spiegel der letteren, 58ste jaargang, nummer 2 : het claus-archief (2)

door johan_velter

pablo-picasso_paul-en-arlequin_1924

Neem het bekende schilderij Paulo als harlekijn (Paul en arlequin) van Pablo Picasso. Het is misschien wel bekend maar toch weinig geanalyseerd of als een hoeksteen in het oeuvre van Picasso beschouwd. Zelf heeft hij het een belangrijk schilderij gevonden, reden waarom het aanwezig is in het Parijse Picasso-museum. Het dateert uit 1924 en is dus een stap in de ‘klassieke’ of ‘neo-klassieke’ periode van de Westerse kunst – Picasso was niet de enige die de avant-garde stopzette. Hij nam een stap terug om betekenis, inhoud op te halen – ik weet het, ik herhaal mezelf: de impasse van de Westerse cultuur is niet veroorzaakt door het internet of het digitale, dat is het gemakkelijke domdenken, wel is het veroorzaakt door een deviatie binnen de Westerse cultuurgang zelf: het is een intern, geen extern probleem.

Het werk behoort tot dezelfde familie als Portrait d’Olga dans un fauteuil, ook dat is een belangrijk werk want ook dit behoort tot de Picasso-erfenis. Dit schilderij lijkt in dezelfde week als het eerste gemaakt te zijn maar toch is het tijdsverschil 6 jaar. Het valt niet op omdat beide figuren zeer gedetailleerd, verfijnd en ‘vol’ zijn uitgewerkt maar de achtergrond is niet ‘abstract’ maar leeg, er zijn tekenlijnen te zien die niet opgevuld zijn.

pablo-picasso_portrait-dolga-dans-un-fauteuil_1918

Beide schilderijen behoren daarmee allebei tot de ‘unfinished’-traditie, -strekking of hoe men het ook noemen wil: het onafgewerkte afgewerkte schilderij dat fascineert in zijn onderweg-zijn, in zijn niet volrondheid en als de we de Griekse filosofie ernstig nemen dan zijn dit daardoor onvolmaakte schilderijen (volmaakt is volledig gemaakt, afgerond, afgegrensd, de chaos is het grenzeloze). Deze onvolmaaktheid is echter een standpunt, niet alleen een truc of een stijl. Het toont enerzijds het maken zelf (en het modernisme is een nadenken over het maak- en creatieproces– zoals ook Hugo Claus dit heeft beoefend in De verwondering) maar anderzijds is het ook een ‘af’ schilderij want het wordt als een schilderij getoond. De twee polen arbeid en niet-arbeid worden verenigd in dit werk. Maar ook andere categorieën worden in stelling gebracht. Het gaat over tijd, over waarde (van het een tegenover het andere), over perspectief (en dus ruimte).

Merkwaardig is echter dat we kunnen zeggen dat deze schilderijen juiste het decoratieve naar voren halen en de rest achterwege laten, dat de versiering – het oppervlakkig tenderen naar schoonheid – een kritiek op de schilderkunstige onderwerpen is. Het is het burgerdom tonen en achterlaten. Het is de provo die toont hoe hij de bourgeoisie ziet, het is de clochard die de rijkdom gezien heeft, die ook kan afbeelden maar geen achtergrond geeft. De dingen/personen missen een sokkel, ze missen grond, ze hangen in een luchtbel, ze zijn  zelf lucht. En daardoor missen ze het leven. Het zijn prentjes geworden.

Het ‘unfinished’-model wordt door Picasso ook gebruikt om zijn visie tegen die van Jacques-Louis David in 1798 te stellen. Geen heroïsch tafereel, niet de trotse uitdager Napoleon, maar eerder lankmoedig, oneigenlijk. David heeft het portret van Napoleon niet afgemaakt, Picasso heeft zijn portretten wél afgemaakt.

jacques-louis_david_portret-van-napoleon_1798

Terug naar Paulo als harlekijn. We zien dat de ene pofmouw anders dan de andere uitgewerkt is, er zijn meer lijnen te zien, de ondertekening is dus zichtbaar en lijkt een ‘pentimento’. Eigenaardig is ook de gedetailleerde, gevuld geschilderde zitting van de stoel vooraan maar achteraan en onderaan is het hout en een deel van de voering een schets gebleven.

pablo-picasso_paul-en-arlequin_1924_detail

Maar de schets is duidelijk, is tegelijk onder- en boventekening, tegelijk leidraad en uitkomst. Ook de voeten van Paulo zijn schetsmatig gebleven, het zijn lijntekeningen maar op een losse, ruwe manier geschilderd/getekend. Het zijn geen pentimenti maar lijken pentimenti te zijn omdat er een bedoeling lijkt te zijn: de schilder wilde iets doen, maar heeft het niet gedaan. De pentimenti-stelling blijft dus in het luchtledige hangen.

Maar, en daar moest ik komen, er is ook nog een derde voet te zien. Niet van Paulo want de voet is te groot voor het kind en bovendien zien we nu dat er een onderbeen aan die voet vastzit die door de stoel heenloopt. En dit ziende zien we dat de jongen niet zit maar staatzit, dit is vooral aan de rechterkant van het personage te zien, zijn linkerbeen is bijna als een toevoeging op het schilderij ‘geplakt’. Het schilderij is, en dat is het genie van Pablo Picasso, een klassiek werk dat door zijn onafgewerktheid anti-klassiek is. Het behoort tot de ‘unfinished’-traditie, maar is wel degelijk afgewerkt en afgerond – in het ideaal is het onvolmaakte, het onafgewerkte gebleven, net alsof Picasso hiermee Witold Gombrowicz wil bevestigen. Het werk is een voorbeeld van overschilderingen, van pentimenti maar verbergt die niet, toont wat de ondertekening is en laat dit ook een ondertekening zijn. Maar de lijnen die het been tekenen, behoren niet tot het uiteindelijke werk: het is een vreemd been, een been zonder verder lichaam. Ik zou nu heuristisch kunnen zijn en een relatie kunnen leggen tussen de jongen en de volwassene die hij zal worden; of de volwassene die als een schaduw over de jongen staat. Enzovoort. Maar dit alles is onzin. Het is het werk dat interessant is. Het is het resultaat dat betovert, fascineert, ons doet stilstaan. Het zijn de lijnen, die niet gezien worden en er duidelijk zijn, die het beeld volmaakt gemaakt hebben. Het is een schilderij dat nog alle kanten zou kunnen uitgaan en in die onbepaaldheid is het een schilderij van ons, de modernisten. Met dit zogezegd klassieke werk heeft Picasso de Westerse beeldtraditie omvergeworpen.

Advertenties