enkele muzieknoten rond ‘een bruid in de morgen’ van hugo claus (3)

door johan_velter

hugo-claus_een-bruid-in-de-morgen_a

Hugo Claus bewerkte zijn oude gedichten en maakte er soms nieuwe van, soms was dit een verbetering, soms ook niet. Zijn romans herlas hij nooit, reviseerde ze ook niet, de uitgeverij De Bezige Blunder was maar al te blij geen lastige auteur te hebben en de redacteurs van Claus waren blijkbaar niet op de hoogte van de vele fouten in de romans, bewijs dat ze het oeuvre van Claus nooit gelezen hebben. Van theater bestaat er altijd een boek- en een speelversie: wat op toneel gesproken wordt, wijkt soms af van de geschreven tekst. En uiteraard kan een toneelschrijver ook wijzigingen aanbrengen in de verschillende drukken. Alleen wordt dit bij Claus nooit vermeld en ook de bibliografie van het apart verschenen werk van Claus maakt geen melding van herwerkte, verbeterde, aangepaste edities en ik spreek hier niet van spellingsaanpassingen – zolang de zogenaamde taalkundigen van  de Universiteit Gent iets in de brokken te delen hebben, zullen de taalgebruikers, het volk, die onnozelheden als brokken toegeslingerd krijgen – maar weigeren mag ook: de willekeur is zodanig groot, de inconsequenties zo lachwekkend, de ideologie zo kinderachtig dat de officiële spelling daardoor zelf belachelijk, kinderachtig en dom is. Waarom zich onderwerpen aan de dwaasheid van de macht der regels?

Maar hoe te weten? Hoe te controleren? Ik neem een aantal exemplaren en vergelijk. Ik neem niet alle edities ter hand – die heb ik ook niet. Maar er is geen weten mogelijk omdat er geen verantwoording door uitgever, auteur of bibliograaf gegeven wordt, omdat niemand (?) de verschillende edities naast elkaar gelegd heeft. Zijn de verschillen in de onderscheiden edities een auteursingreep, slordigheden van de uitgeverij of van de redacteur die een speeltekst als bron genomen heeft? Wat zei Claus over die uitgaven? Er moet toch enig contact geweest zijn? Het tergende is dat het zogenaamd verzameld toneelwerk van Hugo Claus, de twee delen Toneel (1999), weer iets anders is – zijn dit ordinaire tikfouten (jawel, ook) terwijl er in 1999 toch ook al tekstverwerkingsprogramma’s bestonden met een correctiemogelijkheid? Hoe zijn die nieuwe fouten in de tekst binnengeslopen? Hoe is het mogelijk dat een uitgeverij iets deftigs wil presenteren maar zelf klungelwerk aflevert? Er is maar 1 werkwijze: werkelijk alle edities ozuden naast elkaar gelegd moeten worden om te kunnen nagaan waar de verschillen begonnen zijn.

hugo-claus_een-bruid-in-de-morgen_lp

We nemen de volgende edities:
De bronleeseditie van Een bruid in de morgen is voor ons Toneel * (1999).
We vergelijken deze editie met (helaas ook niet altijd woord voor woord: de eeuwigheid jaagt op ons):
Acht toneelstukken, De Bezige Bij, 1968
Een bruid in de morgen, Literaire pocket 45, 1962 (de geschiedenis bevestigend: op de titelpagina staat 1962, op de keerzijde echter ‘Zevende druk december 1961)
Een bruid in de morgen, Literaire pocket 45, 1963, achtste druk
Een bruid in de morgen, De Bezige Bij, 1956
Een bruid in de morgen, Ontwikkeling, 1955
(Het ‘verzameld’ toneelwerk, de blauwe editie, wordt niet opgenomen omdat die Acht toneelstukken volgt – en omdat ik die niet tot mijn beschikking heb.)

De twee Literaire pockets neem ik hier op, alleen al voor het plezier van de omslagen. De rode omslag is vormgegeven door Karel Beunis, we weten dat Jaap Jungcurt verantwoordelijk was voor het beeld. De voor hem atypische vormen doen wat denken aan Klaas Gubbels, een vroege jaren 60 abstracte vormgeving ook die toch opvalt door de grote oppervlakten achtergrond. De editie uit 1963 bevat als omslagbeeld een vierkleurenband, hier wordt geen vermelding gemaakt van vormgever en illustrator.

hugo-claus_een-bruid-in-de-morgen_2

Acht toneelstukken heeft als omslag een ‘omslagontwerp’ van Hugo Claus zelf, we schrijven 1968 en er is een hang naar amerikanisme en tegelijkertijd een afkeer (Yankees go home). Met deze bundeling sloot Claus bewust een periode af: het vroege toneelwerk werd verlaten, nadien moest er iets nieuws komen. Opvallend is dat deze bundeling opgedragen werd aan Ton Lutz: ‘Voor Ton Lutz / met mijn dank / H.C.’ – eigenlijk een signatuur. De dankbetuiging is meer dan terecht: in Ton Lutz had Claus een bondgenoot gevonden, iemand die hem intuïtief begreep en hem hartstochtelijk verdedigde. Hij heeft meer dan eens initiatieven ten gunste van Claus (en dus van het lees- en kijkpubliek) genomen.

De beide Literaire pockets bevatten het voorwoord van Herman Teirlinck, ‘Zo de roos in mijn tuin’, de Acht toneelstukken niet. De ‘Nota’s voor de regisseur’ zijn achteraan het boek opgenomen in de Literaire pockets, in de verzamelbundel vooraan, dus na de titel van het stuk.

De editie 1956 heeft als omslag een beeld uit de première van het stuk, Ina van Faassen als Andrea en Hans Croiset als Thomas, Rotterdams Toneel, 1 oktober 1955 – Claus heeft ook geluk gehad met zijn spelers, niet altijd met zijn regisseurs zoals zijn Gentse terugkeer aangetoond heeft. Achteraan de “Nota’s”, vooraan het woord vooraf van Herman Teirlinck. En tenslotte is er de editie 1955, de eerste druk, vooraan en achteraan zoals het hoort.

hugo-claus_een-bruid-in-de-morgen_3

Dit alles is ook interessant omdat we een evolutie zien in het uitgeversbedrijf (of -bedrijven) waarmee Claus heeft samengewerkt: werkelijk: de bevrijdende exodus uit Vlaanderen, maar ook hoe vergeten wordt. Claus wordt geassocieerd met De Bezige Bij maar dat was niet exclusief, DBB zelf ging samenwerkingsverbanden en het is niet altijd duidelijk waarom. Ik som de uitgevers op:

1955: Ontwikkeling S.M. Antwerpen, J.M. Meulenhoff Amsterdam (Nieuw Vlaams Tijdschrift reeks)
1956: De Bezige Bij Amsterdam, Ontwikkeling Antwerpen
1962: Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam, Uitgeverij Ontwikkeling Antwerpen
1963: Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam, Uitgeverij Ontwikkeling Antwerpen
1968: Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam, Uitgeverij Contact NV Antwerpen
1999: Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam

hugo-claus_een-bruid-in-de-morgen_4

Nu en dan (het is toch duidelijk dat dit alles amateurisme is, ja vreugde uitstraalt?) keek ik ook naar de Franse vertaling, het Théâtre complet, publié sous la direction d’Alain Van Crugten, de vertaling van Een bruid in de morgen was van de hand van Maddy Buysse en Alain Van Crugten. In 1956 was de vertaling van Maddy Buysse reeds verschenen, voor deze editie heeft Van Crugten hier en daar wijzigingen aangebracht. Het stuk werd in Paris in 1955 opgevoerd, Jean-Louis Trintignant speelde Thomas. Claus kreeg voor dit stuk de Prix Lugné-Poe, wat eigenlijk een schertsprijs was.

We lezen hier dat Pattini, die in het echte leven volgens de Nederlandse versie Pattijn heette, in het Frans Patin geworden is. Daar is het voorwoord van Teirlinck verdwenen, misschien wel uiteraard, maar ook de ‘Nota’s voor de regisseur’ zijn weggelaten. Het moet overigens ook hier vastgesteld worden: Claus had geen geluk met zijn uitgevers. Uitgeverij Editions l’Age d’Homme beloofde het volledige dichtwerk van Claus te zullen uitgeven, men is niet verder geraakt dan deel 4 van de voorziene 7 delen (in 1990).

Advertenties