enkele muzieknoten rond ‘een bruid in de morgen’ van hugo claus (6)

door johan_velter

De ‘weke muziek’ die in het stuk te horen is wordt door Hugo Claus in zijn stuk Een bruid in de morgen niet benoemd. Claus gebruikte slechts een algemene noemer, maar omdat Wijnberg, de bovenbuurman een bekend Chopin-vertolker is, mogen we er van uitgaan dat de weke muziek Chopinmuziek is – het is slechts weinige vertolkers gegund Chopin te spelen zoals het anders kan: de valstrik van het sentimentele vermijdend en de piano-aanslag helder en duidelijk te articuleren. Het is mogelijk maar het gaat in tegen de koekendozenromantiek die de interpretatie van de klassieke muziek nog steeds teistert. In de Franse vertaling wordt deze muziek langoureux genoemd (« Le locataire de dessus reprend son air langoureux », Théâtre complet, 1990, T. 1, p. 19). Maar langoureux is toch nog iets anders dan ‘week’ : smachtend is niet gelijk, wij zouden eerder het woord molle verwacht hebben. Omdat Les biches van Francis Poulenc vooral levendige, losbollige muziek is, is de betekenis anders dan een toch nooit vruchtbare Chopin-interpretatie.

Hugo Claus heeft wat gemorreld in zijn toneelstuk, maar de uitgeverij De Bezige Bij, dat slechts een schuilnaam is voor De Borrelende Blurb, heeft ook zaken gewijzigd. Een kleine opsomming.
p. 27 (leeseditie, 1999): ‘en die in ruil daar voor een lening heeft aangeboden,’
p. 19 (1955, 1ste ed.): ‘en die in ruil daarvoor een lening heeft aangeboden,’.

Er zijn regie-aanwijzingen die verdwenen zijn:
p. 28 (1999) : niets
p. 21 (1955): ‘De man boven herbegint zijn week stukje muziek.’
Maar deze aanwijzing is nu anti-logisch geplaatst na de opmerking van de vader ‘Hoor die Wijnberg toch aan. Hoor die kerel toch aan. De man speelt weer.’ Ook het ‘weke’ is verdwenen.

Op p. 28 (1999) is het krachtig afrukken van de affiche die in de beschrijving aan het begin van het stuk vermeld wordt, verdwenen. In de eerste editie zegt de moeder ‘Bekijk die affiche daar.’ en Claus voegt toe ‘Zij gaat op de affiche toe en rukt haar van de muur.’ Oorspronkelijk had de affiche dus een eerste catalysator-rol, in 1999 hangt de affiche maar aan de muur. We zijn ver verwijderd van Hermans’ mussenfilosofie.

Anderzijds is er in de editie 1999 soms ook een verbetering te vinden: in de repliek van de moeder (haar tirade tegen haar man en het lot) is in de eerste editie een sluitend aanhalingsteken vergeten (p. 22) en in de editie 1999 toegevoegd (p. 29), maar dat was al in de LP-edities verbeterd (p. 21). Mijn goedgunstigheid moet ik direct pareren. Toch: in de eerste editie “Wie’s idee is het?, verbeterd in ‘Wiens idee is het?’ (zelfde opmerking – was al eerder verbeterd.)
p. 29 (1999): de moeder: ‘Pattini speelt niet meer.’ moet zijn : ‘Pattini speelt niet mee.’ (p. 23).

Er zijn even goed ‘verbeteringen’ die onbelangrijk zijn maar waarvan je je afvraagt waarom die dan wel gebeurd zijn. P. 30 (1999): ‘En zij at hem op met haar bijziende ogen en zij lachte haar slechte tanden bloot.’ waar de eerste editie van 1955 (en ook LP) (resp. p. 23 en 22), geen tweede ‘zij’ had en dus beter liep. Ook hier weer een omgekeerd ‘Roodkapje’: het meisje is de wolf geworden (‘omgekeerd’ kan ook begrepen worden als metamorfose en dan kunnen we het oeuvre van Hugo Claus ook lezen als een constante voorbereiding en aanloop naar Het verdriet van België, de Metamorfosen van Hugo Claus.

Op p. 30 schrijft Claus over de vernedering van de vader door het gepeupel (o, hoe clausiaans was Thomas Bernhard!) in de filmzaal Empire –  er is in Gent nooit een bioscoop geweest met de naam Empire, wel Eldorado, Nova, Luxor etc. (De verlichte stad, Lannoo, 2007). (De genoemde straatnamen, pleinen verwijzen allemaal naar Gent.)

Claus gebruikt in dit stuk veel dieren als vergelijking – een samenraapsel van vegetatie en symboliek. Op p. 30: blinde mol, hondse baantje, varken dat lachte, een kangoeroe, een haas.

Op diezelfde pagina spreekt de moeder over de ondeugdelijke relatie tussen Andrea en Thomas en de blindheid van de vader: ‘Merk je dan niet wat er hier zwelt en groeit in dit huis? Als een steengezwel?’ (p. 24, 1955). Die laatste toevoeging werd verwijderd in de editie 1999 (want stond er ook nog bij de LP’s). Een steengezwel werd misschien te Vlaams gevonden, steenpuist is nochtans gewoon een woord.

Op p. 31 beschrijft de moeder een voorval van ‘Madame Monge’, dezelfde vrouw die vader Pattini in de ‘Empire’ had zien vluchten en het is de vraag wat dit hier komt doen – het lijkt er op alsof dit een overblijfsel is van een ‘lijn’ die verlaten werd: ‘Madame Monge zei mij dat haar aanval eergisteren wel twintig minuten duurde. Zij zag groen en blauw en vond geen adem meer.’ De vader antwoordt: ‘Te hoge bloeddruk. Ik heb het ook. Wij hebben het van onze moeder.’ Ook het ‘wij’ komt hier eigenaardig over: wat komt zuster Myriam hier doen – en de moeder? Als Claus en de uitgeverij het stuk dan toch aanpakten, had ook dit geschrapt/verbeterd kunnen worden. Net zoals de volgende regie-aanduiding. Er is sprake van een scène-wisseling maar dit wordt in het stuk niet als dusdanig (theatertechnisch) aangeduid. In latere stukken zal Claus wel scène-aanduidingen gebruiken. Een mens moet leren.

Advertenties