het soliede

door johan_velter

En weer vond je jezelf terug tussen de doden, de zerken – metaforen van het leven. Gent heeft 3 kerkhoven die een zekere reputatie hebben: Campo Santo, Westerbegraafplaats en Mariakerke. Wat verbindt hen, wat maakt hen waardevol en menselijk? De aanwezigheid van bomen.  Als er enkel een horizontaliteit is, zie je de woestijndood; bomen (en daarom nog geen treurwilgen) geven aan het vlakke een majesteitelijke glans. Ook andere kerkhoven hebben een charme, daarom niet als geheel, wel bij individuele graven. Maar wat is charme als je getroffen wordt door het verdriet.

Het kerkhof van Gentbrugge is amper gekend, ligt aan een Schelde-arm, rond de parochiekerk. Er is al te veel vlakte, men wil moderniseren maar wat is een kerkhof anders dan een plaats van stilte, van rust en schaduw, daar waar je je kunt terugtrekken en de slechtheid van de anderen kunt overdenken? De graven zijn soms een rust. Ze zeggen:  ‘Je weet hoe de vloek hen zal treffen, in hun naasten, in de kinderen, in de kinderen van kinderen. Geen nacht rust, geen dag vrij.’

In de kerk hangt op een slechte plaats en verwaarloosd (en dus niet te fotograferen) het schilderij Prediking van de apostelen Simon en Juda uit 1657, van een leerling van  Rubens, Erasmus Quellinus, een in deze gewesten vergeten en verwaarloosde kunstenaar. In 2014 richtte het ‘Musée de Flandre’ in Cassel een monografische tentoonstelling in. Is er in andere landen weinig cultuur, zoals men hier van zichzelf zegt, dan toch nog altijd meer dan hier.

gent_gentbrugge_kerkhof_kerk_erasmus-quellin_1657_b

Vanop het kerkhof zie je de Folly for a private garden, een werk van Frederic Geurts uit 2014. Het is een bakstenen ‘gebouw’ met erboven een metalen constructie, het lijkt een uitkijktoren te zijn maar daarvoor is de bovenconstructie te wankel (toch is er een stevige trap naartoe) en wie boven geraakt krijgt een morele les: het leven lijkt solide, maar is dat niet, wat we bereiken is de dood.

gent_gentbrugge_kerkhof_11-kopie

Daar lag (?) ooit John Massis (wiens echte naam Wilfried Morbée was) begraven, de krachtpatser, de man die met zijn tanden treinen kon voorttrekken. Zijn graf is niet gevonden, maar ik herinner me nog dat er ooit een schamele metalen constructie op stond: verwrongen door de sterke man – die door de mediamaffia gezelfmoord werd. De uitlachtelevisie bestaat al lang, en ook vroeger zijn er mensen die met de dood van anderen geld verdiend hebben. En zelfs jaren na zijn dood, werd hij nog gebruikt. De arme man, zo arm als ieder ander.

Er zijn de typische treurende vrouwen, in Gent en omstreken heeft George Minne die tot iconische beelden gemaakt, op kerkhoven vind je de werken van Geo Verbanck, een beeldhouwer die binnen zijn tijd de tijd gevolgd heeft en samen met Jozef Cantré een aantal werken gerealiseerd heeft. In de stad zijn heel wat herdenkingsplaten van hem te vinden, in memoriams voor oorlogsslachtoffers. Naast de treurende vrouw is een koperen graf te zien, een van de weinige exemplaren.

Marcel Panen was een gewichtheffer, geboren in 1910 en gestorven in 1934, de zangeres spreekt van ‘de fleur van het leven’. In 1928 nam hij in Amsterdam deel aan de Olympische Spelen. Zijn club, Sporting Club Gent, gaf hem een standbeeld als was hij een Griekse held.

De fotografie heeft veel kunstvaardigheid kapot gemaakt: de gegraveerde portretten zijn vervangen door foto’s die altijd iets treurigs uitstralen, een vergankelijkheid, een trots op het mooie kleed, een schoon kostuum en wat modieus was, is nu achterhaald. De koper- (of metaal-) platen doen denken aan de lijntekeningen op oude graven, een kunstvorm die we soms nog in het werk van Ingres herkennen. Het metaal is solieder dan de fotografie (al dan niet op ceramiek), dood is toch dood. Er is een ‘anoniem’ graf met een prachtige engeltekening – zo tekende ook Ensor een engel. In de jaren dertig was dit soort lijntekening een courante praktijk en werd helaas ook toegepast in de onzinnige nazi-ideologie – we zien daarvan resten in de eerste tekeningen van Hugo Claus.

gent_gentbrugge_kerhof_6-kopie

Mooi is hoe de natuur het soms van de mensen overneemt. Ooit plantte men een kleine struik bij de zerk maar de aarde is zo vruchtbaar dat de cipres het overneemt van de menselijke arbeid die herinnering is: het graf zelf wordt overheerst door de kracht van de natuur, het groen verdringt het grijs van de eentonige steen.

gent_gentbrugge_kerkhof_8-kopie

Er zijn de eenvoudige kruisen waar de slachtoffers van de luchtaanval op Gentbrugge tijdens Wereldoorlog II begraven zijn, soldaten en burgers verenigd in de grond. Wie langs deze graven wandelt, kan toch niet anders dan pacifist zijn? En weten dat de oorlogszucht niet alleen bij wereldleiders te vinden is.

Ook Gentbrugge kent een aantal merkwaardige graven-rustbanken, een milde vorm van de kubistische art deco, geworteld in een oude Europese treurcultuur die de overlevenden troost laat zoeken bij de doden, verwijlen bij het leven.

Er is het hartverscheurende graf van het enige kind van het echtpaar Roger D’hondt-D’haenens. Op het graf staat in stenen letters: ‘Ik breng u ons eenig kind / Heer / Geef ons nu kracht’. Een spreuk die godsdienst een koehandel laat worden, maar wat een klacht: hoe kan iemand het ene meemaken en toch nog het andere geloven; hoe kan iemand hopen kracht te krijgen na een doodskind te hebben? Het beeld domineert het kerkhof en is van Emiel Poetou, een Gentse beeldhouwer die de kracht had om een internationale figuur te worden maar versmoord werd door zijn omgeving, de Gentse gemakzucht, het provincialisme, de eentonigheid en de verveling. (Herman Teirlinck was, zoals we lazen in de onlangs verschenen ‘monografie’ van Jan Saverys en de groep Art Abstrait (Callewaert-Vanlangendonck, 2016) enthousiast over dit werk.) Een modernist, soms in de traditie van Lehmbruck, soms werkend naar het zachte kubisme van Archipenko. Hoe krachtig zijn werken ook waren, toch te twijfelend.

gent_gentbrugge_kerkhof_9b_hugo-debaere

En er is het graf van Hugo Debaere, de kunstenaar die nu vergeten is maar een grote carrière had kunnen uitbouwen als hij niet de domste dood van alle doden gestorven was. En als.

Advertisements