arthur, le maître

door johan_velter

zwart-rood_22

Het motto van De haas en de regenboog haalde Paul Claes uit Illuminations van Arthur Rimbaud, het eerste gedicht ‘Après le déluge’. De titel Splendide-Hôtel (1973) van Gilbert Sorrentino is uit datzelfde gedicht gehaald: « Les caravanes partirent. Et le Splendide Hôtel fut bâti dans le chaos de glaces et de nuit du pôle. » Voor Paul Claes verwijst dit ‘hotel’ naar 1 van de cultuuractiviteiten van de mens (het gedicht is in zijn interpretatie een conflictbeschrijving van natuur tegen cultuur), het toerisme en : ‘Ongerijmde verbindingen tussen cultuur en natuur klagen de absurditeit van de voortschrijdende civilisatie aan: de piano in de Alpen, de mis aan honderdduizend altaren, het hotel in de poolstreken, […].’ (Illuminations, Paul Rimbaud, vertaald door Paul Claes, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1999, p. 138). Het hotel kan echter ook begrepen worden als het Crystal Palace van de Wereldtentoonstelling in London, 1851 – althans zo kunnen we het uit het boek van Sorrentino begrijpen, waar het ook gelijkstaat aan de doorzichtigheid van het nieuwe leven, de klaarte, de lichtheid en lichtzinnigheid. Dat staat dan in contrast tot het samenspel dat in dit boek plaatsvindt. Bij Sorrentino is er geen conflict maar wordt de cultuur verder ontwikkeld, de natuur is achtergelaten – wat 1 van de grote kenmerken en verdiensten van het modernisme is (deze laatste zin kan verkeerd begrepen worden, laat het zo.)

‘Rechtstreeks’ heeft Sorrentino teruggegrepen naar het gedicht ‘Voyelles’ van Rimbaud. Daarin verbindt de Franse dichter de vocalen met kleuren: A-zwart, E-wit, I-rood, O-blauw. De Amerikaanse dichter haalt echter ook de andere letters uit het alfabet zijn boek binnen. Dat is samengesteld uit hoofdstukken die elk voor een letter staan, met 1 uitzondering. In elk hoofdstuk behandelt hij niet alleen een letter en een kleur maar verwijst hij ook naar andere schrijvers. Over wat gaat dit boek? Over het alfabet en tientallen andere verhalen, kleine zaken die plots samenkomen, die terugkomen, herhaald worden, verdwijnen. Het boek is een ode aan het schrijven, een plezier om te lezen: hier nauwelijks een verhaal en daardoor des te meer literatuur. De vreugde vrijheid in werking te zien. Sorrentino beschrijft, zoals alle modernisten, het schrijfproces, ‘de act’. Maar dat is slechts 1 kant van de zaak, de schrijver staat hier immers voor het artistieke, het fantasievolle, het ‘meer-mens’ en is dus voor de lezer een ideaalbeeld, een na te streven norm. De A staat bij Sorrentino voor het zwart, zoals bij Rimbaud: het zwart van de vliegen, 1 A is 1 vlieg, 2 A’s zijn twee vliegen. ‘Yet my poets – their secret lines speak to me.’ (Splendide-Hôtel, Dalkey Archive Press, 2001, p. 8).

In een herbertiaanse fase (de letter B) spreekt Sorrentino (die we naar de geest van zijn boek S zouden moeten noemen) over wat kunst is: ‘Don’t believe for a moment that art is decoration or an emblem. It is what life there is left, though ill-used, ill-used. […] “You are a writer? How contemptible. You artists are all alike. It is a blasphemy to write, to cultivate your soul, to seek out beauty in the midst of this injustice. The poem is irrelevant, irrelevant. We do not wish for truth, but for action!”’(9-10).

De letter C, het woord ‘criticism’ (komt in het hoofdstuk D voor), o.a. Sorrentino haalt fantasie en realiteit door elkaar en versterkt daardoor beide. Door deze bewuste en door de lezer herkende verwarring nadert men de kern van de creativiteit, geen psychologie (gelukkig maar), wel de uitwerking, men zou het haast de sociologische kant kunnen noemen – en omdat we (gelukkig maar) niet in het brein van een ander kunnen kijken, interesseert ons alleen maar wat zichtbaar is, gelezen en gekend kan worden. De schrijver is geen idioot maar een rationalist, een ingenieur die de wereld maakt, en dat universum naast en in de reële wereld plaatst. Jorge Luis Borges : de wereld is een bibliotheek (bibliotheek in de oude betekenis van het woord, niet in hun betekenis van rendez-voushuis). Het alfabet fungeert als structuur – de wereld wordt een wereld van woorden, gedachten en beelden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zij die de taal als vrijheidsmiddel gebruiken en zij die de taal als onderdrukking zien. ‘Who, who? They want politics and think it will save them. At best, it gives direction to their numbed desires. But there is no politics but the manipulation of power through language. Thus the latter’s constant debasement.’ (17)

Ook in hoofdstuk F speelt Rimbaud weer een rol, Une saison en enfer is het te lezen boek, het probleem van de metafoor te overdenken.

Sorrentino speelt niet alleen met het oeuvre van andere schrijvers, ook hun biografie wordt de literatuur ingetrokken en krijgt aldus een betekenis, de feiten zelf zijn metafoor: ‘Then consider this irony: Captain Rimbaud and General Aupick.’ (21). Baudelaire komt via een tussenpersoon het boek binnengewandeld.

De letter H is gemakkelijk: ‘Sa porte est ouverte à la misère.’ (24)

Sorrentino volgt Rimbaud in zijn godslastering, in het afwijzen van de godsdienst, in het bewust beledigen – waarom ontzag voor wormachtigen? Toch gaat de schrijver de paradox niet uit de weg, integendeel, de kunst is het domein van het andersluidende. ‘It is curious that the King of the Catholics is ignorant of the notes of a fellow Catholic, one who has spent time in Hell.’ (36).

Even later spreekt Sorrentino over ‘a blue trumpet’, een verwijzing naar de ‘suprème Clairon’ van Rimbaud en een aankondiging van Wallace Stevens die in hoofdstuk T verschijnt, of beter ‘the President’, een verwijzing naar Notes toward a supreme fiction, het gedicht ‘It must change’ waar de ‘president’ staat voor het anti-leven. In dit hoofdstuk beschrijft Sorrentino dit personage dan ook negatief en toch levendig. ‘He has no style. He has apples on the table. No one before him ever thought of ordaining the bee, the lowly bee, to be immortal. The servants, each day, adjust the curtains in his office to a t: to a metaphysical t.’ Wallace Stevens: ‘The President has apples on the table / And barefoot servants round him, who adjust / The curtains to a metaphysical t /’ (It must change, II). En in het volgende hoofdstuk (U): ‘I once knew a woman who, gazing at the sea each day throughout a long summer, decided that it had commanded her to change her life, which she did. She is dead now.’ (p. 49).

Advertenties