sierlijker dan met een rugzak.

Luister nu naar de ironie van  Elisabeth Tonnard, en ik citeer haar eigen catalogus Books and editions (2016): ‘The Plan is the chameleonic directive to every situation of societal life – whether it is playing sports, writing a book, or practising for war. Always think of the Plan. Better yet: always have it in your hand.’

Bij The Plan hoort een boek met foto’s uit de D.D.R., telkens weer komt de ‘farde’ of een plan te zien, wie zonder plan is, is verloren; wie zijn plan niet trekt, loopt verloren. Maar ook : hij die het plan trekt, zal door het plan vergaan.

Het nieuwe project (!) van Elisabeth Tonnard verenigt alle kwaliteiten en gevoeligheden: haar liefde voor het wit en de ruimte, de ironie van dit bestaan, de liefde voor de nietszeggende foto die dan alles kan betekenen, de herhaling, de subtiele wijzigingen. En tegelijkertijd is dit ook een maatschappijkritiek die het kan zonder grote woorden te moeten gebruiken, geen moralisme gebruikt (Against expression) maar overloopt van betekenis en cultuur.

Beeld: foto’s Elisabeth Tonnard

Advertenties