the united states presidential election of 2016, being held today, november 8, 2016

door johan_velter

scylla-en-charybdis_houtsnede

‘Dit alles, wat was, is verleden nu en voorbij. Luister thans echter naar wat u wacht in de toekomst. En dat ge mijn woorden niet zult vergeten, dáár zorgen de goden wel voor! Eerst dan, zult ge de sirenen ontmoeten, die eenieder betoveren, die geraakt in hun buurt. Voor de man, die komt in hun nabijheid, is de thuiskomst verkeken, als hij niet op zijn hoede is, maar naar hun stem luistert.’

‘Van beide zijden bedreigen u even grote gevaren, hoe ge ook vaart! Aan de ene kant stijgen de rotsen steil opwaarts uit zee, door schuimende golven omkolkt. Zwerfrotsen noemen de onsterfelijke goden die klippen. Zelfs de vogels vliegen er niet zonder gevaar voorbij, neen, ook niet de schuwe duiven, die voor Zeus vader de ambrozijn aandragen. Zij vliegen te pletter tegen die verschrikking van steen.’

‘Aan de andere kant, er vlak tegenover, liggen twee rotsen, waarvan de hoogste zijn scherpe top tot in de hemel zelf priemt, doch schuil gaat in donkere wolken, die nooit willen wijken, zodat daar, zelfs in het heetst van de zomer de lucht niet klaar is. Geen sterveling, hoe roekeloos ook, kan die verschrikkelijke rotswand beklimmen.’

‘Daar woont Scylla, het monster, dat zo vervaarlijk kan bulderen, […]. Twaalf voeten heeft ze, die er maar losjes bij schijnen te bengelen, en niet minder dan zes lang gerekte halzen, die eindigen in afzichtelijke en monsterachtige koppen. En in iedere kop heeft zij drie rijen dicht opeen staande tanden, die niets goeds beloven. Tot haar middel steekt dat vrouwtjesmonster in haar grot, maar haar koppen rekt zij naarbuiten, [….].’

‘De tweede rots is lager, […]. Op die rots groeit er een grote vijgenboom met weelderig gebladerte, en daarbeneden drinkt Charybdis gulzig het donkere water. Drie keer per dag slobbert ze het gretig naarbinnen, driemaal daags spuwt ze het weer uit, onsmakelijk om te zien en gevaarlijk om te beleven.’

‘En ik antwoordde de godin met een vraag en zei haar: ‘Is het dan niet mogelijk, godin, om èn Charybdis èn Scylla te mijden?’ Toen viel Circe tegen mij uit en sprak: ‘O, in uw koppigheid verdwaasde! Moet ge dan altijd de onsterfelijken uitdagen?’

Homeros, Odysseus, 20ste zang, vertaald door Frans van Oldenburg Ermke

Advertenties