een voetnoot bij ‘aanmatigingen’ van jan kuijper

door johan_velter

jan-kuijper_ser-prop_titelpagina

De titels: Sonnetten (1973), Oogleden (1979), Bijbelplaatsen (1983), Tomben (1989), Denkbeelden (1991), Barbarismen (1994), Toeëigeningen (2001), Ondoden (2013) en Aanmatigingen (2016). Soms is er ook een ondertitel. Toeëigeningen, bijvoorbeeld, heeft als ondertitel ‘sonnetten en denkbeelden’, de denkbeelden zijn ‘aforismen, al dan niet vertalingen van gezegden van Jean Anthelme Brillat-Savarin. Omdat nogal wat rond de gastronomie en andere lichamelijke geneugten draait, wordt het woord ‘denkbeelden’ in een apart licht geplaatst.

Alhoewel de vorm er vanaf het begin was, is de inhoud slechts langzaam gegroeid. In de bundel Oogleden waren er gedichten ‘op’ Jan Sluijters, Jacob Kuijper, Annemarie Fischer (die begin dit jaar overleden is). Maar veel andere dichters hebben ook beeldend werk tot onderwerp genomen. Met Bijbelplaatsen wordt Jan Kuijper concreter, de afzonderlijke gedichten krijgen als titel het bijbelboek en het vers waardoor het woord ‘plaatsen’ uit de titel een concrete betekenis krijgt, vindplaatsen. De dichter begint vanaf nu een concreet vers als uitgangspunt voor zijn eigen poëzie te nemen – het vreemde wordt echter het eigene. Alhoewel ‘eigen’: Jan Kuijper zegt zelf dikwijls niet te weten waar zijn eigen gedicht naartoe gaat.

Met Tomben heeft Jan Kuijper dan zijn eigen locomotief gevonden: hij schrijft sonnetten op het graf van anderen. De bundel wordt met een citaat van Gorter ingeleid: ‘Ik zat toen heel stil te werken, / de boeken waren als zerken / voor me, ik wist wel wat / elk graf in zich had.’ Een merkwaardige gedachte, dat boeken als zerken zouden zijn. Wie leest, kan een boek slechts als een springerig, levendig en niet te vatten object zien. Het woord ‘tomben’ laat een afstand zien tussen object en subject: de dichter beschrijft een plaats waar een dode is. Het woord is passief, het is dáár.

Toeëigeningen, Ondoden en Aanmatigingen zijn daarentegen actieve woorden. De eerste titel is duidelijk: het zich toeëigenen van andermans woorden is een actieve en bewuste daad. Op de achterzijde van de bundel wordt met enig schuldbewustzijn het procedé onthuld en toegelicht: ‘Kuijpers laatste twee bundels bevatten sonnetten die zijn ontstaan vanuit een citaat: bij Tomben een citaat uit een oorspronkelijk Nederlands, bij Barbarismen een voor de gelegenheid vertaald citaat uit een in een vreemde taal gesteld sonnet. Konden de bestolenen zich tot nog toe hoogstens in hun graf omdraaien, in de nu gebundelde serie ‘Albumbladen’ begeeft Kuijper zich op gladder ijs, omdat hij levenden benadeelt – vandaar dat hij zijn contrabande als cadeautjes verpakt.’ Bestolenen? Benadeelt? Contrabande (smokkelwaar)? Rare woorden voor een normale werkwijze: elke schrijver gebruikt woorden van een ander, verwijst daarmee naar een andere wereld en creëert daardoor een universum – ik weet er echter die gedachten stelen, die ten gelde maken en de ideeën verkrachten – maar het is waar: de werkwijze van Jan Kuijper is eigen.

De uitgeverstekst van Ondoden grijpt direct terug naar de vorige bundel: ‘Behalve dichter is Jan Kuijper een groot lezer. En wat hij leest, eigent hij zich toe in poëzie.’ Daar wordt verder gezegd dat hij vorm geeft aan wat hij waarneemt in andermans gedichten, hij ver-vormt hun thematiek, stijl en toon naar een eigen gedicht. Ondoden kunnen we dan begrijpen als niet-doden: het zijn geen zerken maar levendige interpretaties. ‘On’ duidt een tegenstelling aan, een onwaarheid is een leugen. In het woord hoor je ook het werkwoord ‘ontdoden’: door de poëzie maakt men de dode dichter en zijn dode woorden terug levend. Ze worden in een andere context geplaatst en krijgen aldus een ander leven.

Aanmatigingen herneemt echter weer het schuldgevoel van Toeëigeningen. Het woord betekent immers ‘onrechtmatige opeising of toeëigening, synoniemen zijn arrogantie en pretentie en een tweede betekenis is laatdunkende taal of daad. De uitgeverstekst op de achterzijde is echter aanmerkelijk positiever. Er wordt nu gesproken van ‘albumbladen voor dichters’, het procedé wordt neutraal beschreven, ‘steeds vertrekkend vanuit regels uit hun gedichten’ en het omvattender werk geduid, ‘er ontstaat een onontkoombaar verhaal van afscheid en ontluistering, dat via de vaste vorm van de sonnetten wijd uitwaaiert.’ Deze explicitatie staat in contrast tot de titel van de bundel.

Aanmatigingen verscheen in 2016 bij Querido in Amsterdam en bevat 26 gedichten. Aanmatigingen verscheen in 2016 bij meester-drukker Ser J.L. Prop in Terhorst en bevat 5 gedichten. De oplage van deze bibliofiele editie bestond uit 47 exemplaren, 40 op de pers genummerd en 7 op naam gedrukte exemplaren.  De boeken zijn alle door Jan Kuijper gesigneerd.

jan-kuijper_ser-prop_colofon

De editie-Prop bevat de albumbladen voor Tomas Lieske (ook een auteur die al bij deze pers heeft uitgegeven), Astrid Lampe, Kees ’t Hart, H.C. ten Berge, Sasja Janssen. Het is ongewoon dat een bibliofiele en reguliere bundel in hetzelfde jaar verschijnen, daarbij ook nog dezelfde titel dragen. In het ‘Albumblad voor Tomas Lieske’ is er tussen beide versies toch een verschil. In regel 6 wordt het ‘Zouden zij bestaan?’ van de Querido-uitgave veranderd in ‘Kunnen zíj bestaan?’ bij Ser Prop. De andere gedichten zijn elkaars gelijke.

Maar wat deze uitgave toch meer heeft en inhoudelijk en literair-historisch ook waardevol maakt, is een nawoord van Jan Kuijper waarin hij de titel duidt. Hij doet dit in twee keer 3 blokken, verheffend-verminderend, waardoor hij het spel van ‘stelen’, ‘lenen’, ‘gebruiken’, ‘metamorfoseren’, ‘cultiveren’, ‘eigen maken’ expliciet stelt en ambigue houdt.

jan-kuijper_ser-prop_het-is-aanmatigend

Advertenties