het oude jaar – bitter

door johan_velter

31-12-2016_bitter

William Shakespeare, King Lear, II, 4:

[…]
You heavens, give me that patience, patience I need!
You see me here, you gods, a poor old man,
As full of grief as age ; wretched in both!
If it be you that stirs these daughters’ hearts
Against their father, fool me not so much
To bear it tamely ; touch me with noble anger,
And let not women’s weapons, water-drops?
Stain my man’s cheeks! No, you unnatural hags,
I will have such revenges on you both
That all the world shall – I will do such things,
What they are yet I know not, but they shall be
The terrors of the earth. – You think I’ll weep ;
No I’ll not weep :
I have full cause of weeping, but this heart
Shall break into a hundred thousand flaws
Or ere I’ll weep. – O fool ! I shall go mad.

Razend.

[…]
Goden, geef mij Geduld, Geduld is nodig! –
Ge ziet mij hier, een arme, oude man,
Aan smart en jaren rijk, door beide ellendig.
Zijt gij’t, die ’t hart van deze dochters hitst
Tegen hun vader? Maak mij niet zo dwaas,
Het tam te dulden; wek mijn eedle toorn
En laat geen waterdruppels – vrouwenwapens! –
Mijn mannewang bevlekken! Hellevegen,
Zo gruwlijk zal ik me op u beiden wreken?
Dat heel de wereld – ik zal dingen doen?
Ik weet nu nog niet wat, maar het zal de aarde
Doen sidderen. Je denkt, dat ik zal wenen;
Neen, wenen zal ik niet.
‘k Heb alle grond tot wenen, (in de verte rommelt storm) maar dit hart
Zal eer in honderdduizend scherven breken
Dan dat ik ween. O nar! ’t Maakt mij krankzinnig.

(vertaling Willy Courteaux, 1987)

[…]
Geeft, heemlen, mij geduld: geduld behoeve ik.
Gij, goden die mij arm oud mensche, aanschouwt
vol jaren, en gebrek, twee groote ellenden,
zoo gij die dochters-herten tegen hun vader
gehitst hebt, staat van spotten; doet mij dat
niet goedsmoeds lijden. Geef mij edelen toorn in ;
onteert met geen getraan, ’t verweer van  vrouwen,
mijn mannenkaken. – Gruwzaam prijen-paar
zoo wreede wraak zal ‘k op u beiden nemen
dat heel de wereld … zulke dingen doen …
‘k weet nog niet hoe, maar de eerde zal ervan
vergruweld staan. Gij meent dat ik zal weenen?
Neen, weenen doe ik niet.
Ik ben bedroefd genoeg, maar liever liet ik
mijn hert in honderdduizend stukken springen
dan dat ik weene. – Knape, ik word nog zot.

(vertaling E. Lauwers, 1907)

[…]
O hemel, geef geduld, dát heb ik nodig!
U ziet me, goden, hier – een arm, oud man,
zo triest als oud, in beide diep ellendig.
Als u mijn dochters tegen mij, hun vader,
hebt opgestookt, maak mij dan niet zo’n dwaas
dat ik dat lijdzaam duld. Ontsteek me in toorn,
en laat geen druppel vocht, dat vrouwenwapen,
mijn mannenwang bevlekken. Vuige heksen –
zo vreeslijk zal mijn wraak zijn op u twee,
dat heel de wereld … ik zal dingen doen …
ik weet nu nog niet welke, maar zij zullen
de schrik der aarde zijn! U denkt misschien
dat ik ga huilen; nee, ik zal niet huilen (Het begint te onweren en te stormen)
al heb ik alle reden, maar dit hart
breekt eerder nog in honderdduizend stukken
dan dat ik huilen zal. Nar, ik word gek!

(vertaling Rogier Eikeboom, 2010)

Advertenties