pour le plaisir de la peinture

door johan_velter

francis-picabia_olga-picabia-mohler

Het is bijna een perfect boek. Album Picabia is een facsimile van het fotoboek dat de vrouw van Francis Picabia, Olga Picabia-Mohler bijhield en dit werd nu door Mercatorfonds (2016) in Brussel uitgegeven, dezelfde uitgeverij die normaal gezien eind dit jaar deel 2 van de catalogue raisonné van Picabia zal uitgeven. Olga Mohler was veel jonger dan de oude schilder, ze was eerst dienstmeisje bij hem (gouvernante), dan de tweede vrouw in het gezin en daarna de eerste vrouw. Bijna was ze honderd jaar geworden, in 1905 geboren – in 2002 gestorven. Picabia was in 1879 geboren en is in 1953 gestorven. Net geen halve eeuw heeft zijn vrouw hem overleefd. Zoals dat gaat: vol toewijding heeft ze zich ingezet voor het oeuvre van haar man, ze stichtte een Comité Picabia, dat echter niet heel serieus te nemen is, en probeerde daarmee het belang van haar man gewicht te geven.
Maar zonder dat comité was dat misschien ook wel gelukt.

Dikwijls maakt men de tegenstelling Picasso-Duchamp interessant maar wat dan met Picabia die het plastische van Picasso kon verbinden met een analytisch-destructieve intelligentie? Niet Duchamp is de belangrijke opponent, het is Picabia. In Zürich loopt de Picabia-tentoonstelling op haar laatste benen en zal nog tot volgend jaar in het Moma te zien zijn. Wie ooit op Insel Hombroich rondgelopen heeft, zal zich ongetwijfeld (o.a.) de ‘materie-schilderijen’ van Picabia herinneren, zweepslagen donderbeten.

Het Album Picabia werd door Jurgen Persijn vormgegeven. Op de zwarte pagina’s heeft hij foto’s van het oorspronkelijke album geplaatst, niet de bladen afgesneden, de rafelige randen van het bruine papier zijn overal zichtbaar. Het boek van het Mercatorfonds is dus iets groter gemaakt dan het album zelf. De foto’s zijn genomen door Suzanne Nagy en het boek is gedrukt bij Die Keure in Brugge. De kwaliteit van de foto’s is uitzonderlijk: het licht is zodanig geplaatst geweest dat je de indruk hebt dat er ingevoegde bladen opgenomen zijn, dat de kartelrand van de foto’s nog voelbaar is. De technische volmaaktheid van dit boek bedwelmt je, charmeert en tegelijkertijd besef je weer de grootsheid van Picabia. Er zijn de familiekiekjes, de afbeeldingen van schilderijen en tekeningen maar ook zijn er krantenartikels opgenomen waardoor je een uitzonderlijke inkijk krijgt in de tijd waarin Picabia geleefd heeft en hoe tijdgenoten dit werk zagen en miszagen.

Ozenfant schreef in 1950 (maar zijn woorden gelden ook vandaag, in 2016, nog steeds en zullen dat in 2056 ook nog doen): « En tout cas aucun historien sérieux ne devrait manquer de considérer Picabia comme l’une des figures historiques les plus indispensables à la compréhension de l’évolution de l’art de notre temps. Et c’est pourquoi je suis sorti de l’exposition de Picabia avec une certaine mélancolie, car je n’aime pas du tout l’injustice, surtout collective. »

Het boek had perfect kunnen zijn indien er enige tekst was bijgevoegd. Er is slechts een inleiding van Beverley Calté, die door Persijn in zo’n danige grootte moest geplaatst worden om toch nog iets over te houden. Zij spreekt over zichzelf en dankt enkelen, waaronder Pierre Calté, haar eigen Henry Higgins, zoals Picabia voor Olga Mohler Higgins geweest is. (Op youtube zie je een filmpje van de Calté’s, liberale clichéfiguren zoals je die in Knokke-Le Zoute kunt aanschouwen: scherts.) Haar voorwoord begint met ‘This is not a catalogue raisonné.’, dit is alsof een groentenboer een tomaat toont en zegt dat dit geen paardenhoofd is. Flauw is: Calté ontbeert Clarté.

In het colofon wordt geschreven dat wat hier uitgegeven is, slechts een selectie is. Nergens wordt aangeduid welke criteria men genomen heeft om het ene wel en het andere niet op te nemen. Nergens wordt vermeld hoe dit album in het bezit van ?? gekomen is. Nergens wordt een deskundige omkadering van deze verzameling gegeven. Nergens wordt een kunsthistorische uitleg van Picabia’s oeuvre gegeven. Nergens wordt inhoudelijk op de zaken ingegaan. Nergens worden de geciteerde/ingekleefde artikelen in een context geplaatst. En slechts met minimale middelen wordt het leven van Olga Mohler enigszins geschetst.

Over Olga Mohler is nochtans ook heel wat bekend. In 2014 verscheen nog bij Zytglogge Verlag Für immer jung und schön : Olga Picabia-Mohler 1905-2002 : eine Annäherung van Barbara Traber. Achteraan het boek zijn foto’s van de ‚oude‘ vrouw opgenomen, of hoe leeftijd een vrouw kan vervolmaken en hoe kunst de eenvoud van het leven beklemtoont.

Advertenties