twee halve gezichten : de dubbelheid van mustafa stitou

door johan_velter

mustafa-stitou_2

Eerst moest er blijkbaar nog in de zaal gebekvecht worden – hoe verder men zich van ‘de zaak zelf’ verwijdert, hoe meer de persoonlijke vetes een rol spelen en de stekels opgezet moeten worden. Ik staarde er naar.  Ik was niet betrokken maar vervangende schaamte was mijn deel.

Gelukkig kwam Mustafa Stitou binnen, waardig en onverschillig voor het gekrakeel. De microfoon werkte eerst weer niet. De middaglezing van 19 oktober 2016 werd besloten met een commercial, de woorden van de dichter daarmee ontkennend en uitlachend.

Mustafa Stitou werd in het Poëziecentrum in Gent uitgenodigd in het kader van een festival over Marokko met de bijzonder creatieve, originele en multiculturele titel 100 % Maroc. Op de koude, tochtige zolder waren alleen witte geletterden aanwezig, geen multiculturelen. Geen Turken, geen Marokkanen, geen zwarten, geen anderstaligen, geen allochtonen. Interesse voor de ander is een beperkt gegeven. Een allochtone organisatievrouw kwam later binnen, te laat, natuurlijk met de lift, natuurlijk zich tonend voor iedereen.

Kregelig word ik wanneer een mens tot zijn geboorte gereduceerd wordt, omdat dit de basis van racisme en seksisme is. Eén van de huidige grote dichters van Nederland wordt uitgenodigd om zijn ‘Marokkaanse roots’ (‘100% Maroc wil het publiek een andere kant van Marokko laten zien’). Mustafa Stitou is een Nederlandse dichter, is in Nederland opgegroeid, heeft in het Nederlands gestudeerd, heeft de Nederlandse cultuur verrijkt en over zijn filosofiestudies hoor je nooit iets. Het publiek kwam voor de dichter en zijn gedichten, niet voor de ideologie. De kloof tussen wat is en wat gepropageerd wordt.

Mustafa Stitou is beleefd en kaderde zijn lezing binnen het zogenaamde thema van het zogenaamde festival. Hij gaf uitleg, over zichzelf en zijn poëzie. Een ongeletterd gezin in Lelystad. Elke woensdagnamiddag de koranschool, verzen uit het hoofd leren en opdreunen. Het vage gevoel dat dit belangrijk is – omdat de volwassenen dit belangrijk vinden. Geen betekenis maar klank, ritme en melodie. Dat wat poëzie is. De verwarring over de koran en de zoektocht naar identiteit. De dichter twijfelt en zoekt – een profeet denkt te weten. De koran is geen poëzie.

De dubbelheid: het rationele, het moderne van Lelystad tegenover het traditionele geloof van het gezin en de groep. De dubbelheid van het sacrale en het profane, het banale. De traditie tegenover de moderniteit, het land tegenover de stad. Natuur en economie.

De ontsnapping naar Amsterdam. Tegen de orakeltaal, het drammen van de koran: de spreektaal van Remco Campert – daarom ook de vroegere afwijzing van de poëzie van Lucebert, te veel herinnering aan het orakel. Later bijgelegd.

Poëzie is beeldspraak, ritme, herhaling. Mooi om tijdens het voorlezen van de gedichten de hand van de dichter te volgen: de ronde vorm van de beweging, de golfslag, het terugkeren, het slot. Vorm die inhoud volgt, soms een kortverhaal, een prozagedicht, misschien. Poëzie een vrijplaats waar maskers opgezet kunnen worden – of waar het gezicht vele maskers kan (ver-)dragen. Toelaten dat het onbewuste dingen toevoegt aan het rationele, aan het denken. Tijd nemen. (‘Vergeet het verschil / en je zult identiteit vinden.’)

 

Advertisements