het balken van de nar

door johan_velter

de-nar-spreekt


(Tingeling, tingeling)

De nar spreekt:

‘Ik ben de nar, ik ben de spiegel. Ik toon de omgekeerde wereld, de aarde op haar kop gezet, de deugden van de ondeugden en de woorden zie ik onder de rok.

Ik ben de nar, en ik lach en ik lach en ik vertel leugen na leugen, de waarheid ligt elders bij de ander niet. Diogenes zocht nog, zijn lamp kon iets tonen. Ik zie in mijn lamp slechts duisternis, kwade geesten en spoken, duivels en monsters, kwaad gewoel en gewroet. Maar daarbuiten! Licht, vreugde, rampspoed, vrede, eerlijkheid, kameraadschap.

Ik ben de nar, ik zing van tingeling, tingeling. Hou geen rekening met mij. Tel uw geld, zoek uw macht, verzamel uw leugens in uw leugenzak daar op uw rug en vertrek met uw gesel, zoek een ezel en neem als gezel uw schaduw mee.

Ik ben de nar waarop men spuwt en die men met verachting beluistert. Ik ben het vuil van het denken, het overschot van de terreur, het bezinksel van de intimidatie.

Ik ben de nar, ik vertel dwaze verhaaltjes waarnaar de kinderen niet luisteren mogen. En ik wacht, ik wacht en ik hoor haar komen, Pallas Athena, op haar tenen naderen en ik hoor het zachte ruisen, ik ruik haar zoete adem, ik voel hoe haar ademtocht mij opneemt en ik zie haar arm omhoog gaan, ik zie de hand die het handvat grijpt en ik hoor, ik hoor uw krijsen. Tingeling, tingeling, het is niet waar. Het is maar om te lachen, om u bezig te houden. De nar doet wat hij moet doen: hij speelt zijn rol, hij speelt zijn functie. Tingeling, tingeling.

Luister naar de decembergrappen.

In Congo woedt al maanden een politieke crisis. ‘Het regime grijpt naar repressie om tegenstanders onder de knoet te houden.’ Congo hé, niet het fiere Stultitia, het schone en reine vaderland, de zo geliefde woestenij. O wonder der vruchtbaarheid.

In Amerika, the land of the free, woedt het McCarthyisme. Men maakt jacht op al wat links is, op wat denkt, op wie het geld als een illusie bestempelt, op wie de machtcorruptie aantoont. Daar is het populisme aan het werk, de anti-joodse traditie van het anti-intellectualisme viert hoogtij. Maar niet hier, niet hier, niet in het fiere Stultitia, het schone en reine vaderland, de zo geliefde rechtsstaat. O wonder der rechtschapenheid. O politiek correcte vrijplaats.

In Turkije is een tiran aan het werk. De oppositiekranten legt hij het zwijgen op. Advocaten, journalisten, leerkrachten worden in het gevang geworpen. O, hij bestempelt zijn land als schoon. Hij is fier op zijn geliefde voorland. Het denken bestaat daar niet meer, de redelijkheid is Joods, de rede wordt het zwijgen opgelegd. Het lachen? Het zijn Joden die lachen. Joden en narren : één front. Hij is groot, hij is lovenswaardig, hij is ons voorbeeld. Turkije hé, niet het fiere Stultitia, het schone en reine vaderland, de zo geliefde vrijheidsstaat. O wonder der intelligentie. De bakermat van de cultuur, de geboortegrond van de mensenrechten. O Stultitia, erfgename van de encyclopédistes. Niet hier, niet hier!

O vat van civilisatie.
O bloem der cultuur.
O tempel van humor en verdraagzaamheid.
O agora van de dialoog.
O republiek der letteren, gij oude, uitgewaaide hoer.

En een nar, een nar leest slechts dat wat andere narren schrijven, hij is te dom om de grote spraak te begrijpen, de hoge plichten te verstaan. Wij, wij zijn de narreninternationale, wij zingen van tingeling, tingeling, een nar, tingeling, waart door Europa, en de nar, hij hoort de narrendichter spreken over ‘een samenzwering van ambtelijke leugens’ o wat een leugen en hij leest een andere nar en zo vermaken wij u, wij de narren die met onze buik over de grond kruipen en met onze tranen uw woestijnzand bevochtigen en u vermaken met dat te tonen wat onder ons kruipt, de verdraagzamen die zelfs de nar op zijn buik niet willen zien, het omhooggevallen onbenul.

De narrendichter tooide zich met de naam van de cartesiaan en toonde aan hoe belachelijk denken is in een dictatuur; hoe het lachen een gevaar is in de dictatuur. Dat de lach het denken zelf is. De nar moet weg, neem de mens ook maar mee. Stook vuur, verwarm de oven, maak as. Luister naar het narrengezang van de gestorven nar en nu gezongen door de stervende zot:

‘Ga waarheen die anderen gingen naar de donkere grens
om het gulden vlies van het niets je laatste beloning te halen

ga rechtop te midden van hen die op de knieën
hen die zich hebben afgewend en hen die zijn verpletterd

je bent niet gespaard om te leven
je hebt weinig tijd je moet getuigen

toon moed wanneer de rede tekortschiet toon moed
bij de laatste afrekening is dat het enige wat telt

en laat je machteloze Toorn zijn als de zee telkens
wanneer je de stem der vernederden en geslagenen hoort

laat je altijd vergezellen door je zuster Verachting
voor verklikkers beulen lafaards – zij zullen winnen
op je begrafenis komen en opgelucht hun kluitje gooien
en een kever zal je gladgestreken leven schrijven

en vergeef niet want voorwaar niet jij hebt de macht
te vergeven in naam van hen die met de dageraad verraden werden

hoed je echter voor onnodige trots
bekijk je narrengezicht in de spiegel
herhaal : ik ben geroepen – waren er geen beteren

hoed je voor een kil hart houd van de ochtendbron
de vogel met de onbekende naam de wintereik
het licht op de muur de luister van de hemel
ze hebben je warme adem niet nodig
ze zijn er om te zeggen: niemand zal je troosten

waak – sta op bij het eerste lichtsignaal op de berg en ga
zolang het bloed in je borst je duistere ster beweegt

zeg ’s mensen oude toverspreuken op zijn sprookjes en legenden
want zo zul je het goed verwerven dat je nooit zult verwerven
zeg de grote woorden op herhaal ze hardnekkig
als zij die door de woestijn trokken en omkwamen in het zand

men zal je daarvoor belonen met wat binnen handbereik is
met de gesel van de lach moord op de vuilnishoop

ga want alleen zo word je opgenomen in de koude schedelkring
in de kring van de voorvaderen : Gilgamesj Hector Roland
de verdedigers van het koninkrijk zonder grenzen en de stad van de as

Wees trouw Ga’ ’

(De nar, nu verdwenen, de kloppende as op zijn borst, las het boek van Zbigniew Herbert en zelfs nog andere boeken, en toonde daarmee zijn kwade wil.)”

Advertenties