anti! (1)

door johan_velter

zwart-rood_15

Van Antoine Compagnon is zijn  boek Les antimodernes : de Joseph de Maistre à Roland Barthes met een nieuw nawoord verschenen als het 618de deel van de Folio Essais. Het boek telt meer dan 700 bladzijden en is, na intensief lezen en meenemen op onorthodoxe wijze, nog altijd een boek, d.w.z. de bladen zijn niet losgekomen, de rug is niet kapot. Wat een verschil met wat De Bezige Bij, die we vandaag De Blowende Boeven noemen, presteert: het zogenaamd verzameld werk, De romans, van Hugo Claus valt uit elkaar nog voordat de boeken gelezen zijn. En dat geldt ook voor de twee delen De gedichten.

Het werk van Compagnon is een waagspel door het onderwerp zelf én door het koorddansen  van de auteur. Het is een gekende truc: benoem je vijand zoals je wilt, bekamp dan die karikatuur, en benoem je zelf tot overwinnaar. Datgene wat je zelf wil bewijzen, maak je zodanig ruim dat de helden, alle helden, er een plaats kunnen vinden. Maar toch, Compagnon legt een zenuwpees bloot.

Wie is modernistisch, wie anti-modernistisch? Het zijn  toch de bouwers die de brekers zijn? De architecten van vandaag zijn de wegbereiders van de vernietiging. Zijn diegenen die het scepticisme kennen dan de ware modernen? Voor Compagnon is het zo (en het gaat om meer dan een simpel woordspel): binnen het modernisme zijn ook de twijfel, de dood, de lach aanwezig – maar dat modernisme wordt door de navolgers, de meelopers, de dienaars, de honden en ratten weggemoffeld. Wie zijn de antimodernen? De letter B geeft al een mooie rij: Balzac, Beyle, Ballanche, Baudelaire, Barbey, Bloy, Bourget, Brunetière, Barrès, Bernanos, Breton, Bataille, Blanchot, Barthes (p. 9).

Wij kunnen toevoegen: Broch, Beckett, Borges, Bernhard, Brakman, Baele, Boon.

Enerzijds hebben we een gemakkelijk en oppervlakkig vooruitgangsgeloof, dat eigenlijk een camouflage is voor geldzucht en roofgedrag en dat zich vertaalt in materiële verwezenlijkingen ; anderzijds heb je een vooruitgangsgeloof dat zich meer concentreert op het individu en geen uitstaans heeft met glitter en porno. Het spreekt van de struikelende mens. Het is die kunst (die vorm) die het meeste heeft bijgebracht aan de vorm van het denken die de vrijheid celebreert. De tragiek van het modernisme is de werking van de C.I.A. die de abstracte schilderkunst geldelijk gevoed heeft als tegenwicht voor het communistisch sociaal-realisme. Men geeft de indruk dat de kunst van de wereld afstaat, in werkelijkheid is ze gemaakt door het geld. We kunnen het anders formuleren: wie de moraal weglaat, is een moordenaar. Wie de inhoud, en dat is ook de moraal, uit de vorm weghaalt, houdt de leegte van de terreur over. Het modernisme bevrijdt, beter: kan bevrijden, wanneer het doel een menselijk doel blijft. Compagnon wil van de antimodernen hun anti-moderniteit blootleggen en zo aantonen hoe modernistisch ze wel zijn. We kunnen ons ergeren aan het woordspel, we kunnen ook verrukt zijn door de spirituele fijn- en scherpzinnigheid. De kritiek op het modernisme zit in het modernisme zelf. Er is de droom van de humaniteit: tegen het monster, tegen de bom, tegen de industrialisering, tegen de globalisering, tegen de kernenergie, tegen de mobiliteit, tegen de flexibiliteit, tegen het geld.

We moeten antimodernistisch zijn om modernistisch te zijn en zo de wereld uit het slop te halen. Of, het modernisme redden door antimodernistisch te zijn.

Advertisements