sporen van het heidense (1)

door johan_velter

In Canto VI van de ons zo bekende hel in De goddelijke komedie beschrijft Dante de bloeddorstige Cerberus, nooit genoeg, altijd op bloed belust, een hond. In de vertaling van Frans van Dooren: ‘Cerberus, een wreed en monsterachtig gedrocht, blaft als een hond uit drie kelen naar de mensen die daar worden ondergedompeld. Hij heeft bloeddoorlopen ogen, een vette zwarte baard, een enorme buik, en klauwen waarmee hij de geesten krabt, ontvelt en openrijt.’ In de vertaling van Ike Cialona en Peter Verstegen (VI, 13-18): ‘Hier zag ik Cerberus, wreed en geducht, / Die huilt gelijk een hond, maar uit drie kelen, / Boven het drijfnat volk dat voor hem zucht. // Klauwen heeft hij, een zware buik, roodgele / Ogen vol vuur, een vette baard, roetzwart; / Hij wil de schimmen villen, vierendelen.’

Een kei het vel afstropen, hij zou zelfs een arme nog armer maken, een machteloze zal men nog meer trappen, bloeddorstig, zonder geweten en een hond zijnde.

Het schilderij Het oordeel van Cambyses van Gerard David imponeert nog steeds, 1 van de weinige schilderijen die ons bij de nek grijpen om het onderwerp, om de stijl en om het ongelooflijke wat daar gebeurt. Het werk werd in opdracht van het Brugse stadsbestuur bij de schilder besteld en het moest een openbare, een publieke plaats bekleden. Het is het einde van de 15de eeuw en op basis van wat daar afgebeeld staat, mochten de Verlichtingsfilosofen inderdaad van de gruwelijke Middeleeuwen spreken. Maar daar staan toch enkele feiten tegenover.

In de toenmalige (en ik spreek van de toenmalige) rechtspraak was er geen sprake van het villen van een personage. Ook al lijkt dit een historisch tafereel te zijn, het is géén foto. De omgeving toont Brugge, de personages zijn gekleed als eigentijdse, al dan niet gekende figuren, men heeft de indruk dat het toch wel mogelijk zou kunnen zijn. Het tafereel is echter getiteld Het oordeel van Cambyses en we hebben dus niet te maken met een ‘anekdote’ uit de 15de eeuw: Gerard David heeft een memento geschilderd. Op het eerste gezicht is dit de illustratie van het verhaal dat Herodotos in zijn Historiën vertelt en zo wordt het ook in de tentoonstelling De kunst van het recht (Groeningemuseum, Brugge) opgenomen. Althans. Er zijn 3 artikelen gewijd aan dit en gelijkaardige schilderijen en/of prenten en driemaal krijgen we onvolledige, onjuiste informatie die al dan niet wordt rechtgezet door de ander. Misschien had enige redactie deze tegenstrijdigheden en onvolkomenheden kunnen opheffen? Als zelfs amateurs de specialisten al moeten aanvullen en verbeteren …

De tentoonstelling heeft dan wel als titel De kunst van het recht : drie eeuwen gerechtigheid in beeld, we zien toch vooral onrecht en ongerechtigheid in beeld gebracht. In de tentoonstelling wordt de toeschouwer de waarheid in het gezicht geworpen: ‘Zoals bij elke vorm van machtsoefening, loert ook bij de rechtspraak machtsmisbruik om de hoek. In het bijzonder corrupte rechters komen veel aan bod in literatuur en kunst, zoals in het Laatste Oordeel van Maastricht en in het Oordeel van Cambyses.’

gerard-david_het-vonnis-van-cambyses_1498_linkerpaneel_detail

Bij Herodotos is het verhaal over Cambyses zeer klein, vooral in vergelijking met de wreedheid die verhaald wordt én het naleven van dit motief in de kunst, de literatuur en het onderhuidse, verborgen denken – dit laatste 1 van onze talrijke lagen waarin we de verschrikkingen van het verleden verborgen houden, de generaties na ons zullen nog meer verschrikkingen dragen. Ik citeer uit de Historiën, boek V, 25, in de vertaling van Onno Damsté: ‘Tot bevelhebber over de kustbewoners, stelde hij Otanès aan, wiens vader Sisamnès, die behoord had tot de koninklijke rechters, door koning Kambysès was gedood, omdat hij voor geld een onrechtvaardig oordeel had geveld, en Kambysès had zijn hele huid laten afstropen en na hem gevild te hebben liet hij de huid tot riem versnijden en bespande daarmee de zetel, waarop hij zat als hij recht sprak. Na die zetel zo bespannen te hebben benoemde Kambysès tot rechter in plaats van Sisamnès, die hij had gedood en gevild, de zoon van Sisamnès en droeg hem op goed te bedenken op wat voor een zetel hij zat recht te spreken.’ Een bijzonder gecompliceerd verhaal, ook omdat het onrechtstreeks verhaald wordt. Dat we voor u samenvatten tot: Sisamnès heeft zich laten omkopen; de koning Kambysès heeft daarvan vernomen (door wie? een klokkenluider, een ambtenaar die de corruptie aangeklaagd heeft, zonder naam in de geschiedenis verdwenen is, maar trots is geleefd te hebben) ; hij laat Sisamnès villen ; de huid wordt tot repen gesneden en op de rechtersstoel gespannen waarop de zoon van Sisamnès, Otanès, voortaan zal rechtspreken. Zo is er geen gevaar dat deze zich zal laten omkopen: de nabijheid van een reliek betekent iets.

gerard-david_het-vonnis-van-cambyses_1498_rechterpaneel_detail

Dit verhaal werd door Gerard David geschilderd – maar met aanpassingen. Het linkerpaneel is de beschuldiging door de koning van Cambyses, we verlaten de Damsté-spelling, in een klein tafereel bovenaan zien we de omkoping gebeuren. Het rechterpaneel, het wrede, toont de ontvelling en in een kleiner tafereel zien we hoe Otanes op de rechtersstoel plaatsneemt. Dit alles gebeurt in een Brugs kader. Onder de portiek werd recht gesproken; het baldakijn van Otanes herinnert aan het recht spreken onder de lindenboom. In de tentoonstelling en in de catalogus (Lannoo, 2016) met de gelijknamige titel wordt de oorsprong van dit geschilderd tafereel in de literatuur teruggebracht tot Herodotos (maar zoals we gelezen hebben en zoals we kunnen zien, is er wel degelijk een verschil), tot de Facta et dicta memorabilia van Valerius Maximus en/of de Gesta romanorum. Deze laatste verzameling van verhalen is voor meerdere auteurs (Chaucer o.a.) een rijke bron geweest die ze al dan niet geheel naar de eigen hand gezet hebben. Het sublieme van het thema is dat de corrupte rechter gevonnist wordt door een rechter die boven hem staat. De rechters denken altijd dat ze boven de mens staan, dat ze onaantastbaar zijn. Het is de republikeinse idee die deze misdaad aanklaagt. Tegelijkertijd is er afschuw voor dit vonnis, deze gruwelijke daad die niet in verhouding staat tot de misdaad. Zelfs in de heksenprocessen, die wel degelijk door de katholieke kerk geïnspireerd waren, wat hedendaagse historici ook mogen beweren, was er enig mededogen. Wurging was daar een voorbeeld van, dood door langzaam vuur en verhinderen dat iemand door de rook verstikt zou worden, een tegenvoorbeeld. Met een andere blik is dit werk ook een herinnering voor de rechters zelf: straf in verhouding, wees niet bloeddorstig, heb mededogen.

Advertenties